Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2022:3017

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
03-06-2022
Datum publicatie
07-06-2022
Zaaknummer
02/997000-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft onvoldoende inzicht verkregen in het vooroverleg en de beweegredenen van partijen die hebben geleid tot het afdoeningsvoorstel. Een substantiële rechterlijke toetsing is dan ook niet mogelijk. De rechtbank stemt niet in met het afdoeningsvoorstel. Heropening onderzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02/997000-11

Vonnis van de meervoudige kamer van 3 juni 2022

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1969 te [geboorteplaats]

wonende te [adres verdachte]

raadsman: mr. M. van Stratum, advocaat te Den Haag

1 Onderzoek van de zaak

Op 20 januari 2016 heeft een pro forma behandeling plaatsgevonden van de zaken tegen verdachte en de medeverdachten (parketnummers 02/997001-11, 02/993007-14, 02/996017-12). Deze zaken werden door de rechtbank verwezen naar de rechter-commissaris voor het horen van meerdere getuigen.

Op 28 oktober 2019 zijn genoemde zaken opnieuw pro forma behandeld en door de rechtbank aangehouden voor onbepaalde tijd.

Op 25 januari 2022 zijn de zaken tegen de medeverdachten inhoudelijk behandeld, waarin de rechtbank op 8 februari 2022 vonnis heeft gewezen. In de zaak tegen verdachte deed de raadsman een aanhoudingsverzoek dat door de rechtbank is toegewezen. Daarbij werd het volgende aan partijen medegedeeld:

“De officier van justitie en de raadsman worden verzocht om de rechtbank binnen drie maanden na heden te berichten of zij procesafspraken hebben kunnen maken, wat deze inhouden en wat deze betekenen voor het vervolg van deze zaak.

Zodra de officier van justitie en de raadsman laten weten dat zij procesafspraken hebben kunnen maken zal de rechtbank de zaak plannen op een zitting uiterlijk binnen twee maanden, met een behandeltijd van een uur. Indien de officier van justitie en de raadsman laten weten geen procesafspraken te hebben kunnen maken zal de rechtbank de zaak plannen op een zitting, met een behandeltijd van een dagdeel”.

Op 11 februari 2022 heeft de officier van justitie, mr. E.D.I. Martens, de rechtbank bericht dat partijen procesafspraken hebben gemaakt en dat deze nagezonden zullen worden aan de rechtbank.

Op 21 februari 2022 heeft de rechtbank van de officier van justitie ontvangen een “Voorstel afdoening” (hierna: het afdoeningsvoorstel), door verdachte ondertekend op 14 februari 2022. Het afdoeningsvoorstel is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Op 23 mei 2022 is het afdoeningsvoorstel ter zitting besproken. De officier van justitie alsmede de verdediging gaven te kennen akkoord te zijn met de inhoud van dit voorstel.

De rechtbank heeft op deze datum het onderzoek ter terechtzitting gesloten.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage II aan dit vonnis gehecht.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vordering.

Er is geen reden tot schorsing van de vervolging.

4 De onvolledigheid van het onderzoek ter terechtzitting

De rechtbank heeft op 25 januari 2022 partijen voorgesteld om met elkaar in gesprek te gaan om te onderzoeken of zij met elkaar tot procesafspraken kunnen komen. Hiermee heeft de rechtbank er reeds blijk van gegeven in onderhavig geval welwillend te staan tegenover deze wijze van procederen en afdoening. Partijen zijn vervolgens tot het afdoeningsvoorstel gekomen, zoals door de rechtbank op 21 februari 2022 ontvangen.

Bij de toetsing van het afdoeningsvoorstel is de rechtbank gehouden aan, onder meer, twee voorwaarden die het Europese Hof van de Rechten van de Mens stelt aan afsprakenprocedures. De eerste betreft een adequate bescherming van de vrije wilsvorming van de verdachte ten aanzien van zijn keuze om af te zien van zijn recht op een reguliere zitting. De tweede betreft een voldoende substantiële rechterlijke toetsing van de inhoud en de eerlijkheid van de gemaakte afspraken.

Verdachte heeft op de zitting van 23 mei 2022 verklaard dat hij uit vrije wil heeft ingestemd met het afdoeningsvoorstel. De rechtbank heeft geen redenen om hieraan te twijfelen.

De rechtbank heeft vervolgens vragen gesteld aan partijen over de inhoud van het afdoeningsvoorstel. Met name heeft de rechtbank aan de orde gesteld de door partijen aangegeven wijze van onderbouwing van de voorgestelde strafmaat, te weten ‘Fiscale naheffing van E 2 miljoen’ en ‘gezondheid’.

De rechtbank heeft onder meer gevraagd om de fiscale naheffing van twee miljoen euro – die expliciet in het afdoeningsvoorstel wordt genoemd als meegewogen omstandigheid – nader toe te lichten. De officier van justitie en de raadsman hebben aangegeven niet te weten waar het bedrag van twee miljoen euro vandaan komt, dat zij ook niet weten hoe hoog de boetecomponent in dat bedrag is en dat zij niet beschikken over schriftelijk stukken waarin genoemd bedrag naar voren komt. De officier van justitie heeft desgevraagd gesteld dat het haar ook niet uitmaakt hoe hoog de naheffing is, en dat zij dat mede daarom niet heeft nagevraagd. Of verdachte – bijvoorbeeld – aan de belastingdienst terugbetaalt of dat van plan is, is partijen onbekend. Verdachte heeft desgevraagd aangegeven niets betaald te hebben en niets te gaan betalen van de twee miljoen euro, omdat hij geen geld heeft.

Verder is ter zitting aan de orde gekomen de gezondheid van verdachte, in het voorstel ook genoemd als één van de door partijen meegewogen omstandigheden. Verdachte heeft op zitting vragen hierover beantwoord, maar (medische) stukken over de huidige gezondheidssituatie van verdachte zijn niet overgelegd. Wat zijn medische situatie precies is, waar hij aan lijdt, hoe lang dit al duurt en wat het uitzicht is op (volledig) herstel is niet duidelijk geworden en in ieder geval niet met medische verklaringen onderbouwd.

Daar komt bij dat verdachte desgevraagd aangaf een kippenfarm te runnen in Bulgarije, zodat de rechtbank niet duidelijk is hoe zich dat laat rijmen met zijn gestelde gezondheidstoestand of zijn gestelde betalingsonmacht.

Het voorgaande maakt dat de rechtbank het afdoeningsvoorstel niet substantieel heeft kunnen toetsen op meerdere punten. Dit komt onder meer vanwege het gebrek aan objectieve gegevens. Maar ook omdat voor de rechtbank onduidelijk is of, en zo ja in welke mate en met welke afwegingen, door partijen daadwerkelijk rekening is gehouden met in ieder geval twee in het voorstel genoemde omstandigheden. Immers is ter zitting gebleken dat die omstandigheden onduidelijk dan wel onbekend zijn en partijen evenmin aanleiding hebben gezien daarover opheldering te krijgen of onderbouwing in te brengen.

Daar komt als complicerende factor bij dat tijdens het onderzoek ter zitting duidelijk is geworden, dat verdachte vanwege proceseconomische redenen heeft ingestemd met het afdoeningsvoorstel. Verdachte bekent niet wat hem wordt verweten, maar stemt wel in met de voorgestelde bewezenverklaring. Ter zitting is door verdachte en zijn raadsman op vragen hierover telkens geantwoord dat verdachte dat niet nader zal toelichten maar het woord aan zijn raadsman zal laten. De raadsman heeft daarop, kort gezegd, volstaan met het standpunt dat dit de proceshouding van verdachte is.

Gelet op dit alles tezamen is de rechtbank van oordeel dat zij onvoldoende inzicht heeft verkregen in het vooroverleg (voor zover dit heeft plaatsgevonden) en de beweegredenen van partijen die hebben geleid tot het afdoeningsvoorstel. De hiervoor genoemde substantiële rechterlijke toetsing is dan ook niet mogelijk. Reeds hierom stemt de rechtbank niet in met het afdoeningsvoorstel.

Nu de rechtbank niet instemt met het afdoeningsvoorstel, zal de strafzaak tegen verdachte op een later moment inhoudelijk worden behandeld. Zij zal daarom het onderzoek heropenen, schorsen en hervatten zoals hierna in de beslissing wordt weergegeven.

5 De beslissing

De rechtbank:

- heropent en schorst het onderzoek en beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting op
1 september 2022 te 9:00 uur zal worden hervat;

- beveelt de oproeping van verdachte, de raadsman en een tolk in de Turkse taal tegen genoemd tijdstip.

Dit vonnis is gewezen door C.H.W.M. Sterk, voorzitter, M. Diepenhorst en M.A.E. Dekker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.E.M. Hoezen, en is uitgesproken ter openbare zitting op 3 juni 2022.

6 Bijlage I

Voorstel afdoening

[verdachte] — Openbaar Ministerie

Inzake parketnummer 02/997000-11 (onderzoek Parkhill)

Bewezenverklaring

Hij op één of meer tijdstippen in or omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot

en met 17 oktober 2012,

in de gemeente Roosendaal en/of (elders) in Nederland, telkens een deel van de bedrijfsadministratie van [bedrijf 1] — zijnde die bedrijfsadministratie voornoemd telkens een samenstel van geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen telkens valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen,

immers heeft hij, verdachte, toen aldaar telkens valselijk en in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- telkens in dat deel van die bedrijfsadministratie voornoemd opgenomen en/of verwerkt, althans doen opnemen en/of verwerken,

de overeenkomst van aanneming tussen aannemer [bedrijf 2] en opdrachtgever [bedrijf 3] d.d. 5juni 2012 (IBN-153, pagina 3437 t/m 3443) en

de overeenkomst van aanneming tussen aannemer [bedrijf 2] en opdrachtgever [bedrijf 4] dci. 13 augustus 2012 (IBN-18, pagina 3272 t/m 3278),

waarmee telkens in strijd met de waarheid de suggestie werd gewekt dat sprake was van het aannemen van werk door het Bulgaarse bedrijf [bedrijf 2] , zulks terwijl er in werkelijkheid telkens sprake was van het ter beschikking stellen van Bulgaarse werknemers/uitzendwerk aan een of meer Nederlandse opdrachtgevers door [bedrijf 1] en/of zulks terwijl [bedrijf 1] in werkelijkheid de feitelijke werkgever van de Bulgaarse werknemers was en op welke overeenkomsten van aanneming voornoemd telkens in strijd met de waarheid was vermeld dat deze waren opgesteld door [bedrijf 5] en waren voorzien van het logo en/of de adressering van [bedrijf 5] , waarmee telkens in strijd met de waarheid de suggestie werd gewekt dat voornoemde overeenkomsten waren opgesteld door [bedrijf 5] en die overeenkomsten van aanneming voornoemd telkens in strijd met de waarheid in naam waren ondertekend door de bestuurder/eigenaar van [bedrijf 2] , [naam 1]

, zulks terwijl deze In werkelijkheid telkens waren ondertekend door [naam 2] , althans een ander dan [naam 1] en

de melding grensoverschrijdende dienstverlening/het notificatieformulier namens werkgever [bedrijf 6] ten behoeve van opdrachtgever [bedrijf 7] d.d. 3 augustus 2009 (IBN-444, pagina 3611s t/m 3611bb) en/of de melding grensoverschrijdende dienstverlening/het notificatieformulier namens werkgever [bedrijf 2] ten behoeve van opdrachtgever [bedrijf 3] dd. 16 juli 2012

(DON-A-13, pagina 1137 t/m 1144),

waarmee telkens in strijd met de waarheid de suggestie werd gewekt dat sprake was van het aannemen van werk door het Bulgaarse bedrijf [bedrijf 6] en/of [bedrijf 2] , zulks terwijl er in werkelijkheid telkens sprake was van het ter beschikking stellen van Bulgaarse werknemers/uitzendwerk aan een of meer Nederlandse opdrachtgevers door [bedrijf 1] en/of zulks terwijl [bedrijf 1] in werkelijkheid de feitelijke werkgever van de Bulgaarse werknemers was en/of die notificatieformulieren voornoemd telkens in strijd met de waarheid in naam was/waren ondertekend door de bestuurder/eigenaar van [bedrijf 6] , [naam 3] , zulks terwijl deze in werkelijkheid telkens waren ondertekend door [verdachte] , althans een ander dan [naam 3] en

het kasbewijs voor uitgaaf op naam van [naam 4] d.d. 23 mei 2011 (IBN207, pagina 3512) en/of de verklaring contant in ontvangst genomen belasting op naam van [naam 5] (IBN-286, pagina 3548),

welke documenten telkens in werkelijkheid waren Ingevuld en/of ondertekend door een ander of anderen dan de hierop vermelde personen en/of terwijl telkens een ander of anderen dan de hierop vermelde personen in werkelijkheid het/de hierop vermelde bedragen hadden ontvangen en

de factuur bemiddelingskosten, gericht aan [naam 6] d.d. 1 mei 2010 voor een bedrag van 100 euro (IBN-179, pagina 3496) en

de factuur bemiddelingskosten, gericht aan [naam 7] d.d. 1 september 2010 voor een bedrag van 120 euro (IBN-187, pagina 3498),

welke facturen in werkelijkheid niet waren gestuurd aan de hierop vermelde geadresseerden enjof terwijl het/de op die facturen voornoemd vermelde bedragen in werkelijkheid niet, al dan niet door de hierop vernielde geadresseerden, was/waren betaald,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en door een anderen te doen gebruiken;

Art. 225 lid 1 Wetboek van strafrecht

Feit 3 primair

Hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 januari 2009 tot en met 20 oktober 2011, althans op één of meer tijdstippen in de jaren 2009 en 2010 en 2011, in de gemeente Roosendaal en/of elders in Nederland en/of In Bulgarije,

meermalen, telkens opzettelijk enig goed, te weten een of meer geldbedragen ter zake teruggaven Inkomstenbelasting/Premie Volksverzekeringen en/of Zorgtoeslag door de Belastingdienst voor een totaalbedrag van afgerond € 64.282 of daaromtrent, geheel of ten dele toebehorende aan een of meer Bulgaarse werknemers, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke geldbedragen door de Belastingdienst met instemming van de rechthebbende Bulgaarse werknemers giraal waren overgemaakt op de zakenrekening van [bedrijf 1] met nummer [nummer] en welke geldbedragen verdachte aldus anders dan door misdrijf onder zich hadden, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Art. 321 Wetboek van strafrecht

Kwalificatie

Samenloop van plegen van valsheid in geschrift en verduistering, meermalen

gepleegd

Eis / strafoplegging

Rekening houdend met:

  • -

    Twee feiten: plegen valsheid in geschrift en verduistering

  • -

    Rol in het bedrijf

  • -

    Fiscale naheffing van € 2 miljoen

  • -

    Gezondheid

  • -

    Overschrijding van de redelijke termijn

  • -

    Eis tegen de medeverdachten (één keer 9a Sr en twee keer € 1.000)

Geldboete van € 3.000 (te vervangen door 40 dagen bij niet betalen) in 10 termijnen

van € 300.

Voor akkoord: Voor akkoord:

d.d. d.d.

[verdachte] officier van justitie

7 Bijlage II

feit 1

Hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari

2009 tot en met 17 oktober 2012, althans op meerdere tijdstippen, althans

enig tijdstip, gelegen in of omstreeks het/de ja(a)(r)(en) 2009 tot en met

2012, in de gemeente Roosendaal en/of (elders) in Nederland, (telkens)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen,

althans eenmaal, (telkens) (een deel van) de (bedrijfs)administratie van

[bedrijf 1] -zijnde (dat deel van) die

(bedrijfs)administratie voornoemd (telkens) een (samenstel van) geschrift(en)

dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen- (telkens)

valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen

vervalsen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn

medeverdachte(n) toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de

waarheid -zakelijk weergegeven- (telkens) in (dat deel van) die

(bedrijfs)administratie voornoemd opgenomen en/of verwerkt, althans doen

opnemen en/of verwerken,

de overeenkomst van aanneming tussen aannemer [bedrijf 2] en opdrachtgever

[bedrijf 3] d.d. 5 juni 2012 (IBN-153, pagina 3437 t/m 3443) en/of de

overeenkomst van aanneming tussen aannemer [bedrijf 2] en opdrachtgever [bedrijf 4]

d.d. 13 augustus 2012 (IBN-18, pagina 3272 t/m 3278), waarmee

(telkens) in strijd met de waarheid de suggestie werd gewekt dat sprake was

van het aannemen van werk door het Bulgaarse bedrijf [bedrijf 2] , zulks

terwijl er in werkelijkheid (telkens) sprake was van het ter beschikking

stellen van Bulgaarse werknemers/uitzendwerk aan een of meer (Nederlandse)

opdrachtgever(s) door [bedrijf 1] en/of (een of meer

van) zijn medeverdachte(n) en/of zulks terwijl [bedrijf 1]

. en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(n) in werkelijkheid de

feitelijke werkgever van de Bulgaarse werknemers was en/of op welke

overeenkomst(en) van aanneming voornoemd (telkens) in strijd met de waarheid

was vermeld dat deze was/waren opgesteld door [bedrijf 5]

en/of was/waren voorzien van het logo en/of de

adressering van [bedrijf 5] , waarmee (telkens) in strijd met de

waarheid de suggestie werd gewekt dat voornoemd(e) overeenkomst(en) was/waren

opgesteld door [bedrijf 5] en/of die overeenkomst(en) van

aanneming voornoemd (telkens) in strijd met de waarheid in naam was/waren

ondertekend door de bestuurder/eigenaar van [bedrijf 2] , [naam 1] , zulks

terwijl deze in werkelijkheid (telkens) was/waren ondertekend door [naam 2]

, althans een ander dan [naam 1] en/of

de melding grensoverschrijdende dienstverlening/het notificatieformulier

namens werkgever [bedrijf 6] ten behoeve van opdrachtgever [bedrijf 7]

d.d. 3 augustus 2009 (IBN-444, pagina 3611s t/m 3611bb) en/of de melding

grensoverschrijdende dienstverlening/het notificatieformulier namens werkgever

[bedrijf 2] ten behoeve van opdrachtgever [bedrijf 3] d.d. 16 juli 2012

(DON-A-13, pagina 1137 t/m 1144), waarmee (telkens) in strijd met de waarheid

de suggestie werd gewekt dat sprake was van liet aannemen van werk door het

Bulgaarse bedrijf [bedrijf 6] en/of [bedrijf 2] , zulks terwijl er in

werkelijkheid (telkens) sprake was van het ter beschikking stellen van

Bulgaarse werknemers/uitzendwerk aan een of meer (Nederlandse)

opdrachtgever(s) door [bedrijf 1] en/of (een of meer

van) zijn medeverdachte(n) en/of zulks terwijl [bedrijf 1]

en/of (een of meer van) zijn medeverdaclite(n) in werkelijkheid de

feitelijke werkgever van de Bulgaarse werknemers was en/of dat/die

notificatieformulier(en) voornoemd (telkens) in strijd met de waarheid in naam

was/waren ondertekend door de bestuurder/eigenaar van [bedrijf 6] , [naam 3]

, zulks terwijl deze in werkelijkheid (telkens) was/waren ondertekend

door [verdachte] , althans een ander dan [naam 3] en/of

het kasbewijs voor uitgaaf op naam van [naam 4] d.d. 23 mei 2011

(IBN-207, pagina 3512) en/of de verklaring contant in ontvangst genomen

belasting op naam van [naam 5] (IBN-286, pagina 3548), welk(e)

document(en) (telkens) in werkelijkheid was/waren ingevuld en/of ondertekend

door een ander of anderen dan cie hierop vermelde perso(o)n(en) en/of terwijl

(telkens) een ander of anderen dan de hierop vermelde perso(o)n(en) in

werkelijkheid het/de hierop vermelde bedrag(en) had(den) ontvangen en/of

de factuur bemiddelingskosten, gericht aan [naam 6] d.d. 1 mei 2010 voor een bedrag van 100 euro (IBN-779, pagina 3496) en/of de factuur

bemiddelingskosten, gericht aan [naam 7] d.d. 1 september 2010 voor een

bedrag van 120 euro (IBN-187, pagina 3498), welke factu(u)r(en) in

werkelijkheid niet was/waren gestuurd aan de hierop vermelde geadresseerde(n)

en/of terwijl liet/de op die factu(u)r(en) voornoemd vermelde bedrag(en) in

werkelijkheid niet, al dan niet door de hierop vermelde geadresseerde(n),

was/waren betaald,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

Art. 225 lid 1 jo art. 47 Wetboek van strafrecht

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien liet vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[bedrijf 1] verder te noemen " [bedrijf 1] ", op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 17 oktober 2012, althans op meerdere tijdstippen, althans enig tijdstip, gelegen in of omstreeks het/de ja(a)(r)(en) 2009 tot en met 2012, in de gemeente Roosendaal en/of (elders) in nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een deel van) de (bedrijfs)administratie van [bedrijf 1] -zijnde (dat deel van) die (bedrijfs)administratie voornoemd (telkens) een samenstel van) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen- (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen,

immers heeft/hebben de [bedrijf 1] en/of (één of meer van) haar medeverdachte(n)

toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid -zakelijk

weergegeven- (telkens) in (dat deel van) die (bedrijfs)administratie voornoemd

opgenomen en/of verwerkt, althans doen opnemen en/of verwerken,

de overeenkomst van aanneming tussen aannemer [bedrijf 2] en opdrachtgever [bedrijf 3]

d.d. 5 juni 2012 (IBN-153, pagina 3437 t/m 3443) en/of de

overeenkomst van aanneming tussen aannemer [bedrijf 2] en opdrachtgever [bedrijf 4]

d.d. 13 augustus 2012 (IBN-18, pagina 3272 t/m 3278), waarmee

(telkens) in strijd met de waarheid de suggestie werd gewekt dat sprake was

van het aannemen van werk door het Bulgaarse bedrijf [bedrijf 2] , zulks

terwijl er in werkelijkheid (telkens) sprake was van het ter beschikking

stellen van Bulgaarse werknemers/uitzendwerk aan een of meer (Nederlandse)

opdrachtgever(s) door [bedrijf 1] en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n)

en/of zulks terwijl [bedrijf 1] en/of (een of meer van) haar medeverdachten) in

werkelijkheid de feitelijke werkgever van de Bulgaarse werknemers was en/of ou

welke overeenkomst(e1i) van aanneming voornoemd (telkens) in strijd met de

waarheid was vermeld dat deze was/waren opgesteld door [bedrijf 5]

en/of was/waren voorzien van liet logo

en/of de adressering van [bedrijf 5] , waarmee (telkens) in

strijd met de waarheid de suggestie werd gewekt dat voornoemd(e)

overeenkomst(en) was/waren opgesteld door [bedrijf 5] en/of die

overeenkomst(en) van aanneming voornoemd (telkens) in strijd met de waarheid

in naam was/waren ondertekend door de bestuurder/eigenaar van [bedrijf 2] ,

[naam 1] , zulks terwijl deze in werkelijkheid (telkens) was/waren

ondertekend door [naam 2] , althans een ander dan [naam 1] en/of

de melding grensoverschrijdende dienstverlening/het notificatieformulier

naplens werkgever [bedrijf 6] ten behoeve van opdrachtgever [bedrijf 7]

d.d. 3 augustus 2009 (IBN-444, pagina 3611s t/m 3611bb) en/of de melding

grensoverschrijdende dienstverlening/het notificatieformulier namens werkgever

[bedrijf 2] ten behoeve van opdrachtgever [bedrijf 3] d.d. 16 juli 2012

(DON-A-13, pagina 1137 t/m 1144), waarmee (telkens) in strijd met de waarheid

de suggestie werd gewekt dat sprake was van het aannemen van werk door het

Bulgaarse bedrijf [bedrijf 6] en/of [bedrijf 2] , zulks terwijl er in

werkelijkheid (telkens) sprake was van het ter beschikking stellen van

Bulgaarse werknemers/uitzendwerk aan een of meer (Nederlandse)

opdraclitgever(s) door [bedrijf 1] en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n)

en/of zulks terwijl [bedrijf 1] en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n) in

werkelijkheid de feitelijke werkgever van de Bulgaarse werknemers was en/of

dat/die notificatieformulier(en) voornoemd (telkens) in strijd met cie waarheid

in naam was/waren ondertekend door de bestuurder/eigenaar van [bedrijf 6] ,

[naam 3] , zulks terwijl deze in werkelijkheid (telkens) was/waren

ondertekend door [verdachte] , althans een ander dan [naam 3] en/of

het kasbewijs voor uitgaaf op naam van [naam 4] d.d. 23 mei 2011

(IBN-207, pagina 3512) en/of de verklaring contant in ontvangst genomen

belasting op naam van [naam 5] (IBN-286, pagina 3548), welk(e)

document(en) (telkens) in werkelijkheid was/waren ingevuld en/of ondertekend

door een ander of anderen dan de hierop vermelde perso(o)n(en) en/of terwijl

(telkens) een ander of anderen clan de hierop vermelde perso(o)n(en) in

werkelijkheid het/de hierop vermelde bedrag(en) liad(den) ontvangen en/of

de factuur bemiddelingskosten, gericht aan [naam 6] d.d. 1 mei 2010 voor

een bedrag van 100 euro (IBN-179, pagina 3496) en/of de factuur

bemiddelingskosten, gericht aan [naam 7] d.d. 1 september 2010 voor een

bedrag van 120 euro (IBN-187, pagina 3498), welke factu(u)r(en) in

werkelijkheid niet was/waren gestuurd aan de hierop vermelde geadresseerde(n)

en/of terwijl het/de op die factu(u)r(en) voornoemd vermelde bedragen) in

werkelijkheid niet, al dan niet door de hierop vermelde geadresseerde(n),

was/waren betaalel,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

(telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden

gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

Art. 225 lid 1 jo art. 47/51 Wetboek van strafrecht

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

feit 2 VERVALLEN

feit 3

Hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks cie periode van 30 januari

2009 tot en met 20 oktober 2011, althans op één of meer tijdstip(pen) in

het/de ja(a)r(en) 2009 en/of 2010 en/of 2011, in de gemeente Roosendaal cn/of

(elders) in Nederland en/of in Bulgarije, (telkens) tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk enig goed, te weten een of meer geldbedrag(en) ter zake

teruggave(n) Inkomstenbelasting/Premie Volksverzekeringen en/of Zorgtoeslag

door de Belastingdienst voor een totaalbedrag van afgerond 64.282 euro of

daaromtrent, geheel of ten dele toebehorende aan een of meer Bulgaarse

werknemer(s), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

(een of meer van) zijn medeverdachte(n), welk(e) geldbedrag(en) door de

Belastingdienst (met instemming van de rechthebbende Bulgaarse werknemer(s))

giraal was/waren overgemaakt op de zakenrekening van [bedrijf 1]

(met nummer [nummer] ) en welk(e)

geldbedrag(en) verdachte en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(n) aldus

anders dan door misdrijf onder zich had/hadden, wederrechtelijk zich heeft

toegeëigend;

Art. 321 jo art. 47 Wetboek van strafrecht

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

[bedrijf 1] hierna ook te noemen " [bedrijf 1] ", op één

of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 januari 2009 tot en

met 20 oktober 2011, althans op één of meer tijdstip(pen) in liet/de

ja(a)r(en) 2009 en/of 2010 en/of 2011, in de gemeente Roosendaal en/of

(elders) in Nederland en/of in Bulgarije, (telkens) tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk enig goed, te weten een of meer geldbedrag(en) ter zake

teruggave(n) Inkomstenbelasting/Premie Volksverzekeringen en/of Zorgtoeslag

door de Belastingdienst voor een totaalbedrag van afgerond 64.202 euro of

daaromtrent, geheel of ten dele toebehorende aan een of meer Bulgaarse

werknemer(s), in elk geval aan een ander of anderen dan aan de V.o.f. en/of

(een of meer van) haar medeverdachte(n), welk(e) geldbedragen) door de

Belastingdienst (met instemming van de rechthebbende Bulgaarse werknemer(s))

giraal was/waren overgemaakt op de zakenrekening van [bedrijf 1]

(met nummer [nummer] ) en welk(e)

geldbedrag en) [bedrijf 1] en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n) aldus

anders dan door misdrijf onder zich had/hadden, wederrechtelijk zich heeft

toegeëigend,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte

(telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden

gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven.

Art. 321 jo art. 47/51 Wetboek van strafrecht

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht