Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:3274

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
30-06-2021
Datum publicatie
30-06-2021
Zaaknummer
02-158836-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor marktplaats oplichting, diefstal en computervredebreuk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 02-158836-19

vonnis van de meervoudige kamer van 30 juni 2021

in de strafzaak tegen de ten tijde van de feiten deels minderjarige

[verdachte]

geboren te Amsterdam op [geboortedag] 2001

wonende te [adres 1]

raadsman mr. K. Ramdhan, advocaat te Amsterdam

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 2 juni 2021, waarbij de officier van justitie mr. Fimerius en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is formeel gesloten op 16 juni 2021.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 1 december 2018 tot en met 3 juli 2019 te Amsterdam en/of elders in Nederland samen met een ander/anderen
1: het computersysteem en/of de servers van verschillende banken is binnengedrongen met behulp van valselijk verkregen inloggegevens van een of meer klanten van die banken (computervredebreuk);
2: 15 klanten van verschillende banken heeft opgelicht;
3: geldbedragen van 13 verschillende klanten van banken heeft gestolen via phishing.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vindt de zaken [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] niet wettig en overtuigend bewezen, nu niet valt te reconstrueren dat verdachte zich als ‘ [naam 4] ’ en/of ‘ [naam 4] ’ heeft voorgedaan. De overige onder feit 1, 2 en 3 tenlastegelegde zaken vindt zij wel wettig en overtuigend bewezen. Er is echter geen sprake van “medeplegen”, dus daarvan moet verdachte worden vrijgesproken. Zij baseert de bewezenverklaring op de aangiftes en de werkwijze van verdachte. Er is overeenkomst qua periode, namen zoals “ [naam 5] ” en “ [naam 6] ” waarvan verdachte zegt dat hij die heeft gebruikt, domeinnamen, betaallinks,
e-mailadressen, telefoonnummers en het gebruikte adres.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich op het standpunt dat alleen de zaken waarin de domeinnamen [website 1] en [website 2] én de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] in combinatie met de namen [naam 5] en [naam 6] zijn gebruikt bewezen kunnen worden. Indien sprake is van andere combinaties dan zijn die feiten niet door verdachte gepleegd. Hij is daarom van mening dat de zaken [naam 22] , [naam 1] , [naam 1] , [naam 3] , [naam 7] , [naam 8] , [naam 9] , [naam 10] , [naam 11] , [naam 12] , [naam 13] en [naam 14] niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, omdat verdachte deze zaken ontkent en de identificerende combinatie niet overeen komt met de hiervoor genoemde gegevens. Het valt niet uit te sluiten dat gebruikers van de Telegramgroep waar ook verdachte deel van uitmaakte misbruik hebben gemaakt van de domeinnamen, telefoonnummers en gebruikersnamen die verdachte gebruikte. Ten aanzien van de zaak [naam 15] bekent verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten, maar dit betreft een poging en dat is niet aan verdachte tenlastegelegd. Voor deze zaken dient vrijspraak te volgen.

Voor de zaken [naam 20] en [naam 23] refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Inleiding

Vanaf begin december 2018 werden meerdere aangiftes opgenomen door de politie ter zake van computervredebreuk, oplichting en/of diefstal. Opvallend was dat er veel overeenkomsten zichtbaar waren ten aanzien van de werkwijze (modus operandi) die werd gebruikt.

Uit de aangiftes komt naar voren dat de modus operandi er kort gezegd uit bestond dat een koper de aangever benaderde via Marktplaats. De koper liet weten dat hij het door de aangever aangeboden goed op Marktplaats wilde kopen. Nadat er overeenstemming was over de prijs, ging het gesprek op initiatief van deze koper verder via WhatsApp. De koper vroeg de aangever naar de naam van zijn/haar bank en vervolgens om € 0,01 euro over te maken via een door hem toegestuurde betaallink. Hij vermeldde daarbij dat hij er op die manier zeker van kon zijn dat de aangever te vertrouwen was en hij niet opgelicht zou worden. Wanneer de aangevers de betaallink openden, zagen zij een website die qua uiterlijk overeenkwam met de website van hun eigen bank. De aangever vulde vervolgens een aantal persoonlijke gegevens in om de € 0,01 over te maken. Deze gegevens bestonden uit de gebruikersnaam en het wachtwoord van hun bankrekening, het bankpasnummer en/of de vervaldatum van de bankpas. Als het niet direct lukte, legde de koper uit wat de aangever moest doen of vroeg hij hem/haar het nog een keer te proberen. Deze website sloeg vervolgens de gegevens van de aangever op, waarna de koper kon inloggen op de bankrekening van de aangever en geldtransacties kon uitvoeren. Er werd geld opgenomen, overgemaakt naar bankrekeningen van derden en er werden bitcoins en goederen aangekocht.

Niet alleen de modus operandi is ten aanzien van het merendeel van de aangevers hetzelfde, ook de namen en telefoonnummers die door de persoon die zich als koper voordeed zijn gebruikt, en de domeinnamen van de betaallinks, komen in de verschillende aangiftes meerdere malen voor ten aanzien van verschillende zogenaamde kopers. In veel gevallen gaf de koper als zijn adres op: [adres 2] te Amsterdam. De aangevers die in de tenlastelegging staan genoemd, zijn benaderd door koper(s) met - onder meer - de volgende namen en/of telefoonnummers.

Namen:

  • -

    [naam 5]

  • -

    [naam 6]

  • -

    [naam 4]

  • -

    [naam 4]

  • -

    [naam 16]

  • -

    [naam 17]

  • -

    [naam 18]

  • -

    [naam 19]

Telefoonnummers:

[telefoonnummer 1]

[telefoonnummer 2]

[telefoonnummer 3]

[telefoonnummer 4]

De betaallinks die door de koper(s) aan de aangevers werd gestuurd zijn onder meer verstuurd via de volgende domeinnamen:

  • -

    [website 3]

  • -

    [website 4]

  • -

    [website 1]

  • -

    [website 2]

  • -

    [website 5]

  • -

    [website 6]

4.3.2

Bewijsmiddelen

4.3.2.1 Betrokkenheid verdachte

De rechtbank zal hieronder eerst de betrokkenheid van verdachte bij voornoemde namen, telefoonnummers en/of domeinnamen beoordelen.

Verdachte heeft bij de politie en/of ter terechtzitting verklaard dat hij zich op Marktplaats heeft voorgedaan als koper en dat hij daarbij de namen [naam 5] , [naam 6] , [naam 17] , [naam 18] en [naam 19] heeft gebruikt. Verder is het telefoonnummer [telefoonnummer 1] van hem en heeft hij ook gebruik gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Ook de domeinnamen [website 2] en [website 1] zijn van hem.1

Op 3 juli 2019 zijn tijdens een doorzoeking in de woning van verdachte onder andere vier mobiele telefoons (een roze, grijze, blauwe en zwarte), een iPad en een computer aangetroffen en inbeslaggenomen2. Verdachte heeft verklaard dat de inbeslaggenomen telefoons, iPad en computer van hem zijn.3

Telefoonnummer [telefoonnummer 1]

In de roze iPhone zat een simkaart behorende bij het telefoonnummer [telefoonnummer 1]4. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat dit zijn telefoonnummer is. Uit historische bevraging van dit telefoonnummer bleek dat dit telefoonnummer tussen 4 februari en 4 juli 2019 in gebruik is geweest5. Uit onderzoek aan de telefoon is gebleken dat aan de Apple ID twee e-mailadressen waren gekoppeld, te weten [e-mail address 2] en [e-mail address 1]6. Hierover heeft verdachte verklaard dat dit zijn e-mailadressen zijn7.

Telefoonnummer [telefoonnummer 2]

Op 3 februari 2019 kreeg [naam 20] via Marktplaats een bericht van een persoon die zich [naam 5] noemde. Hij was geïnteresseerd in een door haar aangeboden goed. Nadat zij haar telefoonnummer had gegeven benaderde hij haar via WhatsApp met telefoonnummer [telefoonnummer 2] .8 Verdachte heeft bekend dat hij degene is geweest die [naam 20] heeft benaderd en een betaallink heeft gestuurd en dus gebruik maakte van dit telefoonnummer9.

Telefoonnummer [telefoonnummer 3]

Uit een historische bevraging van het IMEI nummer van de grijze iPhone bleek dat dit telefoonnummer in dit toestel is gebruikt van 28 tot en met 31 mei 201910. Uit onderzoek bleek dat op de telefoon [e-mail address 3] als Apple ID was ingesteld11. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de naam [naam 21] heeft verzonnen12. Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij de telefoon ongeveer drie maanden voor zijn aanhouding tweedehands heeft gekocht13.

Grijze iPhone

Verdachte heeft verklaard dat hij deze telefoon drie maanden voor zijn aanhouding (op 3 juli 2019) tweedehands heeft gekocht14. Op deze iPhone stonden WhatsApp gesprekken waarin de eigenaar van de telefoon zichzelf [naam 5] noemt. In de periode van 2 juni tot 3 juli 2019 zijn 294 gesprekken gevoerd met verschillende personen naar aanleiding van Marktplaatsadvertenties waarin [naam 5] een aangeboden goed wil kopen.15

iPad

Uit onderzoek aan de onder verdachte inbeslaggenomen iPad kwam naar voren dat de fakewebsite [website 1] op 14 juni 2019 tien keer is bezocht16.

Domeinnamen/websites

Tijdens onderzoek aan de onder verdachte inbeslaggenomen computer werden tussen de e-mailberichten drie e-mails aangetroffen waaruit bleek dat [e-mail address 2] een domein had geregistreerd:

  • -

    op 5 januari 2019 domein [website 2] ;

  • -

    op 9 maart 2019 domein [website 1] ;

  • -

    op 23 maart 2019 domein [website 7] .17

Uit onderzoek aan de roze iPhone is gebleken dat in de periode van 28 april 2019 tot 1 juli 2019 onder andere de webadressen [website 5] en [website 1] regelmatig zijn bezocht. Dit betreffen fakewebsites.18 Verdachte heeft verklaard dat hij de domeinnaam [website 1] en [website 2] heeft gekocht19. Aangeefster [naam 20] heeft verklaard dat zij op 3 februari 2019 van een persoon die zich [naam 5] [naam 19] noemde een betaallink via [website 2] heeft ontvangen20. Verdachte heeft verklaard dat hij haar die link heeft toegestuurd21.

Conclusie

Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen kan de conclusie worden getrokken dat verdachte in de tenlastegelegde periode gebruik heeft gemaakt van de telefoonnummers [telefoonnummer 5] [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 3] en de websites [website 5] , [website 2] en [website 1] Verdachte heeft naar eigen zeggen gebruik gemaakt van een criminele infrastructuur. Hij zat in een telegram-chatgroep en iedereen uit die groep kon volgens verdachte vrijelijk gebruik maken van de gegevens die daar ter beschikking werden gesteld. De bewering van verdachte dat ook anderen van de door hem gebruikte telefoonnummers, domeinnamen, emailadressen en websites gebruik maakten heeft verdachte echter niet aannemelijk weten te maken, terwijl het wel op zijn weg had geleden om dat wel te doen. De rechtbank concludeert daarom op grond van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, dat verdachte in de tenlastegelegde periode de eigenaar en gebruiker was van voornoemde telefoonnummers, domeinnamen, e-mailadressen en websites.

4.3.2.2 De aangevers

De bewijsmiddelen zullen hieronder per aangever weergegeven worden, in chronologische volgorde.

[naam 22]

Op 2 januari 2019 kreeg hij via Marktplaats een reactie op een door hem aangeboden goed van een persoon die zich [naam 16] noemde. Zijn telefoonnummer is [telefoonnummer 2] . Een dag later nam hij weer contact op. Hij wilde het aangeboden goed kopen voor de vraagprijs. Hij verzocht aangever € 0,01 over te maken en stuurde een link. Aangever heeft geprobeerd € 0,01 over te maken. Vervolgens kreeg hij een nieuwe link, omdat de eerdere link verkeerd zou zijn. Aangever heeft € 0,01 overgemaakt. Zijn telefoon liep vast en na herstarten kreeg hij een app van de koper dat Marktplaats een storing had. Omstreeks 22:15 uur werd aangever door iemand van de bank gebeld met de mededeling dat er verdachte transacties van zijn rekening plaatsvonden.22 Er zouden bitcoins in het buitenland worden aangekocht. Ook is er € 102,49 afgeschreven met als omschrijving beltegoed.nl23. In totaal is er een bedrag van € 1.100,00 afgeschreven.24 Uit onderzoek is gebleken dat bij de aankoop bij beltegoed.nl het e-mailadres [e-mail address 1] is gebruikt25. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat dit zijn e-mailadres is26.

[naam 23]

Op 18 januari 2019 ontving aangever via WhatsApp een bericht van telefoonnummer [telefoonnummer 2] met de naam [naam 5] [naam 17] . Zij zijn een prijs overeengekomen voor een door aangever op Marktplaats aangeboden goed. Vervolgens verzocht [naam 5] aangever om 1 cent te sturen ter controle van zijn bankrekening. Hij ontving een link die afkomstig leek te zijn van de [bank 1] . Aangever heeft deze link aangeklikt en € 0,01 overgemaakt.

’s Avonds werd hij gebeld door iemand van de [bank 2] met de mededeling dat hij slachtoffer was geworden van oplichting. Er was € 240,00 van zijn rekening afgeschreven.27

[naam 20]

Op 3 februari 2019 kreeg aangeefster via Marktplaats een reactie van [naam 5] [naam 19] op een door haar aangeboden goed. Nadat zij het eens waren over de prijs en verzendkosten vroeg deze [naam 5] het telefoonnummer van aangeefster en ging het gesprek verder via WhatsApp. [naam 5] maakte gebruik van het nummer [telefoonnummer 2] . Hij vroeg haar € 0,01 over te maken en stuurde een link via [website 2] . Aangeefster heeft de link geprobeerd te openen maar kreeg een foutmelding. Omdat zij het niet vertrouwde heeft haar moeder naar de [bank 1] gebeld. Op dat moment bleek dat werd geprobeerd om geld van haar rekening te halen door iemand die ‘ [naam 24] ’ gebruikte als naam.28 Zij had die dag een melding gekregen van de [bank 1] dat zij haar toestel ‘ [naam 24] ’ had geregistreerd via de Mobiel Bankieren app29. Verdachte heeft verklaard dat de roze iPhone de naam [naam 24] had30. Hij heeft voorts bekend dat hij heeft geprobeerd geld van de rekening van [naam 20] te halen, maar dat is mislukt31.

[naam 15]

Op 3 februari 2019 ontving zij een WhatsApp bericht van telefoonnummer [telefoonnummer 2] . De persoon stelde zich voor als [naam 5] . Hij vroeg aangeefster om één cent te betalen zodat hij kon verifiëren dat het legitiem was. Zij kreeg een link van [website 2] . Zij heeft deze link aangeklikt en één cent betaald. De persoon zei niets te hebben ontvangen en zij heeft het nog enkele malen herhaald. Zij heeft screenshots gemaakt om aan te tonen dat zij het bedrag overschreef zoals verzocht. De persoon reageerde steeds agressiever in zijn berichten. Een dag later werd aangeefster gebeld door iemand van de afdeling fraude van de [bank 1] . Er was de dag er voor twee keer geprobeerd om € 5.000,00 van haar rekening af te schrijven. Het was niet gelukt omdat de persoon geen code kreeg.32

[naam 25]

Op 10 februari 2019 vroeg ene [naam 5] aangeefster € 0,01 te betalen zodat hij kon zien dat zij geen oplichter was. Hierna zou hij het overeengekomen bedrag voor het door haar op Marktplaats aangeboden goed overmaken. [naam 5] heeft het betaalverzoek via WhatsApp gestuurd ( [website 2] ). [naam 5] maakte gebruik van het nummer [telefoonnummer 2] . Vervolgens is al het geld dat op haar rekening stond, te weten € 40,00, afgeschreven.33

[naam 13]

Op 9 juni 2019 reageerde een persoon die zich voorstelde als [naam 6] via Marktplaats op een door aangeefster aangeboden goed. Het contact is eerst via Marktplaats verlopen en nadat zij een prijs inclusief verzendkosten waren overeengekomen, via WhatsApp. [naam 6] maakte gebruik van het nummer [telefoonnummer 3] . Omdat [naam 6] in het verleden was opgelicht vroeg hij aangeefster € 0,01 te betalen via Tikkie ( [website 1] ) om haar rekening te verifiëren. Zij heeft toen via Tikkie € 0,01 betaald. Daarvoor moest zij gegevens invoeren met haar [bank scanner] . De website zag er echt uit. [naam 6] liet weten dat de transactie was mislukt en stuurde een nieuwe tikkie. Aangeefster heeft opnieuw alle handelingen om € 0,01 over te maken uitgevoerd. Anderhalf uur later kreeg zij een melding van de bank dat er een toestel voor online bankieren was geregistreerd. Aangeefster heeft daar niets mee gedaan. Later zag zij dat er geld was overgeschreven van de rekening van haar dochter naar de rekening van haar en haar man. Zij heeft direct de bank gebeld en toen bleek dat iemand zich toegang tot hun rekening had verschaft. In totaal is er voor € 1.875,43 euro afgeschreven.34

[naam 7]

Op 10 juni 2019 kreeg aangeefster via Marktplaats een bericht van een persoon die zich [naam 6] noemde. Hij was geïnteresseerd in een door haar aangeboden goed. Het gesprek is na enige tijd verder gegaan via WhatsApp. Het nummer waarmee [naam 6] reageerde was [telefoonnummer 3] . [naam 6] vroeg haar € 0,01 over te maken, zodat hij haar rekeningnummer kreeg en wist dat zij geen oplichter was. Hij stuurde een betaallink via [website 8] Hij heeft haar twee keer een betaalverzoek gestuurd. Aangeefster heeft deze link geopend. Zij kwam op de site van [bank 2] . Hier heeft zij haar inlognaam, wachtwoord en pasnummer ingevuld. Zij kreeg daarop een TAN-code toegestuurd. Later kreeg zij een bericht dat de koop niet doorging. Toen zij op 12 juni 2019 een betaalverzoek wilde doen bleek haar rekening geblokkeerd. Later die dag werd zij gebeld door iemand van de [bank 2] fraude helpdesk dat er mogelijk frauduleuze afschrijvingen hadden plaatsgevonden van haar rekening. Er was twee keer € 102,49 afgeschreven naar [website 9] en € 101,51 naar [website 10] .35 Uit onderzoek is gebleken dat bij de aankoop bij [website 9] het e-mailadres [e-mail address 2] is gebruikt36. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat dit zijn e-mailadres is37.

[naam 8]

Op 12 juni 2019 kreeg zij via Marktplaats een bericht van een persoon die zich [naam 6] noemde. Hij was geïnteresseerd in een door haar aangeboden goed dat hij voor de vraagprijs wilde overnemen. De communicatie verliep via WhatsApp. Het telefoonnummer van [naam 6] is [telefoonnummer 3] . [naam 6] vroeg haar € 0,01 over te maken en stuurde een betaallink via [website 1] ter verificatie van haar identiteit. Een dag later werd zij gebeld door iemand van de [bank 3] die haar meedeelde dat zij vermoedelijk het slachtoffer was geworden van internetoplichting. Er was € 120,00 van haar rekening afgeschreven.38

[naam 11]

Op 14 juni 2019 kreeg aangever van een persoon die zich [naam 6] noemde een bericht op Marktplaats dat hij een door aangever aangeboden goed wilde kopen. [naam 6] heeft het telefoonnummer van aangever gevraagd en zij zijn verder gegaan via WhatsApp. [naam 6] maakte gebruik van nummer [telefoonnummer 3] . [naam 6] vroeg aan aangever of hij € 0,01 wilde overmaken en stuurde een betaalverzoek met een marktplaatslogo. Aangever heeft € 0,01 overgemaakt. [naam 6] stuurde vervolgens een bericht dat het verzoek verlopen was en stuurde een nieuw verzoek via [website 1] . Aangever heeft wederom € 0,01 overgemaakt. Op 15 juni 2019 kreeg aangever een bericht van de [bank 2] en bleek dat er diverse bedragen, in totaal € 2.302,65, waren afgeschreven bij diverse bedrijven in Amsterdam.39

[naam 9]

Op 16 juni 2019 kreeg zij via Marktplaats een bericht van een persoon die zich [naam 6] noemde. Hij wilde een door haar aangeboden goed kopen voor de vraagprijs plus verzendkosten. [naam 6] vroeg haar telefoonnummer en het gesprek is voortgezet via WhatsApp. [naam 6] maakte gebruik van het nummer [telefoonnummer 3] . Hij wilde weten of het rekeningnummer wel van aangeefster was omdat hij in het verleden zou zijn opgelicht. Hij vroeg haar € 0,01 over te maken en stuurde een link via [website 1] . Zij heeft deze link geopend en kwam op de website ‘onlinebetaalplatform’, dat later een kopie bleek te zijn van de echte website. Zij heeft ingelogd met de gebruikersnaam en wachtwoord behorende bij haar [bank 2] -rekening. Vervolgens heeft zij haar bankpasnummer, rekeningnummer, de vervaldatum van de bankpas en haar geboortedatum ingevuld. Zij kreeg via een sms-bericht een TAN-code en heeft deze ingevuld. [naam 6] stuurde via WhatsApp dat hij per ongeluk het verzoek had ingetrokken en zij heeft de stappen herhaald waarna zij een Apple Pay code kreeg. Deze heeft zij niet gebruikt. [naam 6] vroeg haar het nog een keer te proberen. Zij heeft wederom de stappen herhaald en deze keer de Apple Pay code wel ingevoerd. Omdat zij het niet vertrouwde heeft zij gebeld met de blokkadelijn van de [bank 2] en is haar privérekeningnummer geblokkeerd. Van de medewerker heeft zij gehoord dat door de dader een mobiel internetbankieren app is aangemaakt met een iPhone X. De volgende dag constateerde zij dat er acht afschrijvingen hadden plaatsgevonden van de ‘en/of’-rekening, te weten geldopnames van telkens € 500,00 en betalingen in winkels.40

[naam 14]

Op 16 juni 2019 kreeg aangeefster van een persoon genaamd [naam 6] een bericht via Marktplaats. Hij had interesse in een door aangeboden goed en wilde dit overnemen. [naam 6] stuurde haar een betaallink om 1 cent over te maken, omdat hij in het verleden was opgelicht en zeker wilde weten dat het veilig was. Aangeefster heeft 1 cent overgemaakt. Op 17 juni 2019 zag aangeefster dat er verschillende afschrijvingen van honderden euro’s van haar rekening waren gedaan. In totaal is er voor € 4.969,99 afgeschreven. Uit de WhatsApp gesprekken tussen aangeefster en [naam 6] blijkt dat [naam 6] gebruik maakte van het nummer [telefoonnummer 3] . De betaallink betrof [website 1] .41

[naam 12]

Op 2 juli 2019 kreeg zij via Marktplaats een bericht van een persoon die zich [naam 5] noemde. Hij was geïnteresseerd in een door haar aangeboden goed. Nadat zij een prijs waren overeengekomen is het verdere contact via WhatsApp gelopen. Het telefoonnummer dat [naam 5] gebruikte was [telefoonnummer 3] .

Zij heeft hem haar rekeningnummer gestuurd zodat hij het geld kon overmaken. [naam 5] vroeg haar vervolgens € 0,01 te betalen, zodat hij wist dat het haar rekeningnummer was. Hij stuurde een link via [website 5] . Zij heeft deze link geopend en het leek alsof zij op de website van de [bank 2] kwam. Zij heeft haar gebruikersnaam en wachtwoord ingevuld en daarna ook de TAN-code die zij per sms-bericht kreeg. Vervolgens kreeg zij een bericht van de [bank 2] om zo snel mogelijk contact op te nemen omdat er een verdachte transactie was gezien. Er bleek € 102,49 afgeschreven te zijn naar [naam 26] onder vermelding van [website 9] .42 Uit onderzoek is gebleken dat bij de aankoop bij [website 9] het e-mailadres [e-mail address 3] is gebruikt43. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat dit zijn e-mailadres is44.

4.3.2.3 Verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij via Telegram een phishingwebsite heeft gekocht. Als hij een betaallink had aangemaakt en de verkoper ging akkoord, stuurde hij de link naar de verkoper. De verkoper klikte op de link en vulde zijn inloggegevens in. De verkoper werd vervolgens naar een nepwebsite doorgestuurd waarop zij hun kaartgegevens moesten invullen. Verdachte koppelde deze gegevens aan zijn iPhone. Hij gebruikte hiervoor zijn roze of grijze iPhone. De verkoper kreeg vervolgens een TAN-code, welke verdachte invulde in de mobiel internetbankieren app van de [bank 2] . Daarna kon verdachte bij de bankrekeningen van de verkopers.45

4.3.2.4 Bewijsoverwegingen ten aanzien van feiten 1, 2 en 3

Uit het vorenstaande volgt dat in de tenlastegelegde periode bij aangevers met succes door middel van “phishing” is gezocht naar inloggegevens, waarna met behulp van die inloggegevens op hun bankrekeningen is binnengedrongen en - met uitzondering van de zaken [naam 15] en [naam 20] - van die bankrekeningen geld is weggenomen.

Feit 2 en 3

Dat verdachte degene is geweest die de oplichting en diefstal heeft gepleegd, concludeert de rechtbank op grond van de volgende omstandigheden. Op basis van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderling samenhang bezien, overweegt de rechtbank dat verdachte (in ieder geval) in de periode van 2 januari 2019 tot februari 2019 de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] was. Daarnaast zijn in alle zaken in deze periode naast het telefoonnummer ook andere identificerende gegevens aanwezig, zoals het e-mailadres van verdachte, de door de koper gebruikte naam [naam 5] en/of de betaallink die leidt naar een door verdachte geregistreerde domeinnaam.

De raadsman stelt zich op het standpunt dat de zaak [naam 15] slechts een poging betreft en derhalve niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rechtbank is van oordeel dat, hoewel verdachte geen geldbedrag heeft kunnen wegnemen door het snelle handelen van aangeefster, hij zich wel heeft voorgedaan als serieuze koper en haar heeft bewogen haar (inlog)gegevens in te voeren op een phishingwebsite. De diefstal van een geldbedrag is in deze zaak niet aan hem tenlastegelegd.

Met betrekking tot de zaken in juni en juli 2019 overweegt de rechtbank als volgt. De stelling van verdachte dat hij in de grijze iPhone alleen het telefoonnummer [telefoonnummer 2] heeft gebruikt vindt geen steun in het technisch bewijs. Immers, uit onderzoek aan de grijze iPhone is gebleken dat een simkaart met telefoonnummer [telefoonnummer 3] in de periode van 28 tot en met 31 mei 2019 is gebruikt in die telefoon. Verdachte heeft verklaard dat hij deze telefoon ongeveer drie maanden voor zijn aanhouding op 3 juli 2019 tweedehands heeft gekocht en dat hij die telefoon gebruikte. Anders dan de simkaarten, leende hij de telefoon niet uit. Daarmee kan dus worden vastgesteld dat verdachte ook het telefoonnummer [telefoonnummer 3] heeft gebruikt. Dat het telefoonnummer daarna niet meer in de grijze iPhone is gebruikt, betekent naar het oordeel van de rechtbank niet dat verdachte de simkaart met dit telefoonnummer niet in een ander telefoontoestel kan hebben gebruikt. De stelling van verdachte dat hij simkaarten met derden heeft uitgewisseld vindt geen steun in het dossier.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ten aanzien van de aangevers [naam 22] , [naam 23] , [naam 1] , [naam 13] , [naam 7] , [naam 8] , [naam 11] , [naam 9] , [naam 14] en [naam 12] de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft gepleegd en met betrekking tot [naam 15] en [naam 20] het onder 2 tenlastegelegde feit.

Feit 1

Uit het hiervoor overwogene vloeit voort dat verdachte zich op verschillende momenten in de tenlastegelegde periode de toegang heeft verschaft tot de bankrekeningen van de hiervoor genoemde aangevers met gebruikmaking van hun inloggegevens. Daarmee is verdachte binnengedrongen in een (deel van een) geautomatiseerd werk, namelijk de beveiligde internetbankierenomgeving van de [bank 2] bank, de [bank 1] bank en de [bank 3] . Hij heeft dat gedaan met inloggegevens tot het gebruik waarvan hij niet bevoegd was en door zich voor te doen als een geautoriseerde gebruiker, dus is sprake van een valse sleutel en een valse hoedanigheid. De rechtbank acht daarmee ook het onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Partiële vrijspraak medeplegen

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende aanknopingspunten blijken dat verdachte ten aanzien van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten samen met een ander of anderen heeft gehandeld. De rechtbank zal hem daarom zonder nadere motivering vrijspreken van dat deel van de tenlastelegging.

Partiële vrijspraak met betrekking tot bepaalde aangevers/zaken

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de zaken waarin de koper de naam ‘ [naam 4] ’ of ‘ [naam 4] ’ gebruikte, te weten de zaken ten aanzien van [naam 1] , [naam 3] en [naam 2] , niet wettig en overtuigend bewezen zijn, zodat verdachte ten aanzien van deze aangevers in alle tenlastegelegde feiten zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Eendaadse samenloop

De verdediging stelt zich op het standpunt dat sprake is van eendaadse samenloop dan wel voorgezette handeling.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van eendaadse samenloop van feit 1 en feit 2 en van feit 2 en feit 3. Met de oplichtingen en de diefstallen pleegde verdachte telkens ook computervredebreuk. Daarmee is telkens sprake van een zodanig samenhangend, zich op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex, dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt. Anders dan de verdediging heeft bepleit, is de rechtbank van oordeel dat feit 3 geen voortgezette handeling is van feit 2, omdat aan de oplichtingen enerzijds en de diefstallen anderzijds meerdere wilsbesluiten van verdachte ten grondslag liggen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1

op tijdstippen in de periode van 01 december 2018 tot en met 3 juli 2019 te Amsterdam, althans in Nederland, telkens opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een of meer geautomatiseerde werken, te weten:

de computer(s) en/of server(s) van de (beveiligde) internetbankieren omgeving

van verschillende banken (o.a. [bank 1] , [bank 3] en [bank 2] ), is binnengedrongen,

- met behulp van valse signalen of een valse sleutel, te weten: middels phishing

verkregen (inlog)gegevens voor het internetbankieren (het bankrekeningnummer,

de gebruikersnaam en/of het wachtwoord) en,

- door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten zijnde geautoriseerde

klanten (te weten: verschillende klanten, waaronder aangever aangever [naam 22] en [naam 8] en [naam 20] en [naam 12] en [naam 25] en [naam 14] en [naam 7] en [naam 9] en [naam 27] en [naam 11] en [naam 15] en W. [naam 13] ),

immers heeft hij, verdachte, telkens met door phishing verkregen inloggegevens/bankrekeningnummers/wachtwoorden/gebruikersnamen/tancodes, zich toegang verschaft tot deze computer(s) en/of server(s) van de (beveiligde) internetbankieren omgeving van die verschillende banken;

2

op tijdstippen in de periode van 01 december 2018 tot en met 3 juli 2019 te Amsterdam en/of elders in Nederland, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam 22] en [naam 8] en [naam 20] en [naam 12] en [naam 25] en [naam 14] en [naam 7] en [naam 9] en [naam 27] en [naam 11] en [naam 15] en W. [naam 13] , heeft bewogen tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten, de (inlog)gegevens (te weten bankrekeningnummer, gebruikersnaam en/of wachtwoord) en/of code(s) en responsecodes ten behoeve van/voor het internetbankieren bij die verschillende banken door telkens

- via marktplaats.nl klanten te benaderen voor de aankoop van een aangeboden goed, en

- via de chatfunctionaliteit van Marktplaats en via app-berichten een bericht te sturen, en

- aan te bieden dat door verdachte de vraagprijs en/of verzendkosten te betalen voor het hetgeen aangevers op de website www.marktplaats.nl te koop aanboden, en

- vervolgens te vragen of aangevers – ter verificatie van hun identiteit – een bedrag van 1 cent over konden maken, en

- vervolgens in die app te vragen om op een (hyper)link (naar een website) te klikken en/of deze (hyper)link te openen om verder te gaan, en

- vervolgens op de website, die met (het klikken op) de (hyper)link wordt geopend, te vragen in te loggen met de (inlog)gegeven(s) voor internetbankieren van de betreffende bank (te weten de gebruikersnaam en/of het wachtwoord), en

- vervolgens op die website te vragen om codes en responsecodes van die betreffende bank (te weten de gebruikersnaam en/of het wachtwoord), en/of

- ( vervolgens) na invoering van die codes een foutmelding te geven / aan te geven dat er een storing was,

waardoor die personen telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgiften;

3

op tijdstippen in de periode van 1 december 2018 tot en met 3 juli 2019 te Amsterdam en/of elders in Nederland, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meer geldbedragen, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 22] , 110 euro, en/of [naam 8] , 120 euro, en/of [naam 12] , 102 euro, en/of [naam 25] , 1650 euro en/of [naam 14] , 4969,99 euro en/of [naam 7] , 306,79 euro en/of [naam 9] , 5000 euro en/of [naam 27] , 240 euro en/of [naam 11] , 2302,65 en/of W. [naam 13] , 1862,68, waarbij verdachte telkens de weg te nemen hoeveelheden geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door:

- zich met een via phishing verkregen wachtwoord/code toegang te verschaffen tot

en in te loggen op de (internet)bankrekening van voornoemde personen en

- vervolgens een of meer geldbedragen over te maken van de bankrekening(en) van voornoemde personen naar (bank)rekeningen van derde(n).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een jeugddetentie van 99 dagen, met aftrek van voorarrest. Dit is het aantal dagen dat verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Verder vordert zij opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman verzoekt aan verdachte - bij bewezenverklaring - geen straf op te leggen langer dan de tijd die hij heeft doorgebracht in voorlopige hechtenis. Hij voert aan dat de redelijke termijn ruim is overschreden. Verdachte heeft een lange periode, te weten zes weken, in beperkingen gezeten en heeft dit als zeer zwaar ervaren. Verder heeft hij zich tijdens zijn schorsing lang aan strenge voorwaarden moeten houden. Tijdens het vervoer na zijn aanhouding zijn bij verdachte zonder reden handboeien aangelegd. De raadsman verzoekt dit alles te verdisconteren in de strafmaat.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer zeven maanden schuldig gemaakt aan het op grote schaal plegen van computervredebreuk, marktplaatsoplichting en diefstal. Hij is hierbij volgens een vooropgezet plan te werk gegaan. Met de gegevens die verdachte op slinkse wijze te weten kwam, kon hij aankopen doen en geld opnemen en overmaken. Daarmee heeft verdachte inbreuk gemaakt op het recht van zijn slachtoffers op bescherming van gevoelige gegevens en het vertrouwen dat iedereen moet kunnen hebben in het gebruik van internet en online bankieren.

Verdachte heeft door op deze manier te handelen financiële schade toegebracht aan een groot aantal slachtoffers. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij geen enkel respect heeft getoond voor het eigendom en de privacy van anderen en zijn eigen geldelijk gewin voorop heeft gesteld. Daarnaast heeft verdachte het vertrouwen dat mensen in het algemeen in banken, internetbankieren en internetverkoop stellen, ernstig beschadigd.

Naast de in de bewezenverklaarde zaken heeft de rechtbank ook kennis genomen van de zaken [naam 28] , [naam 29] , [naam 30] , [naam 31] , [naam 32] , [naam 33] , [naam 34] , [naam 35] , [naam 36] , [naam 37] , [naam 38] , [naam 39] , [naam 40] , [naam 32] , [naam 41] , [naam 42] , [naam 43] , [naam 44] , [naam 45] en [naam 46] , waarin dezelfde modus operandi is gebruikt. Uit het dossier blijkt voldoende dat verdachte ook in die zaken actief is geweest. De rechtbank weegt dit mee in de strafmaat.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat verdachte niet eerder in aanraking is geweest met politie en justitie. Hetzelfde geldt voor de periode na zijn vrijlating in het kader van deze strafzaak. Verder heeft de rechtbank kennis genomen van het over verdachte opgemaakte adviesrapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 17 mei 2021. Hieruit komt naar voren dat tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis is ingezet op het vergroten van de vaardigheden van verdachte. Hij heeft hier goed aan meegewerkt en de kans op herhaling wordt klein ingeschat. De Raad ziet op dit moment geen pedagogische meerwaarde in het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel. Hij adviseert verdachte een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen.

Ter terechtzitting heeft de raadsvertegenwoordigster het advies gehandhaafd.

Bij de bepaling van de hoogte van de straf zal de rechtbank rekening houden met de (forse) overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Zij zal geen langere onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen dan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dit neemt niet weg dat, gelet op de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten, de lange periode waarin verdachte deze strafbare feiten heeft gepleegd en de omvang van de feiten de rechtbank van oordeel is dat niet kan worden volstaan met een jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest, zoals door de officier van justitie is gevorderd en door de raadsman is bepleit. Daarbij is het volgende van belang.

Hoewel verdachte zegt spijt te hebben van zijn handelen en excuses wil aanbieden aan de slachtoffers, heeft hij ook ter terechtzitting geen daadwerkelijke openheid van zaken gegeven en heeft hij zijn handelen gebagatelliseerd. Het is de rechtbank niet ontgaan dat de werkwijze die verdachte in de contacten met de slachtoffers hanteerde, sterke overeenkomsten vertoont met zijn ontwijkende antwoorden en gedrag ter terechtzitting. Verdachte leek weliswaar antwoord te geven op gestelde vragen, maar bij enig doorvragen bleef van die antwoorden niet veel over en werden zijn verhalen vager en vager. Ook heeft hij ter zitting zijn excuses aangeboden maar heeft hij, met één uitzondering, al zijn eerdere bij de politie gedane bekentenissen ten aanzien van individuele aangiften ingetrokken. Blijkbaar dacht hij er toch grotendeels mee weg te kunnen komen. Dit baart de rechtbank ernstig zorgen en zij vraagt zich af of hij zijn les wel echt heeft geleerd. Om die reden zal zij - anders dan door de officier van justitie gevorderd en door de Raad geadviseerd - verdachte ook een voorwaardelijke jeugddetentie opleggen met een proeftijd van twee jaar. Dit als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank vindt het niet noodzakelijk om daaraan bijzondere voorwaarden te koppelen.

Alles afwegend zal de rechtbank een jeugddetentie van 160 dagen opleggen, waarvan 61 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van de 99 dagen die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7 De benadeelde partijen

De benadeelde partij [naam 3] vordert een schadevergoeding van € 1.750,00, vermeerderd met wettelijk rente, en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank acht het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

De benadeelde partijen [naam 14] en [naam 8] hebben ieder afzonderlijk een voegingsformulier ingediend, maar hebben niet ingevuld welk bedrag aan schadevergoeding zij van verdachte vorderen. Ook deze benadeelde partijen zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

8 Het beslag

8.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert verbeurdverklaring van bankpassen en de roze en grijze iPhone. De computers en de zwarte en blauwe iPhones kunnen terug naar verdachte.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich op het standpunt dat de inbeslaggenomen bankpassen kunnen worden verbeurd verklaard, maar dat de computers en iPhones aan verdachte moeten worden teruggegeven.

8.3

De verbeurdverklaring

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring. Uit onderzoek aan deze goederen blijkt dat verdachte deze heeft gebruikt bij het plegen van de feiten, daarom zullen ze niet aan verdachte worden teruggegeven.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77gg, 138ab, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde bewezen, zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

ten aanzien van feit 1 en 2:

eendaadse samenloop van computervredebreuk, meermalen gepleegd, en oplichting, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 1 en 3:

eendaadse samenloop van computervredebreuk, meermalen gepleegd, en diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 160 (honderdzestig) dagen, waarvan 61 (eenenzestig) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;

- bepaalt dat deze jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd na te melden voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie;

- stelt in dat verband vast dat verdachte het onvoorwaardelijk deel van de jeugddetentie reeds in voorarrest heeft doorgebracht;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [naam 3] niet-ontvankelijk in de vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij [naam 3] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [naam 14] niet-ontvankelijk in de vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij [naam 14] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [naam 8] niet-ontvankelijk in de vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij [naam 8] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;

Beslag

- verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

- 1 bankpas op naam van [naam 48] ,

- 3 bankpassen op naam van [naam 49] ,

- 1 computer, merk Dell Vostro 15,

- 1 computer, merk Apple,

- 1 gsm, merk Apple, kleur roze,

- 1 gsm, merk Apple, kleur zwart,

- 1 gsm, merk iPhone, kleur blauw,

- 1 gsm, merk Apple, kleur grijs;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. Duinhof, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. Van Triest, kinderrechter en mr. Van der Pols, rechter, in tegenwoordigheid van mr. Philipsen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 30 juni 2021.

Mr. Van der Pols is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld een proces-verbaal opgenomen in het eindproces-verbaal met proces-verbaalnummer PL2019044447 en ZB1R019029 en met de onderzoeksnaam Lucretius van de Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, districtsrecherche Zeeland, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van pagina 1 tot en met 1203. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2021.

2 Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina 228, 229 en 230.

3 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2021.

4 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 276.

5 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 295.

6 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 305.

7 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2021.

8 Het proces-verbaal aangifte van [naam 20] , pagina 923.

9 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2021.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 296.

11 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 333.

12 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2021.

13 Het proces-verbaal verhoor van verdachte, pagina 139.

14 Het proces-verbaal verhoor van verdachte, pagina 144, negende alinea, en 145, vierde alinea.

15 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 333.

16 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 375.

17 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 378.

18 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 308.

19 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2021.

20 Het proces-verbaal aangifte van [naam 20] , pagina 923.

21 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2021.

22 Het proces-verbaal aangifte van [naam 22] , pagina 629.

23 Het geschrift, te weten een schermafdruk van afschrijvingen, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal aangifte van [naam 22] , pagina 641.

24 Het proces-verbaal aangifte van [naam 22] , pagina 629.

25 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 471.

26 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2021.

27 Het proces-verbaal aangifte van [naam 23] , pagina 1011.

28 Het proces-verbaal aangifte van [naam 20] , pagina 923.

29 Het geschrift, te weten een schermafdruk van een bericht, gevoegd bij het proces-verbaal aangifte van [naam 20] , pagina 926.

30 Het proces-verbaal verhoor van verdachte, pagina 145, achtste alinea.

31 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2021.

32 Het proces-verbaal aangifte van [naam 15] , pagina 855.

33 Het proces-verbaal aangifte van [naam 25] , pagina 1123 en 1124.

34 Het proces-verbaal aangifte van W. [naam 13] , pagina 1054 en 1055, en het geschrift, te weten een schermafdruk van de Marktplaatschat, pagina 1057.

35 Het proces-verbaal aangifte van [naam 7] , pagina 691 en 692.

36 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 471.

37 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2021.

38 Het proces-verbaal aangifte van [naam 8] , pagina 672 en 673.

39 Het proces-verbaal aangifte van [naam 11] , pagina 868.

40 Het proces-verbaal aangifte van [naam 9] , pagina 738.

41 Het proces-verbaal aangifte van [naam 14] , pagina 1083 en 1084.

42 Het proces-verbaal aangifte van [naam 12] , pagina 1001.

43 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 472.

44 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2021.

45 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 13 augustus 2019, pagina 140.