Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:4303

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
24-08-2021
Datum publicatie
27-08-2021
Zaaknummer
AWB- 20_7356
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WIA

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/7356 WIA

uitspraak van 24 augustus 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiseres], te [plaatsnaam], eiseres,

gemachtigde: M.J.M. van Rijsewijk,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Eindhoven), verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 11 juni 2020 (bestreden besluit) van het UWV inzake de beëindiging van zijn uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 3 juni 2021. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en haar man. Tevens is voor eiseres verschenen als tolk in de Turkse taal, M. Odabas. Het UWV heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam vertegenwoordiger verweerder].

De termijn voor het doen van uitspraak is met zes weken verlengd.

Overwegingen

1. Feiten

Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Eiseres is werkzaam geweest als kledingsorteerster bij [naam (ex-)werkgever] voor 33,75 uur per week. Eiseres heeft zich op 25 september 2009 ziek gemeld vanwege rugklachten. Vanaf 1 augustus 2012 ontving eiseres een WGA-loonaanvullingsuitkering van het UWV naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%.

Op 12 juli 2019 heeft eiseres een herbeoordeling aangevraagd bij het UWV vanwege toegenomen gezondheidsklachten vanaf 1 november 2018.

Bij besluit van 14 november 2019 (primair besluit) heeft het UWV de WIA-uitkering beëindigd met ingang van 15 januari 2020. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

2. Omvang geschil

In geschil is of het UWV terecht de WIA-uitkering heeft beëindigd per 15 januari 2020.

3. Wettelijk kader

In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is bepaald dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.

In het tweede lid is bepaald dat in het eerste lid onder duurzaam wordt verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie.

In het derde lid is bepaald dat onder duurzaam mede wordt verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat.

Volgens artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat pas recht op uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.

Van belang is dan ook:

- of eiser medische beperkingen heeft en

- of hij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.

4. Medische beoordeling

Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd op rapportages van verzekeringsartsen en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van het UWV.

4.1

Verzekeringsarts De Winter heeft eiseres telefonisch gesproken op 27 augustus 2019 en heeft het dossier bestudeerd. De verzekeringsarts rapporteert op 27 augustus 2019 het volgende. De diagnoses van eiseres zijn Arnold-Chiari Malformatie en CTS. Eiseres heeft klachten van CTS beiderzijds, rugklachten, schouderklachten en door de Arnold-Chiari Malformatie klachten van snel duizelig bij staan, continue klachten van hoofdpijn, spierpijnen in het gehele lichaam en incontinentie. Uit onderzoek is duidelijk geworden dat eiseres feitelijk ongewijzigde klachten en beperkingen heeft ten opzichte van de beoordeling in 2014. Er bestaat geen indicatie tot operatief ingrijpen. Er wordt volstaan met actualisatie van de eerdere FML, zodat arbeidsdeskundig onderzoek mogelijk is. De arbeidsbeperkingen van eiseres zijn duurzaam.

Verzekeringsarts Van der Geest heeft eiseres gezien bij het spreekuur op 9 oktober 2019, waarbij lichamelijk en psychisch onderzoek is verricht, en heeft het dossier bestudeerd. Ook heeft de verzekeringsarts op 22 oktober 2019 informatie opgevraagd bij neurochirurg Leliefeld. De verzekeringsarts rapporteert op 30 oktober 2019 het volgende. De diagnoses van eiseres zijn gegeneraliseerde angst en overige ziekten zenuwstelsel chiari malformatie. Eiseres heeft door de Chiari Malformatie klachten van pijn in armen (schouders), hoofdpijn, zwalkende benen, duizeligheid en soms misselijkheid. De hoofdpijn is goed behandelbaar met paracetamol twee keer per week. Links heeft eiseres nog klachten van CTS, rechts volledig hersteld. Eiseres is rechtshandig. De psychische klachten zijn veel verbeterd. Daarnaast heeft eiseres forse slaapproblemen en veel stress. Eiseres geeft aan dat zij astma heeft, maar het lijkt dat zij bedoelt dat zij hyperventilatie heeft. Eiseres krijgt geen behandeling voor longklachten. Uit informatie van Leliefeld blijkt dat de neurologische afwijking een toevalsbevinding is en dat deze niet de klachten van eiseres verklaart. Er is sprake van myalgene klachten. Eiseres is aangewezen op fysiek lichte, zittende werkzaamheden, waarbij ze af en toe kan staan en lopen. Ze kan niet aan gevaarlijke machines, op hoogte of boven schouderhoogte werken. Eiseres dient te werken in een rustige werkomgeving, zonder lawaai, is niet allergisch voor stof en rook, heeft geen beperkingen voor de handen en polsen, kan werken met toetsenbord en muis en kan lichte voorwerpen hanteren gedurende de dag. Ten opzichte van 2014 is een verbetering van de klachten opgetreden. Gelet op de slaapklachten wordt een urenbeperking aangenomen. De beperkingen en de belastbaarheid van eiseres zijn neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 22 oktober 2019 en de FML van 30 oktober 2019.

Verzekeringsarts Van der Geest heeft op 5 november 2019 aanvullend gerapporteerd. Er was een fout in de rapportage van 30 oktober 2019, waarna de beoordeling is aangepast naar aanleiding van ontvangen informatie van de specialist en de verandering in de FML van
30 oktober 2019 is verklaard. Eiseres kan 6 uur per dag werken, dus totaal ongeveer 30 uur per week.

Verzekeringsarts b&b Klompjan heeft overlegd met stafarts b&b Slebus en heeft het dossier bestudeerd. De verzekeringsarts b&b rapporteert op 4 mei 2020 het volgende. De diagnose van eiseres is Arnold-Chiari Malformatie. In grote lijnen is nu sprake van een ongewijzigd beeld sinds 2012. De rapportage van verzekeringsarts De Winter is logisch en consistent. Sinds 2014 is er geen verslechtering opgetreden. De claim van toegenomen oedeem is niet bevestigd door neurochirurg Leliefeld en de claim van hoge bloeddruk leidt niet vaak tot beperkingen. Verzekeringsarts Van der Geest heeft een urenbeperking van 30 uur per week aangenomen, die terecht is gezien de aanhoudende slaapproblemen van eiseres. Niet wordt ingezien waarom beperkingen op geluid, trillingen en spreken zouden moeten worden toegevoegd en beperkingen inzake werken met stof, werken met toetsenbord en frequent lichte voorwerpen hanteren zouden moeten worden geschrapt. De toegevoegde beperkingen inzake lopen, traplopen en klimmen zijn plausibel en proportioneel, gezien de aangeboren afwijking aan de voeten.

Verzekeringsarts b&b Klompjan heeft op 22 december 2020 aanvullend gerapporteerd. De verzekeringsarts b&b ziet niet waarom beperkingen op geluid, trillingen en spreken moeten worden toegevoegd aan de FML en beperkingen inzake werken met stof, werken met toetsenbord en frequent lichte voorwerpen hanteren niet zouden moeten worden geschrapt. Dat was fout opgenomen in de rapportage van 4 mei 2020. De ingebrachte medische informatie geeft geen aanleiding het standpunt te wijzigen. Eiseres heeft een aangeboren afwijking die in de loop der jaren stabiel blijft en daarom is er geen aanleiding een zwaardere urenbeperking aan te nemen.

4.2

Eiseres heeft tegen het medisch oordeel van het UWV aangevoerd dat de verzekeringsartsen onvoldoende rekening hebben gehouden met de klachten en beperkingen als gevolg van de Arnold-Chiari malformatie, zoals uitvalsverschijnselen, gevoelloosheid armen en benen, pijn in hoofd en nek, duizeligheid en slapeloosheid. Deze situatie is nu stabiel, omdat eiseres vrijwel volledige rust heeft genomen. Eiseres vreest toename van klachten bij belasting/inspanning. Verder stelt eiseres dat verzekeringsarts Van der Geest een onjuiste conclusie heeft getrokken uit de brieven van Leliefeld, die door verzekeringsarts b&b Klompjan is gevolgd. Die brieven geven geen antwoord op de vragen over het beloop van de aandoening, welke behandeling en wat de visie is ten aanzien van de prognose.

Eiseres stelt verder dat de FML van 22 oktober 2019 een veel betere weergave geeft van de situatie dan de FML van 30 oktober 2019. Eiseres stelt dat haar een IVA-uitkering moet worden toegekend dan wel dat haar WGA-uitkering wordt voortgezet. Tevens verzoekt zij de rechtbank een deskundige te benoemen.

4.3

De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Uit de rapportages van de verzekeringsartsen blijkt dat zij op de hoogte waren van de door eiseres gestelde klachten, waaronder pijnklachten en slaapproblemen. Bij de opstelling van de FML is met het geobjectiveerde deel van de klachten rekening gehouden. Eiseres is weliswaar op het verkeerde been gezet doordat verzekeringsarts Van der Geest in de FML van 22 oktober 2019 aangeeft dat eiseres slechts 10 uur per week kan werken terwijl hij dit in de FML van 30 oktober 2019 wijzigt naar 30 uur per week. Anderzijds blijkt uit de – inderdaad op het punt van de urenbeperking niet helemaal eenduidige – rapportage dat eiseres in ieder geval minimaal in staat wordt geacht tot 20 uur per week werken. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat het aannemen van een urenbeperking tot 10 uur per week werken in de FML van 22 oktober 2019 een vergissing is geweest.

In de aanvullende rapportage van 5 november 2019 heeft verzekeringsarts Van der Geest verder toegelicht dat de urenbeperking niet goed in de rapportage is opgenomen waardoor eiseres een onjuist beeld heeft gekregen. Na de ontvangen informatie is het de verzekeringsarts duidelijk dat eiseres in staat is om 6 uur per dag te werken, gedurende 5 dagen per week, en in totaal dus 30 uren per week. Verder weegt naar het oordeel van de rechtbank zwaarder dat – zoals ter zitting ook is toegelicht door het UWV – de verzekeringsarts in de FML van 30 oktober 2019 rekening heeft gehouden met de klachten van eiseres en dat dit in bezwaar is geaccordeerd door de verzekeringsarts b&b.

Eiseres heeft ook niet voldoende onderbouwd dat in haar geval een urenbeperking van 10 uur per week moet worden aangenomen. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de belastbaarheid die de verzekeringsartsen hebben aangenomen. Daarbij is in aanmerking genomen dat eiseres in beroep geen nieuwe medische informatie heeft overgelegd en dat zij meermaals door verzekeringsartsen is gezien en onderzocht.

Niet gebleken is dat in de FML van 30 oktober 2019 de beperkingen van eiseres zijn onderschat. Voor de verdere beoordeling gaat de rechtbank dan ook uit van de belastbaarheid die is neergelegd in die FML.

5. Geschiktheid voor de functies

5.1

Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) van het UWV heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: machinaal metaalbewerker (Sbc-code 264122), samensteller kunststof en rubberproducten (Sbc-code 271130) en huishoudelijk medewerker (Sbc-code 111333).

5.2

De rechtbank ziet geen reden om te oordelen dat de voor eiseres geselecteerde functies in medisch opzicht niet passend zijn. De rechtbank verwijst naar het rapport van de arbeidsdeskundige van 12 november 2019 en het rapport van de arbeidsdeskundige b&b van 8 juni 2020. Daarin is inzichtelijk gemotiveerd dat, uitgaande van de vastgestelde beperkingen, eiseres de werkzaamheden kan verrichten die verbonden zijn aan deze functies. Haar standpunt dat zij niet in staat is de geduide functies te verrichten, vloeit voort uit haar opvatting dat haar medische beperkingen zijn onderschat. Zoals de rechtbank in overweging 4.3 heeft geconcludeerd is die opvatting niet juist.

De hiervoor genoemde functies mochten worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.

6. Mate van arbeidsongeschiktheid

Op basis van de inkomsten die eiseres met de geduide functies zou kunnen verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot de conclusie dat eiseres per 12 november 2019 minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Omdat eiseres tegen deze berekening geen gronden naar voren heeft gebracht, gaat de rechtbank uit van deze mate van arbeidsongeschiktheid.

Omdat pas recht bestaat op een WIA-uitkering bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer, heeft het UWV de WIA-uitkering terecht beëindigd per 15 januari 2020.

Het beroep zal dan ook ongegrond worden verklaard.

7. Proceskosten en griffierecht

Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard, is er geen reden om een proceskostenveroordeling uit te spreken. Ook bestaat geen aanleiding om te bepalen dat het griffierecht aan eiseres moet worden vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.M. Pasmans, griffier, op 24 augustus 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid de uitspraak mede te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.