Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWO:2001:AD6277

Instantie
Rechtbank Zwolle
Datum uitspraak
21-11-2001
Datum publicatie
28-11-2001
Zaaknummer
68049/HA ZA 01-852 VR
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
IER 2002, 18
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK

TE ZWOLLE

Enkelvoudige civiele kamer

Zaaknr/rolnr: 68049/HA ZA 01-852 VR

Uitspraak : 21 november 2001

V O N N I S VERSNELD REGIME

in de zaak, aanhangig tussen:

[eiser],

wonende te [woonplaats]

eiser,

procureur mr. C. Borstlap,

advocaat mr. P. Tuinman te Leeuwarden,

en

DE GEMEENTE ZWOLLE,

zetelende te Zwolle,

gedaagde,

procureur mr. J.A. van Wijmen,

advocaat mr. O.J. Ingwersen te Apeldoorn.

PROCESGANG

De zaak is bij op 23 juli 2001 uitgebrachte dagvaarding aanhangig gemaakt. Partijen zijn verschenen, waarna de volgende processtukken zijn gewisseld:

- een conclusie van eis van de zijde van [eiser];

- een conclusie van antwoord van de zijde van de Gemeente.

Vervolgens is ingevolge tussenvonnis van 26 september 2001 een comparitie van partijen gehouden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

Ten slotte is op verzoek van partijen op het griffiedossier vonnis bepaald.

CONCLUSIES VAN PARTIJEN

De vordering van [eiser] strekt ertoe dat de rechtbank, voor zoveel mogelijk bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

- primair: de Gemeente zal verbieden over te gaan tot sloop van het WAVIN-gebouw;

- subsidiair: voor recht zal verklaren dat [eiser] - als maker van het gebouw - op grond van de Auteurswet 1912, met betrekking tot het WAVIN-gebouw, zich kan verzetten tegen de sloop van het WAVIN-gebouw;

- meer subsidiair: voor zover het sloopbesluit niet meer kan worden teruggenomen, de Gemeente zal veroordelen tot betaling van schadevergoeding, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

een en ander met veroordeling van de Gemeente in de kosten van deze procedure.

Daartegen is door de Gemeente verweer gevoerd met conclusie dat de rechtbank [eiser] in diens vorderingen niet ontvankelijk zal verklaren, althans hem deze zal ontzeggen, kosten rechtens.

MOTIVERING

1 Vaststaande feiten

Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist - mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden - het volgende vast.

1.1 De Gemeente heeft het WAVIN-gebouw, gelegen in de wijk Holtenbroek te Zwolle, gekocht van het Deltioncollege en zal dit in eigendom verkrijgen. Het WAVIN-gebouw is naar een ontwerp van [eiser] gebouwd en is sinds eind 1968 in gebruik, oorspronkelijk als kantoor en laatstelijk ten behoeve van het onderwijs. Het WAVIN-gebouw is een werk in de zin van de Auteurswet 1912 (hierna: Aw), waarvan [eiser] in de zin van deze wet de maker is.

1.2 De gemeenteraad van Zwolle heeft op 12 april 1999 ingestemd met de stedenbouwkundige hoofdlijnen voor het project herstructurering voorzieningen Holtenbroek, onder meer omvattende een zorgcomplex voor ouderen op de locatie van het WAVIN-gebouw. Het zorgcomplex komt volgens het programma van eisen te bestaan uit een appartementengebouw met daarin ouderenwoningen en zorgvoorzieningen alsmede een 30-tal patio-woningen voor ouderen. Het concept voorontwerpbestemmingsplan voorziet in deze bebouwingsmogelijkheid.

1.3 Op 10 juli 2000 heeft de gemeenteraad - als daartoe bevoegd bestuursorgaan van de toekomstige eigenares, de Gemeente - expliciet beslist tot sloop van het WAVIN-gebouw. De Gemeente heeft [eiser] in kennis gesteld van haar voornemen tot sloop. De sloop is voorzien eind 2002.

1.4 Het van de zijde van de Gemeente voorgestane zorgcomplex past qua afmetingen niet in het WAVIN-gebouw. Het gebouw is geschikt voor aanpassing en uitbreiding, maar leent zich niet voor woningen.

2 Standpunt van [eiser]

2.1 Het WAVIN-gebouw neemt een sleutelpositie in in de ontwikkeling van de werken van [eiser]. Het was zijn eerste kantoorgebouw.

2.2 [eiser] verzet zich met een beroep op het absolute karakter van zijn persoonlijkheidsrecht krachtens artikel 25, lid 1, sub d Aw tegen de voorgenomen sloop van het WAVIN-gebouw. Vernietiging of sloop levert een aantasting op in de zin van deze wetsbepaling.

2.3 De Gemeente heeft geen gegronde reden voor de sloop van het WAVIN-gebouw. De plannen van de Gemeente kunnen zodanig worden bijgesteld dat het gebouw - eventueel na aanpassing daarvan - behouden kan blijven.

2.4 Bij gebreke van een gegronde reden kan de sloop inbreuk toebrengen aan de eer en goede naam van [eiser] als maker van het WAVIN-gebouw of aan zijn waarde in deze hoedanigheid.

3 Standpunt van de Gemeente

3.1 Primair: sloop van een gebouw is geen aantasting in de zin van artikel 25, lid 1, sub d Aw.

3.2 Subsidiair: [eiser] onderbouwt zijn stelling als zou sprake zijn van (het risico van) reputatieschade niet. De mogelijkheid of daadwerkelijk schade is te verwachten aan de eer en goede naam van [eiser] ten gevolge van de voorgenomen sloop behoeft onderzoek.

3.3 Meer subsidiair: er is geen sprake van (het risico van) schade aan de reputatie van [eiser]. Het WAVIN-gebouw is niet uniek in de ontwerpfilosofie van [eiser]. Er is ook geen sprake van een voortijdige sloop.

3.4 Meest subsidiair: er is een gegronde reden voor sloop. Inpassing van het WAVIN-gebouw, al dan niet in combinatie met een verbouwing, in de gemeentelijke plannen is functioneel noch financieel een optie. De Gemeente beroept zich op de overgelegde adviezen van prof. Patijn en het "Oversticht".

4 Beoordeling van het geschil

4.1 De toewijsbaarheid van [eiser]' vorderingen hangt - gelet op de wederzijdse standpunten van partijen - voor alles af van het antwoord op de vraag of onder de bewoordingen "andere aantasting" in artikel 25, lid 1, sub d Aw tevens de vernietiging of sloop van een werk moet worden verstaan.

4.2 [eiser] verwijst ter onderbouwing van zijn standpunt dat die vraag bevestigend moet worden beantwoord in het bijzonder naar het arrest van 17 maart 1999 van het Gerechtshof te Leeuwarden (SBB/Bonnema, NJ 1999/707). De Gemeente beroept zich op andersluidende jurisprudentie.

4.3 De rechtbank kan zich niet verenigen met het oordeel van het hof (t.a.p.) dat de bewoordingen van artikel 25, lid 1, sub c en d Aw dwingen tot de conclusie dat onder "andere aantasting" mede totale vernietiging (sloop) van een kunstwerk moet worden verstaan en dat de wetsgeschiedenis noch de internationale regelgeving in deze nopen tot een met de gekozen bewoordingen strijdige uitleg van de wetsbepaling. Naar het oordeel van de rechtbank dwingen de gekozen bewoordingen geenszins tot de daaraan door het hof gegeven uitleg.

4.4 Het woord "aantasting" is de Nederlandse vertaling van het Franse woord "atteinte" in artikel 6bis, lid 1 van de Berner Conventie, dat ten grondslag ligt aan artikel 25, lid 1, sub c en d Aw. Dit Franse woord duidt er veeleer op dat "aantasting" behoort te worden uitgelegd als "inbreuk" oftewel als "schending". Zo uitgelegd is onder "aantasting" niet te begrijpen een totale vernietiging (sloop) van een kunstwerk. Daar komt bij dat, als de vernietiging van een kunstwerk wél wordt begrepen onder de bewoordingen van artikel 25, lid 1, sub (c en) d Aw, dit meebrengt dat het bij die bepaling aan de maker van het werk toegekende persoonlijkheidsrecht - ervan uitgaande dat schade aan de reputatie van de maker aannemelijk is - een zodanig absoluut karakter krijgt dat die maker ten opzichte van de rechthebbende op het werk min of meer een garantie toekomt op het voortbestaan van zijn werk. Als dat de bedoeling was geweest dan had het voor de hand gelegen dat - gelet op de voorzienbare, maatschappelijke gevolgen - de wetgever dit uitdrukkelijk had bepaald. Aangezien geen sprake is van een dergelijke expliciete wetsbepaling, sluit de rechtbank zich aan bij de uitleg van het Gerechtshof te Den Bosch (17 december 1990, IER 1991/23) dat artikel 25, lid 1, sub d Aw ziet op inbreuken op werken, waarbij het werk zelf, zij het wellicht in een (zeer) afwijkende vorm, in stand blijft.

4.5 Het voorgaande brengt mee dat de hiervoor onder 4.1 geformuleerde vraag ontkennend moet worden beantwoord: de sloop van het WAVIN-gebouw levert geen aantasting op in de zin van artikel 25, lid 1, sub d Aw.

4.6 Nu [eiser] de grondslag van zijn vorderingen ter comparitie uitdrukkelijk heeft beperkt tot de toepassing van artikel 25, lid 1, sub d Aw, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van zijn overige - hiervoor onder 3 dan ook niet verwoorde - stellingen.

5 Slotsom

De rechtbank komt tot de conclusie dat het primaire verweer van de Gemeente moet worden gehonoreerd en dat de vorderingen van [eiser] als niet op de wet gebaseerd behoren te worden afgewezen.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen worden.

BESLISSING

De rechtbank wijst de vorderingen af.

[eiser] wordt veroordeeld in de kosten van dit geding. Deze kosten worden, voor zover tot op heden aan de zijde van de Gemeente gevallen, bepaald op ( 2.120,=.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.B. Cornelissen, en in het openbaar uitgesproken op woensdag 21 november 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.