Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2022:4202

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
07-07-2022
Datum publicatie
28-07-2022
Zaaknummer
C/02/394330 JERK 22-172
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank oordeelt dat het de moeder niet is gelukt om haar leven te stabiliseren en betrouwbaar en beschikbaar te zijn, waardoor zij niet in staat is om de verantwoordelijkheid te dragen voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Rechtbank overweegt dat zij het perspectiefbesluit van de GI, inhoudende dat het perspectief van de minderjarige niet bij de moeder is gelegen, kan volgen en verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor de resterende duur van de ondertoezichtstelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummers : C/02/394330 / JE RK 22-172

Datum uitspraak: 7 juli 2022

Nadere beschikking van de meervoudige kamer van de rechtbank over een verlenging machtiging uithuisplaatsing

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

gevestigd te Roosendaal,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

betreffende

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 2019 te Breda,

hierna te noemen: [voornaam] .

De rechtbank merkt als belanghebbenden in deze zaak aan:

[moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. P.F.M. Gulickx te Breda,

[naam] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

DE PLEEGMOEDER,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het (verdere) procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de beschikking van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 24 maart 2022;

  • -

    de briefrapportage van de GI van 10 juni 2022, met bijlagen;

  • -

    de brief van mr. Gulickx van 15 juni 2022, met bijlagen.

Op 21 juni 2022 heeft de meervoudige kamer van de rechtbank de zaak, met gesloten deuren, nader mondeling behandeld.

Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen en gehoord:

  • -

    mr. Gulickx, namens de moeder;

  • -

    de pleegmoeder;

  • -

    een vertegenwoordigster van de GI.

Aangezien de vader niet betrokken is in het leven van [voornaam] , is hij niet opgeroepen voor de mondelinge behandeling.

De rechtbank constateert dat de moeder niet in persoon is verschenen. Bij aanvang van de mondelinge behandeling heeft mr. Gulickx aangegeven dat de moeder vanwege ziekte niet in staat is om fysiek deel te nemen aan de mondelinge behandeling. Gelet hierop, heeft mr. Gulickx primair verzocht om de mondelinge behandeling aan te houden tot een nader te bepalen dag en tijdstip, zodat de moeder wel fysiek bij de mondelinge behandeling aanwezig kan zijn. Subsidiair heeft mr. Gulickx verzocht of de moeder telefonisch kan deelnemen aan de mondelinge behandeling.

Namens de GI is de betrokken jeugdbeschermer verschenen. De jeugdbeschermer heeft bezwaar gemaakt tegen het verzoek van de moeder tot uitstel van de mondelinge behandeling, omdat zij binnenkort met zwangerschapsverlof gaat en zij het van belang vindt om in deze zaak zelf het woord te voeren en de zaak niet over te moeten dragen aan een collega.

De pleegmoeder heeft ook bezwaar gemaakt tegen het verzoek van de moeder tot uitstel van de mondelinge behandeling, omdat zij vrij heeft moeten regelen bij haar werkgever om de mondelinge behandeling bij te wonen en zij het bezwaarlijk vindt om dat nogmaals te moeten doen.

De rechtbank vindt het, gehoord de aanwezigen, niet in het belang van [voornaam] om de zaak aan te houden tot een nader te bepalen dag en tijdstip, omdat zij het gezien de complexiteit van deze zaak van belang vindt dat de betrokken jeugdbeschermer van de GI bij de mondelinge behandeling aanwezig is. Daarnaast is het met het oog op het zittingsrooster van de rechtbank en de aflooptermijn van de huidige machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam] , te weten 10 juli 2022, niet mogelijk om tijdig een nadere mondelinge behandeling te plannen bij de meervoudige kamer van de rechtbank. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om toe te staan dat de moeder telefonisch zal deelnemen aan de mondelinge behandeling, omdat de vorige keer dat de moeder telefonisch is gehoord de mondelinge behandeling daardoor niet goed is verlopen. De telefonische verbinding was namelijk slecht en is voortijdig verbroken, waarna de moeder niet meer bereikbaar was. De rechtbank zal de verzoeken van de moeder om de zaak aan te houden dan wel haar telefonisch te horen daarom afwijzen. De rechtbank betrekt hierbij dat mr. Gulickx wel fysiek aanwezig is tijdens de mondelinge behandeling, hij de zaak met de moeder heeft voorbesproken en zich in staat acht om de moeder tijdens de mondelinge behandeling te vertegenwoordigen. Gelet hierop, heeft de rechtbank de mondelinge behandeling buiten aanwezigheid van de moeder voortgezet.

De feiten

De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over [voornaam] uit.

Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 10 september 2020 is [voornaam] onder toezicht van de GI gesteld met ingang van 10 september 2020 tot 10 september 2021. Daarnaast is bij die beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 10 september 2020 tot 10 januari 2021. Het resterende deel van het verzoek tot uithuisplaatsing van [voornaam] is aangehouden.

Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 5 januari 2021 is het resterende deel van het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam] , na intrekking daarvan door de GI, afgewezen.

Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 26 januari 2021 is met spoed, te weten zonder daaraan voorafgaand horen van partijen, een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 26 januari 2021 tot 16 februari 2021. Deze maatregel is nadien steeds verlengd.

Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 6 september 2021 is de ondertoezichtstelling van [voornaam] verlengd tot 10 september 2022. Daarnaast is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 10 maart 2022.

Bij beschikking van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 24 maart 2022 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam] in een voorziening voor pleegzorg laatstelijk verlengd tot 10 juli 2022. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden tot de mondelinge behandeling op 21 juni 2022.

Op grond van laatstgenoemde beschikking verblijft [voornaam] bij de pleegmoeder.

Het verzoek

Aan de orde is nog het verzoek van de GI, uitvoerbaar bij voorraad, om de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de resterende duur van de ondertoezichtstelling, te weten met ingang van 10 juli 2022 tot 10 september 2022.

De standpunten

Bij voormelde brief van 10 juni 2022 en tijdens de mondelinge behandeling, heeft de GI het resterende deel van het verzoek gehandhaafd. De GI heeft daartoe aangevoerd, kort samengevat, dat de moeder, ondanks dat de GI na de vorige mondelinge behandeling nogmaals duidelijk op schrift heeft gesteld waar de moeder aan moet voldoen om uitbreiding van de contacten met [voornaam] en thuisplaatsing mogelijk te maken, geen vooruitgang heeft geboekt met betrekking tot het stabiliseren van haar leven. In tegenstelling tot wat de moeder tijdens de vorige mondelinge behandeling heeft aangegeven, beschikt de moeder nog steeds niet over een eigen vaste woon- of verblijfplaats en een auto, en staat zij niet ingeschreven bij een gemeente. Zij heeft aan de GI ook geen gegevens doorgestuurd van de psycholoog en de huisarts en zij heeft geen afspraak voor [voornaam] gemaakt bij het ziekenhuis. Daarnaast is de moeder meermaals niet verschenen op afspraken met de GI en is het de GI niet gelukt om voorafgaand aan de mondelinge behandeling contact te hebben met de moeder. Ook zijn er in de afgelopen periode meerdere zorgmeldingen ontvangen met betrekking tot geweld en middelengebruik van de moeder. Het lukt de moeder ten slotte niet altijd om op tijd aanwezig te zijn bij de omgangsmomenten met [voornaam] en daar een goede invulling aan te geven. Bij de pleegmoeder ontwikkelt [voornaam] zich volgens de GI momenteel goed en leeftijdsadequaat. Over de stelling van de advocaat dat de moeder zich inmiddels heeft aangemeld bij Centraal Onthaal, stelt de GI dat zij kort voorafgaand aan de mondelinge behandeling contact heeft gehad met Centraal Onthaal, maar dat de moeder daar niet bekend is.

Gelet op het voorgaande, is de GI van mening dat thuisplaatsing van [voornaam] op dit moment niet haalbaar is. De GI heeft ook niet de verwachting dat de moeder binnen een afzienbare termijn in staat zal zijn om wel aan de gestelde voorwaarden voor thuisplaatsing te voldoen. De GI verzoekt daarom aan de rechtbank om te bepalen dat het perspectief van [voornaam] , de plaats waar hij zal opgroeien, niet bij de moeder is gelegen. Het is echter nog onduidelijk waar zijn perspectief wel is gelegen. In de komende periode zal de GI aan de Raad voor de Kinderbescherming verzoeken om onderzoek te verrichten naar de noodzaak van een verderstrekkende maatregel alsmede naar het perspectief van [voornaam] .

Namens de moeder is verzocht, kort samengevat, om het verzoek van de GI om te bepalen dat het perspectief van [voornaam] niet bij de moeder is gelegen aan te houden en de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam] te verlengen voor een beperkte duur, met als doel het toewerken naar thuisplaatsing van [voornaam] bij de moeder. Volgens haar advocaat is de moeder van goede wil. Zij is druk bezig om een stabiele thuissituatie te creëren. Op de camping heeft de moeder helaas geen woonruimte kunnen krijgen. Op dit moment verblijft zij dan ook ergens anders. Zij is wel in overleg met Traverse en Centraal Onthaal om te kunnen doorstromen naar een eigen woning. Aangezien het nog onduidelijk is binnen welke termijn de moeder kan doorstromen naar een woning, refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de beslissing op het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam] . De moeder wil nog steeds dat haar een kans wordt geboden om te werken aan het thuisplaatsen van [voornaam] . De moeder betwist dat er bij haar sprake is van middelengebruik tijdens of rondom de omgangsmomenten met [voornaam] . Daarnaast vindt de moeder de huidige omgangsregeling, waarbij zij slechts eenmaal per week gedurende anderhalf uur contact heeft met [voornaam] , te mager.

De pleegmoeder heeft aangegeven, kort samengevat, dat [voornaam] zich goed ontwikkelt. Ook vindt hij het leuk om naar het kinderdagverblijf te gaan op de dagen dat de pleegmoeder werkt.

De nadere beoordeling

De rechtbank verwijst naar de inhoud van haar beschikking van 24 maart 2022. Hierbij is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam] laatstelijk verlengd tot 10 juli 2022, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek. Aangezien er bij de moeder sprake leek te zijn van positieve ontwikkelingen, heeft de rechtbank haar de kans gegeven om die ontwikkelingen voort te zetten en te laten zien dat haar eigen leven voldoende is gestabiliseerd, zij betrouwbaar en beschikbaar is en zij in staat is om de verantwoordelijkheid te dragen voor de verzorging en opvoeding van [voornaam] . De rechtbank heeft daarnaast aan de GI verzocht om voor de moeder op korte termijn duidelijk op schrift te stellen wat er van de moeder wordt verwacht om de contacten tussen haar en [voornaam] uit te breiden in frequentie en duur, en wat er nodig is voor het thuisplaatsen van [voornaam] bij de moeder.

Uit de overgelegde stukken en wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken, blijkt dat de moeder, in tegenstelling tot wat zij tijdens de vorige mondelinge behandeling heeft toegezegd, nog steeds niet beschikt over een vaste woon- of verblijfplaats, zij niet staat ingeschreven bij een gemeente en zij geen eigen auto (of een andere betrouwbare vorm van vervoer) heeft. Hoewel de GI kort na afloop van de vorige mondelinge behandeling nogmaals duidelijk voor de moeder op schrift heeft gesteld wat er van haar wordt verwacht om uitbreiding van de contacten met [voornaam] en zijn thuisplaatsing mogelijk te maken, is bovendien gebleken dat de moeder meerdere afspraken niet is nagekomen, zij onvoldoende bereikbaar is (geweest) voor de GI en de hulpverlening en zij niet altijd (tijdig) aanwezig is geweest tijdens de omgangsmomenten met [voornaam] . Tijdens de omgangsmomenten lukte het de moeder bovendien niet altijd om daar een goede invulling aan te geven. Het is de moeder ook niet gelukt om aan de GI gegevens door te geven van de psycholoog en de huisarts bij wie zij onder behandeling zou zijn en om afspraken te maken voor [voornaam] bij het ziekenhuis. Ook zijn er in de afgelopen periode meerdere zorgmeldingen ontvangen met betrekking tot geweld en middelengebruik van de moeder. Het voorgaande heeft ertoe geleid dat er in de afgelopen periode niet kon worden gewerkt aan het uitbreiden van de contacten tussen de moeder en [voornaam] en evenmin aan thuisplaatsing van [voornaam] .

De rechtbank overweegt, gelet op het voorgaande, dat zij bij voornoemde beschikking van 24 maart 2022 uitvoerig uiteen heeft gezet aan welke (basis)voorwaarden de moeder moet voldoen om uitbreiding van de contacten met [voornaam] en zijn eventuele thuisplaatsing mogelijk te maken. Hoewel de rechtbank benadrukt dat de moeder enkel goede bedoelingen heeft en zij het beste wil voor [voornaam] , is gebleken dat het haar helaas niet lukt om haar leven te stabiliseren en betrouwbaar en beschikbaar te zijn voor [voornaam] . In die situatie, zeker nu [voornaam] vanwege zijn jonge leeftijd nog volledig afhankelijk is van zijn opvoeder(s), is het naar het oordeel van de rechtbank onverantwoord om toe te werken naar het thuisplaatsen van [voornaam] dan wel naar het uitbreiden van de contacten tussen de moeder en [voornaam] . Aangezien het de moeder in de afgelopen periode niet is gelukt om te profiteren van de hulpverlening, waarbij de zorgen over haar (opvoed)situatie met betrekking tot politiecontacten en middelengebruik zelfs zijn vergroot, is de rechtbank, met de GI, van oordeel dat ook niet de verwachting bestaat dat de (opvoed)situatie van de moeder binnen afzienbare termijn voldoende zal verbeteren.

De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat zij het perspectiefbesluit van de GI, inhoudende dat het perspectief van [voornaam] niet bij de moeder is gelegen, op dit moment kan volgen. De rechtbank is voorts van oordeel dat uithuisplaatsing nog steeds in het belang van de verzorging en opvoeding van [voornaam] noodzakelijk is, waarmee is voldaan aan de wettelijke vereisten voor het verlengen van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam] als bedoeld in artikel 1:265c van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang gelezen met artikel 1:265b BW. De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen en de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam] in een voorziening voor pleegzorg verlengen voor de resterende duur van de ondertoezichtstelling, te weten met ingang van 10 juli 2022 tot 10 september 2022.

De rechtbank zal de beslissing, gelet op de aard daarvan, uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de GI. Dat betekent dat de beslissing alvast moet worden gevolgd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing.

In de komende periode zal de GI aan de Raad voor de Kinderbescherming verzoeken om een onderzoek in te stellen naar de noodzaak van een verderstrekkende maatregel. De rechtbank vindt het van belang dat voornoemd onderzoek voortvarend zal worden opgepakt.

De beslissing

De rechtbank:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 10 juli 2022 tot 10 september 2022;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2022 door mr. Phillips, voorzitter, mr. Toekoen en mr. Pellikaan, allen kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. Wallerbos als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.