Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:4364

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
27-08-2021
Datum publicatie
02-09-2021
Zaaknummer
AWB- 20_6671
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WMO15

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/6671 WMO15

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 augustus 2021 in de zaak tussen

[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres

en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (het college), verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 24 februari 2020 (primair besluit) heeft het college de aanvraag van eiseres voor een maatwerkvoorziening Hulp aan Huis op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) afgewezen.

In het besluit van 20 april 2020 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank op 19 augustus 2021. Hierbij waren aanwezig eiseres en namens het college [naam vertegenwoordiger] .

Feiten en omstandigheden

1. Eiseres had een indicatie voor de algemene voorziening Hulp aan Huis voor maximaal drie uur per week. Met ingang van 1 januari 2020 is het beleid van het college gewijzigd en is voor de algemene voorziening een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo in de plaats gekomen.

Om te beoordelen of eiseres in aanmerking komt voor de maatwerkvoorziening heeft het college op 14 januari 2020 een huisbezoek afgelegd. De resultaten van dat bezoek zijn vastgelegd in een Plan van Aanpak. Op basis van dat plan heeft het college het primaire besluit genomen. Daarin heeft het college besloten geen maatwerkvoorziening Hulp aan Huis aan eiseres toe te kennen. De nog lopende indicatie voor de algemene voorziening Hulp aan Huis is met ingang van 9 mei 2020 beëindigd. Eiseres heeft daar bezwaar tegen gemaakt.

Bij het bestreden besluit heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Beroepsgronden

2. Eiseres stelt dat na een periode van ruim anderhalf jaar ineens alle huishoudelijke hulp is stopgezet met de mededeling dat haar man de huishoudelijke taken maar moet doen. Hij maakt als zelfstandig ondernemer echter lange dagen waardoor er weinig tijd over blijft voor huishoudelijke taken. Het besluit levert voor hem veel stress, een hoge bloeddruk en hartproblemen op. Hij moest blijven werken omdat de AOW niet voldoende is om in het levensonderhoud te voorzien, bovendien moesten zij nog een schuld aflossen. Eiseres heeft medische stukken nagezonden om haar standpunt te onderbouwen.

Beoordelingskader

3. Ingevolge artikel 1.1.1 van de Wmo wordt onder gebruikelijke hulp verstaan: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten.

In artikel 1.2.1, aanhef en onder a, van de Wmo is bepaald dat een ingezetene van Nederland overeenkomstig de bepalingen van deze wet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, bestaande uit door het college van de gemeente waarvan hij ingezetene is, te verstrekken ondersteuning van zijn zelfredzaamheid en participatie, voor zover hij in verband met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk voldoende zelfredzaam is of in staat is tot participatie.

In artikel 2.1.3, eerste lid, van de Wmo is bepaald dat de gemeenteraad bij verordening de regels vaststelt die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het in artikel 2.1.2 bedoelde plan en de door het college ter uitvoering daarvan te nemen besluiten of te verrichten handelingen. Aan deze bepaling heeft de gemeenteraad uitvoering gegeven met de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2020 (de verordening).

In artikel 4.5, eerste lid, van de verordening is bepaald dat bij de toekenning van ondersteuning bij het huishouden in de vorm van een maatwerkvoorziening het college zich op één of meerdere van de volgende resultaten richt:

a. het schoon en leefbaar houden van de woning;

b. het beschikken over schone en draagbare kleding.

Volgens het derde lid van dit artikel beoordeelt het college of de cliënt één of meerdere huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen in het kader van gebruikelijke zorg.

Op grond van het vierde lid van dit artikel komt een cliënt niet in aanmerking voor ondersteuning bij het huishouden als hij zelf, of met behulp van zijn partner/gezin of sociale netwerk de resultaten zoals genoemd in het eerste lid kan behalen.

Ingevolge artikel 4.7, eerste lid, onder b, van de verordening verstrekt het college geen maatwerkvoorziening als de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen.

Overwegingen

4. In deze zaak staat niet ter discussie dat eiseres vanwege haar medische beperkingen is aangewezen op hulp bij het huishouden en dat haar man tot haar huishouden behoort. Tussen partijen is enkel in geschil of de man van eiseres de benodigde ondersteuning in het huishouden als gebruikelijke hulp kan verlenen.

5. Eiseres heeft ter zitting toegelicht dat haar man geen tijd heeft om alle huishoudelijke taken op zich te nemen, omdat hij vier dagen in de week actief is als marktverkoper. Op maandag en dinsdag is hij vrij, maar dan moet hij inkopen doen en zijn er andere klusjes die op hem wachten. Volgens de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter in dit soort zaken, is een druk bestaan op zichzelf echter nog geen reden om af te zien van het verlenen van gebruikelijke hulp (zie de uitspraak van 12 mei 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1114).

6. Taken vallen echter niet onder gebruikelijke hulp als een huisgenoot of partner zodanige gezondheidsproblemen heeft dat de betreffende taken niet door diegene uitgevoerd kunnen worden. Het college moet onderzoeken of een leefeenheid door de (chronische) uitval van een gezinslid niet alsnog onevenredig belast wordt en of overbelasting dreigt. Daarvoor moet echter wel onderbouwd gesteld worden dat er sprake is van medische beperkingen of dreigende overbelasting. In dit geval is onvoldoende onderbouwd dat dit bij de man van eiseres aan de orde is. Uit de verklaringen van eiseres over zijn dagelijkse bezigheden blijkt niet dat er sprake is van (medische) belemmeringen die maken dat van hem niet kan worden gevergd dat hij de huishoudelijke werkzaamheden als gebruikelijke hulp verricht. Ook is niet gebleken dat hij zodanige extra zorgtaken voor eiseres op zich neemt, dat de huishoudelijke hulp daar als te belastend bovenop komt. De huishoudelijke hulp mag naar algemeen aanvaarde opvattingen dan ook in redelijkheid verwacht worden van de man van eiseres. Naar het oordeel van de rechtbank maken zijn persoonlijke omstandigheden niet dat de door hem te verrichten taken de te verwachten gebruikelijke hulp overstijgt.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier, op 27 augustus 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.