Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2022:4618

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16-08-2022
Datum publicatie
19-08-2022
Zaaknummer
BRE-22-1326
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Vereenvoudigde behandeling
Inhoudsindicatie

8:54, beroep niet-ontvankelijk wegens het niet overleggen van een juiste machtiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht

zaaknummers: BRE 22/1326


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 augustus 2022 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebende,

(gesteld gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),

en

De heffingsambtenaar van de gemeente Etten-Leur, de heffingsambtenaar.

Procesverloop

De gesteld gemachtigde heeft tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 2 maart 2022 (de uitspraak op bezwaar) beroep ingesteld. Het beroep ziet op de bij beschikking krachtens de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde van het pand [adres] met aanslagnummer [aanslagnummer] .

Overwegingen

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.

Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.

De gesteld gemachtigde heeft bij het beroepschrift geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is beroep in te stellen namens belanghebbende. De rechtbank heeft bij brief van 7 maart 2022 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Dit verzoek is herhaald bij aangetekende brief van 2 mei 2022 met een laatste termijn van twee weken.

Bij brief van 9 mei 2022 wordt een machtiging overgelegd zonder de naam van de ondertekenende persoon, waardoor niet vast te stellen is wie de machtiging heeft verstrekt.

De griffier heeft de gesteld gemachtigde bij aangetekende brief van 22 juni 2022 nogmaals de mogelijkheid geboden om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgehaald op een afhaallocatie van PostNL.

De gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn geen (juiste) machtiging ingediend. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

De gesteld gemachtigde heeft tevens verzocht om een vergoeding van immateriƫle schade wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn. Omdat de redelijke behandeltermijn in eerste aanleg niet is overschreden, wijst de rechtbank dit verzoek af.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- wijst het verzoek om vergoeding van immateriƫle schade af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 16 augustus 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier, De rechter,

(De rechter is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.)

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.