Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2022:4692

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
12-08-2022
Datum publicatie
15-08-2022
Zaaknummer
AWB- 22_3463 VV
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verlenen omgevingsvergunning voor kleinschalige catering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 22/3463


uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 augustus 2022 in de zaak tussen

[naam verzoeker 1] en [naam verzoeker 2] , uit [woonplaats verzoekers] verzoekers

(gemachtigde: mr. M.P. Wolf),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarle-Nassau, verweerder.

Als derde-partij neemt aan het geding deel [naam vergunninghouder] te [woonplaats vergunninghouder] .

Procesverloop

In het besluit van 16 juni 2022 (bestreden besluit) heeft het college een omgevingsvergunning aan [naam vergunninghouder] verleend voor het starten van een cateringbedrijf aan huis op het adres [adres vergunninghouder] te [woonplaats vergunninghouder] .

Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Op grond van de stukken gaat de voorzieningenrechter daarbij uit van de volgende feiten en omstandigheden.

2. Verzoekers wonen op het adres [adres verzoekers] te [woonplaats verzoekers] . Op het naastgelegen perceel [adres vergunninghouder] te [woonplaats vergunninghouder] wordt een cateringbedrijf geëxploiteerd onder de naam ‘ [naam cateringservice] ’. De percelen [adres verzoekers] en [adres vergunninghouder] zijn deels op Belgisch grondgebied en deels op Nederlands grondgebied gelegen.

3. Verzoekers hebben op 6 november 2021 een handhavingsverzoek ingediend, vanwege mogelijke strijdigheden met het bestemmingsplan, het omgevingsrecht of de vergunningvoorschriften op [adres vergunninghouder]

Op 16 maart 2022 heeft het college verzoekers bericht dat het de situatie heeft onderzocht en dat het heeft geconcludeerd dat de catering aan huis in strijd is met het geldende bestemmingsplan. Het college heeft daarbij aangegeven dat het voornemens is om een last onder dwangsom op te leggen.

Vervolgens heeft [naam vergunninghouder] een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor kleinschalige catering op het adres [adres vergunninghouder] te [woonplaats vergunninghouder] .

Bij het bestreden besluit heeft het college een omgevingsvergunning aan [naam vergunninghouder] verleend voor de activiteit ‘gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan’.

4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als ‘onverwijlde spoed’ dat vereist.

Van onverwijlde spoed is sprake, wanneer een besluit onomkeerbare gevolgen heeft en een besluit op (in dit geval) het bezwaar niet kan worden afgewacht.

5. Verzoekers stellen dat zij dagelijks ernstige overlast ondervinden van de cateringactiviteiten op het perceel [adres vergunninghouder] . Met name ondervinden zij geur- en rookhinder van de dagelijks gebruikte barbecue. De geur- en rookoverlast is dusdanig dat zij vrezen voor hun gezondheid. Zij vrezen ook voor brandoverslag bij brand. Daarnaast ondervinden zij parkeer-, verkeers- en geluidhinder van de bezorg- en afhaaldiensten.

6. De voorzieningenrechter ziet in het door verzoekers gestelde belang geen reden voor het treffen van een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de door verzoekers gestelde overlast al langere tijd bestaat. Immers, zij hebben op 6 november 2021 hun handhavingsverzoek ingediend.

Van onomkeerbare gevolgen van het bestreden besluit is geen sprake. De verleende omgevingsvergunning vergunt het (al langer bestaande) planologisch strijdig gebruik. Het gebruik maken door [naam vergunninghouder] van de verleende omgevingsvergunning leidt niet tot onomkeerbare handelingen, zoals dat bijvoorbeeld bij het slopen van een pand of het kappen van een boom wel het geval is. Van de gestelde overlast, hoe vervelend die ook voor verzoekers is, kan niet worden gezegd dat er sprake is van onomkeerbaarheid. Ook hebben verzoekers niet onderbouwd dat de overlast (geuroverlast, ongedierte, brandgevaar, parkeer- verkeers- en geluidhinder) zodanig is, dat zij om die reden niet het besluit op bezwaar kunnen afwachten. De voorzieningenrechter gaat er daarbij vanuit dat een besluit op het bezwaar binnen afzienbare tijd kan worden genomen. De behandelend ambtenaar van de gemeente Baarle-Nassau heeft desgevraagd telefonisch medegedeeld dat het bezwaar naar verwachting op 17 oktober 2022 op een hoorzitting kan worden behandeld.

Voorts geldt dat verzoekers de voorzieningenrechter hebben verzocht om de verleende omgevingsvergunning te schorsen. Het schorsen van de omgevingsvergunning zou de gestelde overlast echter niet wegnemen. Daarvoor is handhavend optreden door het college nodig of medewerking van [naam vergunninghouder] om geen cateringactiviteiten te ontplooien op het perceel [adres vergunninghouder] tot er op het bezwaarschrift is beslist. De voorzieningenrechter is van oordeel dat een dergelijke voorlopige voorziening in dit geval – mede gelet op wat hiervoor al over het spoedeisend karakter is overwogen – een te verstrekkende voorziening zou zijn.

7. Alles overziend is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoekers een besluit op hun bezwaarschrift kunnen afwachten. Het belang van verzoekers bij het treffen van een voorlopige voorziening weegt in dit geval niet op tegen het belang van [naam vergunninghouder] om, tot er op het bezwaarschrift van verzoekers is beslist, de vergunde kleinschalige cateringactiviteiten te kunnen voorzetten.

8. De voorzieningenrechter merkt tot slot nog op dat de voornaamste bezwaargrond lijkt te zijn dat de cateringactiviteiten op het perceel [adres vergunninghouder] niet zo kleinschalig zijn als dat [naam vergunninghouder] het in zijn aanvraag heeft doen voorkomen. Het college dient echter te beslissen op de aanvraag zoals deze is ingediend. Het is daarbij niet aan het bevoegd gezag om te beoordelen of de aangevraagde situatie afwijkt van de op dat moment bestaande feitelijke situatie. Voor zover [naam vergunninghouder] met zijn cateringactiviteiten afwijkt van de aan hem verleende vergunning, kan daar wel handhavend tegen worden opgetreden, maar dat valt buiten de omvang van deze procedure.

9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2022.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.