Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:4366

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
27-08-2021
Datum publicatie
02-09-2021
Zaaknummer
AWB- 20_10371
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WMO15

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/10371 WMO15

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 augustus 2021 in de zaak tussen

[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser

gemachtigde: mr. A. van Tol-Macharoblishvili,

en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (het college), verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 22 september 2020 (primair besluit) heeft het college per 1 december 2020 Hulp aan Huis voor 160 minuten per week aan eiser toegekend op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

In het besluit van 19 november 2020 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank op 19 augustus 2021. Hierbij waren aanwezig eiser, zijn gemachtigde en namens het college [naam vertegenwoordiger] .

Feiten en omstandigheden

1. Eiser had een indicatie voor de algemene voorziening Hulp aan Huis voor maximaal 180 minuten per week. Met ingang van 1 januari 2020 is het beleid van het college gewijzigd en is voor de algemene voorziening een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo in de plaats gekomen.

Om te beoordelen of eiser in aanmerking komt voor de maatwerkvoorziening heeft er op 1 september 2020 een telefonisch gesprek met eiser plaatsgevonden. De uitkomst van dat gesprek is vastgelegd in een Plan van Aanpak. Op basis van dat plan heeft het college het primaire besluit genomen. Daarin heeft het college de algemene voorziening met ingang van 30 november 2020 beëindigd en 160 minuten per week Hulp aan Huis aan eiser toegekend voor de periode van 1 december 2020 tot en met 30 november 2025. Eiser heeft hier bezwaar tegen gemaakt.

Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Ambtshalve is in verband met het overgangsrecht de einddatum van de algemene voorziening vastgesteld op 22 december 2020.

Beroepsgronden

2. Eiser wijst op het feit dat in het Plan van Aanpak staat hij nog een doekje over tafel zou kunnen halen, de vaat zou kunnen doen en het huis zou kunnen opruimen. Hij kan deze taken echter niet structureel uitvoeren. Er is volgens hem dan ook onvoldoende en onzorgvuldig onderzoek gedaan. Verder stelt hij dat hij meer hulp bij het huishouden nodig heeft omdat zijn gezondheid achteruit gaat, wat ook zou blijken uit het overgelegde medisch overzicht van zijn huisarts en de verklaring van zijn huishoudelijke ondersteuner. Niet duidelijk is waarom hij ondanks zijn achteruitgang minder uren ontvangt dan voorheen. Volgens de Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2020 (de beleidsregels) kan het college meer Hulp aan Huis toekennen, bijvoorbeeld als de aanvrager een beperking of belemmering heeft. Eiser valt in die categorie. Naast COPD heeft hij diverse progressieve aandoeningen. Eiser is van mening dat hij daardoor ten minste 60 minuten extra per week Hulp aan Huis nodig heeft. Het college had meer maatwerk moeten bieden. Verder stelt hij dat naar de frequentie gekeken moet worden; 1 keer per week is onvoldoende om het huis schoon te houden, hij zou graag 2 keer per week 2 uur Hulp aan Huis ontvangen.

Wettelijk kader

3. Artikel 2.3.1 van de Wmo bepaalt dat het college ervoor zorg draagt dat aan personen die daarvoor in aanmerking komen een maatwerkvoorziening wordt verstrekt.

Artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo bepaalt dat het college beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.

Van toepassing is de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2020 (de verordening). Artikel 4.5, eerste lid, van de verordening bepaalt dat bij de toekenning van ondersteuning bij het huishouden in de vorm van een maatwerkvoorziening het college zich op één of meerdere van de volgende resultaten richt:

a. het schoon en leefbaar houden van de woning;

b. het beschikken over schone en draagbare kleding.

In het vierde lid is bepaald dat een cliënt (…) niet in aanmerking komt voor ondersteuning bij het huishouden als hij zelf, of met behulp van zijn partner/gezin of sociale netwerk de resultaten zoals genoemd in lid 1 kan behalen.

In het vijfde lid is bepaald dat het college nadere regels stelt.

Tevens is van toepassing het Besluit maatschappelijke ondersteuning Tilburg 2020 (het besluit). Artikel 4.2 van het besluit bepaalt dat de maatwerkvoorziening Hulp bij het Huishouden uit gaat van een modulair systeem met drie onderdelen:

• Basisuren voor een schoon en leefbaar huis

• Aanvullende uren voor wasverzorging

• Aanvullende uren schoon en leefbaar huis

Voor het bepalen van het aantal benodigde uren/minuten voor Hulp aan Huis wordt gebruik gemaakt van blokkenschema uit bijlage 4. In de beschikking wordt het gemiddelde aantal uren/minuten per week opgenomen.

Overwegingen

4. Vooropgesteld dient te worden dat het enkele feit dat eiser voorheen 180 minuten hulp bij het huishouden kreeg, niet maakt dat het college dit dient te handhaven. Het beleid is gewijzigd en het college beoordeelt nu in lijn met de Wmo per individueel geval en op basis van het beleid wat er nodig is om de woning schoon en leefbaar te houden. Ter zitting heeft het college toegelicht dat het onderzoek in dit geval telefonisch heeft plaatsgevonden in verband met de coronamaatregelen. In het Plan van Aanpak zijn, onder meer, eisers medische toestand en woonsituatie beschreven. Eiser heeft zijn stelling dat het onderzoek onvoldoende en onzorgvuldig is gedaan niet nader onderbouwd, zodat hij daarin niet wordt gevolgd.

5. In het beleid van het college zoals dat is neergelegd in de verordening, het besluit en de beleidsregels staat dat voor een volledige overname van de werkzaamheden voor een schoon en leefbaar huis als basis 125 minuten per week hulp in het huishouden toereikend zijn. Als dit nodig is, kan voor de wasverzorging aanvullend maximaal 35 minuten worden toegekend. In het Plan van Aanpak staat wel dat eiser bepaalde taken mogelijk nog zelf kan, maar het college heeft desondanks deze volledige basisomvang aan hulp in het huishouden en wasverzorging aan eiser toegekend. In tegenstelling tot wat eiser stelt, wordt dit hem dus niet tegengeworpen door het college. Hiermee is in beginsel dus volledig voorzien in de overname van werkzaamheden voor een schoon en leefbaar huis en de wasverzorging.

6. Uit het beleid volgt eveneens dat er aanvullende uren nodig kunnen zijn gelet op de beperkingen en belemmering van de persoon in kwestie, de samenstelling van het huishouden, extra vervuiling door een hulphond, of de kenmerken van de woning. Zo kan het nodig zijn de woning extra goed schoon te maken ter voorkoming van problemen bij iemand met bijvoorbeeld COPD. Dit wordt echter per individueel geval bekeken; de enkele aanwezigheid van deze kenmerken leidt niet automatisch tot meer inzet. De hoeveelheid extra ondersteuning die nodig is, is bepalend, niet de problematiek als zodanig.

7. Eiser stelt dat er in zijn geval extra uren nodig zijn vanwege zijn medische situatie, waarbij hij met name wijst op zijn (klachten ten gevolge van) COPD. Dat eiser hieraan lijdt was echter bekend bij het college en daarmee is rekening gehouden bij het opstellen van het Plan van Aanpak. Eiser heeft niet onderbouwd dat er meer ondersteuning nodig is, bijvoorbeeld om zijn woning nog meer stofvrij te maken en te houden. Het college heeft er ter zitting bovendien op gewezen dat dit gelet op de kenmerken van de woning ook niet noodzakelijk wordt geacht; eiser woont alleen in een inleunwoning van ongeveer 50 vierkante meter. Daarom moet 160 minuten per week Hulp aan Huis toereikend worden geacht om de woning schoon en leefbaar te houden. De rechtbank volgt dit standpunt van het college. Ten aanzien van de overige medische aandoeningen van eiser is niet gebleken dat deze extra schoonmaak vereisen buiten de toegekende volledige basisvoorziening.

8. Eiser heeft aangegeven dat hij het fijn zou vinden als hij tweemaal per week hulp in de huishouding zou ontvangen, zodat er minder tijd zit tussen de momenten dat hij hulp krijgt. Deze wens ziet echter niet op het besluit zelf maar op de uitvoering daarvan, zodat de rechtbank daar niet over kan oordelen. Ter zitting heeft het college aangegeven dat eiser hier indien gewenst zelf afspraken over kan maken met zijn huishoudelijke ondersteuner.

9. Het beroep is ongegrond.

10. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier, op 27 augustus 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.