Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2022:3852

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
14-07-2022
Datum publicatie
14-07-2022
Zaaknummer
02-102503-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Gewoonte maken van bezit, vervaardigen en verspreiden van kinderporno gedurende een langere periode. Maximale taakstraf en een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, met bijzondere voorwaarden. Controle gegevensdragers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 02-102503-21

vonnis van de meervoudige kamer van 14 juli 2022

in de strafzaak tegen

[Verdachte] ,

geboren op [Geboortedag] 1983 te [Geboorteplaats]

wonende te [Adres]

raadsman mr. R.E. Drenth, advocaat te Breda.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 juni 2022, waarbij de officier van justitie, mr. P.W.P. Emmen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

  1. in de periode van 1 januari 2013 tot en met 4 februari 2021 een gewoonte heeft gemaakt van het verspreiden van, maken van, zich toegang verschaffen tot en/of in bezit hebben van kinderporno;

  2. (primair) in de periode van 1 januari 2020 tot en met 4 februari 2021 seksuele foto's en video's van een of meer personen heeft gemaakt zonder medeweten of toestemming van die persoon of personen en/of dergelijke foto’s en video’s in zijn bezit heeft gehad zonder medeweten of toestemming van die persoon of personen;

of

(subsidiair) in de periode van 1 oktober 2013 tot en met 4 februari 2021 heimelijke opnames heeft gemaakt van minderjarige meisjes.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en onder 2 primair ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de bewijsmiddelen in het dossier. Ten aanzien van feit 1 kan het bezit van kinderporno worden bewezen in de ten laste gelegde periode, gelet op de datum waarop directories zijn aangemaakt en waarin (verwijderde) kinderporno is aangetroffen en de datum van inbeslagname van de gegevensdragers. Ten aanzien van 208 afbeeldingen die in twee badkamers en twee slaapkamers zijn gemaakt, kan worden bewezen dat verdachte deze heeft vervaardigd en verspreid in de ten laste gelegde periode. Gelet op het aantal afbeeldingen en de lange pleegperiode kan worden bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van dit misdrijf. Ten aanzien van feit 2 kan worden bewezen dat verdachte de 59 foto’s die op zijn GSM zijn aangetroffen en waarvan hij heeft verklaard dat hij ze heimelijk heeft gemaakt, in de ten laste gelegde periode in zijn bezit heeft gehad.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich ten aanzien van feit 1 primair op het standpunt dat niet kan worden vastgesteld welke van de aangetroffen afbeeldingen accessible waren en kinderporno betroffen. Dit betekent dat niet kan worden vastgesteld welke afbeeldingen verdachte in zijn bezit heeft gehad en dat verdachte moet worden vrijgesproken. Subsidiair kan niet worden vastgesteld dat verdachte de afbeeldingen op enig moment in de ten laste gelegde periode in zijn bezit heeft gehad, waardoor eveneens vrijspraak dient te volgen. Meer subsidiair moet vrijspraak volgen omdat de strafbare afbeeldingen als bijvangst zijn binnengekomen en meteen na het bekijken zijn verwijderd. In dat geval is volgens vaste rechtspraak geen sprake van bezit. Ten aanzien van de 97 accessible afbeeldingen geldt dat uit het dossier niet volgt dat deze kinderpornografisch van aard zijn, waardoor ook voor die categorie vrijspraak moet volgen. Ten aanzien van de 208 afbeeldingen die verdachte zelf zou hebben vervaardigd, geldt dat slechts ten aanzien van de 37 foto’s van [Naam 1] kan worden bewezen dat deze kinderpornografisch van aard zijn en dat verdachte deze heeft vervaardigd, waardoor alleen ten aanzien van deze afbeeldingen een bewezenverklaring zou kunnen volgen. Gelet op de beperkte hoeveelheid, is geen sprake van een gewoonte en moet verdachte van dat onderdeel vrijgesproken worden.

Ten aanzien van het feit 2 primair dient vrijspraak te volgen, omdat niet kan worden vastgesteld dat de afbeeldingen in de ten laste gelegde periode zijn vervaardigd en het feit pas strafbaar is sinds januari 2020. Ten aanzien van feit 2 subsidiair wordt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

4.3.2

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Uit het dossier komt naar voren dat op 4 februari 2021 een doorzoeking heeft plaatsgevonden in de woning van verdachte, naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek naar de broer van verdachte. Op grond van de onderzoeksgegevens in de zaak tegen de broer is de verdenking gerezen dat verdachte een strafbaar feit heeft begaan als omschreven in artikel 240b Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Bij de doorzoeking van de woning van verdachte zijn meerdere gegevensdragers in beslag genomen en onderzocht. Op een deel daarvan zijn in totaal 18.449 afbeeldingen (18.278 foto’s en 171 films) aangetroffen die door de politie als kinderpornografisch zijn aangemerkt. Van deze afbeeldingen zijn er volgens de politie in totaal 208 zelf vervaardigd.

Feit 1

Inleiding

De afbeeldingen die bij verdachte zijn aangetroffen, hebben verschillende labels gekregen.

Afbeeldingen met het label accessible zijn afbeeldingen die normaal en zonder speciale software door de gebruiker te benaderen en zichtbaar zijn.

Afbeeldingen met het label deleted zijn afbeeldingen die op het bestandssysteem hebben bestaan, maar inmiddels verwijderd zijn uit de lijst van toegekende bestanden. De afbeeldingen zijn door middel van forensische software geheel of gedeeltelijk hersteld. Deze afbeeldingen zijn niet zichtbaar voor de gebruiker. Het aantreffen van deleted afbeeldingen toont aan dat de gebruiker deze in zijn bezit heeft gehad of zich, door middel van een geautomatiseerd werk, de toegang daartoe heeft verschaft.

Afbeeldingen met het label carved zijn afbeeldingen die niet voor het besturingssysteem toegankelijk zijn, omdat deze afkomstig zijn uit de vrije, overschrijfbare, ruimte van een digitale gegevensdrager. De afbeeldingen zijn door middel van forensische software geheel of gedeeltelijk hersteld. Deze afbeeldingen zijn niet zichtbaar voor de gebruiker. Het aantreffen van carved afbeeldingen toont wel aan dat de gebruiker deze in zijn bezit heeft gehad of zich, door middel van een geautomatiseerd werk, de toegang daartoe heeft verschaft.

Afbeeldingen met het label thumbnail zijn een verkleinde versie van een (verwijderde) foto of scènebeeld van een video, die door een programma of het besturingssysteem automatisch is aangemaakt, bijvoorbeeld bij het bekijken van het origineel. Thumbnails zijn meestal opgeslagen in een speciaal bestand(formaat) en/of -locatie, waardoor zij niet direct zichtbaar zijn voor de gebruiker. Het aantreffen van thumbnail afbeeldingen kan erop duiden dat de gebruiker het origineel in zijn bezit heeft (gehad) of zich, door middel van een geautomatiseerd werk, de toegang daartoe heeft verschaft, maar dit is zonder nadere informatie over de wijze waarop de betreffende thumbnail op de gegevensdrager terecht is gekomen niet noodzakelijk het geval.

Vervaardigen

Uit het dossier komt naar voren dat in totaal 208 afbeeldingen (foto’s) volgens de politie zelf vervaardigd zijn. Dit betreffen 171 foto’s die in twee verschillende badkamers zijn gemaakt en 37 foto’s die in twee verschillende slaapkamers zijn gemaakt. De afbeeldingen in de badkamers zijn aangetroffen op de gegevensdrager [Bestandsnamen] , een zwarte USB-stick met een blauwe streep. De afbeeldingen in de slaapkamers zijn aangetroffen op gegevensdrager [Bestandsnamen] , te weten een GSM van het merk Samsung (GT_I8200N).

- Onbekende badkamer

Op 475 foto’s, die als carved zijn gelabeld, is een deel van een badkamer te zien. De foto’s zijn voorzien van een datum- en tijdstempel van 17 oktober 2013 en 19 oktober 2013. Over de juistheid van deze data kan door de politie geen zekerheid worden gegeven. De beelden lijken vanaf een vaste positie en automatisch als serie te zijn opgenomen. Op een aantal van de afbeeldingen komt een man in beeld die door de politie wordt herkend als verdachte.

Op 149 van de 475 foto’s zijn minderjarige naakte meisjes met een geschatte leeftijd van 8 tot 10 jaar in beeld. Door de politie zijn deze afbeeldingen als kinderpornografisch aangemerkt.

- Badkamer [Straatnaam 1] te Vlissingen
Op 22 foto’s, die als accessible zijn gelabeld, is een deel van een andere badkamer te zien, waarvan uit onderzoek van de politie is gebleken dat dit de badkamer op het adres [Straatnaam 1] , het voormalige woonadres van verdachte, betreft. Hoewel deze 22 afbeeldingen volgens het onderzoek ‘thumbnails’ betreffen, is vast komen te staan dat verdachte deze foto’s heeft vervaardigd in de tenlastegelegde periode en is daarmee de herkomst van de thumbnails op de gegevensdragers voldoende vast komen te staan.

Op deze afbeeldingen zijn minderjarige naakte meisjes met een geschatte leeftijd van 6 tot 8 jaar in beeld. Door de politie zijn deze afbeeldingen als kinderpornografisch aangemerkt.

- Kinderslaapkamer en ouderslaapkamer

Op 18 foto’s, die als accessible zijn gelabeld, is een naakt meisje van vermoedelijk 8 à 10 jaar oud te zien dat in een kinderslaapkamer staat of loopt. Uit onderzoek van de politie is gebleken dat dit een kinderslaapkamer op het adres [Straatnaam 1] betreft.

Op 19 foto’s, die als accessible zijn gelabeld, is een meisje van vermoedelijk 10 à 12 jaar te zien terwijl ze naakt op verschillende bedden ligt. Uit onderzoek van de politie is gebleken dat op 10 van deze 19 foto’s dezelfde kinderslaapkamer is te zien en dat op 9 van deze 19 foto’s het de slaapkamer van verdachte en zijn partner op het adres [Straatnaam 1] betreft.

Uit onderzoek van de politie blijkt dat het meisje op de 37 afbeeldingen in de kinder- en ouderslaapkamer vermoedelijk [Naam 1] , dochter van verdachte, betreft. Door de politie zijn deze 37 afbeeldingen als kinderpornografisch beoordeeld. Hoewel deze 37 afbeeldingen volgens het onderzoek ‘thumbnails’ betreffen, is vast komen te staan dat verdachte deze foto’s in de tenlastegelegde periode heeft vervaardigd en is daarmee de herkomst van de thumbnails op de gegevensdragers voldoende vast komen te staan.

- Verklaring verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij de hiervoor omschreven afbeeldingen tussen de zes en acht jaar geleden heeft gemaakt. Het betroffen afbeeldingen van zijn dochter [Naam 1] en vriendinnetjes van haar, namelijk [Naam 2] , [Naam 3] en [Naam 4] , die hij heimelijk heeft gemaakt. De onbekende badkamer betreft een badkamer bij een [Naam 5] locatie.

Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte de 171 afbeeldingen in twee verschillende badkamers en 37 afbeeldingen in twee verschillende slaapkamers heeft vervaardigd en daarmee ook in bezit heeft gehad. De rechtbank kan niet vaststellen in welke [Naam 5] locatie verdachte de afbeeldingen in de badkamer (waarop naast de dochter van verdachte ook [Naam 4] is te zien) heeft vervaardigd en dus evenmin dat dat in Nederland is gebeurd. Daarom acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de 171 afbeeldingen in twee verschillende badkamers en 37 afbeeldingen in twee verschillende slaapkamers in bezit heeft gehad en (171 minus 149 afbeeldingen) 22 afbeeldingen in een badkamer en 37 afbeeldingen in twee verschillende slaapkamers heeft vervaardigd.

Dit betreffen de volgende afbeeldingen die op de tenlastelegging zijn vermeld:

- tweede gedachtestreepje:

[Bestandsnamen]

Verspreiden

Uit de verklaringen van verdachte en zijn broer en het aangetroffen materiaal op de gegevensdragers van de broer van verdachte, volgt dat verdachte (een deel van) de door hem vervaardigde (hierboven omschreven) afbeeldingen naar zijn broer heeft verstuurd, te weten die uit de badkamer van [Straatnaam 2] te Vlissingen. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de ten laste gelegde periode tevens schuldig heeft gemaakt aan het verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen.

Bezit overige afbeeldingen / toegang verschaffen tot afbeeldingen

Uit het dossier is gebleken dat van de in totaal 18.449 aangetroffen afbeeldingen er 18.241 afbeeldingen voorkwamen die commercieel vervaardigd waren en/of al lang circuleren op het internet. De grote meerderheid van deze afbeeldingen betreft (series van) poserende meisjes in de leeftijd van 8 tot en met 12 jaar oud. Van deze afbeelden zijn 97 foto’s gelabeld als accessible, 262 foto’s en 12 films als deleted, 17.895 foto’s en 159 films als carved en 24 foto’s als thumbnail.

- Accessible afbeeldingen

Uit het dossier volgt dat 97 van de aangetroffen afbeeldingen als accessible zijn gelabeld, maar dat van een deel van die afbeeldingen niet met zekerheid kan worden gezegd of de gebruiker deze zonder speciale software kon zien en/of benaderen. Dit betreffen de eerder omschreven zelf vervaardigde 22 foto’s in de badkamer op het adres [Straatnaam 1] te Vlissingen en de 37 foto’s in de slaapkamers. Ten aanzien van die foto’s is hiervoor reeds overwogen dat verdachte deze in de ten laste gelegde periode heeft vervaardigd en dus ook in zijn bezit heeft gehad.

Ook ten aanzien van de resterende (97 minus 22 minus 37) 38 afbeeldingen die als accessible zijn gelabeld, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze in ieder geval op 4 februari 2021 in bezit heeft gehad. Verdachte had hierover de beschikkingsmacht, nu deze afbeeldingen vrij toegankelijk waren, en hij heeft door het (telkens) blijven downloaden van zip-bestanden met naturisten-afbeeldingen waarbij ook kinderpornografisch materiaal meekwam, zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans om dat materiaal in bezit te krijgen en dus in ieder geval voorwaardelijk opzet op het bezit daarvan gehad.

De betreffende afbeeldingen zijn door een gecertificeerd kinderpornorechercheur als kinderpornografisch beoordeeld. De criteria op basis waarvan die beoordeling heeft plaatsgevonden staan omschreven in het dossier, onder andere in de collectiescan. Gelet daarop staat vast dat deze afbeeldingen inderdaad kinderpornografisch van aard zijn.

- Deleted, carved en thumbnail afbeeldingen

Ten aanzien van de overige thumbnail afbeeldingen heeft de rechtbank op basis van het dossier niet vast kunnen stellen hoe deze op de gegevensdragers terecht zijn gekomen. De rechtbank kan daarom niet vaststellen dat verdachte deze in zijn bezit heeft gehad, zodat de rechtbank verdachte van het bezit hiervan zal vrijspreken. Ten aanzien van de overige deleted en carved afbeeldingen geldt dat verdachte deze op enig moment in zijn bezit heeft gehad of zich, door middel van een geautomatiseerd werk, de toegang daartoe heeft verschaft. Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen moet echter ook kunnen worden vastgesteld dat dit in de ten laste gelegde periode is geweest. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

[Bestandsnamen]

Op de zolderkamer in de woning van verdachte zijn twee computerkasten aangetroffen, waaronder een computerkast met beslagnummer [Bestandsnamen] met als inhoud twee gegevensdragers, een SSD van het merk Crucial ( [Bestandsnamen] ) en een harde schijf van het merk Western Digital ( [Bestandsnamen] .

Een deel van de kinderpornografische afbeeldingen die zijn gelabeld als carved of deleted is aangetroffen op gegevensdrager [Bestandsnamen] . Het gaat om 1057 foto’s en 27 video’s.

Dit betreffen onder meer de volgende afbeeldingen die op de tenlastelegging zijn vermeld:

- tweede gedachte streepje:

[Bestandsnamen]

De politie heeft door middel van forensische software onderzoek gedaan naar de data en tijden die zijn aangetroffen in de digitale gegevens van de gegevensdrager [Bestandsnamen] aan de hand van ‘ [Bestandsnamen] ’, die de instellingen van een directory bevatten als deze door een gebruiker geraadpleegd wordt via de Windows Verkenner, zelfs als deze directory naderhand van een gegevensdrager is verwijderd of is opgeslagen op een andere gegevensdrager en/of netwerklocatie die met dit besturingssysteem is benaderd.

Uit de gegevens van de [Bestandsnamen] blijkt dat de verwijzingen naar de directories op de G:schijf, de gegevensdrager [Bestandsnamen] allemaal verwijzen naar de directory die begint met [Bestandsnamen] . De directory [Bestandsnamen] bestaat uit 5.470 subdirectories en die bestaan weer uit ongeveer 130.335 afbeeldingen en videobestanden. De eerste directory die is aangemaakt in de directory [Bestandsnamen] is aangemaakt op 28 maart 2013 omstreeks 15.41 uur en is verwijderd op 3 februari 2021 18.11 uur. De overige directories zijn aangemaakt in de jaren 2013, 2015, 2017, 2018, 2019 en 2021. Er zijn 12 directories vóór 2 februari 2021 verwijderd; de overige 5.458 directories zijn pas op 2 en 3 februari 2021 verwijderd.

Aangezien de eerste map is aangemaakt in 2013 en dit dus de eerste activiteit met betrekking tot afbeeldingen op deze gegevensdrager is geweest, gaat de rechtbank ervanuit dat de aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen (die zijn gelabeld als carved of deleted) nadien in bovengenoemde directories zijn terechtgekomen door deze te downloaden. Gelet daarop acht de rechtbank bewezen dat verdachte in de periode tussen de datum waarop de eerste directory is aangemaakt (in maart 2013) en de datum waarop alle directories zijn verwijderd (februari 2021), zich de toegang heeft verschaft tot de afbeeldingen, althans hierover een (korte) tijd beschikkingsmacht heeft gehad. Hij heeft deze afbeeldingen in ieder geval tussen het moment van binnenhalen en het moment van verwijderen in bezit gehad. Daarbij overweegt de rechtbank dat ook hier heeft te gelden dat verdachte door het (telkens) blijven downloaden van afbeeldingen waarbij ook kinderpornografisch materiaal meekwam, zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans om dat materiaal in bezit te krijgen en zich de toegang te verschaffen tot het materiaal, en daar dus in ieder geval het voorwaardelijk opzet toe heeft gehad. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte zich de toegang heeft verschaft tot de kinderpornografische afbeeldingen die op de gegevensdrager [Bestandsnamen] zijn aangetroffen en deze ook in zijn bezit heeft gehad in de tenlastegelegde periode.

 Overige gegevensdragers

Ten aanzien van de overige afbeeldingen die als carved of deleted zijn gelabeld (behoudens de afbeeldingen ten aanzien waarvan de rechtbank hiervoor reeds heeft overwogen dat ze door verdachte zijn vervaardigd) kan niet met zekerheid worden vastgesteld of verdachte zich de toegang tot deze afbeeldingen heeft verschaft of deze afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad in de ten laste gelegde periode, of dat dat langer geleden is geweest.

Dit betreft onder meer de volgende afbeeldingen (die op de tenlastelegging zijn vermeld) op de volgende gegevensdragers:

- eerste gedachtestreepje

[Bestandsnamen]

- tweede gedachtestreepje:

[Bestandsnamen]

De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van deze onderdelen van de tenlastelegging.

Gewoonte

Gelet op het aantal kinderpornografische afbeeldingen dat verdachte in zijn bezit heeft gehad, vervaardigd, of waartoe verdachte zich de toegang heeft verschaft en de lange periode waarin verdachte deze handelingen heeft verricht, acht de rechtbank bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van dit misdrijf.

Periode

De rechtbank kan niet ten aanzien van alle afbeeldingen waartoe verdachte zich de toegang heeft verschaft, die hij in bezit heeft gehad, heeft verspreid en/of vervaardigd, exact vaststellen wanneer dat is geweest. Dat is wel het geval voor de door verdachte vervaardigde afbeeldingen en voor de afbeeldingen die zijn aangetroffen op gegevensdrager [Bestandsnamen] . Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank de periode tussen 2013 (het jaartal waarin de eerste map op gegevensdrager [Bestandsnamen] is aangemaakt) en 4 februari 2022 (de datum waarop de gegevensdragers van verdachte in beslag zijn genomen en waarop afbeeldingen zijn aangetroffen die als accessible zijn gelabeld) wettig en overtuigend bewezen.

Plaats

Gebleken is dat een deel van het kinderpornografisch materiaal is vervaardigd op een andere plaats dan Oostkapelle, maar wel in Nederland. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte het feit heeft gepleegd op meerdere locaties in Nederland.

Conclusie

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het in het bezit hebben, verspreiden, vervaardigen van een grote hoeveelheid kinderporno en het zich daartoe de toegang verschaffen in de ten laste gelegde periode van 1 januari 2013 tot en met 4 februari 2021

in Nederland.

Feit 2

Zoals hiervoor reeds is overwogen, zijn er 208 afbeeldingen op gegevensdragers van verdachte aangetroffen die tussen de zes en acht jaar geleden door verdachte zijn gemaakt. Dit betreffen afbeeldingen van zijn dochter [Naam 1] en vriendinnen van haar, namelijk [Naam 2] , [Naam 3] en [Naam 4] , in twee badkamers en twee slaapkamers. Deze afbeeldingen zijn als kinderpornografisch beoordeeld en zijn door verdachte gemaakt zonder medeweten van deze meisjes met behulp van een technisch hulpmiddel, waardoor sprake is van afbeeldingen van seksuele aard die opzettelijk en wederrechtelijk zijn vervaardigd.

Primair

Nu verdachte deze afbeeldingen tussen de zes en acht jaar geleden heeft gemaakt, kan niet bewezen worden dat hij deze in de periode van 1 januari 2020 tot en met 4 februari 2021 heeft gemaakt. Evenmin kan worden bewezen dat verdachte in voornoemde periode de beschikking heeft gehad over deze afbeeldingen. Ten aanzien van de 149 afbeeldingen in de onbekende badkamer geldt dat deze als carved zijn gelabeld. Ten aanzien van de overige afbeeldingen heeft de politie aangegeven dat, hoewel deze het label accessible hebben gekregen, niet met zekerheid kan worden gezegd of de gebruiker van de gegevensdragers deze afbeeldingen normaal en zonder speciale software kon zien en/of benaderen. Daarbij is niet gebleken dat verdachte over speciale software beschikte.

Gelet daarop kan niet worden vastgesteld dat verdachte in de periode van 1 januari 2020 tot en met 4 februari 2021 nog de beschikking over deze afbeeldingen had. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het primair onder 2 ten laste gelegde feit.

Subsidiair

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, staat wel vast dat verdachte in de periode van 1 oktober 2013 tot en met 4 februari 2021 door middel van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk afbeeldingen heeft gemaakt van [Naam 2] , [Naam 1] , [Naam 3] en [Naam 4]

op voor het publiek niet toegankelijke plaatsen, namelijk in twee badkamers en twee slaapkamers. Zoals de rechtbank al ten aanzien van feit 1 heeft overwogen, kan van de foto’s waarop ook [Naam 4] te zien is in de badkamer van een locatie van [Naam 5] niet vastgesteld worden dat dit een locatie in Nederland betreft. Verdachte zal daarom van dat onderdeel worden vrijgesproken. Voor wat betreft de afbeeldingen vervaardigd in de badkamer en de slaapkamers van de woning aan de Kanariesprenk hebben deze feiten plaatsgevonden in Nederland. De rechtbank acht het subsidiair onder 2 ten laste gelegde feit daarom wettig en overtuigend bewezen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1

hij in de periode van 1 januari 2013 tot en met 4 februari 2021 in Nederland,

meermalen een grote hoeveelheid foto's en films,

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar

nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft verspreid, vervaardigd (59 afbeeldingen), in bezit gehad en

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking

van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven -

onder meer bestonden uit:

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren en heimelijk filmen van/door

een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze

persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een

voorwerp en/of in een erotisch getinte houding

(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of (waarna) door het

camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze

persoon en/of de uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk het (ontblote)

geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden

waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling (onder meer:

[Bestandsnamen]

=

[Bestandsnamen]

blz 166 van het dossier),

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

2

hij op meer tijdstippen in de periode van 1 oktober 2013 tot en met 4 februari 2021 in Nederland, meermalen,

telkens gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de

aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van

personen ( [Naam 2] en [Naam 1] en [Naam 3] ) aanwezig op een niet voor het publiek toegankelijke plaats, namelijk een

badkamer en slaapkamers, met behulp van een (voorwerp houdende een) camera

en/of een digitale wekkerklok afbeeldingen heeft vervaardigd.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat een werkstraf met daarnaast een voorwaardelijke (werk- of gevangenis)straf een passende straf is. Als strafmatigende omstandigheid moet worden meegewogen dat geen sprake is van seksuele handelingen op de afbeeldingen, dat de hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen relatief beperkt was en dat er sprake is van samenloop. Daarnaast moeten de persoonlijke omstandigheden van verdachte in zijn voordeel worden meegewogen. Detentie was heftig voor verdachte. Hij is een first offender, ondergaat behandeling en is een steunpilaar voor zijn gezin. Bovendien dateren de feiten van een tijd geleden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft een gewoonte gemaakt van het verschaffen van toegang tot een grote hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen en het in bezit hebben, vervaardigen en verspreiden daarvan. De kinderen op de aangetroffen beelden bestonden hoofdzakelijk uit poserende meisjes in de leeftijd tussen de 12 tot 16 jaar oud. Daarnaast heeft verdachte kinderpornografische afbeeldingen gemaakt van zijn eigen dochter en drie andere minderjarige meisjes, die vriendinnen van zijn dochter waren. Deze afbeeldingen heeft hij ook verspreid door ze naar zijn broer toe te sturen. Verdachte heeft deze afbeeldingen heimelijk gemaakt. Verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten. Door het bezit van kinderpornografisch materiaal wordt de productie daarvan gestimuleerd en in stand gehouden. Zonder vraag is er immers geen aanbod. De betrokken kinderen lopen vaak psychische schade op die gedurende lange tijd en niet zelden de rest van hun leven diepe sporen nalaat. Daarnaast is het erg moeilijk om eenmaal online geplaatste films en foto’s van het internet te laten verwijderen, waardoor deze kinderen hier ook op volwassen leeftijd nog mee geconfronteerd kunnen worden. Verdachte heeft als gebruiker van deze beelden een bijdrage geleverd aan deze gevolgen en is hier mede verantwoordelijk voor. Dit rekent de rechtbank verdachte aan. Verder neemt de rechtbank het verdachte in het bijzonder kwalijk dat hij kinderpornografische afbeeldingen van zijn eigen dochter en haar vriendinnen heeft gemaakt. Verwacht mag worden dat een kind dat aan iemands zorg is toevertrouwd en van die persoon afhankelijk is, veilig is bij die persoon en door hem of haar niet wordt betrokken bij dergelijke schadelijke strafbare feiten.

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport van Reclassering Nederland van 23 maart 2022. Hieruit volgt dat het psychosociaal functioneren van verdachte, de bij hem gediagnosticeerde PTSS, zijn seksuele voorkeur voor minderjarigen en de verstoorde relatie met zijn broer de grootste risicofactoren zijn. De behandeling die verdachte op dit moment ondergaat, het reclasseringstoezicht, de stabiele praktische leefgebieden en de openheid van zaken richting zijn echtgenote en ouders worden gezien als beschermende en recidive verlagende factoren. Verdachte toont zich welwillend in de behandeling om tot gedragsverandering te komen en recidive in de toekomst te voorkomen. Binnen de huidige context met ambulante behandeling door FFZ Emergis en reclasseringstoezicht wordt de kans op recidive door de reclassering als laag ingeschat. Als deze factoren (op korte termijn) wegvallen, zal het risico op recidive toenemen. De reclassering adviseert om aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen, met een langere proeftijd dan twee jaar en met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling door FFZ Emergis of een soortgelijke zorgverlener, meewerken aan richtlijnen van de reclassering op het gebied van alcoholgebruik en controle op naleving daarvan en het vermijden van kinderporno, waarbij het toezicht daarop kan bestaan uit controle van zijn gegevensdragers.

De rechtbank stelt vast dat het taakstrafverbod (artikel 22b Sr) van toepassing is. Op grond daarvan is oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf vereist in het geval van veroordeling voor het in het bezit hebben en/of vervaardigen van kinderporno.

Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de door verdachte gepleegde feiten in beginsel passend en geboden is, gelet op de oriëntatiepunten van de rechtbank en straffen die doorgaans voor dergelijke feiten worden opgelegd. Daarbij weegt de rechtbank als strafverzwarend mee dat verdachte een aanzienlijke hoeveelheid kinderporno in zijn bezit heeft gehad en dat hij kinderpornografische afbeeldingen van zijn eigen dochter en haar vriendinnen heeft gemaakt.

De rechtbank zal daarnaast echter groot gewicht toekennen aan de navolgende strafmatigende omstandigheden. Allereerst acht de rechtbank van belang dat het kinderpornografisch materiaal (waarvan is bewezen dat verdachte het in zijn bezit had of heeft vervaardigd) niet bestond uit afbeeldingen waarop seksuele handelingen met de kinderen werden verricht, maar ‘slechts’ afbeeldingen betroffen waarop de kinderen poseerden of heimelijk gefilmd of gefotografeerd zijn tijdens voor hen normale bezigheden. Hoewel het bezit en het vervaardigen van dergelijke afbeeldingen zeer kwalijk is, acht de rechtbank dit minder kwalijk dan afbeeldingen waarbij wel seksuele handelingen worden verricht. De rechtbank weegt de aard van de afbeeldingen daarom in strafverminderende zin mee. Daarnaast weegt de rechtbank ook mee dat verdachte weliswaar materiaal heeft verspreid, maar dat dit geen grote hoeveelheid betrof en slechts naar één persoon. Verder is er sprake van samenloop tussen de twee feiten. Bovendien zal de rechtbank in belangrijke mate rekening houden met de persoon van verdachte. Uit het reclasseringsrapport volgt dat bij verdachte sprake is van forse persoonlijke problematiek en dat hij hiervoor behandeling krijgt om herhaling te voorkomen. Gebleken is dat hij zich hier ook voor inzet. Daarnaast is er sprake van een stabiele thuissituatie. Deze omstandigheden zijn belangrijke risicobeperkende factoren.

Hoewel vanuit het oogpunt van vergelding een langdurige gevangenisstraf passend zou zijn, acht de rechtbank het vanuit het oogpunt van het voorkomen van recidive van belang dat de behandeling van verdachte en zijn stabiele thuissituatie niet wordt doorkruist door een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan de duur van zijn voorarrest.

Alles afwegend zal de rechtbank daarom aan verdachte een maximale taakstraf van 240 uur en een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 360 dagen, waarvan 344 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Dit betekent dat verdachte het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf al heeft ondergaan en niet terug de gevangenis in hoeft, tenzij hij zich niet aan de voorwaarden houdt die de rechtbank aan hem zal opleggen. Voor wat betreft die voorwaarden volgt de rechtbank het advies van de reclassering. De meldplicht zal de rechtbank niet als afzonderlijke voorwaarde opnemen, nu deze plicht van rechtswege geldt indien er bijzondere voorwaarden worden opgelegd.

Over de geadviseerde bijzondere voorwaarde inhoudende de controle van de gegevensdragers, overweegt de rechtbank nog het volgende. Uit vaste rechtspraak volgt dat een dergelijke gedragsvoorwaarde, die ertoe strekt het toezicht op andere door de rechter gestelde voorwaarden mogelijk te maken of te bevorderen, kan worden gesteld. Daarbij geldt dat deze gedragsvoorwaarde voldoende precies geformuleerd moet worden en niet verder mag strekken dan voor het toezicht op de naleving van de andere bijzondere voorwaarden noodzakelijk is. De controle van geautomatiseerde werken en digitale gegevensdragers vormen een grote inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de gebruiker daarvan en de rechtbank moet hier rekening mee houden door de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zo gedetailleerd te omschrijven dat deze niet verder gaat dan strikt noodzakelijk. Uit de voorwaarde moet in ieder geval blijken op welke wijze de controles van de gegevensdragers mogen worden uitgevoerd en hoe is gewaarborgd dat de persoonlijke levenssfeer niet verdergaand wordt beperkt dan nodig is voor het beoogde toezicht. Een gedragsvoorschrift mag niet geacht worden gedrag van de verdachte te omvatten dat in feite overeenkomt met het meewerken aan door de politie uit te oefenen veelomvattende en ingrijpende dwangmiddelen.

In dat kader zal de rechtbank verschillende voorwaarden/beperkingen verbinden aan de controles die ten behoeve van de gegevensdragers mogen worden uitgevoerd. Deze beperkingen hebben betrekking op de maximale hoeveelheid en frequentie van controles, de duur van het aantal dagen dat verdachte zijn gegevensdragers voor de controle ter beschikking moet stellen en de wijze waarop de controles worden uitgevoegd in die zin dat gebruik moet worden gemaakt van een daarvoor geschikt zoekprogramma en bepaalde zoektermen, en door wie de controles mogen worden uitgevoerd. Hierbij overweegt de rechtbank dat verdachte zich jaren lang heeft bezig gehouden met – met name – het verzamelen van foto’s van naakte kinderen. Dit leidt tot de volgende formulering van de bijzondere voorwaarde:

“dat verdachte, indien de reclassering dat nodig acht, dient mee te werken aan de controle van geautomatiseerde werken en digitale gegevensdragers ten behoeve van de (laatste drie) hiervoor vermelde bijzondere voorwaarden en dient mee te werken aan huisbezoeken om deze controles mogelijk te maken. De controles mogen maximaal vier keer per jaar plaatsvinden. Verdachte dient in geval van controle zijn gegevensdragers ter beschikking te stellen voor een periode van maximaal drie dagen. Daarnaast mag er in de gegevensdragers enkel worden gezocht met een daarvoor geschikt zoekprogramma en enkel met gebruikmaking van de daartoe geëigende op de opsporing van kinderporno gerichte specifieke zoektermen, en slechts op zodanige wijze dat niet door een persoon kennis wordt genomen van de inhoud van afbeeldingen (geautomatiseerde controle is derhalve wel toegestaan). Ten behoeve van deze controle mag een deskundige (niet zijnde een opsporingsambtenaar) de reclassering (technische) ondersteuning bieden.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 139f en 240b van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het primair onder 2 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken, verspreiden, vervaardigen, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

feit 2: Gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, een afbeelding vervaardigen, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 344 voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

* zich behandelen door Forensische Zorg Zeeland Emergis of een soortgelijke

zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

* zich op het gebied van alcoholgebruik dient te houden aan de richtlijnen van de

reclassering, ook ingeval dit inhoudt volledige abstinentie. Hij werkt mee aan controle op dit

alcoholverbod. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd. Mogelijke controlemiddelen zijn urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest);

* zich op welke wijze dan ook onthoudt van het op digitale wijze, seksueel getint

communiceren met minderjarigen. Het daarop uitgeoefende toezicht kan mede bestaan uit

(de hierna omschreven) controles van zijn computer(s), digitale gegevensdragers en andere apparatuur. Verdachte is tijdens de gesprekken met de reclassering open over hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen;

* verdachte onthoudt zich op welke wijze dan ook van gedragingen die zijn gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen terwijl het daarop uitgeoefende toezicht mede kan bestaan uit (de hierna omschreven) controles van digitale gegevensdragers. Betrokkene is tijdens de gesprekken met de reclassering open over hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen;

* verdachte onthoudt zich op welke wijze dan ook van gedragingen die zijn gericht op een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd. Het daarop uitgeoefende toezicht kan mede bestaan uit (de hierna omschreven) controles van zijn digitale gegevensdragers. Verdachte is tijdens de gesprekken met de reclassering open over hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen;

* dat verdachte, indien de reclassering dat nodig acht, dient mee te werken aan de controle van geautomatiseerde werken en digitale gegevensdragers ten behoeve van de (laatste drie) hiervoor vermelde bijzondere voorwaarden en dient mee te werken aan huisbezoeken om deze controles mogelijk te maken. De controles mogen maximaal vier keer per jaar plaatsvinden. Verdachte dient in geval van controle zijn gegevensdragers ter beschikking te stellen voor een periode van maximaal drie dagen. Daarnaast mag er in de gegevensdragers enkel worden gezocht met een daarvoor geschikt zoekprogramma en enkel met gebruikmaking van de daartoe geëigende op de opsporing van kinderporno gerichte specifieke zoektermen, en slechts op zodanige wijze dat niet door een persoon kennis wordt genomen van de inhoud van afbeeldingen (geautomatiseerde controle is derhalve wel toegestaan). Ten behoeve van deze controle mag een deskundige (niet zijnde een opsporingsambtenaar) de reclassering (technische) ondersteuning bieden;

- geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Voorwaarden daarbij zijn dat verdachte gedurende de proeftijd:

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 (honderdtwintig) dagen;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Nomes, voorzitter, mr. H.E. Goedegebuur en mr. A.B. Scheltema Beduin, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.J. van der Welle, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 juli 2022.

Mr. Goedegebuur is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.