Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2022:61

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
07-01-2022
Datum publicatie
13-01-2022
Zaaknummer
AWB- 21_4098
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

21/4098

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 21/4098


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 januari 2022 in de zaak van

[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser.

Procesverloop

Eiser heeft vanaf 2005 diverse overheidsinstanties benaderd betreffende gestelde onrechtmatige handelingen jegens hem en/of zijn kinderen. Verzoeken om daarnaar onderzoek in te stellen, onder meer door de Nationale Ombudsman, zijn afgewezen.

Eiser heeft op 12 maart 2021 de burgemeester van de gemeente Tilburg verzocht om ontvangen en gehoord te worden inzake de – volgens eiser – jarenlange onrechtmatige handelingen gepleegd vanuit het Veiligheidshuis [plaatsnaam] . Bij brief van 23 maart 2021 heeft de burgemeester aangegeven geen aanleiding te zien om een nader onderzoek in te stellen.

Op 29 juni 2021 heeft eiser een petitie ingediend bij de burgemeester van [plaatsnaam] met het verzoek om een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de handelingen van de organisaties die zijn aangesloten bij het Veiligheidshuis [plaatsnaam] . Op deze petitie is geen reactie ontvangen.

Eiser heeft op 21 september 2021 de rechtbank verzocht om het college van Burgemeester & Wethouders van de gemeente [plaatsnaam] , het Openbaar Ministerie parket Breda en het ministerie van Justitie en Veiligheid op te dragen een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de handelingen van de organisaties die zijn aangesloten bij het Veiligheidshuis [plaatsnaam] , slachtoffers te laten horen en een advies uit te brengen, het advies uit te voeren en schade te vergoeden.

Overwegingen

Omdat de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is.

Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank. Dit staat in artikel 8:1 van de Awb.

In artikel 1:3, eerste lid, van de Awb staat uitgelegd wat onder een besluit wordt verstaan. Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Bij de door eiser overgelegde stukken bevindt zich geen besluit in de zin van de Awb. De rechtbank stelt vast dat het beroep van eiser dan ook niet is gericht tegen een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit in de zin van de Awb. De rechtbank merkt daarnaast op dat ook voor het verzoek van eiser een publiekrechtelijke grondslag ontbreekt.

De rechtbank is dan ook kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van C.A.F. Kalb, griffier, op 7 januari 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.