Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:4702

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
17-09-2021
Datum publicatie
27-09-2021
Zaaknummer
BRE- 20/739
Formele relaties
Herstelde uitspraak: ECLI:NL:RBZWB:2021:4329
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Zaaknummer BRE 20/739

Hersteluitspraak van 17 september 2021 ter verbetering van de uitspraak van de rechtbank van 26 augustus 2021 in de zaak tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Geertruidenberg, de heffingsambtenaar.

en

de Minister van Veiligheid en Justitie, de Minister.

1 Overwegingen

1.1.

De rechtbank heeft geconstateerd dat in haar uitspraak van 26 augustus 2021 (hierna: de uitspraak), onder het kopje “3. Beslissing” (hierna: de beslissing) de verdeling van de te betalen vergoeding van immateriële schade niet correct is.

1.2.

De rechtbank heeft in rechtsoverweging 2.18 van de uitspraak onder meer overwogen:

‘De veroordeling tot schadevergoeding zal naar evenredigheid daarmee worden uitgesproken ten laste van de heffingsambtenaar (3/5 x € 500,00 = € 300,00) respectievelijk de Minister van Veiligheid en Justitie (2/5 x € 500,00 = € 200,00).’

1.3.

De rechtbank stelt vast dat de uitspraak een misslag bevat. Deze misslag houdt in dat de bedragen van € 200,00 en € 300,00 in de beslissing zijn verwisseld. In het dictum van de uitspraak had de heffingsambtenaar veroordeeld moeten worden tot betaling van een bedrag van € 300,00 en de Minister tot een bedrag van € 200,00. Dit is immers in de overwegingen ook opgenomen. Door een kennelijke misslag zijn deze bedragen in de beslissing echter omgewisseld. De rechtbank is van oordeel dat voor partijen, gelet op de motivering van de gespecificeerde berekening onder 2.18 van de uitspraak, duidelijk moet zijn geweest dat in de beslissing het volgende had moeten worden vermeld:

“veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van geleden immateriële schade ten bedrage van € 300,00;”

en

“veroordeelt de Minister tot vergoeding van geleden immateriële schade ten bedrage van € 200,00;”

1.4.

Herstel van de misslag brengt mee dat in de beslissing de passage “veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van geleden immateriële schade ten bedrage van € 200,00;” komt te luiden:

“veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van geleden immateriële schade ten bedrage van € 300,00;”

In de beslissing komt de passage “veroordeelt de Minister tot vergoeding van geleden immateriële schade ten bedrage van € 300,00;” te luiden:

“veroordeelt de Minister tot vergoeding van geleden immateriële schade ten bedrage van € 200,00;”

2 Beslissing

De rechtbank verbetert de misslag in de beslissing van de uitspraak op de wijze als onder 1.4 omschreven, en verstaat dat de uitspraak aldus verbeterd moet worden gelezen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van drs. L. Mattijssen, griffier, op 17 september 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is verhinderd deze uitspraak De rechter,

mede te ondertekenen.

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze hersteluitspraak staat geen hoger beroep dan wel een ander rechtsmiddel open (onder meer: arrest van de Hoge Raad van 3 februari 2012, nr. 10/05475, ECLI:NL:HR:2012:BV2583 en van 6 december 2013, nr. 12/00442, ECLI:NL:HR:2013:1449).

Voorts brengt deze uitspraak geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.