Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:3200

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
24-06-2021
Datum publicatie
30-06-2021
Zaaknummer
AWB- 20_6963
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WIA

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/6963 WIA

uitspraak van 24 juni 2021 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiseres] , te [naam woonplaats] , eiseres,

gemachtigde: mr. J.L.A.M. van Os,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Eindhoven), verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 26 mei 2020 (bestreden besluit) van het UWV over de weigering een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen.

Het UWV heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, gelijktijdig met het beroep van eiseres met procedurenummer 20/10203 ZW, plaatsgevonden in Breda op 19 mei 2021. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Het UWV heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. T.P.A.W. Hanenberg.

Overwegingen

1. Feiten

Eiseres is werkzaam geweest als assistent filiaalmanager voor 32 uur per week. Voor dat werk is zij uitgevallen vanwege belemmerende gezondheidsklachten.

In een besluit van 22 januari 2020 (primaire besluit) heeft het UWV geweigerd per 27 januari 2020 aan eiseres een WIA-uitkering toe te kennen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

In het bestreden besluit is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

2. Omvang geschil

In geschil is of het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd per 27 januari 2020 (datum in geding).

3. Wettelijk kader

In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is bepaald dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.

Volgens artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat pas recht op uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.

Van belang is dan ook:

- of eiseres medische beperkingen heeft en

- of zij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.

4. Medische beoordeling

4.1

Het bestreden besluit, voor zover dit gaat over de medische beoordeling, is gebaseerd op rapporten van de (primaire) verzekeringsarts De Veld en de verzekeringsarts bezwaar en beroep Klompjan (verzekeringsarts b&b) van het UWV.

De verzekeringsarts heeft het dossier van eiseres bestudeerd, waaronder gegevens van de reumatoloog, revalidatiearts, fysiotherapeut, neuroloog, huisarts en oefentherapeut Mensendieck, de deskundigenoordelen van juli 2018, augustus 2018 en juli 2019 en het rapport van 2 september 2019 van verzekeringsarts [naam verzekeringsarts] van Verzuimconsult. De verzekeringsarts heeft bovendien eiseres gezien en gesproken op het spreekuur van 18 december 2019.

De verzekeringsarts heeft op 30 december 2019 gerapporteerd dat eiseres zich heeft ziek gemeld met vrij acuut ontstane hevige diffuse fysieke klachten. Er is sprake van fibromyalgie bij hypermobiliteit. Hierdoor is een pijnsyndroom ontstaan. Het is belangrijk om de spieren in goede conditie te houden. Eiseres is belastbaar voor licht tot matig fysiek belastend werk waarbij zij haar houdingen regelmatig kan afwisselen.

De verzekeringsarts verwacht vanwege de silver splints in het polsgebied en aan een aantal vingers geen belemmeringen in het gebruik van de handen omdat bij gebruik van de handen met name gebruik wordt gemaakt van flexie en extensie tot een neutrale stand. De silver splints zijn bedoeld om overstrekking tegen te gaan. De flexie wordt er niet door belemmerd. Over het algemeen is geen overstrekking noodzakelijk bij handfunctie in arbeid. Eiseres is ongeschikt voor werk met een hoge stressbelasting, omdat stress kan leiden tot toename van de pijnklachten. Er is geen reden voor een urenbeperking omdat geen sprake is van een medische aandoening met een invloed op de energiehuishouding of een aandoening waarbij een normale duurbelasting leidt tot gezondheidsschade. De verzekeringsarts kan zich niet vinden in de forse fysieke en energetische beperkingen en in de urenbeperking die [naam verzekeringsarts] heeft vastgesteld. Volgens de verzekeringsarts is er voor deze beperkingen geen indicatie.

De beperkingen en de belastbaarheid van eiseres zijn neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 30 december 2019.

De verzekeringsarts b&b heeft het dossier van eiseres bestudeerd.

De verzekeringsarts b&b heeft op 15 mei 2020 gerapporteerd dat [naam verzekeringsarts] op 2 september 2019 vanwege de noodzaak van recuperatie een urenbeperking van 5 x 2 uur heeft aangenomen, terwijl het UWV in juli [de rechtbank leest: juni] 2019 in een deskundigenoordeel heeft aangegeven dat er een te beperkend bedrijfsartsenadvies was gegeven. De visie van [naam verzekeringsarts] is na september 2019 niet meer getoetst in een deskundigenoordeel. Volgens de primaire verzekeringsarts is de urenbeperking van 5 x 2 uur onvoldoende gemotiveerd en niet juist. De verzekeringsarts b&b constateert dat [naam verzekeringsarts] de urenbeperking oplegt vanwege de noodzaak van recuperatie. Volgens de verzekeringsarts b&b wordt bij fibromyalgie echter geen noodzaak gezien tot recuperatie. In tegendeel: er wordt aangeraden actief te blijven maar zwaar lichamelijk werk, repeterend werk dan wel statisch werk te vermijden.

De verzekeringsarts b&b overweegt ook dat, anders dan eiseres stelt, de Gezondheidsraad geen advies heeft uitgebracht over fibromyalgie. Wel heeft de Gezondheidsraad op 19 maart 2018 een advies uitgebracht over ME en het CVS. Fibromyalgie wordt gezien als een soortgelijke aandoening. Volgens de Gezondheidsraad moet serieus rekening worden gehouden met deze aandoeningen en moet elke casus individueel worden beoordeeld. De Gezondheidsraad adviseert geen volledige arbeidsongeschiktheid.

Verder moet het UWV plausibele medisch objectiveerbare beperkingen vaststellen die rechtstreeks voortvloeien uit aangetoonde ziekte. Eiseres heeft fibromyalgie. De beperkingen die volgens de Nederlandse vereniging van reumatologen daaruit voortvloeien zijn zware fysieke arbeid, repeterende handelen [de rechtbank leest: handelingen] en statische belasting. De primaire verzekeringsarts heeft dit goed en ruim ingevuld in de FML. Eiseres wordt ook beperkt geacht voor lopen, terwijl het protocol afwisselend werk adviseert. Het is juist dat eiseres beperkt wordt bevonden voor storingen, deadlines en conflicthantering, hoewel deze beperkingen niet passen bij fibromyalgie.

Ook volgt uit de rechtspraak dat er geen wetenschappelijke onderbouwing is voor de noodzaak van een urenbeperking bij fibromyalgie.

Verder is de primaire verzekeringsarts uitvoerig ingegaan op het dragen van de silver splints op advies van de handtherapeute.

4.2

Eiseres heeft tegen het medische oordeel van het UWV aangevoerd dat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met haar fysieke en psychische klachten en beperkingen. Zij heeft veel pijn en is niet in staat om te werken. Eiseres is nauwelijks in staat om de ADL-taken uit te voeren. Zij moet vanwege haar klachten keer op keer naar de huisarts en/of specialist. Uit het rapport van verzekeringsarts [naam verzekeringsarts] blijkt dat eiseres veel meer beperkt is dan het UWV heeft aangenomen. Eiseres heeft de rechtbank gevraagd om een onderzoek door een deskundige, een verzekeringsarts, te laten instellen.

4.3.1

De rechtbank stelt voorop dat een bestuursorgaan dat bij de besluitvorming gebruik maakt van een advies van een medisch adviseur, zoals een verzekeringsarts of een verzekeringsarts b&b van het UWV, in het algemeen op dat advies mag afgaan, op voorwaarde dat is gebleken dat dit advies volledig is, geen tegenstrijdigheden bevat en op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Het ligt vervolgens op de weg van de betrokkene om medische stukken in te dienen die aan het medisch advies doen twijfelen.

4.3.2

De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Zowel de verzekeringsarts als de verzekeringsarts b&b hebben het dossier van eiseres, waaronder gegevens van behandelaars en het rapport van [naam verzekeringsarts] , bestudeerd. Bovendien heeft de verzekeringsarts eiseres gezien en gesproken op het spreekuur van 18 december 2019. Uit de stukken blijkt dat eiseres heeft afgezien van een hoorzitting.

De rechtbank is niet gebleken dat de verzekeringsartsen medische feiten over de datum in geding hebben gemist. Naar het oordeel van de rechtbank beschikte de verzekeringsarts b&b dan ook over voldoende inzicht in de medische situatie van eiseres op de datum in geding. De rechtbank is bovendien niet gebleken dat het rapport van de verzekeringsarts b&b onvolledig is of tegenstrijdigheden bevat.

De rechtbank overweegt vervolgens dat de subjectieve beleving van een betrokkene van haar klachten niet beslissend is bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen in objectieve zin bij haar zijn vast te stellen. Van belang zijn alleen de objectief vast te stellen beperkingen voor arbeid.

Uit de rapporten van de verzekeringsartsen blijkt dat zij op de hoogte waren van de door eiseres gestelde klachten, waaronder de vermoeidheid en de pijnklachten. De klachten zijn bij de beoordeling betrokken. Bovendien hebben de verzekeringsartsen bij de beoordeling welke beperkingen voor eiseres gelden tot uitgangspunt genomen dat bij eiseres sprake is van fibromyalgie. Ook wisten zij dat de re-integratie van eiseres niet is gelukt.

De rechtbank kan gelet op de beschikbare gegevens het standpunt van het UWV volgen dat eiseres op de datum in geding 27 januari 2020 niet op medische gronden volledig arbeidsongeschikt was. De verzekeringsarts heeft gerapporteerd dat eiseres ADL-zelfstandig is. Eiseres heeft haar stelling in beroep dat zij dat niet is, niet met concrete medische gegevens onderbouwd. Ook verder ziet de rechtbank geen aanwijzingen dat eiseres voldoet aan de criteria voor het aannemen van volledige arbeidsongeschiktheid op medische gronden.

Naar het oordeel van de rechtbank hebben de verzekeringsarts en verzekeringsarts b&b inzichtelijk en voldoende gemotiveerd waarom zij andere/minder beperkingen hebben vastgesteld dan verzekeringsarts [naam verzekeringsarts] in het rapport van 2 september 2019 adviseerde. De rechtbank voegt hieraan toe dat het rapport van [naam verzekeringsarts] dateert van geruime tijd voor de datum in geding 27 januari 2020. Bovendien is het opgesteld met het doel de re-integratiemogelijkheden van eiseres in kaart te brengen. Het rapport had dus een ander doel dan de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid in het kader van de WIA. De rechtbank wijst in dit verband op vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) (bijvoorbeeld de uitspraak van 31 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3453).

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts inzichtelijk en voldoende gemotiveerd waarom de handklachten en het gebruik van silver splints niet tot meer beperkingen leiden dan in de FML zijn opgenomen. Uit het rapport van de verzekeringsarts b&b blijkt dat die de motivering van de verzekeringsarts onderschrijft.

De rechtbank overweegt over de door eiseres gestelde noodzaak van een urenbeperking, dat hiervoor pas aanleiding is als met het vaststellen van beperkingen in de andere rubrieken van de FML niet voldoende aan de voor een betrokkene geldende mogelijkheden tegemoet kan worden gekomen. De criteria voor het aannemen van een beperking voor werktijden, zoals een urenbeperking, zijn neergelegd in de Standaard Duurbelasting in Arbeid. De rechtbank kan het UWV volgen in zijn standpunt dat voor zo’n beperking in het geval van eiseres geen aanleiding is. De verzekeringsarts en verzekeringsarts b&b hebben dit inzichtelijk en voldoende gemotiveerd. Dat verzekeringsarts [naam verzekeringsarts] hier een andere mening over had, doet hier niets aan af. De rechtbank verwijst in dit verband voor haar motivering naar de vorige alinea.

De rechtbank overweegt verder dat in het licht van vaste rechtspraak (bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 1 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:441) een advies van de Gezondheidsraad onvoldoende is om voor eiseres meer en/of andere beperkingen aangewezen te achten. Zo’n advies is immers van algemene aard en gaat niet in op de situatie van de individuele betrokkene.

Bij het opstellen van de FML is dan ook rekening gehouden met het geobjectiveerde deel van de klachten.

Eiseres heeft in beroep geen medische gegevens ingediend. De rechtbank heeft daarom geen aanleiding te twijfelen aan de belastbaarheid die de verzekeringsartsen hebben aangenomen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om een medisch deskundige te benoemen voor het verrichten van een deskundigenonderzoek, omdat eiseres voldoende gelegenheid heeft gehad om weerwoord te bieden aan wat de verzekeringsarts b&b heeft aangevoerd om het bestreden besluit te onderbouwen. Om dat weerwoord te bieden is een expertiserapport van een deskundige niet noodzakelijk. Het mogen ook gegevens van een behandelaar, bijvoorbeeld een huisarts, zijn. Eiseres heeft geen medische gegevens ingediend die de rechtbank hebben doen twijfelen aan de juistheid van de bevindingen van de verzekeringsartsen. Haar verzoek om een deskundige te benoemen wordt daarom afgewezen.

Niet gebleken is dat in de FML van 30 december 2019 de beperkingen van eiseres zijn onderschat. Voor de verdere beoordeling gaat de rechtbank daarom uit van de belastbaarheid die is neergelegd in die FML.

5. Geschiktheid voor de functies

5.1

Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) van het UWV heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML, de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: productieplanner, werkvoorbereider (administratief) (Sbc-code 513010), administratief medewerker notaris, advocaat, rechtbank (Sbc-code 532040) en schadecorrespondent (Sbc-code 516080).

5.2

De rechtbank ziet geen reden om te oordelen dat de voor eiseres geselecteerde functies in medisch opzicht niet passend zijn. De rechtbank verwijst naar de toelichting van de arbeidsdeskundige op het resultaat functiebeoordeling van 21 december 2020 en naar het rapport van de arbeidsdeskundige b&b van 21 mei 2020. Daarin is inzichtelijk gemotiveerd dat, uitgaande van de vastgestelde beperkingen, eiseres de werkzaamheden kan verrichten die verbonden zijn aan deze functies. Haar standpunt dat zij niet in staat is de geduide functies te verrichten, vloeit voort uit haar opvatting dat haar medische beperkingen zijn onderschat. Zoals de rechtbank in overweging 4.3 heeft geconcludeerd is die opvatting niet juist.

De hiervoor genoemde functies mochten worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.

6. Mate van arbeidsongeschiktheid

Op basis van de inkomsten die eiseres met de geselecteerde functies kan verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot de conclusie dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Omdat eiseres tegen deze berekening geen beroepsgronden heeft aangevoerd, gaat de rechtbank uit van deze mate van arbeidsongeschiktheid.

Omdat pas recht bestaat op een WIA-uitkering bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer, heeft het UWV de WIA-uitkering terecht geweigerd per 27 januari 2020.

7. Conclusie en proceskosten

Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.

Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard is er geen reden om een proceskostenveroordeling uit te spreken.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J. Tolner, griffier, op 24 juni 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.