Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:3002

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
15-06-2021
Datum publicatie
25-06-2021
Zaaknummer
BRE-20_9197
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Zaaknummer BRE 20/9197

uitspraak van 15 juni 2021

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] ,

belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant,

de heffingsambtenaar.

Motivering

Belanghebbende heeft digitaal een beroepschrift ingediend betreffende de uitspraak op bezwaar tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] .

De uitspraak op bezwaar heeft als dagtekening 15 september 2020. Er zijn geen aanwijzingen dat verzending aan belanghebbende pas na die dagtekening heeft plaatsgevonden.

De wettelijke termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn eindigde op 27 oktober 2020. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Ook is het beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

Het beroepschrift is op 28 oktober 2020 digitaal bij de rechtbank ontvangen. Het beroepschrift is daarom niet-tijdig ingediend.

De beroepstermijn is van openbare orde. Dit betekent dat bij een termijnoverschrijding een niet-ontvankelijkverklaring moet volgen. Dat is alleen anders indien “redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest”, oftewel indien de termijnoverschrijding ‘verschoonbaar’ is.

Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld redenen aan te voeren voor de overschrijding van de beroepstermijn. Wat belanghebbende aanvoert komt erop neer dat belanghebbende zich bij de uitspraak op bezwaar had neergelegd. Later in de beroepstermijn zag belanghebbende redenen om alsnog beroep in te stellen. Doordat het enig tijd heeft gekost om informatie te verzamelen omtrent het instellen van beroep is belanghebbende te laat. Die omstandigheid kan de termijnoverschrijding echter niet verschoonbaar maken. Bij verschoonbaarheid gaat het namelijk – voor zover hier van belang – om gevallen waarin de belanghebbende redelijkerwijs niet in staat was om tijdig een beroepschrift in te dienen. De omstandigheid dat belanghebbende zelf pas laat in actie is gekomen en vervolgens enige tijd nodig heeft gehad om na te gaan hoe beroep ingesteld moet worden en een motivering te formuleren, komt voor zijn rekening.

Er zijn dus geen omstandigheden komen vast te staan op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.

Het beroep is daarom, gelet op de artikelen 6:7 tot en met 6:11 van de Awb, kennelijk niet-ontvankelijk.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 15 juni 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier, De rechter,

(de rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen)

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.