Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:3977

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
05-08-2021
Datum publicatie
05-08-2021
Zaaknummer
02-250666-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

vrijspraak voor heling. Afwijzing vordering tenuitvoerlegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummers: 02/250666-20, 02/222213-17 (tul)

vonnis van de meervoudige kamer van 5 augustus 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats,

raadsman mr. C.J.M. Jansen, advocaat te Tilburg.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 juli 2021. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman mr. C.J.M. Jansen. De officier van justitie, mr. T. Kint, en de raadsman hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzet- dan wel schuldheling.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het feit wettig en overtuigend bewezen. Verdachte was op 6 oktober 2020 in het bezit van een laptop, die in de avond van 5 oktober 2020 is weggenomen uit de woning van aangeefster in Tilburg. Verdachte is op 6 oktober 2020 omstreeks 17:00 uur aangehouden en heeft verklaard dat hij de laptop achter een stroomhuisje heeft gevonden en dat hij van plan was deze terug te brengen. Verdachte kan geen verklaring geven op welk tijdstip hij de laptop heeft gevonden. Volgens zijn weinig specifieke verklaring moet dit of de avond van 5 oktober 2020 of de ochtend van 6 oktober 2020 zijn geweest. Uit de verklaring van verdachte kan in ieder geval worden afgeleid dat hij de laptop al enige tijd in zijn bezit had. Dat verdachte voornemens was de laptop terug te brengen, is gelet op het tijdsverloop ongeloofwaardig. Uit de gedragingen van verdachte blijkt dat hij wist dat de laptop een door een misdrijf verkregen goed betrof, waarmee hij zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen voor opzet- dan wel schuldheling. Verdachte heeft direct na zijn aanhouding een verklaring afgelegd en de verklaring van verdachte vindt steun in het proces-verbaal van bevindingen van de politie waaruit blijkt dat de laptop uitstraalde vanuit een “soort bosje”. De verklaring van verdachte, dat hij de laptop heeft gevonden achter een stroomhuisje, is dus niet onwaarschijnlijk. Aan de hand van deze verklaring kan worden vastgesteld dat verdachte vinder is van de laptop, maar dit maakt hem nog geen heler. Verdachte kon op het moment dat hij de laptop vond, en dus de laptop voorhanden kreeg, niet weten dat deze van diefstal afkomstig was. Verdachte dient voor het tenlastegelegde feit te worden vrijgesproken.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Op 5 oktober 2020 is de laptop van aangeefster weggenomen uit haar woning in Tilburg.

Op 6 oktober 2020 omstreeks 16:25 uur meldde aangeefster bij de politie dat haar laptop al reeds anderhalf uur aanstond en uitstraalde vanaf de Bisschop Bekkerslaan te Tilburg. De verbalisanten kregen van het RTIC door dat de laptop in een “soort bosje” zou liggen. Daarna zou de laptop zich verplaatst hebben richting de woningen aan de Bisschop Bekkerslaan. Ter plaatse wordt verdachte aangetroffen en in zijn tas wordt de gestolen laptop van aangeefster gevonden. Verdachte heeft verklaard dat hij deze laptop in zijn bezit heeft gekregen doordat hij deze heeft gevonden achter een stroomhuisje. Op basis van het dossier kan niet vastgesteld worden dat verdachte op andere wijze aan de laptop is gekomen. Het is dus niet onmogelijk dat verdachte de laptop in de bosjes heeft gevonden zoals hij heeft verklaard. De rechtbank zal daarom, met de officier van justitie en de raadsman, uitgaan van de juistheid van de verklaring van verdachte dat hij de laptop heeft gevonden.

De rechtbank is – anders dan de officier van justitie – van oordeel dat de aan verdachte tenlastegelegde heling niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Niet valt uit de bewijsmiddelen af te leiden dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen, wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze laptop van misdrijf afkomstig was. De plek waar verdachte de laptop volgens zijn verklaring heeft gevonden, namelijk achter een stroomhuisje, is daarvoor niet voldoende. Het feit dat verdachte vervolgens de laptop enige tijd onder zich heeft gehad en in die tijd de laptop niet naar, bijvoorbeeld, de gemeente of de politie heeft gebracht, leidt ook niet tot de vereiste wetenschap bij verdachte dat het een van misdrijf afkomstig verkregen laptop betrof ten tijde van het voorhanden krijgen daarvan. Enkel tijdverloop is niet redengevend voor heling. Dit zou wel kunnen passen bij verduistering, maar dat is niet aan verdachte ten laste gelegd. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het tenlastegelegde feit.

5 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van 7 februari 2018 ten uitvoer zal worden gelegd.

Nu verdachte wordt vrijgesproken, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.

6 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit;

Vordering tenuitvoerlegging

- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van parketnummer 02/222213-17 af;

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.W.M. Sterk, voorzitter, mr. D.L.J. Martens en

mr. M.E. de Boer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.C.M. de Haas, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 5 augustus 2021.

Mr. Sterk en mr. Martens zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

De tenlastelegging

hij op of omstreeks 6 oktober 2020 te Tilburg, een goed te weten laptop (Macbook serienummer [nummer] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist,

althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen

goed betrof.

(artikel 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht )