Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:2613

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
12-05-2021
Datum publicatie
28-05-2021
Zaaknummer
AWB 21/675
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

enkele betwisting bestreden besluit

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 21/675

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Orhan),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft bij besluit van 22 januari 2021 (het bestreden besluit) aan eiser een terugkeerbesluit en tevens een inreisverbod opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb moet een beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.

2. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser geen beroepsgronden heeft vermeld in zijn beroepschrift. De rechtbank heeft eiser op dit verzuim gewezen en verzocht de gronden alsnog binnen vier weken in te dienen.

3. Eiser heeft hier gevolg aan gegeven en binnen de termijn de gronden van beroep ingediend. Eiser betwist zowel de zware gronden als de lichte gronden waarop verweerder het besluit heeft gebaseerd.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Hetgeen eiser in de gronden van beroep naar voren heeft gebracht is in essentie een enkele betwisting van het bestreden besluit, zonder verdere onderbouwing. Van een voldoende gemotiveerde inhoudelijke betwisting van het bestreden besluit kan niet worden gesproken. Feitelijk gezien wordt er door eiser niets aangevoerd in het beroepschrift. Een enkele betwisting van het bestreden besluit kan niet volstaan. Het beroep is kennelijk ongegrond.

5. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2021.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.