Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:1970

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
21-04-2021
Datum publicatie
15-06-2021
Zaaknummer
C/02/381362 / HA RK 21-16
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek wissing gegevens en verzoek tot rectificatie van gegevens. Verzoekster doet verzoek voor minderjarig kind. Mag Veilig Thuis toetsen of het aanmerkelijk belang van het kind vergt dat gegevens worden bewaard? Artikel 5.3.5 Wmo

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2021-0178
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster II Handelszaken

Breda

zaaknummer / rekestnummer: C/02/381362 / HA RK 21-16

Beschikking van 21 april 2021

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

verzoekster,

advocaat mr. I. Roos te Amsterdam,

en

de stichting

STICHTING VEILIG THUIS WEST-BRABANT,

gevestigd te Breda,

verweerster,

advocaat mr. E. Aerts te Tilburg.

Partijen worden hierna [eiseres] en Veilig Thuis genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift strekkende tot gegevenswissing en rectificatie, art. 35 lid 1 en lid 2 UAVG en art. 5 lid 1 sub c en art. 16 en 17 Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG), ter griffie ingekomen op 18 januari 2021, met producties genummerd 1 tot en met 4,

- de akte overlegging producties aan de zijde van [eiseres] , ingekomen ter griffie op 5 maart 2021 met producties genummerd 5 tot en met 7,

- het verweerschrift tegen verzoek ex art. 35 UAVG, ter griffie ingekomen op

5 maart 2021, met producties genummerd 1 en 2,

- het e-mailbericht van 15 maart 2021 09:29 uur van mr. Aerts, met een correctie van een zinsnede in het eerder ingediende verweerschrift,

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling, gehouden op 15 maart 2021.

1.2.

Aan de mondelinge behandeling heeft [eiseres] deelgenomen via een telefonische verbinding (sprake was van een hybride zitting). Zij is bijgestaan door mr. I. Roos. Namens Veilig Thuis zijn de heer [naam 1] , functionaris gegevensbescherming, en mevrouw [naam manager] , manager, verschenen, bijgestaan door mr. E. Aerts.

2 Het verzoek

2.1.

[eiseres] verzoekt de rechtbank, bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Veilig Thuis te bevelen om binnen 24 uur na betekening van de in deze te wijzen beschikking het verzoek als bedoeld in de artikel 17 AVG alsnog toe te wijzen;

II. Veilig Thuis te bevelen om binnen 24 uur na betekening van de in deze te wijzen beschikking het verzoek als bedoeld in artikel 16 AVG alsnog toe te wijzen;

III. Veilig Thuis te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van een onmiddellijk opeisbare en niet voor compensatie vatbare dwangsom van € 10.000,- voor iedere gehele of gedeeltelijke overtreding van het bevel, zoals genoemd onder I en/of II, te vermeerderen met een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag of gedeelte van ene dag dat deze overtreding voortduurt met een maximum van € 250.000,-;

IV. Veilig Thuis te veroordelen in de kosten van deze procedure.

2.2.

Veilig Thuis voert verweer en verzoekt de rechtbank om het verzoek van [eiseres] niet ontvankelijk te verklaren, althans af te wijzen en [eiseres] te veroordelen in de kosten van de procedure.

3 De beoordeling

3.1.

Bij de beoordeling dienen de volgende feiten als uitgangspunt.

3.2.

[eiseres] is de moeder van [naam kind] en heeft het gezag over haar.

3.3.

Op 7 en 13 mei 2019 heeft Veilig Thuis een melding ontvangen van de school van [naam kind] en van de leerplichtambtenaar in verband met schoolverzuim van [naam kind] . Veilig Thuis heeft onderzoek gedaan naar aanleiding van deze meldingen.

3.4.

Nadat de voornoemde meldingen waren afgesloten door Veilig Thuis heeft zij e-mail van 7 september 2020 aan [eiseres] onder meer bericht:

“Veilig Thuis vindt het belangrijk dat iemand zicht houdt op de schoolgang van [naam kind] . In overleg met u is afgesproken dat Veilig Thuis dit overdraagt aan de leerplichtambtenaar [naam leerplichtambtenaar] . Op 7 september 2020 heeft de overdracht telefonisch plaatsgevonden. Veilig Thuis heeft met de leerplichtambtenaar de afspraak gemaakt, dat zij contact opneemt met Veilig Thuis als de veiligheid opnieuw in het geding komt of blijft bestaan (bijv. wanneer u bijvoorbeeld niet in gaat op de aangeboden hulp. Veilig Thuis sluit hierbij het dossier (…)”

3.5.

Op 7 oktober 2020 heeft mevrouw mr. [naam 2] namens [eiseres] aan Veilig Thuis bericht dat [eiseres] zich niet kan vinden in de formulering van de e-mail en heeft zij verzocht om rectificatie en vernietiging van het dossier. Dit verzoek is op 12 november 2020 herhaald door mr. [naam 3] .

3.6.

Bij brief van 4 december 2021, verzonden per e-mail aan mr. [naam 2] , heeft Veilig Thuis het verzoek afgewezen.

Het verzoek tot het verwijderen van gegevens

3.7.

[eiseres] heeft aan haar verzoek tot het verwijderen van gegevens – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. [eiseres] stelt dat haar op grond van het bepaalde in artikel 17 AVG het recht toekomt Veilig Thuis op te dragen over te gaan tot verwijdering/gegevenswissing van de (persoons)gegevens in het dossier met meldingsdata 7 en 13 mei 2019.

Veilig Thuis heeft het dossier gesloten en het toezicht is overgedragen aan de leerplichtambtenaar, zodat het verwerken van persoonsgegevens bij Veilig Thuis niet langer toereikend, ter zake dienend en beperkt is tot wat noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij wordt verwerkt. Het dossier dient daardoor vernietigd te worden.

3.8.

Veilig Thuis betwist dat [eiseres] in dit geval aan artikel 17 AVG het recht kan ontlenen om de verwijdering/gegevenswissing van de (persoons)gegevens te bewerkstelligen. Veilig Thuis heeft een wettelijke bewaartermijn in acht te nemen van 20 jaar (artikel 5.3.4. lid 1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), versie sinds 1 januari 2020). Het belang van een ander ( [naam kind] ) vergt in dit geval dat het verzoek om vernietiging van gegevens niet gehonoreerd hoeft te worden.

3.9.

Bij de beoordeling stelt de rechtbank het volgende voorop.

3.10.

Op 1 januari 2015 zijn het Advies en Meldpunt Kindermishandeling en de Steunpunten Huiselijk Geweld samengevoegd tot het Advies en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (AMHK), dat de naam Veilig Thuis heeft gekregen.

3.11.

Op grond van artikel 17 lid 1 aanhef en onder c AVG heeft een persoon het recht wissing van persoonsgegevens te verkrijgen als hij overeenkomstig artikel 21 lid 1 AVG bezwaar heeft gemaakt tegen de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens op basis van artikel 6 lid 1 onder e of f AVG en er geen prevalerende dwingende gerechtvaardigde gronden voor de verwerking zijn. In artikel 17 lid 3, aanhef en onder b AVG is bepaald dat lid 1 niet van toepassing is voor zover verwerking nodig is voor het vervullen van een taak van algemeen belang.

3.12.

Op grond van artikel 21 AVG kan verwijdering van persoonsgegevens worden verzocht wanneer de desbetreffende persoonsgegevens feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Op grond van het arrest Santander van de Hoge Raad (HR 9 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8097) moet de registratie en de handhaving daarvan (bij een wijziging van omstandigheden) voldoen aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dit brengt naar het oordeel van de Hoge Raad mee dat de inbreuk op de belangen van de betrokkene niet onevenredig mag zijn in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel, en dat dit doel in redelijkheid niet op een andere, voor de betrokkene minder nadelige, wijze kan worden verwerkelijkt.

3.13.

De Wmo kent een specifieke bepaling waarin staat dat Veilig Thuis een bewaarplicht heeft met betrekking tot de persoonsgegevens die zij op grond van die wet onder zich heeft (artikel 5.3.4 Wmo). Op grond van artikel 5.3.5 lid 1 Wmo vernietigt Veilig Thuis de persoonsgegevens binnen drie maanden na een daartoe strekkend verzoek van degene die het betreft. Artikel 5.3.5. lid 2 Wmo bepaalt dat lid 1 niet geldt voor zover het verzoek persoonsgegevens betreft waarvan redelijkerwijs aannemelijk is dat de bewaring van aanmerkelijk belang is voor een ander dan de verzoeker of als de wet zich tegen vernietiging verzet. Artikel 5.3.5. lid 3 Wmo bepaalt dat het verzoek niet kan worden gedaan door iemand die jonger is dan 12 jaar. Lid 4 bepaalt dat het verzoek in dat geval door een wettelijk vertegenwoordiger kan worden gedaan.

3.14.

[eiseres] stelt dat nu zij het verzoek heeft gedaan als de wettelijk vertegenwoordiger van [naam kind] , het ervoor moet worden gehouden dat het verzoek door [naam kind] zelf is gedaan. Het gevolg is dat Veilig Thuis zich niet erop kan beroepen dat in dit geval het aanmerkelijk belang van een ander vergt dat de gegevens worden bewaard. [naam kind] is, zo stelt [eiseres] , niet ‘een ander’ maar zelf degene die vraagt om vernietiging van gegevens, nu het verzoek moet worden door haar te zijn gedaan.

3.15.

De rechtbank volgt [eiseres] niet in haar betoog. Hoewel de wetsgeschiedenis op dit punt geen uitsluitsel lijkt te geven, laat het bepaalde in artikel 5.3.5 lid 2 tot en met 4, zich redelijkerwijze niet anders begrijpen dan dat de wetgever (i) het (begrijpelijkerwijze) aan de wettelijk vertegenwoordiger van kinderen jonger dan 12 jaar heeft overgelaten de afweging te maken om al dan niet een verzoek in te dienen tot ‘wissing’ van gegevens te doen, en (ii) dat indien de wettelijke vertegenwoordiger dit recht uitoefent voor het minderjarige kind, dit niet eraan in de weg staat dat Veilig Thuis zich erop kan beroepen dat het aanmerkelijke belang van het kind zich ertegen kan verzetten dat het verzoek wordt gehonoreerd.

3.16.

Immers, niet mag worden verondersteld dat de belangen van de wettelijk vertegenwoordiger en het kind steeds zullen samenvallen bij een verzoek tot het wissen van gegevens. Daarvan is bijvoorbeeld geen sprake indien Veilig Thuis een melding heeft ontvangen vanwege verwaarlozing door de wettelijk vertegenwoordiger zelf. Indien na het sluiten van deze melding de wettelijk vertegenwoordiger zelf zou kunnen verzoeken om alle gegevens over die melding te vernietigen, zonder dat Veilig Thuis zich zou kunnen beroepen op het aanmerkelijke belang van het kind bij het bewaren van deze gegevens, zou dat tot een resultaat leiden dat niet strookt met de strekking van de bewaarplicht in de Wmo voor Veilig Thuis, die juist ook erop gericht de belangen (en veiligheid) van de minderjarige te waarborgen.

3.17.

Het voorgaande brengt overigens niet mee dat Veilig Thuis feitelijk steeds het recht toekomt om het wissen van gegevens na een melding gedaan door een wettelijk vertegenwoordiger te weigeren. Veilig Thuis kan zich slechts beroepen op een wettelijke plicht de desbetreffende gegeven te bewaren indien sprake is van ‘een aanmerkelijk belang’ (van het kind of een ander). Verder heeft Veilig Thuis nog als voorbeeld gegeven dat zij bijvoorbeeld altijd gegevens van een melding vernietigt na gebleken onjuistheid van een melding.

3.18.

De rechtbank concludeert dat anders dan [eiseres] aanvoert zij voor het bepaalde in artikel 5.3.5. lid 3 niet kan worden vereenzelvigd met haar dochter [naam kind] met als gevolg dat Veilig Thuis mag toetsen of het aanmerkelijke belang van [naam kind] vergt dat zij de gegevens bewaart.

3.19.

De rechtbank is van oordeel dat Veilig Thuis redelijkerwijze heeft mogen oordelen dat daarvan sprake is en dit aanmerkelijke belang bij bewaring van de gegevens ook zwaarder weegt dan het belang van [eiseres] bij vernietiging van deze gegevens. Uit de door Veilig Thuis overgelegde gegevens blijkt dat Veilig Thuis al langer bij het gezin is betrokken en dat er eerder zorgen zijn geweest over het schoolverzuim van [naam kind] en het handelen van [eiseres] daarbij. Daarbij lijkt ook sprake van een zich herhalend patroon.

Verzoek tot aanpassing van gegevens

3.20.

[eiseres] vraagt om aanpassing van een passage in het e-mailbericht van 7 september 2020. Zij vraagt Veilig Thuis om in de zinsnede “als de veiligheid opnieuw in het ding komt of blijft bestaan” het woord ‘opnieuw’ te verwijderen.

3.21.

[eiseres] heeft aan haar verzoek tot correctie – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Volgens [eiseres] werd [naam kind] gepest op haar (lagere) school. Deze school kon volgens [eiseres] haar mentale en fysieke veiligheid niet garanderen. Doordat zij [naam kind] heeft thuisgehouden is [naam kind] – anders dan Veilig Thuis schrijft – nooit in gevaar is geweest. Dit behoeft dan ook correctie, aldus [eiseres] .

3.22.

Veilig Thuis betwist dat sprake is van persoonsgegevens en voor zover dit anders is van gegevens die een opvatting inhouden en waarvan niet om aanpassing kan worden gevraagd.

3.23.

De rechtbank stelt voorop dat het begrip persoonsgegeven niet beperkt is tot gevoelige of persoonlijke informatie, maar zich potentieel uitstrekt tot elke soort informatie, zowel objectieve als subjectieve informatie in de vorm van meningen of beoordelingen, op voorwaarde dat deze informatie de betrokkene betreft. Deze laatste voorwaarde is vervuld wanneer de informatie wegens haar inhoud, doel of gevolg gelieerd is aan een bepaalde persoon en waarmee die persoon redelijkerwijs identificeerbaar is voor een andere persoon. Daarvan is in dit geval sprake.

3.24.

De rechtbank stelt vast dat [eiseres] en Veilig Thuis een verschillende zienswijze hebben over hetgeen heeft geleid tot het schoolverzuim van [naam kind] . Onderdeel van die discussie is de vraag in hoeverre de veiligheid van [naam kind] in het geding is geweest. Op dat punt verschillen [eiseres] en Veilig Thuis van mening. Het rectificatie- of correctierecht ex artikel 16 AVG is evenwel niet bedoeld om indrukken, meningen, onderzoeksresultaten en conclusies waarmee betrokkene zich niet kan verenigen, te corrigeren of te verwijderen (zie bijv ABRvS 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:520, r.o. 7.2). Ook dit verzoek moet daarom worden afgewezen. Overigens staat het [eiseres] vrij om Veilig Thuis te vragen om haar eigen zienswijze op dit voorval ook op te nemen en te bewaren.

Kostenveroordeling?

3.25.

Veilig Thuis heeft – uitdrukkelijk – verzocht om [eiseres] in de kosten van deze verzoekschriftprocedure te veroordelen. Daarbij heeft Veilig Thuis erop gewezen dat zij in toenemende mate wordt geconfronteerd met AVG-verzoeken als deze en zij voor de proceskosten/ kosten voor juridische bijstand die deze verzoeken veroorzaken geen middelen heeft begroot.

3.26.

De rechtbank overweegt hierover als volgt. Het hof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 1 februari 2018 (ECLI:NL:GHSHE:2018:363) een toetsingskader voor deze vraag gegeven. In navolging daarvan overweegt de rechtbank als volgt.

3.27.

Het Hof van Justitie EU heeft overwogen over de kosten die zijn gemoeid met verzoeken en beroepen gerelateerd aan de Wbp (een voorloper van de AVG) dat die vergoeding niet op een niveau mag liggen waardoor zij de uitoefening van het door artikel 47 van het Handvest gewaarborgde recht op een doeltreffende voorziening in rechte kan belemmeren (HvJ EU 27 september 2017 C-73/16 inzake Peter Puškár tegen Finančné riaditeľstvo Slovenskej republiky, Kriminálny úrad finančnej správy, ECLI:EU:C:2017:725., onder 75).

3.28.

Het voorgaande heeft het Hof van Justitie weliswaar overwogen in het kader van een beroep op een bestuurlijke instantie, maar de rechtbank is van oordeel dat hetgeen is overwogen – gelet op de strekking ervan – van overeenkomstige toepassing is op deze procedure.

3.29.

De rechtbank is verder van oordeel dat gelet op het voorgaande en de aard van deze procedure in beginsel tot uitgangspunt dient te worden genomen dat de verzoeker/ natuurlijk persoon die van zijn rechten in het kader van de AVG gebruik maakt en in dat kader een gerechtelijke procedure aanhangig maakt, ook als hij in het ongelijk wordt gesteld, in beginsel niet in de proceskosten wordt veroordeeld van de aangesproken bewerker van zijn persoonsgegevens. Dit kan anders worden in bijzondere omstandigheden. Dergelijke omstandigheden zijn in dit geval gesteld noch gebleken.

3.30.

Voor zover de regel als onder meer voortvloeiend uit HR 4 december 2015 (ECLI:NL:HR: 2015: 3477), inhoudende dat afwijzing van het beroep van de oorspronkelijk verzoeker moet leiden tot bekrachtiging en kostenveroordeling, in het onderhavige geval ook geldt, is de rechtbank van oordeel dat die regel in dit verband, mede gezien de gebruikelijk te begroten omvang van de kosten van rechtsbijstand, als mede belemmerend voor bovenstaande positie van de verzoeker en dus ten aanzien van door de Richtlijn bestreken verzoeken als in strijd met artikel 47 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie moet worden aangemerkt. De rechtbank zal bedoelde regel om die reden buiten toepassing laten.

3.31.

De omstandigheid dat Veilig Thuis in haar begroting geen voorziening heeft getroffen voor (juridische bijstand) in geschillen als de onderhavige kan aan het voorgaande niet afdoen.

3.32.

Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken. Zij zal de proceskosten compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

wijst het verzoek af,

4.2.

compenseert de proceskosten, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. Schild en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2021.1

1 type: mvda coll: