Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:3183

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
23-06-2021
Datum publicatie
29-06-2021
Zaaknummer
AWB- 20_8515
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

PW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/8515 PW

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2021 in de zaak tussen

[naam eiser] , te [naam woonplaats] , eiser

en

het Dagelijks Bestuur van Orionis Walcheren (Orionis), verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 10 juni 2020 (primair besluit) heeft Orionis de aanvraag van eiser om bijzonder bijstand voor extra zorgkosten als gevolg van een chronische ziekte of handicap op grond van de Participatiewet niet verder in behandeling genomen, omdat eiser niet alle gegevens of bewijsstukken heeft ingediend.

In het besluit van 6 augustus 2020 (bestreden besluit) heeft Orionis het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Orionis heeft een verweerschrift ingediend.

Met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

Feiten

1. Bij beschikking van 20 mei 2019 heeft Orionis aan eiser een bedrag van € 180,00 aan bijzondere bijstand toegekend voor kosten als gevolg van een chronische ziekte of handicap.

Bij brief van 8 mei 2020 heeft eiser bijzondere bijstand aangevraagd voor chronisch zieken en gehandicapten. Op pagina 3 van het aanvraagformulier staat een overzicht van de bewijsstukken die ingeleverd moeten worden als iemand geen bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet ontvangt en de bewijsstukken die altijd moeten worden ingeleverd.

Orionis heeft eiser bij brief van 3 juni 2020 medegedeeld nog niet over voldoende gegevens te beschikken om eisers aanvraag te kunnen behandelen. Eiser is verzocht vóór 10 juni 2020 de volgende ontbrekende gegevens in te dienen:

  • -

    U bent geïndiceerd voor een voorziening op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) en of de Zorgverzekeringswet (Zvw) of

  • -

    U maakt langer dan 6 maanden gebruik maakt van hulpmiddelen en voorzieningen op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) of

  • -

    U kunt op een andere wijze aantonen dat er sprake is van een chronische ziekte of handicap. (een recente verklaring van een huisarts) en een

  • -

    Een kopie overzicht verplicht eigenrisico van uw zorgverzekering over 2020.

(voorwaarden volgens het nieuwe beleid van de Gemeente Middelburg)

Een geldig legitimatiebewijs zijnde geen rijbewijs”

Tot slot is eiser erop gewezen dat bij te laat of onvolledig indienen van de gegevens, Orionis de aanvraag niet meer in behandeling kan nemen.

Bij brief van 5 juni 2020 heeft eiser op het verzoek van Orionis gereageerd.

Bij primair besluit van 10 juni 2020 heeft Orionis eisers aanvraag buiten behandeling gelaten, omdat de aanvraag onvolledig was. Het overzicht van de CZ wat aantoont dat het verplicht eigen risico over het jaar 2020 is opgemaakt, ontbreekt.

Geschil

2. In geschil is of Orionis eisers aanvraag om bijzondere bijstand voor chronisch zieken en gehandicapten op goede gronden buiten behandeling heeft gelaten, omdat de aanvraag onvolledig was.

Standpunt eiser

3. Eiser voert primair aan dat het beleid van Orionis ten aanzien van de tegemoetkoming chronische ziekte en/of handicap in strijd is met (het doel en de strekking van) de wet. Subsidiair is eiser van mening dat Orionis handelt in strijd met het vertrouwensbeginsel, door zijn verzoek niet te beoordelen op basis van het beleid zoals dat gold tot en met 2019 en ook de hardheidsclausule niet toe te passen.

Standpunt Orionis

4. Orionis stelt zich op het standpunt dat niet gehandeld is in strijd met de wet. Orionis heeft gebruik gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid om per 1 januari 2020 nieuwe beleidsregels toe te passen. Eiser is er op gewezen dat een nieuwe aanvraag voor het jaar 2020 kan worden ingediend als het eigen risico van dat jaar is verbruikt. Er zijn geen zwaarwegende redenen aangevoerd die aanleiding geven tot toepassing van de hardheidsclausule.

Wettelijk kader

5. De van toepassing zijnde wettelijke bepalingen zijn opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.

Oordeel rechtbank

6. Beleid in strijd met de wet

In artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat, onverminderd paragraaf 2.2, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn.

Bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet dient eerst beoordeeld te worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de alleenstaande of het gezin noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.

In het verleden werd voor extra kosten van chronisch zieken en gehandicapten en andere doelgroepen categoriale bijzondere bijstand verleend. Met het wetsvoorstel tot Wijziging van de Wet werk en bijstand en enkele andere sociale zekerheidswetten heeft de wetgever de mogelijkheid voor het verlenen van categoriale bijzondere bijstand beperkt.1 Sinds 1 januari 2015 is de verlening van categoriale bijzondere bijstand aan categorieën personen bij wie niet is vastgesteld of de desbetreffende kosten daadwerkelijk noodzakelijk of gemaakt zijn, afgeschaft. Voor colleges bestaat de mogelijkheid om binnen de wettelijke kaders van de individuele bijzondere bijstand groepen aan te wijzen, waarvan vaststaat dat zij door de bijzondere omstandigheden waarin zij verkeren, daadwerkelijk specifieke noodzakelijke kosten hebben. Op deze wijze is het mogelijk, om gebruik makend van groepskenmerken, maatwerkondersteuning te bieden in de vorm van individuele bijzondere bijstand.2

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Middelburg (het college) heeft beleidsregels opgesteld op basis waarvan een tegemoetkoming kan worden verleend indien in individuele gevallen sprake is van extra zorgkosten voor chronisch zieken en gehandicapten. Deze beleidsregels zijn door het college voor het jaar 2020 vastgelegd in de Beleidsregels tegemoetkoming extra zorgkosten als gevolg van chronische ziekte of handicap 2020 Middelburg (de Beleidsregels)3. De desbetreffende Beleidsregels voorzien in een financiële tegemoetkoming, bestemd voor de meerkosten van chronisch zieken en gehandicapten die voortkomen uit hun ziekte of handicap. Om als chronisch ziek of gehandicapt in het kader van deze Beleidsregels te worden aangemerkt, moet zijn voldaan aan twee cumulatieve voorwaarden ofwel groepskenmerken. De aanvrager moet op andere wijze (dan met een Wlz- en/of Wmo-indicatie of een arbeidsongeschiktheidsuitkering) aantonen dat er sprake is van een chronische ziekte of handicap en daarnaast aantonen dat het verplicht eigen risico zorgverzekering over het kalenderjaar is opgemaakt4. Hiermee voorzien de Beleidsregels in maatwerk door slechts aan (een groep) personen die voldoen aan deze voorwaarden een compensatie te bieden voor daadwerkelijk gemaakte kosten en is geen sprake van het ongericht verstrekken van inkomenssteun ongeacht of de kosten in het individuele geval noodzakelijk zijn en feitelijk zijn gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat de in de Beleidsregels gestelde voorwaarden de grenzen van een redelijke wetsuitleg niet te buiten gaan.

7. Aanvraag volledig

Tussen partijen is niet in geschil dat eiser bij zijn aanvraag niet de gevraagde bewijsstukken heeft overgelegd en ook niet nadat hij bij brief van 3 juni 2020 gewezen is op het gebrek en is verzocht om (aanvullende) specifieke stukken. Het gevraagde stuk (het overzicht van de CZ wat aantoont dat het verplicht eigen risico over het jaar 2020 is opgemaakt) is een van de voorwaarden in de Beleidsregels om voor vergoeding van de extra kosten in aanmerking te komen. Dit stuk moet daarom worden aangemerkt als een gegeven als bedoeld in artikel 4:2, tweede lid, en artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb. Nu dit stuk niet is ingediend en eiser niet heeft aangegeven (nog) niet over het gevraagde te kunnen beschikken, is de aanvraag onvolledig. Orionis heeft in beginsel de aanvraag buiten behandeling kunnen stellen.

8. De hardheidsclausule

In artikel 5 van de Beleidsregels is bepaald dat het college in bijzondere gevallen kan afwijken van deze beleidsregels indien toepassing hiervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

De rechtbank is van oordeel dat eiser geen redenen van overwegende aard heeft aangevoerd die moeten leiden tot afwijken van de Beleidsregels. De aanvraag is immers als onvolledig buiten behandeling gebleven. Het had op de weg van eiser gelegen om een volledige aanvraag in te dienen. Niet gebleken is van omstandigheden waarom hij daartoe niet in staat zou zijn geweest. Dat zijn aanvraag hierdoor niet inhoudelijk is beoordeeld, doet hier niet aan af.

9. Het vertrouwensbeginsel

De rechtbank overweegt dat voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel in de eerste plaats is vereist dat de betrokkene aannemelijk maakt dat van de zijde van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit de betrokkene in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of en, zo ja, hoe het bestuursorgaan in een concreet geval een bevoegdheid zou uitoefenen.5

De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eiser op het vertrouwensbeginsel niet slaagt.

Vooropgesteld wordt dat een bestuursorgaan niet de bevoegdheid kan worden ontzegd, bijvoorbeeld op grond van een wetswijziging of gewijzigd beleid, voor de toekomst terug te komen van een eerder ingezette en gevolgde gedragslijn. Volgens vaste rechtspraak houdt een eerdere toekenning over een afgesloten periode in het verleden geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging in dat in de toekomst opnieuw bijzondere bijstand wordt toegekend. Iedere aanvraag wordt immers opnieuw beoordeeld.6 Dat Orionis voor het jaar 2019 wel bijzondere bijstand voor extra medische kosten aan eiser heeft toegekend zonder de voorwaarde van het verplicht opgemaakt hebben van het eigen risico voor dat jaar, betekent dan ook niet dat Orionis ook de aanvraag voor 2020 had moeten inwilligen.

Conclusie

10. Uit het voorgaande volgt dat Orionis op goede gronden de aanvraag om bijzondere bijstand voor chronisch zieken en gehandicapten buiten behandeling heeft gelaten.

Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.

11. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 23 juni 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Bijlage

Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Artikel 4:2 van de Awb

1. De aanvraag wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de aanvrager;

b. de dagtekening;

c. een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd.

2. De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

Artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb

Het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan te stellen termijn de aanvraag aan te vullen.

Artikel 4:5, vierde lid, van de Awb

Een besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager bekendgemaakt binnen vier weken nadat de aanvraag is aangevuld of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.

Artikel 4:81 van de Awb

1. Een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid.

2. In andere gevallen kan een bestuursorgaan slechts beleidsregels vaststellen, voor zover dit bij wettelijk voorschrift is bepaald.

Artikel 4:84 van de Awb

Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

Participatiewet

Artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet

Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voorzover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voorzover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.

Beleidsregels tegemoetkoming extra zorgkosten als gevolg van chronische ziekte of handicap 2020 Middelburg (de Beleidsregels)

Artikel 2 van de Beleidsregels

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming extra zorgkosten als gevolg van chronische ziekte of handicap, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

De aanvrager is 18 jaar of ouder.

De aanvrager staat ingeschreven in de basisregistratie personen van de gemeente (Brp) Middelburg.

Het gezinsinkomen van de aanvrager is niet hoger dan 110% van de inkomensgrens, zoals bepaald in de artikelen 19 t/m 24 en 31 van de Participatiewet.

Het vermogen van de aanvrager is niet hoger dan de vermogensgrens, zoals bepaald in artikel 34 van de Participatiewet.

De aanvrager is chronisch ziek of gehandicapt en heeft daarvoor een Wlz- en/of Wmo-indicatie of een arbeidsongeschiktheidsuitkering van 80-100% (Wia, Wao, Wajong).

De aanvrager op andere wijze aantoont dat er sprake is van een chronische ziekte of handicap en daarnaast aantoont dat het verplicht eigen risico zorgverzekering over het kalenderjaar is opgemaakt.

Op toetsing van het inkomen van jongeren van 18 tot en met 20 jaar is artikel 12 van de Participatiewet niet van toepassing.

Artikel 3 van de Beleidsregels

Aanvraag

De peildatum voor het vaststellen van het recht op een tegemoetkoming volgens deze beleidsregels is 1 januari. Indien het eigen risico in jaar t nog niet is opgemaakt, kan in het kalenderjaar daaropvolgend (t+1) alsnog een aanvraag tegemoetkoming extra zorgkosten worden ingediend over jaar t. De tegemoetkoming wordt verstrekt voor 12 maanden.

Artikel 4 van de Beleidsregels

Hoogte van de tegemoetkoming

De hoogte van de tegemoetkoming extra zorgkosten als gevolg van chronische ziekte of handicap bedraagt € 250,- per 12 maanden per persoon.

Indien de klant van het UWV een tegemoetkoming arbeidsongeschikten ontvangt, wordt deze in mindering gebracht op de tegemoetkoming extra zorgkosten

Artikel 5 van de Beleidsregels

Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van deze beleidsregels indien toepassing hiervan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

1 Kamerstukken II 2013/14, 33 801, nr. 3, blz. 20-22

2 Zie onder andere de uitspraak van de CRvB van 6 maart 2018, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder ECLI:NL:CRVB:2018:723

3 Gemeenteblad 3 september 2020, nr. 224901

4 Zie artikel 2 van de Beleidsregels

5 Zie de uitspraak van de CRvB van 4 maart 2020, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder ECLI:NL:CRVB:2020:559

6 Zie onder andere de uitspraak van de CRvB van 12 juni 2018, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder ECLI:NL:CRVB:2018:1759