Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWO:2001:AD4983

Instantie
Rechtbank Zwolle
Datum uitspraak
31-10-2001
Datum publicatie
01-11-2001
Zaaknummer
61996 / HA ZA 00-1316
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2001/63.25

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK

TE ZWOLLE

Enkelvoudige civiele kamer

Zaaknr/rolnr: 61996 / HA ZA 00-1316

Uitspraak: 31 oktober 2001

V O N N I S

in de zaak, aanhangig tussen:

DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST PARTICULIEREN/ONDERNEMINGEN HOORN,

gevestigd te Hoorn,

eiseres,

procureur mr. J.A. van Wijmen,

advocaat mr. H.M. ten Haaft te Amsterdam,

en

de besloten vennootschap [gedaagde]

gevestigd te [adres],

gedaagde,

procureur mr. S.J. de Vries,

advocaat mr. J.N.T. van der Linden te Assen.

PROCESGANG

De zaak is bij op 13 oktober 2000 uitgebrachte dagvaarding aanhangig gemaakt. Partijen zijn verschenen, waarna de volgende processtukken zijn gewisseld:

- een conclusie van eis van de zijde van de Ontvanger;

- een conclusie van antwoord van de zijde van [gedaagde];

- een conclusie van repliek van de zijde van de Ontvanger;

- een conclusie van dupliek van de zijde van [gedaagde].

Ten slotte is op verzoek van partijen op het griffiedossier vonnis bepaald.

CONCLUSIES VAN PARTIJEN

De vordering van de Ontvanger strekt er - na vermindering van eis - toe dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zal verklaren voor recht dat [gedaagde] ingevolge artikel 34 Invorderingswet aansprakelijk is voor de onder 1 van de dagvaarding genoemde loon- en omzetbelastingschulden van Europool, voor zover [gedaagde] daarvoor bij beschikking van 14 juli 2000 aansprakelijk is gesteld, verhoogd met invorderingsrente vanaf 31 maart 1998 tot de dag der algehele voldoening en voorts [gedaagde] zal veroordelen in de kosten van deze procedure.

Daartegen is door [gedaagde] verweer gevoerd met conclusie dat de rechtbank de Ontvanger in zijn vordering niet ontvankelijk zal verklaren althans hem deze zal ontzeggen, onder veroordeling van de Ontvanger in de kosten van de procedure.

MOTIVERING

1 Vaststaande feiten

Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist -mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden- het volgende vast.

1.1 De Belastingdienst heeft tesamen met de FIOD, de Economische Controledienst, de Arbeidsinspectie, de opsporingdienst van GAK Nederland en de regiopolitie Noord-Holland Noord, de coöperatie Europool 98 U.A., destijds gevestigd te Hoofddorp, aan een onderzoek onderworpen op het vermoeden dat Europool zich bezighield met het illegaal uitlenen van Poolse arbeiders aan Nederlandse ondernemers in de tuinbouw, daaronder begrepen bollen- en bomenkwekerijen, gelijk dat voordien gebeurde onder de zogenaamde Lesman- en de Solidarnosc-constructies die door de Belastingdienst en Justitie niet meer waren toegestaan. Het Openbaar Ministerie heeft in dat kader Europool aan een strafrechtelijk onderzoek onderworpen.

1.2 Na langdurig en uitgebreid onderzoek is de Europool-constructie volgens de Belasting-dienst als volgt te schetsen: er werd gebruik gemaakt van fictieve koop-/verkoopovereenkomsten waarbij Poolse Spolka's (rechtspersonen naar Pools recht) die in werkelijkheid niet bestonden, als kopers optraden van tuinbouwgewassen van de "inleners". Europool presenteerde zich bij de koop-/verkoopovereenkomsten als bemiddelaar en was tevens contractspartner. In werkelijkheid was sprake van een uitzend-constructie waarbij Nederlandse ondernemers Poolse arbeiders inleenden van Europool. De tuinbouwgewassen werden door Poolse arbeiders geplukt/geoogst tegen een uurtarief van doorgaans fl. 17,50. Deze constructie was gecreëerd met als doel goedkope arbeidskrachten in Nederland arbeid te laten verrichten in de tuinbouw, waarbij de loonbetalingen aan de Poolse arbeiders voor geleverde arbeid moesten worden versluierd. De arbeiders waren in dienst van Europool die evenwel niet aan inhoudingsplicht op grond van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) heeft voldaan en evenmin omzetbelasting heeft afgedragen.

1.3 Bestuurder van Europool was [Y] die door het gerechtshof te Amsterdam bij arrest van 5 maart 2001 terzake van belastingfraude onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 31/2 jaar. Zijn echtgenote, dochter en schoonzoon zijn eveneens tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen veroordeeld.

1.4 Het gerechtshof heeft in het kader van de bewezenverklaring onder meer overwogen dat Europool als werkgever en de Poolse arbeiders als werknemers waren aan te merken, dat Europool als uitzendbureau fungeerde, dat de spolka's enkel op papier bestonden, dat de bemiddeling door Europool tussen de Nederlandse ondernemers en de spolka's slechts schijn was en dat Europool inhoudingsplichtig was ingevolge de Wet LB.

1.5 De Ontvanger heeft naast Europool, conform het bepaalde in artikel 34 Invorderingswet 1990 (Inv.) en artikel 16 Wet financiering volksverzekeringen juncto artikel 16a lid 2 Coördinatiewet sociale verzekeringen, zoals deze wetten golden tot 1 juli 1998, de Neder-landse ondernemers hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de loon- en omzetbelasting die Europool aan de Ontvanger verschuldigd is in verband met de werkzaamheden van de Poolse arbeiders. In dat kader voert de Ontvanger invorderingsprocedures tegen circa 140 bedrijven die gebruik hebben gemaakt van Europool. [gedaagde] is één van hen.

1.6 In een door de belastingsdienst jegens [gedaagde] opgemaakt rapport d.d. 2 mei 2000 is opgenomen dat in 1995 fl. 34.453,75 en in 1996 fl. 105.895,50 door [gedaagde] aan Europool is betaald.

1.7 [gedaagde] is door de Ontvanger bij beschikking van 14 juli 2000 aansprakelijk gesteld voor de navolgende bedragen:

- loonheffing (inclusief heffingsrente ad fl. 7.267,--) fl. 172.475,--

- omzetbelasting (inclusief heffingsrente ad fl. 941,--) fl. 22.452,--

derhalve in totaal fl. 194.927,--, te vermeerderen met invorderingsrente.

1.8 Namens [gedaagde] is de aansprakelijkstelling betwist. Bij brief van 4 oktober 2000 is deze betwisting gemotiveerd als volgt: [gedaagde] is er van uit gegaan dat Europool haar verplichtingen nakwam. Zij had geen reden om aan de betrouwbaarheid van Europool te twijfelen. Zij had dan ook geen reden om de uitleenvergunning, een uittreksel uit het handelsregister op te vragen, een urenadministratie bij te houden en een verklaring van recent betalingsgedrag van Europool te vragen. Zij niet wist niet van de verplichting om het inlenen aan de bedrijfsvereniging te melden.

2 Standpunt van de Ontvanger

2.1 [gedaagde] heeft nagelaten, dan wel valt te verwijten:

- zich er van te vergewissen of Europool in het bezit was van een geldige uitleenvergunning, zoals bedoeld in artikel 90 van de Arbeidsvoorzieningenwet;

- van het inlenen aangifte te doen bij het uitvoeringsorgaan, zoals voorgeschreven in artikel 16a lid 2 van de Coördinatiewet sociale verzekeringen (Csw);

- een uittreksel te vragen van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel;

- een schaduwloonadministratie (mandagen-/urenadministratie) als bedoeld in artikel 16a lid 1 Csw bij te houden;

- verklaringen van betalingsgedrag te vragen aan Europool;

waardoor [gedaagde] op grond van artikel 34 Inv. en artikel 16 Wet financiering volksverzekeringen hoofdelijk aansprakelijk is voor de niet betaalde loon- en omzetbelasting en premies volksverzekering van Europool. Omdat [gedaagde] tegen de aanslagen bezwaar heeft gemaakt, vraagt de Ontvanger om een declaratoire uitspraak.

3 Standpunt van [gedaagde]

3.1 Europool was geen uitlener doch bemiddelde bij de ver- en de terugkoop van [gedaagde]s appelbomen. Zij heeft met twee in Polen gevestigde spolka's koop-/verkoopovereenkomsten gesloten, waarbij [gedaagde] de op haar land gekweekte appelbomen per stuk leverde aan de spolka's. Deze verzorgden vervolgens verdere opkweek en productie van de bomen op het land van [gedaagde], waarbij het risico ten aanzien van verdere opkweek en productie bij de spolka's rustte. Dit is een legale handelwijze. De spolka's maakten gebruik van hun eigen Poolse werknemers. [gedaagde] had geen bemoeienis bij de werkzaamheden van de Poolse arbeiders. Zij instrueerde niet. Leiding en toezicht werden verzorgd door een bedrijfsleider aangesteld door de spolka. Het loon van deze arbeiders werd voldaan door de spolka. De enige betaling die [gedaagde] verrichtte was de betaling van de koopprijs van de door de spolka verder opgekweekte en geproduceerde appelbomen, rechtstreeks aan die spolka's.

3.2 De aan Europool opgelegde naheffingsaanslagen zijn onterecht opgelegd omdat uit niets blijkt dat Europool werkgever was, in een gezagsverhouding tot de Poolse arbeiders stond of de verplichting op zich had genomen om loon te betalen. Uit niets blijkt dat Europool aan [gedaagde] werknemers ter beschikking heeft gesteld. De Poolse werk-nemers werkten voor de spolka's en niet voor Europool. Ook om die reden is [gedaagde] niet hoofdelijk aansprakelijk.

3.3 Niet valt in te zien waarom [gedaagde] aansprakelijk zou zijn voor de heffingsrente en de invorderingsrente vanaf de datum waarop aan Europool de naheffingsaanslagen zijn opgelegd. Aan [gedaagde] valt geen enkel verwijt te maken dat Europool de haar opgelegde naheffingsaanslagen niet heeft voldaan. Indien [gedaagde] aansprakelijk gehouden kan worden, dan is de heffings- en invorderingsrente eerst verschuldigd met ingang van de dag na het verstrijken van de betalingstermijn van de aansprakelijkheidschuld.

3.4 De Ontvanger heeft zijn recht verwerkt om [gedaagde] aansprakelijk te houden. Welke activiteiten Europool ontplooide en de wijze waarop, was immers al geruime tijd, in ieder geval vanaf 1993/1994, bij de belastingdienst bekend. De belastingdienst heeft verzuimd Europool tijdig aan te slaan. Indien eerder actie was ondernomen, dan zou Europool eerder haar activiteiten hebben beëindigd zodat [gedaagde] in de jaren 1995 en 1996 geen gebruik zou hebben gemaakt van Europools diensten.

3.5 De agrarische sector in Nederland verkeert in moeilijkheden, zo ook de onderneming van [gedaagde]. [gedaagde] zal de bedragen die de Ontvanger wenst te ontvangen niet kunnen dragen. Invordering zal de nekslag voor de onderneming betekenen.

4 Beoordeling van het geschil

4.1 Als meest verstrekkend verweer heeft [gedaagde] aangevoerd, als onder 3.4 weergegeven, dat de Ontvanger zijn invorderingsrecht jegens [gedaagde], wat daar verder van zij, heeft verwerkt.

Dit betoog gaat niet op. Allereerst wordt daarmee miskend dat [gedaagde] jegens Europool een eigen verantwoordelijkheid heeft. Voorts wordt daarmee miskend dat het onderzoek naar Europool veelomvattend, langdurig en diepgravend is geweest, waarbij tevens internationale aspecten zijn onderzocht en meerdere instanties betrokken zijn geweest. Vervolgens is een onderzoek ingesteld naar de ondernemingen (volgens niet weersproken opgaaf van de Ontvanger circa 140) die van de diensten van Europool gebruik hebben gemaakt. Dat daarmee eveneens enige tijd is gemoeid, is, mede gelet op de vereiste grondigheid en zorgvuldigheid, niet onredelijk te achten. De Ontvanger heeft gedurende dat onderzoek niets anders gedaan dan het afwachten van de resultaten van dat onderzoek. Dit enkele stilzitten - zo daar al toe geconcludeerd kan worden - of tijdsverloop impliceert niet dat de Ontvanger zijn rechten heeft verwerkt.

4.2 Terecht stelt de Ontvanger dat de vraag of aan Europool naheffingsaanslagen loonheffing/omzetbelasting konden worden opgelegd niet in deze procedure aan de orde kan komen omdat de beslissing daarover aan de belastingrechter is. Deze zal zich daarover moeten uitlaten in de procedure die is gevolgd op de namens Europool tegen de aanslagen ingediende bezwaarschriften en de daaropgevolgde afwijzende beschikkingen van de Inspecteur. Aan het in deze procedure door [gedaagde] gevoerde verweer zal dan ook worden voorbijgegaan.

4.3 Vaststaat dat [Y] als bestuurder/leidinggevende van Europool, alsmede zijn familieleden, onherroepelijk door het gerechtshof is veroordeeld voor, kort gezegd, belastingfraude en deelneming aan een criminele organisatie, aan welke veroordeling een grondig onderzoek, door de onder 1.1 genoemde instanties en door het hof, is voorafgegaan naar de handelwijze van Europool en de daaraan gelieerde organisaties en/of personen. Blijkens de door de Ontvanger bij repliek weergegeven passages uit het arrest van het gerechtshof heeft het hof geconcludeerd dat er sprake was van een dienstbetrekking tussen Europool als werkgever en de Poolse arbeiders als werknemers, waarbij het hof onder 1.10 van haar arrest heeft overwogen dat, blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, een van de doelstellingen van Europool was de ter beschikkingstelling van arbeidskrachten.

4.4 De Ontvanger heeft voorts meerdere verklaringen van bij Europool en daaraan gelieerde organisaties werkzame personen en van Poolse arbeiders overgelegd, waaruit blijkt dat de arbeiders via Europool bij diverse tuinbouwondernemingen te werk werden gesteld, dat de tuinders daarvoor uurlonen betaalden, dat de arbeiders daarvoor (lagere) uurlonen ontvingen en dat het verschil daartussen bij Europool c.s. terechtkwam. Uit deze verkla-ringen blijkt voorts dat de koop-/verkoopovereenkomsten, waarbij gewassen e.d. werden verkocht aan en teruggekocht van een spolka, schijn-constructies waren. In dat kader kan worden vastgesteld dat [gedaagde] weliswaar een ondertekend afschrift van een dergelijke overeenkomst heeft overgelegd doch zij heeft nagelaten andere bescheiden in het geding te brengen, zoals bewijzen van betaling van en aan een spolka, al dan niet in de vorm van "promessen", waaruit zou kunnen worden afgeleid dat die overeenkomsten daadwerkelijk inhoud hadden. [gedaagde] heeft daarentegen niet voldoende gemotiveerd weersproken dat zij wel (aanzienlijke) betalingen als weergegeven onder 1.6 heeft gedaan aan Europool. Een adequate verklaring daarvoor is niet gegeven.

4.5 Het daadwerkelijk bestaan van de gestelde wederpartijen, de spolka's [naam spolka 1] en [naam spolka 2] kan evenmin worden aangenomen. Uit de door de Ontvanger in het geding gebrachte rapportages blijkt dat deze weliswaar bij notariële akte zijn opgericht, zoals [gedaagde] heeft gesteld, doch tevens dat deze niet zijn ingeschreven bij de Poolse bedrijfsvereniging en evenmin voorkomen bij de plaatselijke belastingdienst. [gedaagde] heeft voorts niet bestreden de constatering van de belastingdienst dat de spolka's zijn opgericht in opdracht van Europools bestuurder [Y].

Ten aanzien van de administratie en de bankrekeningen van de spolka's geldt het volgende. [gedaagde] heeft niet weersproken dat de administratie van de twee genoemde spolka's werd gedaan door Prima Team, een aan Europool gelieerde organisatie. Uit de rapportage van de belastingdienst d.d. 25 maart 1999 blijkt voorts dat op naam van de spolka [naam spolka 2] een bankrekening was geopend, waarvoor [X] als enige gemachtigd was en waarvan de rekeningafschriften moesten worden gezonden naar Europool. Ten aanzien van de spolka [naam spolka 1] geldt dat in Oostenrijk een bankrekening in de vorm van een Nederlandse guldensrekening werd aangehouden, waarbij in de hier relevante periode ook Europool en haar postbus als toezendadres gold. Ook ten aanzien van deze rekening geldt dat [X] tekeningsbevoegd was. Uit het rapport blijkt voorts dat bij Europool althans bij Prima Team werd beschikt over een handtekening van [X] op een papiertje en dat die werd gebruikt om bancaire betalingen te kunnen doen. Verder blijkt dat de bankrekeningen werd gebruikt om aan de Poolse arbeiders betalingen te doen, waarbij (in de Poolse taal) werd vermeld: "reis- en verblijfkostenvergoeding". [gedaagde] heeft deze bevindingen niet bestreden, zodat [X] als stroman moet worden betiteld. Derhalve moet worden aangenomen dat, naast de Poolse arbeiders, ook de bankrekeningen onder volledige controle van Europool stonden en dat arbeiders feitelijk door Europool werden betaald. Aldus wordt hiermee bevestigd de juistheid van de stelling dat een spolka in werkelijkheid een schijnconstructie was.

4.6 Daarbij komt dat [Z] (directeur/groot-aandeelhouder van [gedaagde]) blijkens productie 19 bij repliek in het bijzijn van zijn accountant jegens een controle-ambtenaar van GAK Nederland heeft erkend dat hij de afspraken omtrent de inzet van de arbeiders met Europool maakte, dat verder alles door Europool werd geregeld en Europool toezicht hield. Op de vraag of door of namens [gedaagde] rechtstreeks loonbetalingen, kostenvergoedingen of voorschotten werden betaald, heeft [Z] geantwoord: "Alleen voorschotten aan Europool". Dit is in overeenstemming met de constatering van de belastingdienst als bedoeld onder 1.6. Tevens heeft [gedaagde] zich bij onder 1.8 bedoelde brief van 4 oktober 2000 op het standpunt heeft gesteld dat zij ten aanzien van de inlening van arbeidskrachten van Europool is uitgegaan dat Europool een betrouwbaar bedrijf was die haar (wettelijke) verplichtingen voldeed. Noch bij voornoemde erkenning noch bij de onder 1.8 genoemde brief wordt gewag gemaakt van de rol en betekenis van de spolka's.

4.7 Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde] haar verweer ten processe niet kon beperken tot betwistingen zonder daarbij bescheiden in het geding te brengen waaruit de juistheid daarvan kon worden afgeleid. Haar verweer dient dan ook als onvoldoende onderbouwd te worden gepasseerd. Aan een opdracht conform het door haar - overigens in te algemene bewoordingen - gedane bewijsaanbod komt de rechtbank dan ook niet toe.

4.8 Het voorgaande brengt met zich dat, nu [gedaagde] niet heeft bestreden niet voldaan te hebben aan de op haar rustende verplichtingen als weergegeven onder 2.1, zij ingevolge het bepaalde bij artikel 34 Inv. hoofdelijk aansprakelijk is voor de loonheffing /premies volksverzekeringen en omzetbelasting die Europool aan de Ontvanger verschuldigd is vanwege de werkzaamheden van de aan [gedaagde] uitgeleende arbeiders.

4.9 Ten aanzien van de heffingsrente geldt dat deze krachtens artikel 30f Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in rekening kan worden gebracht wanneer een naheffings-aanslag wordt opgelegd vanwege het feit dat geen of te weinig loon- en omzetbelasting is aangegeven. Gelet op het voorgaande, in het bijzonder hetgeen onder 4.8 is overwogen, kan niet worden volgehouden dat aan [gedaagde] terzake geen verwijt valt maken. Er bestaan dan ook geen termen om [gedaagde] niet voor de heffingsrente aansprakelijk te houden. Ingevolge het tweede lid van artikel 32 Inv. strekt de aansprakelijkheid van [gedaagde] tevens uit tot de invorderingsrente nu, zoals overwogen, het belopen daarvan mede aan [gedaagde] is te wijten. Ook dit verweer van [gedaagde] dient derhalve te worden gepasseerd. De omstandigheid dat de naheffingsaanslagen pas geruime tijd na 1995 en 1996 zijn opgelegd, maakt dat niet anders; aan het vaststellen van de aanslagen is een uitvoerig en diepgravend onderzoek voorafgegaan, hetgeen, gezien de achtergronden, bezwaarlijk aan de Ontvanger kan worden tegengeworpen.

4.10 Tenslotte, [gedaagde]s verweer dat handhaving van de aanslagen leidt tot ondergang van de onderneming kan evenmin iets afdoen aan haar aansprakelijkheid, reeds op de grond dat voor die stelling iedere onderbouwing ontbreekt.

4.11 De slotsom is dat de vordering van de Ontvanger toewijsbaar is, zij het, nu [gedaagde] op de voet van artikel 50 Inv. bezwaar heeft gemaakt tegen de naheffingsaanslagen, als nader in het dictum te melden.

4.12 [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld, met toepassing van tarief IV van het liquidatietarief.

BESLISSING

De rechtbank verklaart voor recht dat [gedaagde] ingevolge artikel 34 Inv. aansprakelijk is voor de loon- en omzetbelastingschulden van Europool, voor zover [gedaagde] daarvoor bij beschikking van 14 juli 2000 aansprakelijk is gesteld à fl. 172.475,-- voor loonheffing en fl. 22.452,-- voor omzetbelasting (beide inclusief hefffingsrente) derhalve in totaal fl. 194.927,--, verhoogd met invorderingsrente vanaf 31 maart 1998 tot de dag der algehele voldoening, althans voor het bedrag dat in de procedure ex artikel 50 Inv. tussen de Ontvanger en [gedaagde] wordt vastgesteld.

[gedaagde] wordt veroordeeld in de kosten van de procedure. Deze kosten worden, voor zover tot op heden aan de zijde van de Ontvanger gevallen, bepaald op fl. 3.820,--.

De kostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.F. Boele, en in het openbaar uitgesproken op woensdag 31 oktober 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.