Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:3937

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
03-08-2021
Datum publicatie
06-08-2021
Zaaknummer
AWB- 20_5078
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WAJONG

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/5078 WAJONG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 augustus 2021 in de zaak tussen

[naam eiseres] , te [naam woonplaats] , eiseres,

gemachtigde: mr. P.F.M. Gulickx,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(UWV; kantoor Breda) verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 19 juli 2019 (primaire besluit) heeft het UWV eiseres meegedeeld dat zij geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Daaraan is ten grondslag gelegd dat eiseres niet verzekerd is voor de Wajong, omdat zij op 18-jarige leeftijd en 5 jaar nadien geen beperkingen had als gevolg van ziekte of gebrek.

In het besluit van 4 februari 2020 (bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het UWV heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank op 2 juli 2021. Hierbij waren aanwezig eiseres, bijgestaan door haar gemachtigde, en M.S. van Zaane namens het UWV.

Overwegingen

1. Feiten

Eiseres, geboren op 24 maart 1986, heeft op 4 juni 2019 een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen gedaan, ter verkrijging van een Wajong-uitkering.

Na een medische beoordeling heeft het UWV bij primair besluit van 19 juli 2019 geweigerd aan eiseres een Wajong-uitkering toe te kennen. Daartoe is overwogen dat eiseres niet verzekerd is voor de Wajong, omdat zij op 18-jarige leeftijd en 5 jaar nadien geen beperkingen had als gevolg van ziekte of gebrek.

In het betreden besluit heeft het UWV het primaire standpunt verlaten. Op 18-jarige leeftijd en 5 jaar daarna was bij eiseres sprake van ziekte en gebrek. Na een medische en arbeidskundige beoordeling is echter gebleken dat eiseres wel duurzaam arbeidsvermogen heeft. Daarom heeft het UWV het bezwaar ongegrond verklaard.

2. Geschil

In geschil is of het UWV terecht heeft geweigerd eiseres een Wajong-uitkering toe te kennen.

3. Standpunt eiseres

Eiseres voert aan dat uit de door haar in bezwaar overgelegde medische stukken blijkt dat haar gezondheidsbelemmeringen al vanaf kinder- en/of pubertijd aanwezig zijn en dus op

18-jarige leeftijd en 5 jaar daarna sprake was van ziekte of gebrek. Haar lichamelijke en geestelijke beperkingen zijn sindsdien alleen maar erger geworden. Zij heeft last van (hevige en veelvuldige) migraine, oogklachten, concentratieproblemen, polsletsel, nek-, rug- en longklachten, benauwdheid, vermoeidheid en pijnklachten. Zij is in behandeling bij een cardioloog voor hart-gerelateerde klachten. Voor haar psychische klachten start zij op korte termijn een behandeling bij een psycholoog. Daarnaast heeft zij de zorg voor haar 6 kinderen. Door dit alles heeft zij geen arbeidsvermogen en is het uitvoeren van taak 1701 (het plaatsen van onderdelen op een printplaat) volgens eiseres ook niet mogelijk. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres uitgebreide informatie overgelegd van haar huisarts, haar medicatie en meerdere verslagen van ambulancezorg en controles van cardiologen van 2020 en 2021.

4. Standpunt UWV

Het UWV verwijst naar de rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) en stelt zich op het standpunt dat bij het vaststellen van de arbeidsduurbelasting rekening is gehouden met de medisch geobjectiveerde klachten van eiseres. Vervolgens heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) inzichtelijk gemaakt dat eiseres over basale werknemersvaardigheden beschikt en in staat is een taak in een arbeidsorganisatie uit te voeren. Daarmee voldoet eiseres volgens het UWV niet aan de voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op een Wajong-uitkering.

5. Toetsingskader

Jonggehandicapte voor de Wajong is degene die ingezetene is en op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van

ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft (zie artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong).

Op grond van artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit heeft iemand arbeidsvermogen als hij:

1. een taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;

2. basale werknemersvaardigheden heeft;

3. ten minste een uur aaneengesloten kan werken en

4. ten minste vier uur per dag belastbaar is.

6. Verzekeringsgeneeskundige aspecten

6.1.

Het bestreden besluit is gebaseerd op rapporten van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts b&b van het UWV.

6.2.

De verzekeringsarts b&b heeft het dossier en de door eiseres in bezwaar ingediende medische informatie bestudeerd en eiseres gezien tijdens de hoorzitting op 27 januari 2020. De verzekeringsarts b&b heeft gerapporteerd dat op de 18e verjaardag van eiseres sprake was van eczeem, hooikoorts (pollen en bomen) en (lichte) astma. Vanwege deze aandoeningen dienen de volgende omstandigheden vermeden te worden: een omgeving met veel stof, rook, gas of damp, een overgang van erg warm naar erg koud of andersom, het dragen van mond/ neusmaskers, en huidcontact met onder andere water, zepen en bijtende stoffen (evt. gebruik van katoenen handschoenen is wel mogelijk). Eiseres is voor haar vermoeidheidsklachten bij verschillende specialisten geweest, maar er zijn geen duidelijke, objectieve afwijkingen gevonden. Zij was wel in staat om alleen voor haar kinderen te zorgen. Voor de gestelde psychische klachten is eiseres wel doorverwezen naar een psycholoog, maar zij is nog nooit onder behandeling geweest. Uit de informatie van de huisarts blijkt dat aan eiseres minder medicatie wegens astma is voorgeschreven dan zij heeft aangegeven tijdens de hoorzitting. De verzekeringsarts b&b concludeert dat wel sprake is van ziekte of gebrek, maar dat eiseres ondanks haar beperkingen (tussen 2004 en 2009, en nog ongewijzigd) in staat is ten minste 1 uur aaneengesloten een taak te verrichten en ten minste 4 uur per dag belastbaar is.

6.3.

De rechtbank stelt voorop dat eiseres een laattijdige aanvraag heeft ingediend voor een Wajong-uitkering. Dan is het ook aan eiseres om met objectieve medische gegevens aannemelijk te maken dat zij op 18-jarige leeftijd en vijf jaar daarna voldeed aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een Wajong-uitkering.

Geen benutbare mogelijkheden

Eiseres voert aan dat zij geen arbeidsvermogen heeft. Voor zover zij hiermee bedoelt dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft, geldt het volgende. In artikel 2 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten zijn criteria opgenomen met betrekking tot ‘geen benutbare mogelijkheden’. Dit is het geval als sprake is van opname in een ziekenhuis of (verzorgings)instelling, bedlegerigheid, afhankelijkheid in het dagelijks leven (ADL) of als gevolg van een ernstige psychische stoornis niet psychisch zelfredzaam zijn. Met het UWV is de rechtbank van oordeel dat uit de stukken blijkt dat eiseres zelfredzaam is en ook niet voldoet aan de overige criteria. Dat zij bij bepaalde huishoudelijke taken hulp nodig heeft en vraagt, doet hier niet aan af. Er was en is dus geen sprake van ‘geen benutbare mogelijkheden’.

Eén uur aaneengesloten en vier uur per dag werken

De rechtbank is van oordeel dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek op een zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. De verzekeringsarts b&b heeft eiseres gezien tijdens de hoorzitting en beschikte over een ruime hoeveelheid informatie van de huisarts en behandelaars van eiseres. Uit het rapport van de verzekeringsarts b&b blijkt dat zij op de hoogte was van de door eiseres gestelde klachten, waaronder migraine, oogklachten, pols-, nek-, rug- en longklachten, benauwdheid, vermoeidheid, pijnklachten en psychische klachten.

De rechtbank overweegt dat alleen de objectief vast te stellen beperkingen van belang zijn voor de beoordeling van het arbeidsvermogen van eiseres. Volgens vaste rechtspraak is de subjectieve beleving van eiseres van haar klachten niet beslissend bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen in objectieve zin bij haar zijn vast te stellen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV met het geobjectiveerde deel van de klachten rekening gehouden. Niet gebleken is dat de verzekeringsarts b&b de ernst van de klachten van eiseres heeft onderschat. Bij de beoordeling van het arbeidsvermogen moet de belasting, die is verbonden aan het verrichten van huishoudelijke taken en de verzorging van kinderen, buiten beschouwing worden gelaten.1

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts b&b voldoende gemotiveerd dat eiseres rond haar 18e levensjaar belastbaar was voor vier uur per dag en één uur aaneengesloten. De informatie die eiseres in beroep heeft overgelegd geeft de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan de belastbaarheid die de verzekeringsarts b&b heeft aangenomen. De ingediende stukken betreffen een afspraak bij de neuroloog-somnoloog, de medicatie die eiseres in 2019 en 2020 gebruikte, en meerdere verslagen van ambulancezorg en controles van cardiologen van 2020 en 2021. Uit deze informatie blijkt dat zij momenteel veel klachten ervaart, maar dat daar (nog) geen concrete diagnose uit is voortgekomen, nog daargelaten of deze te herleiden is naar haar 18e levensjaar. Evenmin blijkt uit deze stukken dat in de periode van 2004 tot en met 2009 (18e verjaardag en 5 jaar daarna) al sprake is geweest van een andere (ernstigere) medisch geobjectiveerde ziekte of gebrek dan al is aangenomen door de verzekeringsarts b&b.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verzekeringsarts b&b op goede gronden heeft geconcludeerd dat eiseres in de periode van 2004 tot en met 2009, met haar beperkingen, een uur aaneengesloten en vier uur per dag belastbaar was.

6.4.

De rechtbank kan een deskundige benoemen wanneer zij in de beschikbare stukken of in de aangevoerde argumenten aanleiding ziet te twijfelen aan de juistheid van de aannames en conclusies van het UWV. De rechtbank ziet in de door eiseres overgelegde informatie, gezien het voorgaande, geen aanleiding voor het instellen van een nader onderzoek door een onafhankelijke deskundige.

7. Arbeidskundige aspecten

7.1.

In geschil is of eiseres op 24 maart 2004 (haar 18e verjaardag) beschikte over arbeidsvermogen, omdat zij basale werknemersvaardigheden heeft en in staat is een taak uit te voeren in een arbeidsorganisatie.

7.2.

De arbeidsdeskundige b&b heeft het dossier bestudeerd, overleg gepleegd met de verzekeringsarts b&b en vervolgens gerapporteerd over de eigen analyse van het arbeidsvermogen van eiseres. Rekening houdend met de door de verzekeringsarts b&b vastgestelde beperkingen acht de arbeidsdeskundige b&b de taak ‘plaatsen van onderdelen op printplaat’ (taak nummer 1701) passend voor eiseres. In deze taak worden de beperkingen van eiseres niet overschreden en er is ook geen hoge opleidingseis. Daaruit volgt dat zij een taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie. Daarnaast beschikt eiseres volgens de arbeidsdeskundige b&b over basale werknemersvaardigheden, omdat zij in staat is instructies van een werkgever te begrijpen, te onthouden en uit te voeren, en om zelf een huishouden draaiende te houden en zes kinderen te verzorgen. Nu de verzekeringsarts b&b al heeft vastgesteld dat eiseres ten minste vier uur per dag belastbaar is en ten minste een uur aaneengesloten kan werken zonder een wezenlijke onderbreking van het productieproces, voldoet eiseres aan alle criteria die essentieel zijn om te kunnen concluderen dat zij over arbeidsvermogen beschikt. Het daadwerkelijk participeren op de arbeidsmarkt valt buiten deze beoordeling. Ook kan geen rekening worden gehouden met de zorg voor haar zes kinderen, zo stelt de arbeidsdeskundige.

7.3.

De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat zij geen arbeidsvermogen heeft en de taak 1701 niet kan uitvoeren. De rechtbank is van oordeel dat de arbeidsdeskundige b&b in de rapportage van 29 januari 2020 inzichtelijk heeft gemotiveerd dat, uitgaande van een belastbaarheid van een uur aaneengesloten en vier uur per dag, eiseres de geduide taak kan uitvoeren. Haar standpunt dat zij hiertoe niet in staat is, vloeit voort uit haar opvatting dat haar medische beperkingen zijn onderschat en dat zij naast de zorg voor haar kinderen nergens meer toe in staat is. Zoals de rechtbank in overweging 6.3 heeft geconcludeerd is die opvatting niet juist.

8. Conclusie

Uit het voorgaande volgt dat het UWV zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres op haar achttiende jaar beschikte over mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Het UWV heeft daarom op goede gronden geweigerd een Wajong-uitkering aan eiseres toe te kennen. Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.M.J. Kok, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 3 augustus 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

1 Vergelijk de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 september 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3054 en van 15 januari 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:82.