Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:2437

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
12-05-2021
Datum publicatie
21-09-2021
Zaaknummer
AWB- 21_734
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WOB

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 21/734 WOB

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2021 in de zaak tussen

[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres

gemachtigde: mr. D.J.C. Post,

en

ZorgOnderzoek Nederland/Medische wetenschappen (ZonMw), verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft bij brief van 10 februari 2021 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door ZonMw inzake het verzoek van eiseres op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

De rechtbank heeft besloten het beroep versneld te behandelen, onder toepassing van afdeling 8.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank heeft vervolgens toepassing gegeven aan artikel 8:54, eerste lid, van de Awb, zodat een behandeling ter zitting achterwege is gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van de stukken gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Bij brief van 2 november 2020 heeft eiseres een Wob-verzoek ingediend bij ZonMw. Eiseres heeft hierin – samengevat – verzocht om verstrekking van informatie, te weten (samengevat) alle documenten en andere gegevensdragers gedateerd of opgemaakt op of na 1 januari 2015 met betrekking tot ‘afbouwmedicatie' en/of ‘afbouw’ en/of ‘afbouw medicatie’ en/of ‘taper’ en/of ‘tapering’ en/of ‘taperingstrips’ en/of ‘antidepressiva’ en/of ‘venlafaxine’ en/of ‘paroxetine’ en/of ‘lagere doseringen’ voor zover deze in het bezit zijn van ZonMw.

Bij brief van 6 november 2020 heeft ZonMw de beslistermijn met vier weken verdaagd.

Bij brief van 25 januari 2021 heeft eiseres ZonMw medegedeeld dat de beslistermijn is verstreken. Eiseres verzoekt ZonMw om alsnog binnen twee weken een besluit te nemen op het Wob-verzoek.

Bij brief van 10 februari 2021 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door ZonMw op het Wob-verzoek.

ZonMw heeft bij brief van 8 april 2021 een verweerschrift ingediend. Tot op heden heeft de rechtbank van ZonMw niet de op de procedure niet tijdig beslissen betrekking hebbende stukken ontvangen.

2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld (artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb). Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen (artikel 6:12, tweede lid, van de Awb).

3. ZonMw beslist op een Wob-verzoek binnen vier weken (artikel 6, eerste lid, van de Wob). ZonMw ontving het Wob-verzoek op 4 november 2020 en heeft vervolgens de beslistermijn verlengd met vier weken (artikel 6, tweede lid, van de Wob). ZonMw had dus uiterlijk op 30 december 2020 moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat deze beslistermijn is overschreden. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres ZonMw op 25 januari 2021 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien (meer dan) twee weken zijn verstreken.

Het beroep is kennelijk gegrond.

4. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb bepaalt de rechtbank als het beroep gegrond is en nog geen besluit is bekendgemaakt dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekendmaakt.

De rechtbank bepaalt dat ZonMw binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen en aan eiseres moet bekendmaken.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb en in overeenstemming met het landelijke beleid (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl) dat ZonMw een dwangsom van € 100,- verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.

5. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat ZonMw aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

6. Daarnaast veroordeelt de rechtbank ZonMw in de door eiseres gemaakte proceskosten. De proceskosten worden berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. ZonMw wordt veroordeeld om de kosten van rechtsbijstand te vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 267,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden en of er een dwangsom verschuldigd is.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

- draagt ZonMw op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een beslissing op de aanvraag bekend te maken;

- bepaalt dat ZonMw aan eiseres een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

- draagt ZonMw op het betaalde griffierecht van € 360,- aan eiseres te vergoeden;

- veroordeelt ZonMw in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 267,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 12 mei 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.