Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:4467

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
07-09-2021
Datum publicatie
07-09-2021
Zaaknummer
02/289887-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van het in bezit hebben van een grote hoeveelheid kinderporno. Geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf, omdat dit de positieve ontwikkelingen zou doorkruizen en daarmee ook het risico op recidive zou verhogen. Wel een veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van 3 jaren en daarnaast een taakstraf van 240 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/289887-20

vonnis van de meervoudige kamer van 7 september 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats]

wonende te [adres]
raadsman mr. T.M. ten Velde, advocaat te Tilburg

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 augustus 2021, waarbij de officier van justitie, mr. S.J. Huizenga, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op een vijftal gegevensdragers telkens meerdere kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit en baseert zich daarbij op de bekennende verklaring van verdachte en de inhoud van het dossier, zoals de gegevens in het proces-verbaal kinderpornografie.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is evenals de officier van justitie van mening dat de rechtbank op grond van de inhoud van het dossier en de bekennende verklaring van verdachte tot een bewezenverklaring kan komen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

4.3.2

De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte in samenhang met de inhoud van het dossier wordt bewezen verklaard dat hij kinderporno - in de vorm van foto’s en films - op verschillende gegevensdragers in zijn bezit heeft gehad.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 18 november 2019 te Tilburg

telkens afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s en/of films, en

gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een smartphone (Samsung

Galaxy S9 Plus) en een laptop (MSI GE70) en een harde schijf (Seagate) en

een tablet (Samsung Galaxy Note) en een USB-stick (Corsair),

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar

nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft verworven en in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een

geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de

toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een penis en/of de/een mond/tong en/of de/een vinger/hand en/of

een voorwerp oraal, vaginaal en anaal penetreren van het lichaam van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het met de/een penis en/of de/een mond/tong en/of de/een vinger/hand en/of

een voorwerp oraal en anaal penetreren van het lichaam van een ander

persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met de/een vinger/hand en een voorwerp anaal penetreren van het

eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had

bereikt

en

het met de/een vinger/hand betasten en aanraken van het geslachtsdeel en/of

de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het met de/een vinger/hand en mond/tong betasten en aanraken van het

geslachtsdeel en/of de billen van een ander persoon door een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het met de/een vinger/hand betasten en aanraken van het eigen geslachtsdeel

door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk

de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een

omgeving en/of in een houding

die niet bij zijn/haar leeftijd past

en waarna door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose

nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in

beeld gebracht worden,

waarbij de afbeelding telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling

en

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van

een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of waarbij op

dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is

waarbij de afbeelding telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van 3 jaar. Aan deze voorwaardelijke gevangenisstraf moeten de voorwaarden, zoals door de reclassering geformuleerd, verbonden worden. De voorwaarde betreffende de controle van de gegevensdragers moet zich volgens de officier van justitie uitstrekken tot alle gegevensdragers waar verdachte toegang tot heeft, dus ook gegevensdragers in de werksfeer.

Verder is een taakstraf van 240 uur volgens de officier van justitie passend.

6.2

Het standpunt van de verdediging

Verdachte zit nu in een vrijwillig hulpverleningstraject. Hij is aan het leren hoe om te gaan met problemen en ook om op tijd hulp te vragen. Hij heeft stappen gezet door zijn kring van mensen waar hij terecht kan uit te breiden. Ook heeft hij mensen in zijn netwerk verteld wat er gaande is in zijn leven.
Voorkomen moet worden dat verdachte verweten gaat worden dat hij het waarom van zijn handelen nog niet heeft aangepakt. In dat licht bezien wordt de eis van de officier van justitie als te zwaar beschouwd. Verder is het een oudere zaak en blijkt er volgens de aangehaalde jurisprudentie minder zwaar gestraft te worden bij verdachten die, net als verdachte in onderhavige zaak, in een vrijwillig behandeltraject zitten.

Er kan dan ook worden volstaan met een werkstraf van 80 uren. De hoogte van de voorwaardelijke gevangenisstraf dient gematigd te worden. Een proeftijd van 3 jaren is in het belang van verdachte en de door de reclassering geformuleerde voorwaarden zijn in het belang van verdachte. De verdediging kan zich echter niet vinden in dat wat de officier van justitie heeft opgemerkt het uitstrekken van de controle van alle gegevensdragers waar verdachte toegang tot heeft en dus ook die binnen de werksfeer. Dit zou voor verdachte veel moeilijkheden tussen hem en zijn werkgever opleveren.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van een grote hoeveelheid kinderporno. Kinderporno is bijzonder ongewenst, met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Verdachte moet mede verantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door kinderporno te verzamelen en te verspreiden, heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar zeker ook degenen die kinderporno verzamelen, zoals verdachte dat langere tijd gedaan heeft.

Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank acht geslagen op het grote aantal afbeeldingen dat verdachte in bezit had, de leeftijd van de kinderen op de afbeeldingen en de aard van de handelingen waartoe de kinderen zijn gedwongen.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op het rapport van de reclassering. In dit rapport wordt melding gemaakt van een aantal risicoverhogende factoren. Zo gebruikt verdachte het downloaden en het bekijken van kinderporno als een manier om zijn negatieve gevoelens af te laten nemen of tijdelijk te vergeten. Ook is verdachte gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis waardoor hij zich niet altijd in anderen kan inleven en de gevolgen van zijn handelen niet goed kan overzien.

Verdachte ontkent op minderjarige jongens te vallen en seksueel opgewonden te raken van kinderpornografische afbeeldingen. Uit het rapport van de reclassering blijkt echter dat zijn behandelaar van GGZ Breburg van mening is dat bij verdachte sprake is van een pedoseksuele stoornis met als leeftijdsvoorkeur jongens vanaf 8 jaar.

De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat hij na de inval vrijwillig hulp heeft gezocht bij GGZ Breburg en dat hij nog steeds zijn behandeling daar volgt. Op de leefgebieden huisvesting, relatie en financiën is sprake van stabiliteit en heeft hij geleerd om hulp te vragen en te accepteren. Ook staat hij open voor deelname aan Cosa, een intensief begeleidingstraject dat wordt ingezet bij de re-integratie van zedendaders die onder toezicht staan van de reclassering. Zodoende zijn er dus ook een aantal beschermende factoren aanwezig.

De reclassering schat het risico op recidive in als gemiddeld en adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden van meldplicht, ambulante behandeling, het vermijden van kinderporno en het toestaan van controle op gegevensdragers.

Gelet op de hoeveelheid aangetroffen kinderporno zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van minimaal 12 maanden in beginsel op zijn plaats zijn. Een dergelijke onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal echter ten koste gaan van de opgebouwde stabiliteit in het leven van verdachte. Hij heeft laten zien dat hij aan zichzelf wil werken en zowel bij de reclassering als ter zitting heeft verdachte uitgesproken dat hij open staat voor de bijzondere voorwaarden en dat hij deel wil nemen aan het Cosa traject. De positieve ontwikkelingen zouden door het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf doorkruist worden en daarmee zou ook het risico op recidive worden verhoogd.

De rechtbank zal verdachte dan ook tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf veroordelen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering geadviseerd. De rechtbank zal daarbij de hoogte van de door de officier van justitie gevorderde voorwaardelijke gevangenisstraf matigen tot 6 maanden. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat een proeftijd van 3 jaren op zijn plaats is.

De rechtbank gaat verder niet mee in de vordering van de officier om de controle van de gegevensdragers uit te breiden tot gegevensdragers van de werkgever van verdachte. Dit zou een te grote inbreuk zijn op de bedrijfsbelangen van de werkgever van verdachte.

Nu verdachte in 2015 een voorwaardelijk sepot heeft gekregen met betrekking tot een soortgelijk feit en uit het dossier blijkt dat hij kennelijk al in de proeftijd van dit voorwaardelijk sepot weer begonnen was met het downloaden van kinderporno, is de rechtbank van oordeel dat er geen reden is om de door de officier van justitie gevorderde taakstraf van 240 uren te matigen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

en

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;

- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

* dat verdachte zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd telefonisch op het nummer 088-8041505 zal melden bij Reclassering Nederland (Alleenhouderstraat 25 te Tilburg) en zich daarna gedurende een door de reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) zal blijven melden, zo lang en zo frequent als de reclassering noodzakelijk acht;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van GGZ Breburg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling zal de gehele proeftijd duren of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicatie kan onderdeel zijn van de behandeling;

* dat verdachte zich op welke wijze dan ook onthoudt van:

- het seksueel getint communiceren met minderjarigen;

- gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen;

- gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd.

Verdachte bespreekt tijdens de gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen;

* dat verdachte meewerkt aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek. Het toezicht op deze voorwaarde bestaat uit controles van computers en ander apparatuur die aanwezig zijn in de woning van verdachte. De controles mogen maximaal 3 keer per jaar plaatsvinden op door de reclassering uit te kiezen momenten, dit gedurende de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Veldhuizen, voorzitter, mr. R.J.H. Goossens en mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Tafazzul, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 7 september 2021.

Mr. Mullers is niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.