Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:2739

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
01-06-2021
Datum publicatie
08-06-2021
Zaaknummer
AWB- 21_2102 VV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Afwijzen aanvraag voor een overbruggingsregeling op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 21/2102 TOZO VV

uitspraak van 1 juni 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker] en [naam verzoekster] , te [woonplaats verzoekers], verzoekers,

gemachtigde: UnitedLegal,

en

het dagelijks bestuur van het Werkplein Hart van West-Brabant,

Procesverloop

Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van 6 mei 2021 (bestreden besluit) van het Werkplein inzake de afwijzing van hun aanvraag voor een overbruggingsregeling op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo). Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.

2. De griffier heeft verzoekers gevraagd het spoedeisend belang toe te lichten. Daarbij is gevraagd om in ieder geval een overzicht van hun inkomsten, vaste lasten, spaargelden of andere vermogensbestanddelen over te leggen. Verzoekers hebben met een e-mail van 26 mei 2021 gesteld dat de voorzieningenrechter meermaals heeft overwogen dat de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW), en daarmee ook de Tozo, een spoedeisend karakter heeft. Verzoekers zijn daarom van mening dat zij geen nadere toelichting op het spoedeisend belang hoeven te geven.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de NOW een andere wettelijke regeling is dan de Tozo. Uitspraken die zien op de NOW zijn dan ook niet van toepassing op de Tozo. Overigens volgt uit de uitspraken die verzoekers hebben genoemd ook niet zondermeer dat er altijd een spoedeisend belang wordt aangenomen in Now-zaken.

Nu verzoekers helemaal geen inzicht in hun financiële situatie hebben gegeven, is onvoldoende gebleken dat er sprake is van een spoedeisend belang. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E.M. Marsé, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier op 1 juni 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.