Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWO:2002:AE3935

Instantie
Rechtbank Zwolle
Datum uitspraak
11-06-2002
Datum publicatie
11-06-2002
Zaaknummer
158265 CV 01-3439
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

R E C H T B A N K Z W O L L E

sector kanton - locatie Zwolle

zaaknr.: 158265 CV 01-3439

datum : 11 juni 2002

Vonnis in de zaak van:

De vereniging met volledige rechtsbevoegdheid DIENSTENBOND CNV,

gevestigd te Hoofddorp,

eisende partij,

gemachtigde mr. A. Schellaart, advocaat te Utrecht,

rolgemachtigde D. Gaasbeek, deurwaarder te Zwolle,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ALDI HOLDING B.V.,

gevestigd te Culemborg,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ALDI OMMEN B.V.,

gevestigd te Ommen, en

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ALDI DRACHTEN B.V.

gevestigd te Drachten,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. H.S. Wiarda, advocaat te Utrecht,

rolgemachtigde A. Agterhuis, deurwaarder te Zwolle.

Het verdere verloop van de procedure

Bij het op 15 januari 2002 in deze zaak gewezen vonnis is een comparitie van partijen bepaald, welke op 4 maart 2002 heeft plaatsgevonden. Ter zitting heeft Dienstenbond CNV gevorderd wijziging van onderdeel f. van haar vordering. In het proces-verbaal van deze zitting is in overleg met partijen volstaan met een zakelijke weergave van het besprokene. Partijen is gelegenheid gegeven om zich hierover uit te laten, terwijl Aldi zich tevens kon uitlaten over de gevorderde wijziging van eis.

Dienstenbond CNV heeft bij brief van 12 maart 2002 laten weten geen behoefte te hebben aan aanvulling op / wijziging van de weergave van het besprokene. Aldi daarentegen heeft ter zitting van 19 maart 2002 zich bij akte willen uitlaten naar aanleiding van het proces-verbaal van de gehouden comparitie van partijen, over de wijziging van eis en over een gesignaleerde vergissing in genoemd vonnis. Dienstenbond CNV heeft bezwaar gemaakt tegen deze akte. De akte is weliswaar toegelaten, maar op een aantal onderdelen is Dienstenbond CNV gelegenheid gegeven om op deze akte te reageren, terwijl Aldi zich daarna over die onderdelen als laatste zou kunnen uitlaten, een en ander als verwoord in het schrijven d.d. 20 maart 2002 van de griffier aan partijen.

Dienstenbond CNV heeft gereageerd bij akte d.d. 16 april 2002, waarover Aldi zich bij akte van dezelfde datum heeft uitgelaten.

Verdere beoordeling van het geschil

1.

Wijziging van eis

1.1.

Na wijziging van eis als voormeld - waartegen Aldi op zichzelf geen bezwaar heeft gemaakt - luidt onderdeel f. van de vordering:

Aldi Holding B.V., Aldi Ommen B.V. en Aldi Drachten B.V. of een of meer hunner, te gebieden om aan alle filiaalleiders die dat betreft te berichten dat de door de kantonrechter in strijd met de Arbeidstijdenwet of de CAO verklaarde bepalingen, nietig zijn en wel binnen tien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, op straffe van een dwangsom van € 22.689,01 per dag.

1.2.

Aldi heeft verzocht om in geval van toewijzing van deze vordering de termijn op tenminste drie weken te stellen, teneinde Aldi de gelegenheid te geven zich op de dan ontstane situatie en de in verband daarmee te treffen maatregelen te beraden.

2.

Correctie van het vonnis d.d. 15 januari 2002

In haar akte d.d. 19 maart 2002 heeft Aldi er terecht op gewezen dat in genoemd vonnis onder 3.4.2. in de zinsnede 'basissalaris overeenkomend met het volgens de CAO voor de functiegroep 6 minimaal geldende schaalsalaris' in de plaats van 'minimaal' dient te worden gelezen: maximaal.

3.

Ad rechtsoverweging 3.1. van genoemd vonnis

3.1.

Dienstenbond CNV verlangt geen gelegenheid om te bewijzen dat Aldi Holding (een) filiaalleider(s) in dienst heeft.

3.2.

Waar zijdens Aldi is erkend dat Aldi Holding, evenals Aldi Ommen en Aldi Drachten, lid is van werkgeversorganisatie Vereniging van Grootwinkelbedrijven in Levensmiddelen (VGL), die van werkgeverszijde partij is bij de CAO, en Aldi Holding niet in enig opzicht afstand heeft genomen van de beide andere, (beweerdelijk) geheel autonoom ten opzichte van Aldi Holding opererende vennootschappen, heeft naar het oordeel van de kantonrechter Dienstenbond CNV voldoende belang (ook) bij haar tot Aldi Holding gerichte vordering.

4.

Ad rechtsoverweging 3.4.1. van genoemd vonnis

Dienstenbond CNV kan zich er in vinden dat wordt voorbijgegaan aan contractsversie 02/01 op basis van de uitdrukkelijke mededeling van Aldi dat die contractsversie voor geen van de filiaalleiders (meer) daadwerkelijk geldt. Dienstenbond CNV behoudt zich uitdrukkelijk alle rechten voor indien anders mocht blijken.

5.

Ad rechtsoverweging 3.5. van genoemd vonnis

Aldi heeft laten weten dat in contractsversie 07/01 met 'normale arbeidstijd' wordt bedoeld de in de CAO gebruikte term 'normale arbeidsduur'.

6.

Ad rechtsoverweging 3.8. van genoemd vonnis

6.1.

Partijen hebben eensluidend te kennen gegeven dat de consignatieregeling als bedoeld in artikel 8, lid 8, CAO in dezen niet van toepassing is.

6.2.

Aldi heeft de comparitie en haar akte d.d. 19 maart 2002 aangegrepen om nog eens uitgebreid te verwoorden haar visie op de positie van de Aldi-filiaalleider als 'de ondernemer ter plaatse' in die zin dat hij zelf verantwoordelijk is voor de wijze waarop hij 'zijn' Aldi-markt leidt en beheert. Hij moet daarbij zelf en zelfstandig handelen en beslissen, binnen het kader van de aan hem opgedragen taken. Aldi heeft dit aangemerkt als de essentie van het principe van delegatie van verantwoordelijkheden, op welk principe ook de functieomschrijving van de filiaalleider is gebaseerd. Vanuit deze zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid kan de filiaalleider een duidelijke invloed uitoefenen op het omzetresultaat van zijn Aldi-markt. Naar Aldi meent leert de ervaring, dat de filiaalleider, die zich als 'ondernemer ter plaatse' betrokken voelt bij zijn Aldi-markt en deze zo optimaal mogelijk wil laten functioneren en daarmee een zo hoog mogelijk omzetresultaat wil behalen, zich zal inspannen om dat doel te bereiken. De ervaring leert ook, aldus nog steeds Aldi, dat dit doel het best wordt bereikt als de filiaalleider hiervoor zelf een extra arbeidsinspanning levert boven de reguliere arbeidsduur volgens de CAO en dat door de bank genomen één uur per dag (= 21,5 uur per maand) daartoe voldoende is. Het overgrote deel van de filiaalleiders doet dat ook en heeft dat ook in het verleden altijd gedaan, niet omdat Aldi de filiaalleiders dat als verplichting oplegt, maar omdat zij dit zelf nodig achten en zij er zelf direct financieel belang bij hebben dat te doen. Van de in totaal circa 400 bij Aldi in Nederland werkzame filiaalleiders zijn er slechts circa 40 die geen of minder dan deze 21,5 meeruren per maand werken.

Aldi heeft verder uitgewerkt hoe voor de filiaalleider maandelijkse omzetstijgingen zich vertalen in het ontvangen van premie en provisie indien hij vrijwillig van filiaalleider met een reguliere arbeidstijd conform de CAO zich ontpopt tot een zich betrokken voelende, zich extra inzettende en daardoor tot omzetstijging van zijn Aldi-markt komende filiaalleider. Aldi heeft het onbetwistbaar genoemd dat de persoonlijke betrokkenheid en inzet van de Aldi-filiaalleider, de zorgvuldigheid en precisie waarmee hij zijn taken vervult, direct invloed hebben op het functioneren en de omzet van de door hem geleide Aldi-markt.

Aldi acht het niet meer dan billijk dat zij de filiaalleiders die van hun kant meer doen dan waartoe zij verplicht zijn, daarvoor van haar kant ook extra beloont. Zij laat het echter geheel aan de filiaalleider over of en in welke mate hij met deze bijzondere betrokkenheid en extra inzet werkt, alsook wanneer hij meeruren werkt. Op grond van het eerder genoemde managementmodel volgens het delegatieprincipe is dat geheel de eigen verantwoordelijkheid van de filiaalleider als 'ondernemer ter plaatse'.

Het verrichten van meeruren als bedoeld in artikel 4.2. van contractsversie 07/01 is volgens Aldi geen structureel kenmerk van de functie van een Aldi-filiaalleider, maar de tijdens de meeruren te verrichten arbeid is wel structureel. Vanzelfsprekend prefereert Aldi een gemotiveerde filiaalleider, die zich betrokken voelt bij zijn Aldi-markt en die een zo hoog mogelijke omzet wil behalen.

6.3.

Dienstenbond CNV heeft de taakstelling van de Aldi-filiaalleider als zeer strak en zeer weinig eigen beleidsruimte latend aangemerkt, wat er zij van de door Aldi verwoorde filosofieën: de filiaalleider is in feite meewerkend voorman; hij moet alle werkzaamheden verrichten, met name ook veelvuldig de winkelvoorraad aanvullen; de filiaalleider moet laten zien dat hij 't hardste werkt. Dienstenbond CNV heeft als doorslaggevend voor de beoordeling van de juridische status van de 21½ meeruren per maand aangemerkt de optelsom van taken van een filiaalleider enerzijds en de ervaring die leert dan 21½ uur per maand extra daartoe nodig is anderzijds. Het onderscheid tussen meeruren en overuren is, aldus Dienstenbond CNV, een in de CAO of elders in het arbeidsrecht niet voorkomend onderscheid, dat uitsluitend door Aldi in deze procedure is geïntroduceerd als het verschil tussen 'vrijwillig gewerkte uren' en 'in opdracht van de werkgever gewerkte uren'.

De CAO laat, aldus nog steeds Dienstenbond CNV, voor bedrijfsleiders incidenteel een fors aantal overuren toe, maar geen structureel overwerken. Aldi zou hierin moeten voorzien door meer leidinggevend personeel aan te trekken.

6.4.

In genoemd vonnis zijn onder 3.4. de door Aldi aangeboden en door Dienstenbond CNV gewraakte contracten omschreven. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen.

In de arbeidsovereenkomst contractsversie 07/01 luidt de taakomschrijving van de filiaalleider 'om, binnen het raam van (de functieomschrijving van filiaalleider), in het door hem geleide filiaal een zo groot mogelijke omzet te behalen en zorg te dragen voor de goede gang van zaken in het filiaal, met name voor een ongestoorde en succesvolle verkoop gedurende de openingsuren van het filiaal'.

Hierbij sluit aan het standpunt van Aldi dat de filiaalleider als 'ondernemer ter plaatse' zelf verantwoordelijk is voor het zo optimaal mogelijk leiden en beheren van 'zijn' Aldi-markt - vergelijk de hiervoor onder 6.2. vermelde toelichting van Aldi. De meeruren bestaan uit het werken gedurende effectief 21,5 uur per maand telkens wanneer het bedrijfsbelang van Aldi zulks vergt, boven de normale arbeidsduur volgens de CAO, en zulks voor die werkzaamheden, die op onregelmatige tijden en/of met niet tevoren te plannen tijdsduur, doch telkenmale - tijdelijk - in gevallen van dringende bedrijfsnoodzaak verricht moeten worden. Dit zijn onmiskenbaar werkzaamheden welke de filiaalleider ingevolge de arbeidsovereenkomst gehouden is te verrichten. Aldi stelt dat de filiaalleider niet gehouden is die werkzaamheden te verrichten omdat daarmee zijn werktijd uitgaat boven de normale arbeidsduur. In onderdelen 4.2. en 4.3. van contractsversie 07/01 wordt ook niet gerept van een opdracht tot werken, zoals in artikel 10, lid 1, CAO voor 'overwerk' omschreven. (Overigens maakt ook onderdeel 4.4., dat volgens Aldi wèl ziet op 'overwerk' in de zin van artikel 10, lid 1, CAO, geen melding van de (noodzakelijke) opdracht.) De vraag is of daarmee aan die meeruren het karakter van overwerk wordt ontnomen.

Naar het oordeel van de kantonrechter dienen deze zogenaamde meeruren in het kader van de CAO te worden aangemerkt als overuren, nu het gaat om door Aldi (zeer) verwelkomde werkzaamheden, opgenomen in de arbeidsovereenkomst en geheel bij de taakomschrijving van de filiaalleider aansluitend, in het kader van de arbeidsovereenkomst beloond en verricht na het volbrengen van de normale arbeidsduur. Van de opdracht van de werkgever zoals in de omschrijving voor overwerk in artikel 10, lid 1, CAO vermeld, kan worden uitgegaan zodra de filiaalleider daadwerkelijk gedurende die meeruren gaat werken.

6.5.

Werd in genoemd vonnis onder 3.6. nog (voorlopig) aangenomen dat die opdracht in ieder geval niet ontbreekt voor het grootste deel van de werkzaamheden tijdens de meeruren, thans geldt dit naar het oordeel van de kantonrechter voor alle meeruren. Er zijn ter comparitie of nadien namelijk geen aanwijzingen verkregen dat die meeruren althans ten dele een ander karakter hebben, terwijl de mogelijkheid dat in feite de consignatieregeling van toepassing zou zijn, door beide partijen is verworpen.

6.6.

Gegeven de aan de (alle) meeruren toe te kennen kwalificatie van overwerk, dient te worden bezien of en, zo ja, in welke mate 21,5 overuren per maand voor een filiaalleider zijn toegestaan.

6.7.

Wat er zij van het standpunt van Dienstenbond CNV dat de CAO (ook) voor bedrijfsleiders / leidinggevenden geen structureel overwerk toelaat (dit punt is voor de beoordeling van de vorderingen niet beslissend), in ieder geval kan worden vastgesteld dat ingevolge de CAO voor bedrijfsleiders / leidinggevenden nooit meer overwerk is toegestaan dan 39 uur per drie loonperiodes van één maand.

De vraag of de Arbeidstijdenwet aan deze CAO-regeling in de weg staat zal hierna onder 8. worden bezien.

7.

Ad rechtsoverweging 3.9. van genoemd vonnis

7.1.

Naar Dienstenbond CNV (uiteindelijk) heeft aangevoerd is een beloningsstructuur gebaseerd op een provisie- en premiestelsel niet zonder meer in strijd met de CAO. Wel in strijd met de CAO is naar het oordeel van Dienstenbond CNV dat die beloningsstructuur geldt voor overwerk. Artikel 21, lid 8, ziet op het normale loon.

Artikel 2 onder 1 bepaalt dat de overwerkvergoeding uitdrukkelijk buiten dat loonbegrip valt en artikel 10 bepaalt hoe overwerk wordt vergoed. Als dus - aldus nog steeds Dienstenbond CNV - Aldi een beloningsstructuur wenst die gedeeltelijk is gebaseerd op provisie- en premiestelsel, laat dat onverlet dat de overuren conform de CAO moeten worden vergoed. Slechts een gedeelte van die overuren kan in het gewone loon zijn begrepen, mits dat gewone loon dan overeenkomstig hoger ligt dan het normale schaalsalaris (met andere woorden: overuren worden dan in wezen betaald of ze nu gemaakt worden of niet). Dienstenbond CNV heeft er voorts op gewezen dat zich kan voordoen dat de resultaten van een filiaal zodanig kunnen zijn dat er geen provisie wordt uitgekeerd.

7.2.

Aldi heeft bestreden de visie dat vergoeding van overuren zich niet verdraagt met het stelsel van de CAO. Zij heeft voorts aangevoerd dat de premie die filiaalleiders ontvangen, evenals de provisie gerelateerd is aan de omzet en maandelijks wordt voldaan.

7.3.

Artikel 2 aanhef en onder l. en n. CAO luidt:

Deze overeenkomst verstaat onder:

- l. loon: het loon plus eventuele provisie. Jaarlijkse uitkeringen, waaronder gratificaties en vakantiebijslag, alsmede kosten- en overwerkvergoedingen en de toeslag voor bijzondere uren vallen niet onder het begrip loon.

- n. uurloon: het weekloon behorend bij de normale arbeidsduur, gedeeld door 40.

Artikel 10, lid 6, CAO luidt: Bij overwerk door leidinggevenden wordt het uurloon betaald naast daarenboven eventueel van toepassing zijnde overwerktoeslag, tenzij er een afspraak is gemaakt in de individuele arbeidsovereenkomsten dat dit voor één of meerdere uren (tot een maximum van vijf uur) per week reeds in het loon is verdisconteerd en het loon naar evenredigheid hoger is dan het van toepassing zijnde bedrag in de loonschalen.

Artikel 21, lid 8, CAO luidt: Het is de werkgever toegestaan het loon afhankelijk te stellen van de behaalde omzet, mits het premie- of provisiestelsel zodanig wordt opgesteld, dat, maximaal over een tijdvak van een jaar genomen, gemiddeld de in dit artikel genoemde lonen (opmerking kantonrechter: dit zijn de lonen ingevolge de acht functiegroepen als omschreven in de CAO) worden bereikt.

7.4.

De kantonrechter verstaat (hier en hierna steeds in het stelsel van de CAO) artikel 2 onder l. CAO aldus, dat van het loon (d.i. tenminste het aan een functiegroepindeling ingevolge artikel 21 toepasselijke loon ingevolge de loonschalen) zijn uitgezonderd toeslagen of looncomponenten als in deze bepaling nadrukkelijk daarvan uitgesloten (overigens wordt ook naar gewoon spraakgebruik bijv. de overwerkvergoeding niet tot het reguliere week-, vier-weken- of maandloon gerekend). De uitsluiting van overwerk in artikel 2 onder l. heeft slechts in zoverre betekenis.

In artikel 10 lid 6 is naar het oordeel van de kantonrechter slechts vastgelegd, dat bij overwerk door leidinggevenden sprake moet zijn van:

- ofwel betaling van uurloon met eventueel van toepassing zijnde overwerktoeslag,

- ofwel betaling overeenkomstig in de individuele arbeidsovereenkomst vastgelegde vergoeding voor een aantal overuren per week in het hogere loon dan het loon ingevolge de loonschalen terwijl dat hogere loon ook naar evenredigheid hoger is dan het toepasselijke loon ingevolge de loonschalen.

Beloning van overwerk middels een provisie- of premiestelsel wordt door artikel 10, lid 6, echter geenszins uitgesloten.

Artikel 21, lid 8, tenslotte scherpt naar het oordeel van de kantonrechter in, dat loon afhankelijk van premie- of provisiestelsel is gebonden aan de voorwaarde dat, maximaal over een jaar genomen, gemiddeld de functielonen ingevolge de CAO worden bereikt. Waar ook de vergoeding voor overwerk wordt afgeleid van het functieloon, moet ook het loon voor overwerk voldoen aan deze voorwaarde.

7.5.

De kantonrechter kan mitsdien Dienstenbond CNV in haar onder 7.1. omschreven bezwaar slechts volgen in zoverre in het voor de meeruren overeengekomen provisie- en premiestelsel wordt gemist een voorziening die onder alle omstandigheden bewerkstelligt dat, maximaal over een tijdvak van een jaar genomen, gemiddeld de in artikel 21, genoemde lonen worden bereikt.

8.

Ad rechtsoverweging 3.10 van genoemd vonnis

8.1.

Dienstenbond CNV heeft én bestreden het standpunt van Aldi dat filiaalleiders leidinggevenden zijn als bedoel in artikel 2.1:5, lid 1, Arbeidstijdenbesluit, én bestreden het standpunt van Aldi dat het jaarlijks in geld vastgesteld loon van de filiaalleiders ten minste tweemaal het bedrag vastgesteld overeenkomstig artikel 2.1:6 Arbeidstijdenbesluit - dit is kort gezegd het minimumloon - bedraagt.

8.2.

Naar het oordeel van de kantonrechter kan in redelijkheid niet worden bestreden dat de Aldi-filiaalleiders leidinggevenden in voormelde zin zijn.

8.3.

Partijen zijn het er over eens dat uitsluitend het reguliere loon van de Aldi-filiaalleiders volgens het maximum van functieschaal 6, niet uitgaat boven de in artikel 2.1:5, lid 1 onder a, Arbeidstijdenbesluit gestelde grens van twee maal (kort gezegd) het minimumloon. Waar Aldi heeft betoogd dat voor de vraag of deze grens wordt overschreden mede in aanmerking moeten worden genomen de gemiddelde provisie en premie, kan de kantonrechter haar daarin niet volgen. Het jaarlijks in geld vastgestelde loon van de filiaalleiders is het functieloon als voormeld, niet de door Aldi bedoelde vergoeding voor overuren.

8.4.

Gezien het vorenstaande zijn de filiaalleiders (wel) onderworpen aan de in de Arbeidstijdenwet neergelegde regeling inzake arbeidstijden en arbeidstijd inclusief overwerk. In dit verband overweegt de kantonrechter het volgende:

Ingevolge het bepaalde in artikel 5:7, lid 1, Arbeidstijdenwet verricht de werknemer van 18 jaar of ouder ten hoogste 9 uren per dienst, 45 uren per week en in elke periode van 13 achtereenvolgende weken gemiddeld 40 uren per week arbeid.

Ingevolge artikel 5:9 Arbeidstijdenwet kan van artikel 5:7., uitsluitend ten aanzien van de arbeidstijd, worden afgeweken, indien zich een onvoorziene wijziging van omstandigheden, incidenteel en niet-periodiek, voordoet, of de aard van de arbeid, incidenteel en voor korte tijd, dergelijke afwijkingen noodzakelijk maakt. In dat geval verricht de werknemer van 18 jaar of ouder ten hoogste 11 uren per dienst, 54 uren per week en in elke periode van 13 achtereenvolgende weken gemiddeld 45 uren per week arbeid. Hiervan kan bij CAO worden afgeweken en zulks is, gezien voormeld artikel 10, lid 7, CAO, ten aanzien van leidinggevenden / bedrijfsleiders en dus ten aanzien van de Aldi-filiaalleiders geschied.

8.5.

Gezien het vorenstaande is de in artikel 10, lid 7, CAO opgenomen regeling met betrekking tot overuren voor Aldi-filiaalleiders de geldende en ook de maximale regeling inzake overuren.

9.

- Betekenis van - bepalingen in contractsversies ouder dan 02/01

9.1.

In genoemd vonnis zijn onder 3.4.4. en 3.4.5. de relevante passages inzake provisie/premie en overwerk uit contractsversies 03/99, 06/96, 11/91 en 6/90 weergegeven.. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen.

9.2.

De term meeruren komt in die contractsversies niet voor. Onderdeel a. van de vordering is ten aanzien van deze contractsversies dan ook niet relevant.

9.3.

Er is in die contractsversies ook geen sprake van verdiscontering van overuren in provisie/premie. Naast het loon is de filiaalleider een maandelijkse provisie/premie toegekend. Mutatis mutandis geldt hier wat hiervoor onder 7.5. is overwogen.

10.

Slotsom met betrekking tot onderdelen a. tot en met c. van de vordering

10.1.

Toewijsbaar is onderdeel a. van de vordering in die zin dat voor recht kan worden verklaard dat het werken van meeruren als bedoeld in onderdelen 4.2. en 4.3. van contractsversie 07/01 is overwerk in de zin van artikel 10 CAO (indien overigens uitgegaan wordt van de noodzaak dat filiaalleiders in redelijkheid een dergelijk aantal meeruren boven de maximaal toegelaten arbeidsduur dienen te verrichten om adequaat hun filiaal te leiden).

10.2.

Toewijsbaar is onderdeel b. van de vordering in die zin dat voor recht kan worden verklaard dat (vergoeding; opmerking kantonrechter: lees:) koppeling van maximaal 5 overuren boven de maximaal toegelaten arbeidsduur aan enig provisiesysteem in strijd is met artikel 10, lid 6, CAO in zoverre daarin ontbreekt een voorziening die onder alle omstandigheden bewerkstelligt dat, maximaal over een tijdvak van een jaar genomen, gemiddeld de in artikel 21 genoemde lonen worden bereikt.

10.3.

Voor onderdeel c. van de vordering, dat ziet op de beloning voor overuren boven het zojuist genoemde aantal van vijf, geldt wederom dat voor recht kan worden verklaard dat koppeling van de beloning voor overuren uitgaande boven de maximaal te verdisconteren 5 uren, aan een omzetprovisie of omzetprestatiepremie in strijd is met artikel 10, lid 6, CAO in zoverre daarin ontbreekt een voorziening die onder alle omstandigheden bewerkstelligt dat, maximaal over een tijdvak van een jaar genomen, gemiddeld de in artikel 21 genoemde lonen worden bereikt.

11.

Onderdeel d. van de vordering

11.1.

Dienstenbond CNV heeft schadevergoeding gevorderd op de grond vermeld in genoemd vonnis onder 1.3.

Aldi heeft de vordering bestreden.

11.2.

De kantonrechter acht het niet aannemelijk dat Dienstenbond CNV door toedoen van Aldi schade heeft geleden. Aldi heeft er niet zonder grond op kunnen wijzen dat partijen zich in verband met de ten processe bedoelde problematiek tot de in de CAO voorziene Vaste Commissie inzake de beantwoording van alle vragen, rijzende bij de uitvoering van de CAO, heeft gewend en dat deze commissie op het voor Aldi belangrijke punt van (honorering van) onverplicht te maken uren boven de normale arbeidsduur de zijde van Aldi heeft gekozen. Al kort nadien is door Dienstenbond CNV de onderhavige vordering bij het kantongerecht aanhangig gemaakt. Voor zover aan een en ander ruchtbaarheid is gegeven, is de kantonrechter niet kunnen blijken dat Aldi daartoe het initiatief heeft genomen, behalve waar het gaat om berichtgeving aan haar werknemers / filiaalleiders. Deze berichtgeving aan de filiaalleiders bouwt vooral voort op de voor Aldi gunstige berichtgeving van genoemde Vaste Commissie en haar secretaris en is ook overigens voor Dienstenbond CNV niet als grievend aan te merken.

11.3.

Het thans besproken onderdeel van de vordering wordt mitsdien afgewezen.

12.

Onderdeel e. van de vordering

Het gevorderde wegens buitengerechtelijke incassokosten acht de kantonrechter in redelijkheid toewijsbaar ten bedrage van € 1.540,-- ingevolge de staffel gevoegd als bijlage bij Voor-werk II.

13.

Onderdeel f. van de vordering

De kantonrechter acht het gewijzigde onderdeel f. toewijsbaar in die zin, dat Aldi Ommen B.V. en Aldi Drachten B.V. wordt geboden om aan alle filiaalleiders (van de desbetreffende vesting) die dat betreft te berichten, dat bij vonnis van heden door de kantonrechter in vorenvermelde zin bepalingen der met de filiaalleiders aangegane arbeidsovereenkomstig in strijd met de CAO en derhalve nietig zijn verklaard,

welke berichtgeving uiterlijk op de eerste dag na verloop van drie weken na betekening van dit vonnis dient te worden gedaan op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per dag voor elke dag nadien, zullende in totaal niet meer dan € 100.000,-- aan dwangsommen worden verbeurd.

14.

Dit vonnis wordt overeenkomstig de vordering van Dienstenbond CNV uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor onderdelen e. en f.

15.

Nu partijen over en weer ten dele in het ongelijk zijn gesteld, kunnen de proceskosten worden gecompenseerd in na te melden zin.

De beslissing

De kantonrechter:

a. verklaart voor recht dat het werken van meeruren als bedoeld in onderdelen 4.2. en 4.3. van contractsversie 07/01 is overwerk in de zin van artikel 10 CAO (indien overigens uitgegaan wordt van de noodzaak dat filiaalleiders in redelijkheid een dergelijk aantal meeruren boven de maximaal toegelaten arbeidsduur dienen te verrichten om adequaat hun filiaal te leiden);

b. verklaart voor recht dat koppeling van maximaal 5 overuren boven de maximaal toegelaten arbeidsduur aan enig provisiesysteem in strijd is met artikel 10, lid 6, CAO in zoverre daarin ontbreekt een voorziening die onder alle omstandigheden bewerkstelligt dat, maximaal over een tijdvak van een jaar genomen, gemiddeld de in artikel 21 genoemde lonen worden bereikt;

c. verklaart voor recht dat koppeling van de beloning voor overuren uitgaande boven de maximaal te verdisconteren 5 uren, aan een omzetprovisie of omzetprestatiepremie in strijd is met artikel 10, lid 6, CAO in zoverre daarin ontbreekt een voorziening die onder alle omstandigheden bewerkstelligt dat, maximaal over een tijdvak van een jaar genomen, gemiddeld de in artikel 21 genoemde lonen worden bereikt;

d. wijst af onderdeel d. van de vordering van Dienstenbond CNV;

e. veroordeelt Aldi Holding B.V., Aldi Ommen B.V. en Aldi Drachten B.V. tot betaling aan Dienstenbond CNV van € 1.540,--;

f. gebiedt Aldi Ommen B.V. en Aldi Drachten B.V. om aan alle filiaalleiders (van de desbetreffende vesting) die dat betreft te berichten, dat bij vonnis van heden door de kantonrechter in vorenvermelde zin bepalingen der met de filiaalleiders aangegane arbeidsovereenkomstig in strijd met de CAO en derhalve nietig zijn verklaard, welke berichtgeving uiterlijk op de eerste dag na verloop van drie weken na betekening van dit vonnis dient te worden gedaan op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per dag voor elke dag nadien, zullende in totaal niet meer dan € 100.000,-- aan dwangsommen worden verbeurd;

g. verklaart voormelde onderdelen e. en f. uitvoerbaar bij voorraad;

h. compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

i. wijst het ten aanzien van onderdelen a-c en e-h meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. J.F. de Vries, kantonrechter te Zwolle, en uitgesproken door mr. W.F. Boele, kantonrechter te Zwolle, in de openbare terechtzitting van 11 juni 2002 in tegenwoordigheid van G. Stolte als griffier.