Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:2828

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
19-05-2021
Datum publicatie
04-06-2021
Zaaknummer
BRE 21/1779
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Omgevingsvergunning voor het wijzigen van mountainbikeroute

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 21/1779 WABO VV

uitspraak van 19 mei 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker 1] , [naam verzoeker 2] , [naam verzoeker 3] en [naam verzoeker 4], te [plaatsnaam] , verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.

Procesverloop

Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning voor het wijzigen van mountainbikeroute De Gaas aan de Witbrandlaan te Tilburg.

Bij besluit van 19 februari 2021 heeft verweerder de bezwaren van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift niet-verschoonbaar te laat is ingediend (hierna: het bestreden besluit)

Tegen het bestreden besluit hebben verzoekers beroep ingesteld bij de rechtbank. Zij hebben daarnaast de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Bij brief van 20 april 2021 is namens de voorzieningenrechter aan verzoekers gevraagd om de spoedeisendheid van het verzoek toe te lichten. Verzoekers is verzocht om te onderbouwen dat van hen niet kan worden verlangd dat zij de uitkomst van de beroepsprocedure afwachten.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening heeft geleid tot het emailbericht van 23 april 2021, waarin namens vergunninghouder, de gemeente Tilburg, is verklaard dat de uitvoering van de wijziging niet eerder dan december van dit jaar zal aanvangen. Dit emailbericht is doorgezonden naar verzoeker [naam verzoeker 1] met daarbij de vraag of dit aanleiding geeft om het verzoek om voorlopige voorziening in te trekken. In verband hiermee is namens de voorzieningenrechter aan verzoeker [naam verzoeker 1] telefonisch toegelicht dat er een reële kans bestaat dat het beroep van verzoekers in de hoofdzaak vóór december 2021 op zitting behandeld zal worden en dat, indien verzoekers in november 2021 nog geen uitnodiging voor een zitting hebben ontvangen, alsdan sprake is onverwijlde spoed als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb en tijdig een nieuw verzoek om voorlopige voorziening ingediend kan worden. Tevens is daarbij aangegeven dat ook sprake is van onverwijlde spoed indien vergunninghouder, in weerwil van zijn toezegging, toch eerder dan december 2021 een aanvang maakt met de wijziging van de mountainbikeroute.

3. Verzoekers hebben hun verzoek niet ingetrokken omdat een zitting uiterlijk in november 2021 betekent dat op zijn vroegst in december 2021 een uitspraak is te verwachten over de vraag of verzoekers terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard en dat een inhoudelijke behandeling dan nog niet eens begonnen is. Zij willen schorsing van de omgevingsvergunning zolang hun niet-ontvankelijkheid niet in rechte vaststaat.

4. De voorzieningenrechter stelt voorop dat het niet mogelijk is om een voorlopige voorziening te treffen die voortduurt totdat het bestreden besluit onherroepelijk is. Ingevolge artikel 8:85, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, vervalt de voorlopige voorziening in ieder geval zodra de bestuursrechter uitspraak heeft gedaan. In het verlengde daarvan bepaalt artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb dat de bestuursrechter zo nodig een voorlopige voorziening kan treffen. Dat betekent in dit geval dat, als de rechtbank in de hoofdprocedure tot de conclusie komt dat verzoekers ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard, zij bevoegd is om een voorlopige voorziening te treffen met betrekking tot de omgevingsvergunning. Gegeven deze mogelijkheid kan niet gezegd worden dat thans reeds sprake is van onverwijlde spoed als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb.

5. Het vorenstaande leidt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier op 19 mei 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

P.H.M. Verdonschot, griffier T. Peters, voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.