Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:4541

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10-09-2021
Datum publicatie
15-09-2021
Zaaknummer
AWB- 19_671
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WAO

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 19/671 WAO

uitspraak van 10 september 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres,

gemachtigde: mr. R.M.H.G. Ritzen,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 27 december 2018 (bestreden besluit) van het UWV inzake haar verzoek om herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid vanwege toegenomen klachten met ingang van 21 augustus 2017.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 12 augustus 2019. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Het UWV heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. S. Barto. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst om de psychologische rapportage van de Viersprong af te wachten.

Op 18 november 2019 heeft eiseres de rapportage van de Viersprong en aanvullende stukken ingediend. Het UWV heeft met het rapport van de verzekeringsarts bezwaar & beroep (verzekeringsarts b&b) van 13 december 2019 hierop gereageerd. Dit rapport is bij brief van 6 januari 2020 doorgezonden aan de gemachtigde van eiseres. Tevens is partijen gevraagd of zij behoefte hebben aan een nadere zitting. Nadat de rechtbank geen reactie had ontvangen, is het onderzoek gesloten.

Op 10 februari 2020 heeft de gemachtigde van eiseres aangegeven de brief van 6 januari 2020 niet te hebben ontvangen. Op 24 februari 2020 heeft hij alsnog gereageerd op de reactie van de verzekeringsarts b&b.

De rechtbank heeft het onderzoek heropend om een onderzoek te laten instellen door een deskundige.

Psychiater [naam psychiater 1] heeft onderzoek verricht en heeft op 9 februari 2021 schriftelijk verslag uitgebracht. Partijen zijn door de rechtbank in de gelegenheid gesteld te reageren op dit deskundigenrapport. Het UWV heeft op 12 maart 2021 van die mogelijkheid gebruik gemaakt en eiseres op 1 april 2021.

Geen van de partijen heeft aangegeven op een nadere zitting te willen worden gehoord.

Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

De rechtbank heeft de uitspraaktermijn verlengd.

Overwegingen

1. Feiten

Eiseres ontving een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) naar een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na herbeoordeling is de WAO-uitkering van eiseres bij besluit van 8 augustus 2017 verlaagd naar de klasse 25-35% met ingang van 9 oktober 2017. Het besluit staat in rechte vast.

Op 26 september 2017 heeft eiseres zich toegenomen arbeidsongeschikt gemeld per 21 augustus 2017.

Bij besluit van 20 juli 2018 (primair besluit) heeft het UWV het verzoek van eiseres aangemerkt als een verzoek om de beslissing van 8 augustus 2017 te herzien en heeft dit verzoek afgewezen, omdat niet gebleken is van nieuwe feiten en omstandigheden.

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiseres, onder wijziging van de motivering, ongegrond verklaard. Daaraan heeft het UWV ten grondslag gelegd dat is heroverwogen of sprake is van wijzigingen in de gezondheidssituatie van eiseres die leiden tot aanpassing van de vastgestelde beperkingen en de mate van arbeidsongeschiktheid. De verzekeringsarts b&b heeft aanleiding gezien de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aan te vullen. Ondanks deze aanpassing acht de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) eiseres geschikt voor vier geduide functies. Op basis van het loon wat eiseres met deze functies zou kunnen verdienen, blijft het arbeidsongeschiktheidspercentage dat met ingang van 9 oktober 2017 is verlaagd naar 25-35% ongewijzigd.

2. Omvang geschil

In geschil is of het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid per 9 oktober 2017 ongewijzigd heeft gehandhaafd op 25-35%.

3. Wettelijk kader

Arbeidsongeschikt in de zin van de WAO is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken geheel of gedeeltelijk niet in staat is met algemeen geaccepteerde arbeid te verdienen hetgeen soortgelijke gezonde personen met arbeid gewoonlijk verdienen (artikel 18 van de WAO).

Van belang is dan ook:

- of eiseres medische beperkingen heeft en

- of zij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.

In artikel 39a, eerste lid, van de WAO is bepaald dat ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid die intreedt binnen vijf jaar na de datum van toekenning of herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering en die voortkomt uit dezelfde oorzaak als de arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan uitkering wordt genoten, herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaatsvindt, zodra de toegenomen arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd.

Ingevolge artikel 42, eerste lid, van de WAO gaat de herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in op de dag, met ingang van welke de belanghebbende ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde voor een hogere of lagere uitkering in aanmerking komt.

4. Het verzoek van eiseres

Zoals de Centrale Raad van Beroep heeft overwogen in zijn uitspraak van 14 januari 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:1), moet een aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering na een eerdere (gedeeltelijke) afwijzing of intrekking van die uitkering naar zijn strekking worden beoordeeld. Met een aanvraag kan worden beoogd dat (met ingang van de datum waarop dat besluit zag) wordt teruggekomen van het eerdere besluit (in de zin van artikel 4:6 van de Awb), dat bedoeld wordt een beroep te doen op een regeling bij toegenomen arbeidsongeschiktheid (de herleving), of dat om herziening wordt verzocht voor de toekomst (de duuraanspraak). Dit onderscheid is van belang voor de beoordeling van de aanvraag door het UWV en de toetsing van de beslissing op die aanvraag door de bestuursrechter.

Eiseres heeft zich op 26 september 2017 gemeld met toegenomen klachten. Tussen partijen is niet (langer) in geschil dat geen sprake is van een 4:6 Awb-situatie, maar van een verzoek om inhoudelijke herbeoordeling van gestelde toegenomen arbeidsongeschiktheid met ingang van 21 augustus 2017. Op die datum ontving zij echter nog altijd een WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Bij besluit van 8 augustus 2017 is de WAO-uitkering na herbeoordeling herzien en verlaagd met ingang van 9 oktober 2017. Naar het oordeel van de rechtbank is het UWV bij de beoordeling van het verzoek van eiseres daarom terecht uitgegaan van de datum 9 oktober 2017 als datum in geding.

5. Medische beoordeling

5.1.

Ter zitting is vastgesteld dat de wijze waarop de lichamelijke klachten van eiseres door de verzekeringsarts b&b in kaart zijn gebracht niet in geschil is. Deze procedure betreft de mate van beperkingen die voortkomen uit de psychische klachten van eiseres.

5.2.

Het UWV verwijst naar de rapportages van de verzekeringsarts b&b. De verzekeringsarts b&b heeft eiseres in de bezwaarprocedure gezien op de hoorzitting en heeft het dossier bestudeerd. Hij heeft gerapporteerd dat op basis van de beschikbare gegevens en de eigen bevindingen geen medische argumenten aanwezig zijn om de FML aan te vullen vanwege psychomentale en emotionele kwetsbaarheid. Daarnaast blijkt uit het dagverhaal van eiseres een goed gevulde dag op datum in geding. Getoetst aan de standaard ‘duurbelastbaarheid in arbeid’ is daarom op energetische gronden geen reden voor een urenbeperking. Met de fysieke beperkingen in de FML en passend werk zonder overuren of onregelmatige werktijden wordt voldoende tegemoetgekomen aan de vermoeidheidsklachten en ter voorkoming van overbelasting. Voor nog meer beperkingen uit preventief oogpunt is onvoldoende grond. Op de datum in geding was geen sprake van therapie waardoor eiseres minder beschikbaar was voor arbeid. Ook de brieven van de behandelend psychiater bieden geen informatie om eiseres meer beperkt te achten, zo stelt de verzekeringsarts b&b. De beperkingen en de belastbaarheid van eiseres zijn neergelegd in de FML van 22 november 2018.

5.3.

Eiseres heeft tegen het medisch oordeel van het UWV aangevoerd dat haar beperkingen zijn onderschat. De procedure van de herbeoordeling, verlaging van haar uitkering en verhoging van het aantal werkuren hebben ertoe geleid dat haar psychische klachten zijn verergerd. Hierdoor is zij volledig uitgevallen en heeft zij zich weer onder behandeling moeten stellen van haar psychiater. Uit het in bezwaar overgelegde rapport blijkt dat haar huidige psychische gesteldheid voortkomt uit traumatische ervaringen in haar jeugd. De conclusie in dit rapport luidt dat sprake is van sterke aanknopingspunten voor persoonlijkheidsproblematiek, waarbij vooral vermijdende, dwangmatige en borderline trekken naar voren komen. Haar fragiele positie blijkt uit de in beroep overgelegde brief van de psychiater van de Viersprong. Eiseres stelt vanwege haar psychische klachten niet 8 uur per dag en 40 uur per week belastbaar te zijn voor arbeid. Preventief dient een urenbeperking tot 20 uur per week te worden aangenomen. Die tijd vult zij door 12 uur per week te werken en daarnaast therapie te volgen. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres de brief van 18 juli 2019 van de Viersprong ingediend, waarin de eerder gestelde diagnoses worden herhaald en een Therapeutisch Psychologisch Onderzoek is geïndiceerd. Tot slot verzoekt eiseres de rechtbank een expertise te gelasten door een onafhankelijk psychiater. Zij concludeert tot toekenning van een WAO-uitkering op basis van volledige arbeidsongeschiktheid met ingang van 9 oktober 2017.

5.4.

Ter zitting is afgesproken dat informatie van De Viersprong zou worden afgewacht. Eiseres heeft vervolgens twee brieven van psycholoog [naam psycholoog] (werkzaam bij De Viersprong) ingediend; een brief van 28 oktober 2019 en een ongedateerde brief naar aanleiding van psychologisch onderzoek. In de brief van 28 oktober 2019 is de DSM-5 classificatie van eiseres per 28 oktober 2019 weergegeven. Er is sprake van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met kenmerken van de dwangmatige, vermijdende en borderline persoonlijkheidsstoornis, een persisterende depressieve stoornis, met vroeg begin, met zuiver dysthym syndroom, en een persoonlijke anamnese met verwaarlozing als kind (in het verleden). Behandeling middels een 1-daags deeltijd programma van een jaar wordt geadviseerd.

5.5.

De rechtbank was op basis van het dossier van oordeel dat niet uit te sluiten valt dat er op de datum in geding meer beperkingen aanwezig waren dan door het UWV is aangenomen. De rechtbank heeft daarom aanleiding gezien om een psychiater als onafhankelijke deskundige in te schakelen.

Psychiater [naam psychiater 1] heeft als deskundige een rapport uitgebracht. De conclusie van het deskundigenrapport is dat bij eiseres ten tijde van het onderzoek en op datum in geding sprake is van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met dwangmatige, vermijdende en borderline kenmerken. De bij De Viersprong geclassificeerde persisterende depressieve stoornis wordt door de deskundige niet overgenomen. De ervaren klachten passen veeleer bij een psychische overbelasting als gevolg van toegenomen stress door de omstandigheden waarin eiseres beland was (de rugklachten, de plotselinge herkeuring, het resultaat ervan, de financiële gevolgen en de zorgtaken als alleenstaande ouder). Eventuele ADHD-kenmerken kunnen in het licht van de persoonlijkheidsstoornis worden geduid. De ervaren angstklachten worden in het kader van de overbelasting geïnterpreteerd en komen niet voort uit een specifieke angststoornis. Uit de afgenomen symptoomvaliditeitstest volgt een verhoogde score, wat een aanwijzing is voor het aanzetten van klachten. Eiseres heeft coaching nodig om te komen tot meer werken, rekening houdend met de bij eiseres vastgestelde beperkingen.

De deskundige geeft in antwoord op vragen van de rechtbank aan dat de persoonlijkheidsstoornis zorgt voor lichte tot matige beperkingen ten aanzien van eigen gevoelens uiten, emotionele problemen van anderen hanteren, omgaan met conflicten en samenwerken. Deze beperkingen komen voort uit de persoonlijkheidsstoornis en zullen ook op de datum in geding (9 oktober 2017) aanwezig zijn geweest. De deskundige ziet op psychische gronden geen reden om aan te nemen dat eiseres niet in staat was om 8 uur per dag en ongeveer 40 uur per week te werken. Zij kan instemmen met de FML van 22 november 2018 en de aan eiseres geduide functies. Een onderzoek door een andere deskundige is niet nodig.

5.6.

Eiseres heeft op het rapport van de deskundige gereageerd. Zij voelt zich niet gehoord en gezien door de deskundige in het 45 minuten durende gesprek. Het rapport is gebaseerd op niet of beperkt beschikbare medische informatie. Ten onrechte heeft de deskundige geen informatie opgevraagd bij de behandelaars van eiseres. In het rapport ontbreken relevante omstandigheden van de dag, zoals een totale paniekaanval. De deskundige heeft gerapporteerd op basis van hardnekkige misvattingen, die in het dossier zijn terechtgekomen. Daarnaast is niet gemotiveerd waarom de gebruikte symptoomvaliditeitstest beter zou zijn dan de DIVA (ADHD)-methodiek die in De Viersprong is gebruikt, zeker nu de bevindingen afwijken van de diagnoses (depressieve stoornis en ADHD) van de behandelaars.

5.7.

Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige volgt als de motivering van deze deskundige hem overtuigend voorkomt. Naar het oordeel van de rechtbank doet deze situatie zich hier voor. De motivering van de deskundige is overtuigend.

De rechtbank ziet in de door eiseres ingebrachte reactie op de rapportage geen aanleiding te twijfelen aan de bevindingen van de deskundige en neemt de bevindingen en conclusies van de deskundige over. Daartoe overweegt de rechtbank dat het uitgebrachte rapport inzichtelijk en consistent is en blijk geeft van een zorgvuldig onderzoek. De rechtbank kan eiseres niet volgen in haar stelling dat de deskundige niet of beperkt beschikte over medische informatie. De rechtbank heeft eiseres meerdere malen de gelegenheid gegeven (medische) informatie in te dienen en eiseres heeft hier ook gebruik van gemaakt. Indien er meer of aanvullende medische informatie nodig was, die de door eiseres gestelde en niet nader benoemde misvattingen in het dossier gemotiveerd weerspreekt, dan had het op de weg van eiseres gelegen om deze informatie in te dienen. De deskundige heeft een drie uur durend onderzoek met eiseres uitgevoerd en kennis genomen van het dossier. Dat de deskundige de door de psycholoog van De Viersprong geclassificeerde persisterende depressieve stoornis niet volgt, is in lijn met de bevindingen van psychiater [naam psychiater 2] (Amphia ziekenhuis) die in zijn brieven schrijft over depressieve klachten in het kader van recidiverende depressieve periodes, waarbij eiseres veel minder plezier in bezigheden heeft, met een ADHD-component. De deskundige heeft uitgebreid gemotiveerd dat bij eiseres geen sprake is van een depressieve stoornis, maar dat haar psychische kwetsbaarheid voortkomt uit de persoonlijkheidsstoornis en psychische overbelasting als gevolg van toegenomen stress door de omstandigheden waarin eiseres zich bevond.

Daarnaast overweegt de rechtbank dat niet de diagnose bepalend is voor de vraag of eiseres al dan niet arbeidsongeschikt is, maar haar beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek per de datum in geding.1 De deskundige heeft te kennen gegeven dat zij zich, wat betreft de uit de psychische klachten voortvloeiende beperkingen, kan verenigen met de FML van 22 november 2018. Dit betekent dat deze FML juist moet worden geacht en dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag berust.

6. Geschiktheid voor de functies

6.1.

Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) van het UWV heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: samensteller elektronische apparatuur (Sbc-code 267050, functie bestucker), productiemedewerker industrie (samenstellen van producten; Sbc-code 111180, functie printmonteur conventioneel), administratief medewerker (documenten scannen; Sbc-code 315133, functie medewerker DIV) en medewerker tuinbouw (planten, bloemen, vruchten; Sbc-code 111010, functie medewerker bloemzaadproductie).

6.2.

Eiseres heeft aangevoerd dat deze functies ten onrechte geschikt worden geacht. Hiertoe heeft eiseres aangevoerd dat de functie van tuinbouwmedewerker niet passend is vanwege de werksituatie in deze functie. Daarnaast hebben alle geduide functies een omvang van 36 uur. Uitgaande van een urenbeperking kunnen deze functies niet aan eiseres worden voorgehouden.

6.3.

De rechtbank ziet geen reden om te oordelen dat de voor eiseres geselecteerde functies in medisch opzicht niet passend zijn. De rechtbank verwijst naar de rapportage van de arbeidsdeskundige van 28 juni 2018 en het rapport van de arbeidsdeskundige b&b van 20 december 2018. Daarin is inzichtelijk gemotiveerd dat, uitgaande van de vastgestelde beperkingen, eiseres de werkzaamheden kan verrichten die verbonden zijn aan deze functies, ook ten aanzien van de functie van tuinbouwmedewerker. Haar standpunt dat zij niet in staat is de geduide functies te verrichten, vloeit voort uit haar opvatting dat haar medische beperkingen zijn onderschat. Zoals de rechtbank in overweging 5.7 heeft geconcludeerd is die opvatting niet juist.

De hiervoor genoemde functies mochten worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.

7. Mate van arbeidsongeschiktheid

Op basis van de inkomsten die eiseres met de geduide functies kan verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot een mate van arbeidsongeschiktheid van 27,51%. Omdat eiseres tegen deze berekening geen gronden naar voren heeft gebracht, gaat de rechtbank uit van deze mate van arbeidsongeschiktheid.

Dit betekent dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid per 9 oktober 2017 ongewijzigd heeft vastgesteld op de arbeidsongeschiktheidsklasse 25 tot 35%.

Het beroep zal dan ook ongegrond worden verklaard.

Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E.M. Marsé, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 10 september 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid deze

uitspraak mede te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

1 Zie de uitspraak van de Raad van 2 november 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BB7575.