Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:4026

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
05-08-2021
Datum publicatie
23-08-2021
Zaaknummer
BRE - 20 _ 8219
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2021/3086 met annotatie van mr. drs. C.M. Dijkstra
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Zaaknummer BRE 20/8219

uitspraak van 5 augustus 2021

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende] , wonende te [plaats] ,

belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland,

de heffingsambtenaar.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van de van 20 juli 2020 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan haar opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting van € 65,20, bestaande uit € 0,80 aan parkeerbelasting verhoogd met € 64,40 aan kosten [aanslag] (hierna: de naheffingsaanslag).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 juli 2021 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord, de gemachtigde van belanghebbende, I.N.D.J. Rissema, verbonden aan Bezwaartegenverkeersboetes.nl te Breda, en namens de heffingsambtenaar, [HA]

1 Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover het de niet-ontvankelijkverklaring betreft;

  • -

    veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 374;

  • -

    gelast dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 48 aan haar vergoedt.

2 Gronden

2.1.

Belanghebbende heeft op 1 juni 2020 een voertuig van het merk [merk] met het kenteken [kenteken] (hierna: de auto) geparkeerd op een parkeerplaats aan de Kampweg in gemeente Schouwen-Duivenland. In de ‘Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen gemeente Schouwen-Duiveland’ en de daarbij horende tarieventabel is deze plaats aangewezen als een plaats waar alleen tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd.

2.2.

Parkeercontroleurs van de gemeente Schouwen-Duiveland hebben op 1 juni 2020 omstreeks 15:22 uur geconstateerd dat ter zake van het parkeren met de auto aan de Kampweg geen parkeerbelasting was voldaan. Daarom is met dagtekening 1 juni 2020 de naheffingsaanslag aan belanghebbende opgelegd. Daartegen heeft belanghebbende op 15 juli 2020 via e-mail bezwaar gemaakt.

2.3.

Belanghebbende heeft in de bezwaarfase een factuur van Parkmobile over de maand juni 2020 overgelegd. Daaruit blijkt onder meer dat op 1 juni 2020 en van 13:55 uur tot 16:53 uur met als omschrijving ‘Mobiel parkeren - 4300 - Veere - Galgeweg’ een bedrag aan parkeerkosten is betaald van € 5,04. Daarnaast heeft belanghebbende een printscreen van haar parkeerhistorie overgelegd ten aanzien van de betaling op 1 juni 2020 voor de locatie ‘4300 – Veere – Galgeweg’.

2.4.

De heffingsambtenaar heeft in uitspraak op bezwaar geoordeeld dat het bezwaar wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk is. De heffingsambtenaar heeft tevens het bezwaar inhoudelijk beoordeeld en heeft op grond van zijn conclusies het bezwaarschrift ongegrond verklaard.

2.5.

Belanghebbende heeft gesteld dat zij op 1 juni 2020 de naheffingsaanslag niet op haar auto heeft aangetroffen en dat daarmee de bekendmaking van naheffingsaanslag op 1 juni 2020 niet kan worden vastgesteld. Bekendmaking van de naheffingsaanslag heeft volgens belanghebbende plaatsgevonden door toezending van het duplicaat van de naheffingsaanslag op 7 juli 2020. Daarmee eindigde de bezwaartermijn volgens belanghebbende op 18 augustus 2020. Daarnaast heeft belanghebbende gesteld dat zij wel degelijk parkeerbelasting heeft voldaan via Parkmobile. Zij heeft parkeerbelastingbelasting betaald voor de zone waar de auto geparkeerd stond en niet – zoals de heffingsambtenaar stelt – voor een onjuiste zone.

Bekendmaking naheffingsaanslag

2.6.

De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt 6 weken.1 De termijn voor het instellen van bezwaar vangt aan met ingang van de dag na die van dagtekening van een aanslagbiljet of van het afschrift van een voor bezwaar vatbare beschikking, tenzij de dag van dagtekening gelegen is vóór de dag van de bekendmaking.2 De gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen maakt de belastingaanslag bekend door toezending of uitreiking van het door de gemeenteambtenaar belast met de heffing van gemeentelijke belastingen voor de belastingschuldige opgemaakte aanslagbiljet.3 Het aanslagbiljet wordt bekend gemaakt door toezending of uitreiking en in afwijking daarvan kan het aanslagbiljet ook worden aangebracht op of aan het voertuig.4 Indien niet vaststaat dat het biljet op of aan het voertuig is aangebracht, vangt de termijn voor het instellen van bezwaar eerst aan op de dag na dagtekening van een duplicaat van het aanslagbiljet.5

2.7.

De rechtbank stelt voorop dat de bewijslast dat de naheffingsaanslag op of aan de auto is aangebracht op de heffingsambtenaar rust. De heffingsambtenaar heeft gesteld dat nadat de parkeercontroleurs de naheffingsaanslag hebben uitgeschreven c.q. hebben geprint, deze onder de ruitenwisser van de desbetreffende auto is aangebracht en dat de parkeercontroleurs geen foto’s van de print kunnen maken. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar met dat wat hij heeft aangevoerd niet aannemelijk heeft gemaakt dat de naheffingsaanslag op 1 juni 2020 aan belanghebbende is bekend gemaakt. Belanghebbende heeft geloofwaardig aangevoerd dat zij eerst door toezending van het duplicaat van de naheffingsaanslag op 7 juli 2020 op de hoogte geraakt van de naheffingsaanslag. De rechtbank is van oordeel dat met die toezending de naheffingsaanslag aan belanghebbende bekend is gemaakt. Het bezwaarschrift, ontvangen op 15 juli 2020 (zie 2.2), is derhalve tijdig ingediend.

Inhoudelijk: naheffingsaanslag terecht opgelegd?

2.8.

Partijen hebben ter zitting ingestemd met een inhoudelijke beoordeling van het geschil door de rechtbank. De rechtbank zal daarom de zaak niet terugwijzen naar de heffingsambtenaar, maar zelf in de zaak voorzien. Dat betekent dat de rechtbank zal beoordelen of de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd.

2.9.

De heffingsambtenaar heeft gesteld dat belanghebbende de verschuldigde parkeerbelasting aan gemeente Veere, en dus aan de verkeerde gemeente, heeft voldaan. Het overzicht van Parkmobile laat niet zien dat zij daadwerkelijk de betalingsplicht heeft voldaan ter zake van het parkeren aan de Kampweg in de gemeente Schouwen-Duiveland. De locaties Kampweg (gemeente Schouwen-Duiveland) en Galgeweg (gemeente Veere) liggen ruim 40 kilometers uit elkaar. In het achterliggende document van de naheffingsaanslag staan de GPS-coördinaten van de Kampweg vermeld, aldus de heffingsambtenaar.

2.10.

Belanghebbende heeft aangevoerd dat zij bij het parkeren een locatie kreeg aangewezen. Een foute weergave van de locatie in de parkeerapp mag naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad niet voor haar rekening en risico komen, aldus belanghebbende.

2.11.

Niet in geschil is dat belanghebbende tijdens de constatering op 1 juni 2020 de auto op een parkeerplaats aan de Kampweg in de gemeente Schouwen-Duiveland) heeft geparkeerd. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende met de betaling van parkeerbelasting aan de gemeente Veere geen parkeerbelasting heeft betaald voor het betreffende parkeren van de auto aan Kampweg in de gemeente Schouwen-Duiveland. In het onderhavige geval is sprake van een betaling aan een andere gemeente die ongeveer 40 kilometer is verwijderd van de gemeente waar met de auto is geparkeerd. Dat volgens belanghebbende sprake is van een fout in de parkeerapp is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt, aangezien dat nergens uit blijkt. De feiten en omstandigheden in het arrest van de Hoge Raad6 waar belanghebbende naar verwijst, zijn ook anders. De Hoge Raad heeft in dat arrest geoordeeld dat in die situatie de betreffende gemeente niet had voldaan aan haar informatieplicht. Niet is gesteld of gebleken dat de gemeente niet aan haar informatieplicht heeft voldaan. Gelet op het voorgaande is de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende opgelegd. De naheffingsaanslag moet worden gehandhaafd.

Conclusie

2.12.

De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar het bezwaar niet-ontvankelijk en ongegrond verklaard. Dit is echter niet juist voor zover het de niet-ontvankelijkverklaring betreft. De rechtbank zal om die reden de uitspraak op bezwaar in zoverre vernietigen. Inhoudelijk heeft de rechtbank belanghebbende in het ongelijk gesteld (zie 2.11), waardoor dat deel van de uitspraak op bezwaar in stand kan blijven. Het voorgaande leidt tot een vernietiging van de uitspraak op bezwaar voor zover het de niet-ontvankelijkverklaring betreft.

2.13.

De rechtbank ziet vanwege het bovenvermelde aanleiding de heffingsambtenaar te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 374 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 748 en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank hanteert een wegingsfactor 0,5 omdat sprake is van een parkeerbelastingzaak.7 Belanghebbende krijgt ook het griffierecht vergoed.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.W. van Eeken-Liu, griffier, op 5 augustus 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid AWR).

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.

1 Artikel 6:7 van de Awb.

2 Artikel 22j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen in samenhang met artikel 231 van de Gemeentewet.

3 Artikel 8 van de Invorderingswet 1990, in samenhang met artikel 231 van de Gemeentewet.

4 Artikel 234, zevende lid, van de Gemeentewet.

5 Vgl. Hoge Raad 14 juli 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6508, rov 4.5.

6 Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1014.

7 Vgl. Hof ’s-Hertogenbosch 15 november 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:4638, rov. 4.6.4.3.