Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:2046

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22-04-2021
Datum publicatie
06-05-2021
Zaaknummer
AWB- 20_5411
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

AVG

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/5411 AVG

uitspraak van de meervoudige kamer van 22 april 2021 in de zaak tussen

[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser

gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach,

en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 12 augustus 2019 (primaire besluit) heeft het college de verzoeken van eiser tot verwijdering van persoonsgegevens en vergoeding van schade afgewezen.

In het besluit van 13 februari 2020 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk en subsidiair ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank op 11 maart 2021.

Eiser was hierbij niet aanwezig, maar hij werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde, die via videobellen deelnam. Namens het college was aanwezig [naam vertegenwoordiger vwr] .

Overwegingen

1. Feiten

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 17 juli 2019 heeft eiser bij het college een verzoek ingediend op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Het verzoek ziet op:

1. Verwijdering van de persoonsgegevens van eiser op het forum van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Eiser stelt dat hem is gebleken dat de organisatie van verweerder gegevens van hem heeft verwerkt middels publicatie op het VNG-forum. Uit het overzicht verwerkte persoonsgegevens dat eiser ontving van de VNG blijkt dat het college zijn naam heeft vermeld en daarmee heeft gedeeld met een grote groep bestuursorganen.

Eiser verzoekt met inachtneming van artikel 17, eerste lid, van de AVG zijn persoonsgegevens, voor zover deze betrekking hebben op voornoemde vorm van gegevensverwerking, te verwijderen.

2) Schadevergoeding omdat het college de gegevens heeft vermeld op het VNG-forum.

Eiser acht de gegevensverwerking niet in overeenstemming met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit en verwijst daarvoor naar een uitspraak van de rechtbank Overijssel1. Eiser stelt dat het college zijn privacy heeft aangetast en dat het de persoonsgegevens niet zonder toestemming had mogen delen met een grote groep andere bestuursorganen. Volgens eiser bestaat voor de gegevensverwerking geen grondslag als bedoeld in artikel 6 van de AVG en is de gegevensverwerking dus onrechtmatig. Eiser verzoekt om schadevergoeding op grond van artikel 82 van de AVG. Gelet op de aard en ernst van de inbreuk, acht eiser een schadevergoeding van € 2.500,- passend.

Bij het primaire besluit heeft het college het verzoek van eiser om persoonsgegevens te verwijderen afgewezen. Daartoe stelt het college dat het van de VNG, die beheerder is van het forum, heeft vernomen dat de gegevens al in 2017 van het forum zijn verwijderd. Eiser is daar destijds door de VNG van op de hoogte gesteld. Het is niet mogelijk reeds verwijderde gegevens nog eens te verwijderen. Het college merkt daarbij op dat de gebruiksvoorwaarden voor het forum voor wat betreft het plaatsen van persoonsgegevens op het forum in 2017 zijn aangescherpt en dat op naleving daarvan wordt toegezien door de VNG.

Het verzoek om schadevergoeding wijst het college ook af. Daartoe stelt het college dat het zonder nadere informatie niet mogelijk is om te beoordelen of gevraagd wordt om materiële of juist immateriële schade te vergoeden. Ook is volgens het college niet mogelijk om te beoordelen wat het oorzakelijk verband is tussen de geclaimde schade en de handelingen die het college zou hebben verricht, noch of die feitelijk of juist bestuurlijk van aard zijn. Daarnaast vraagt het college, onder verwijzing naar jurisprudentie2, om een onderbouwing van het geclaimde bedrag.

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.

Op 6 februari 2020 heeft de commissie voor de bezwaarschriften van de gemeente Etten-Leur (de commissie) advies uitgebracht aan het college.

Bij het bestreden besluit heeft het college de bezwaren van eiser, conform het advies van de commissie, primair niet-ontvankelijk en subsidiair ongegrond verklaard.

2. Omvang geschil

Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank vast dat – naast het schadevergoedingsverzoek – ook het verwijderingsverzoek nog onderdeel uitmaakt het geschil. Hoewel de verwijdering van de gegevens van het forum al in 2017 heeft plaatsgevonden, heeft de privacy officer van de VNG aan het college laten weten dat er nog gegevens uit het archief van de VNG aanwezig zijn, die onderdeel uitmaken van het dossier van de VNG in een gerechtelijke procedure. Om die reden stelt de VNG niet te kunnen voldoen aan het verzoek van het college om de gegevens van eiser te verwijderen uit het archief. Bij de gemeente Etten-Leur zijn de gegevens betreffende de onderhavige procedure nog aanwezig.

3. Toepasselijk recht

Op 25 mei 2018 is Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (de AVG) van toepassing geworden.

De AVG is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat (artikel 99, derde lid, van de AVG). De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) is op 25 mei 2018 ingetrokken. De AVG heeft onmiddellijke werking en bevat geen overgangsrecht voor de behandeling van een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 82 van de AVG. Het overgangsrecht in artikel 48, tiende lid, van de Uitvoeringswet AVG is in dit geval niet van toepassing.

Voor wat betreft het verzoek om schadevergoeding is de AVG van toepassing. Eiser heeft op 17 juli 2019, dus na de inwerkingtreding van de AVG, het college verzocht om schadevergoeding. Voor de beoordeling van de onrechtmatigheid van het handelen, dat zich in dit geval vóór 25 mei 2018 heeft voorgedaan, is het oude recht van toepassing, dat wil zeggen de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).

De relevante bepalingen van de AVG en de Wbp zijn, ten behoeve van de leesbaarheid, opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.

4. Inhoud bestreden besluit: primair niet-ontvankelijk

4.1

Met het bestreden besluit heeft het college het bezwaar van eiser tegen de weigering zijn persoonsgegevens te verwijderen van het VNG-forum primair niet-ontvankelijk verklaard. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat de VNG als verantwoordelijke voor het forum moet worden beschouwd, en niet het college. Eiser had zich niet tot het college maar tot de VNG moeten wenden, zo stelt het college in het bestreden besluit.

4.2

In het verweerschrift stelt het college dat het kennis heeft genomen van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) van 23 januari 20193, waarin – kort samengevat – is overwogen dat het plaatsen van berichten door gemeenteambtenaren op een forum in beheer bij de VNG maakt dat het college van de betreffende gemeente moet worden aangemerkt als verantwoordelijke in de zin van de destijds van toepassing zijnde Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Dit betekent volgens het college dat het eiser in het bestreden besluit ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.

4.3

Verder heeft het college in het bestreden besluit het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om schadevergoeding eveneens primair niet-ontvankelijk verklaard. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat de beslissing op een verzoek om schadevergoeding voor onrechtmatige gegevensverwerking geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In het bestreden besluit overweegt het college dat er daarom tegen de afwijzing van een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 82 van de AVG geen bezwaar en beroep openstaat.

4.4

In het verweerschrift stelt het college dat het heeft kennis genomen van de uitspraken van de AbRS van 1 april 20204, waarin geoordeeld is dat de bestuursrechter bevoegd is om op grond van artikel 8:88 van de Awb een verzoek om vergoeding van materiële of immateriële schade als gevolg van een handelen in strijd met de AVG door een bestuursorgaan te beoordelen. Dit betekent volgens het college dat het eiser in het bestreden besluit ook op dit punt ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.

4.5

Gelet op het voorgaande moet worden geoordeeld dat het college het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Ook is de hoorplicht in bezwaar geschonden. Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking komt.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Awb en in het kader van finale geschillenbeslechting zelf in de zaak te voorzien, omdat het college subsidiair een inhoudelijk standpunt heeft ingenomen, en beide partijen hebben ingestemd met de mogelijkheid van de rechtbank om zelf in de zaak te voorzien.5

5. Inhoud bestreden besluit: subsidiair ongegrond

5.1

Subsidiair heeft het college de bezwaren van eiser tegen de weigering zijn persoonsgegevens te verwijderen van het VNG-forum en de afwijzing van zijn verzoek om schadevergoeding ongegrond verklaard. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat de gegevensverwerking rechtmatig is. Daarom is het college niet verplicht om de betreffende gegevens te verwijderen op grond van artikel 17, eerste lid, onder d, van de AVG. Omdat de verwerking van de persoonsgegevens niet onrechtmatig is, is er ook geen aanspraak op schadevergoeding op grond van artikel 82 van de AVG, zo stelt het college.

5.2

De rechtbank verwijst naar de uitspraken van de AbRS van 1 april 2020 (voetnoot 4). In die uitspraken heeft de AbRS geoordeeld dat het noemen van iemands naam op het VNG-forum niet onrechtmatig is en er dus geen aanspraak bestaat op schadevergoeding.

Daartoe overweegt de AbRS als volgt:

“30. Bij het college kan op grond van de Wob een verzoek tot openbaarmaking en verstrekking van informatie over een bestuurlijke aangelegenheid worden verzocht. De uitvoering van de Wob is een publiekrechtelijke taak van het college. Voor het goed functioneren van de Wob is van belang dat onderzoek naar misbruik van de Wob wordt gedaan en dat eventueel misbruik wordt vastgesteld. De VNG heeft door middel van het VNG-Forum een digitaal platform opgericht om gemeenten in staat te stellen met elkaar te overleggen over de wijze van aanpak en afhandeling van de vele, veelal louter voor het innen van dwangsommen ingediende, Wob-verzoeken. Op 1 oktober 2016 heeft wetgever de dwangsom bij Wob-verzoeken afgeschaft. De VNG heeft in 2017 het onderdeel Wob/gemeenten van het VNG-Forum opgeschoond door alle discussies offline te halen. Persoonsgegevens die zijn geplaatst vóór 1 april 2017 zijn niet meer te achterhalen (zie onder meer de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 mei 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:5404).

31. Het op een verzoek van een andere gemeente noemen van de naam van [appellant] op het VNG-Forum had tot doel een goede uitvoering van de Wob te verzekeren en te voorkomen dat de Wob wordt misbruikt om dwangsommen te innen bij het niet tijdig nemen van een beslissing op een verzoek. Dit doel is in overeenstemming met artikel 8, onder e van de Wbp (en artikel 6, eerste lid en onder e, van de AVG). Anders dan [appellant] betoogt, is er geen grond voor het oordeel dat de gegevensverwerking niet in overeenstemming met de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit is. Het doel van de verwerking staat in verhouding tot de inbreuk op de privacy van [appellant] en kon niet met minder ingrijpende middelen worden bereikt. Het vermelden van de naam van [appellant] was noodzakelijk, omdat alleen op die manier kon worden nagegaan of hij bij meerdere gemeenten Wob-verzoeken had ingediend die mogelijk zijn gericht op het innen van een dwangsom. Het was evenmin bovenmatig om deze gegevens te delen op het VNG-Forum. Zoals het college heeft toegelicht ter zitting, hadden voor het onderdeel Wob/gemeenten van het VNG-Forum alleen degenen toegang die een specifieke functie hebben, gerelateerd aan de behandeling van Wob-verzoeken. Voor de stelling van [appellant] dat heel bestuurlijk Nederland kennis heeft kunnen nemen van zijn naam, is geen grond aanwezig. [appellant] heeft ook, desgevraagd, niet inzichtelijk gemaakt welke concrete nadelige gevolgen het resultaat zijn geweest van het noemen van zijn naam op het VNG-Forum.

32. Omdat het college met het noemen van de naam van [appellant] op het VNG-Forum niet onrechtmatig heeft gehandeld, wordt het verzoek om schadevergoeding reeds daarom afgewezen.”

5.3

De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de AbRS.

De rechtbank begrijpt het beroep van eiser aldus, dat hij zich niet kan vinden in het oordeel van de AbRS dat het noemen van zijn naam op het VNG-forum niet onrechtmatig was. De rechtbank is echter met de AbRS van oordeel dat het doel hiervan was gelegen in het voorkomen van mogelijk misbruik van de Wob. Dit doel is in overeenstemming met artikel 8 onder e, van de Wbp. Verder is de rechtbank met de AbRS van oordeel dat de verwerking van gegevens met dat doel noodzakelijk was, en niet in strijd met de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.

De rechtbank ziet geen reden om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie over de uitleg van het schadebegrip in de AVG. Van een onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens van eiser en een inbreuk op de AVG was immers naar het oordeel van de rechtbank hier geen sprake. Reeds daarom kan er geen schade worden vergoed op grond van artikel 82 van de AVG.

5.4

Gelet op het voorgaande volgt de rechtbank het subsidiaire standpunt van het college dat bezwaren van eiser ongegrond moeten worden verklaard en het verzoek om schadevergoeding moet worden afgewezen.

6. Conclusie

Gelet op wat is overwogen onder punt 3.5 van deze uitspraak, is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank zal zelf in de zaak voorzien en het bezwaar van eiser ongegrond verklaren en het verzoek om schadevergoeding afwijzen, zoals hiervoor overwogen.

7. Proceskosten en griffierecht

Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet het college aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoeden.

De rechtbank veroordeelt het college in de door eiser gemaakte proceskosten. De proceskosten worden berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het college wordt veroordeeld om de kosten van rechtsbijstand te vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 1.068,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 534,00 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    bepaalt dat het bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond is en wijst af het verzoek om schadevergoeding;

  • -

    draagt het college op het betaalde griffierecht van € 178,00 aan eiser te vergoeden;

  • -

    veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.068,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, voorzitter, en mr. V.M. Schotanus en mr. I.M. Josten, leden, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, op 22 april 2021 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

BIJLAGE

VERORDENING (EU) 2016/679 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)

Artikel 17: Recht op gegevenswissing („recht op vergetelheid”)

1. De betrokkene heeft het recht van de verwerkingsverantwoordelijke zonder onredelijke vertraging wissing van hem betreffende persoonsgegevens te verkrijgen en de verwerkingsverantwoordelijke is verplicht persoonsgegevens zonder onredelijke vertraging te wissen wanneer een van de volgende gevallen van toepassing is:

a. a) de persoonsgegevens zijn niet langer nodig voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld of anderszins verwerkt;

b) de betrokkene trekt de toestemming waarop de verwerking overeenkomstig artikel 6, lid 1, punt a), of artikel 9, lid 2, punt a), berust, in, en er is geen andere rechtsgrond voor de verwerking;

c) de betrokkene maakt overeenkomstig artikel 21, lid 1, bezwaar tegen de verwerking, en er zijn geen prevalerende dwingende gerechtvaardigde gronden voor de verwerking, of de betrokkene maakt bezwaar tegen de verwerking overeenkomstig artikel 21, lid 2;

d) de persoonsgegevens zijn onrechtmatig verwerkt;

e) de persoonsgegevens moeten worden gewist om te voldoen aan een in het Unierecht of het lidstatelijke recht neergelegde wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust;

f) de persoonsgegevens zijn verzameld in verband met een aanbod van diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 8, lid 1.

2. Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke de persoonsgegevens openbaar heeft gemaakt en overeenkomstig lid 1 verplicht is de persoonsgegevens te wissen, neemt hij, rekening houdend met de beschikbare technologie en de uitvoeringskosten, redelijke maatregelen, waaronder technische maatregelen, om verwerkingsverantwoordelijken die de persoonsgegevens verwerken, ervan op de hoogte te stellen dat de betrokkene de verwerkingsverantwoordelijken heeft verzocht om iedere koppeling naar, of kopie of reproductie van die persoonsgegevens te wissen.

3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing voor zover verwerking nodig is:

a. a) voor het uitoefenen van het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie;

b) voor het nakomen van een in een het Unierecht of het lidstatelijke recht neergelegde wettelijke verwerkingsverplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust, of voor het vervullen van een taak van algemeen belang of het uitoefenen van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is verleend;

c) om redenen van algemeen belang op het gebied van volksgezondheid overeenkomstig artikel 9, lid 2, punten h) en i), en artikel 9, lid 3;

d) met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden overeenkomstig artikel 89, lid 1, voor zover het in lid 1 bedoelde recht de verwezenlijking van de doeleinden van die verwerking onmogelijk dreigt te maken of ernstig in het gedrang dreigt te brengen;

e) voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering.

Artikel 82: Recht op schadevergoeding en aansprakelijkheid

1. Eenieder die materiële of immateriële schade heeft geleden ten gevolge van een inbreuk op deze verordening, heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker schadevergoeding te ontvangen voor de geleden schade.

2. Elke verwerkingsverantwoordelijke die bij verwerking is betrokken, is aansprakelijk voor de schade die wordt veroorzaakt door verwerking die inbreuk maakt op deze verordening. Een verwerker is slechts aansprakelijk voor de schade die door verwerking is veroorzaakt wanneer bij de verwerking niet is voldaan aan de specifiek tot verwerkers gerichte verplichtingen van deze verordening of buiten dan wel in strijd met de rechtmatige instructies van de verwerkingsverantwoordelijke is gehandeld.

3. Een verwerkingsverantwoordelijke of verwerker wordt van aansprakelijkheid op grond van lid 2 vrijgesteld indien hij bewijst dat hij op geen enkele wijze verantwoordelijk is voor het schadeveroorzakende feit.

4. Wanneer meerdere verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers bij dezelfde verwerking betrokken zijn, en overeenkomstig de leden 2 en 3 verantwoordelijk zijn voor schade die door verwerking is veroorzaakt, wordt elke verwerkingsverantwoordelijke of verwerker voor de gehele schade aansprakelijk gehouden teneinde te garanderen dat de betrokkene daadwerkelijk wordt vergoed.

5. Wanneer een verwerkingsverantwoordelijke of verwerker de schade overeenkomstig lid 4 geheel heeft vergoed, kan deze verwerkingsverantwoordelijke of verwerker op andere verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers die bij de verwerking waren betrokken, het deel van de schadevergoeding verhalen dat overeenkomt met hun deel van de aansprakelijkheid voor de schade, overeenkomstig de in lid 2 gestelde voorwaarden.

6. Gerechtelijke procedures voor het uitoefenen van het recht op schadevergoeding worden gevoerd voor de in artikel 79, lid 2, bedoelde lidstaatrechtelijk bevoegde gerechten.

Wet bescherming persoonsgegevens

Artikel 8

Persoonsgegevens mogen slechts worden verwerkt indien:

  1. de betrokkene voor de verwerking zijn ondubbelzinnige toestemming heeft verleend;

  2. de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is, of voor het nemen van precontractuele maatregelen naar aanleiding van een verzoek van de betrokkene en die noodzakelijk zijn voor het sluiten van een overeenkomst;

  3. de gegevensverwerking noodzakelijk is om een wettelijke verplichting na te komen waaraan de verantwoordelijke onderworpen is;

  4. e gegevensverwerking noodzakelijk is ter vrijwaring van een vitaal belang van de betrokkene;

  5. de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak door het desbetreffende bestuursorgaan dan wel het bestuursorgaan waaraan de gegevens worden verstrekt, of

  6. de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de verantwoordelijke of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt, tenzij het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene, in het bijzonder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, prevaleert.

1 Rechtbank Overijssel 18 juli 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:2496.

2 AbRS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:593 en HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376.

3 ECLI:NL:RVS:2019:181.

4 ECLI:NL:RVS:2020:898, ECLI:NL:RVS:2020:899, ECLI:NL:RVS:2020:900 en ECLI:NL:RVS:2020:901.

5 Zie de uitspraak van de AbRS van 2 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP2842.