Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:4548

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10-09-2021
Datum publicatie
15-09-2021
Zaaknummer
AWB- 20_5714
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WIA

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/5714 WIA

uitspraak van 10 september 2021 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoeker] , te [plaatsnaam] , verzoeker,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 20 februari 2020 (bestreden besluit) van het UWV inzake zijn verzoek om een vervoersvoorziening ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

Na een tussenuitspraak van deze rechtbank heeft het UWV bij besluit van 28 juli 2021 het bedrag van de gevraagde vervoersvoorziening verhoogd.

Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft in reactie gesteld in te stemmen met de door eiser gevraagde vergoeding van griffierecht en reiskosten als proceskosten.

De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.

2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 28 juli 2021 dat het UWV aan verzoeker is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten.

Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 39,20 (reiskosten) zoals door verzoeker aangegeven en waarmee het UWV zich akkoord heeft verklaard.

3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 48,-- aan verzoeker dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 39,20.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, rechter, in aanwezigheid van R.V. van Vliet, griffier, op 10 september 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.