Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:1969

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22-04-2021
Datum publicatie
22-04-2021
Zaaknummer
02-258553-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Grote hoeveelheid wapens en munitie. Opiumwet, geen OVAR. Wapenverzamelaar. Strafmaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 02-258553-20

vonnis van de meervoudige kamer van 22 april 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] ,

raadsman mr. J.C.W.L. Grootjans, advocaat te Middelburg.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 april 2021, waarbij de officier van justitie mr. R.C.P. Rammeloo en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

  1. opzettelijk verschillende soorten vuurwapens en onderdelen voor die wapens voorhanden heeft gehad in zijn woning, in de door hem gehuurde loods en in de woning van de medeverdachte;

  2. een vuurwapen aan een ander heeft overgedragen;

  3. opzettelijk 12 XTC-pillen en 34,4 gram amfetamine voorhanden heeft gehad in de woning van de medeverdachte;

  4. opzettelijk verschillende soorten munitie voorhanden heeft gehad in de door hem gehuurde loods en in de woning van de medeverdachte;

  5. opzettelijk een nepwapen dat lijkt op een echt vuurwapen voorhanden heeft gehad in de door hem gehuurde loods.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten last gelegde feiten heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de bewijsmiddelen in het dossier. De verklaringen van verdachte [medeverdachte 1] , en getuigen [naam 1] en [naam 2] kunnen worden gebruikt voor het bewijs van de feiten 1, 2, 4 en 5. Er is geen sprake van denaturering van de verklaringen. Indien de verdediging de volledige verklaringen had willen zien ter toetsing, had zij hierom kunnen en moeten verzoeken. Deze verklaringen zijn betrouwbaar. De verklaring van verdachte, dat de verboden wapens en munitie het bezit waren van [medeverdachte 1] , is ongeloofwaardig, gelet op de verklaringen van [medeverdachte 1] en [naam 1] , die worden ondersteund door het WhatsAppbericht dat [medeverdachte 1] naar verdachte heeft gestuurd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het overdragen van een vuurwapen (feit 2) en het opzettelijk voorhanden hebben van wapens en munitie in de loods aan de [adres 2] (feit 1, tweede en vierde alinea, feit 4, tweede alinea, en feit 5) vanwege het ontbreken van voldoende wettig bewijs. Verdachte ontkent een wapen te hebben verkocht aan [medeverdachte 1] . Hij ontkent tevens de wapens en munitie in de kluis in de loods aan de [adres 2] voorhanden te hebben gehad, omdat hij niet wist dat er een kluis met wapens in die loods stond en de kluis niet van hem is.

De verdediging is primair van mening dat de verklaringen van getuigen [medeverdachte 1] , [naam 2] en [naam 1] niet kunnen worden gebruikt voor het bewijs. Deze verklaringen voldoen niet aan de eisen van artikel 152 en 153 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) en er wordt evenmin voldaan aan de eis dat een verklaring niet mag worden gedenatureerd ingevolge artikel 342 Sv. De verklaringen zijn onvolledig opgenomen in het einddossier, waardoor de verdediging niet in staat is om na te gaan of er sprake is van ‘cherry picking’. Evenmin kan de betrouwbaarheid van deze verklaringen getoetst worden.

Subsidiair zijn de verklaringen onbetrouwbaar en ongeloofwaardig, omdat deze op essentiële punten van elkaar verschillen en niet worden ondersteund door enig ander bewijsmateriaal.

Meer subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat het overtuigend bewijs ontbreekt. Gelet op de tegenstrijdigheden in de genoemde verklaringen van [medeverdachte 1] en [naam 1] wordt de overtuiging aangetast. Dit geldt te meer omdat [medeverdachte 1] zelf verdachte was en hij kennelijk belangen had om verdachte te belasten.

De verdediging verzoekt de rechtbank dan ook om verdachte vrij te spreken van het overdragen van een vuurwapen (feit 2) en het opzettelijk voorhanden hebben van wapens en munitie in de loods aan de [adres 2] feit 1, tweede en vierde alinea, feit 4, tweede alinea, en feit 5).

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de bewezenverklaring van het opzettelijk voorhanden hebben van wapens in zijn woning aan de [adres 1] (feit 1, eerste en derde alinea) en het opzettelijk voorhanden hebben van wapens, munitie en drugs in de woning van de medeverdachte aan de [adres 3] (feit 3 en feit 4, eerste alinea).

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

4.3.2

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feit 1, eerste en derde alinea ([adres 3] en [adres 1])

Feit 3 ([adres 3])

Feit 4, eerste alinea ([adres 3])

De rechtbank zal gelet op de bekennende verklaring van verdachte ten aanzien van de hiervoor genoemde (onderdelen van de) feiten volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen in bijlage II.

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat een aantal wapens en een deel van de munitie die in zijn woning aan de [adres 3] zijn aangetroffen van hemzelf waren, namelijk 115 centraalvuur kogelpatronen van het kaliber 9x19 mm, 37 centraalvuur kogelpatronen van verschillende kalibers en 3 randvuur kogelpatronen van verschillende kalibers (feit 4, eerste alinea). De rechtbank zal verdachte van die onderdelen van de tenlastelegging vrijspreken.

Feit 1, tweede en vierde alinea ([adres 2]

Feit 2

Feit 4, tweede alinea ([adres 2])

Feit 5 ([adres 2])

Kunnen de verklaringen van [medeverdachte 1] , [naam 1] en [naam 2] worden gebruikt voor het bewijs?

De verdediging heeft bepleit dat de verklaringen van verdachte [medeverdachte 1] en getuigen [naam 1] en [naam 2] niet voldoen aan de wettelijke vereisten die aan bewijsmiddelen worden gesteld, althans dat deze verklaringen onbetrouwbaar en ongeloofwaardig zijn en daarom niet kunnen worden gebruikt voor het bewijs.

De rechtbank overweegt als volgt. Ingevolge artikel 152, eerste lid, Sv dienen opsporingsambtenaren proces-verbaal op te maken van het door hen opgespoorde strafbare feit of van hetgeen door hen tot opsporing is verricht of bevonden. Ingevolge het tweede lid kan het opmaken van proces-verbaal onder verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie achterwege worden gelaten. Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad staat het de opsporingsambtenaren slechts dan vrij het opmaken van een proces-verbaal achterwege te laten ingeval hetgeen door hen is verricht of bevonden naar hun, aan toetsing door de officier van justitie onderworpen, oordeel redelijkerwijs niet van belang kan zijn voor enige door de rechter in het eindonderzoek te nemen beslissing. Ingeval het opmaken van een proces-verbaal achterwege blijft, zal evenwel dienen te worden voorzien in een zodanige verslaglegging van de desbetreffende verrichtingen en bevindingen, dat doeltreffend kan worden gereageerd op een verzoek van de rechter in het eindonderzoek tot nadere verantwoording omtrent dat onderdeel van het opsporingsonderzoek. Belangen van derden en/of van het opsporingsonderzoek vormen op zichzelf onvoldoende grond om het opmaken van een proces-verbaal achterwege te laten. Aan die belangen kan immers door de wijze waarop de desbetreffende verrichtingen en bevindingen in dat proces-verbaal worden gerelateerd, voldoende worden tegemoetgekomen.

De rechtbank stelt vast dat in de onderhavige zaak wel processen-verbaal zijn opgemaakt van de verklaringen van [medeverdachte 1] , [naam 1] en [naam 2] , maar dat onderdelen van de verklaringen zijn ‘weggelakt’, omdat deze niet relevant zijn voor het dossier van verdachte. Dit is gebeurd op verzoek van de behandelend (zaaks)officier van justitie, ter toetsing voorgelegd aan de zaaksofficier en derhalve gebeurd met zijn uitdrukkelijke instemming. Een toelichting van de desbetreffende officier van justitie is aan het dossier toegevoegd. Naar het oordeel van de rechtbank is door deze werkwijze in overeenstemming met de wet en jurisprudentie gehandeld. De rechtbank ziet geen aanleiding om te veronderstellen dat de verklaringen van de getuigen zijn gedenatureerd door het weglakken van onderdelen van die verklaringen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de verklaringen van de getuigen over de aan verdachte ten laste gelegde feiten op zichzelf duidelijk en ondubbelzinnig, waardoor niet gebleken is op welke manier deze uit hun verband kunnen zijn getrokken. Bovendien is de verdediging in de gelegenheid gesteld om onderzoekswensen kenbaar te maken waardoor de mogelijkheid voor de verdediging bestond om de volledige processen-verbaal op te vragen, dan wel een verzoek tot het horen van de getuigen bij de rechter-commissaris in te dienen, teneinde de verklaringen van [medeverdachte 1] , [naam 1] en [naam 2] te toetsen. Van deze gelegenheid heeft de verdediging geen gebruik gemaakt, hetgeen – gelet op het standpunt dat de verdediging inneemt – wel op haar weg had gelegen.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de enkele omstandigheid dat er onderdelen van de hiervoor genoemde verklaringen zijn weggelakt, niet tot gevolg heeft dat de processen-verbaal van verhoor van de getuigen [medeverdachte 1] , [naam 1] en [naam 2] niet kunnen worden aangemerkt als wettig bewijs. De rechtbank verwerpt daarom dit verweer van de verdediging.

Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen of bewijsuitsluiting dient te volgen, omdat de verklaringen van [medeverdachte 1] en [naam 1] ongeloofwaardig en onbetrouwbaar zouden zijn. De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen op essentiële onderdelen grotendeels gelijkluidend zijn. Zo verklaren zij beiden dat het ging om de overdracht van een jachtgeweer, dat er geen patronen bij zaten en dat de overdracht vermoedelijk drie (à vier) maanden geleden heeft plaatsgevonden. Dat de verklaringen op onderdelen enigszins verschillen, bijvoorbeeld ten aanzien van de prijs van het wapen, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat de verklaringen in zijn geheel als ongeloofwaardig of onbetrouwbaar moeten worden aangemerkt. Verder worden de verklaringen van de getuigen ondersteund door aanvullend bewijs, namelijk het berichtje van [medeverdachte 1] aan verdachte over munitie die bij een shotgun horen die verdachte heeft verkocht, en de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] , dat verdachte een wapenkluis had die eerder al was opengebroken. Verder verklaart [medeverdachte 1] niet alleen belastend over verdachte, maar ook over zichzelf, hetgeen bijdraagt aan de geloofwaardigheid van zijn verklaring. Tot slot draagt ook de verklaring van verdachte dat hij een wapenverzamelaar is bij aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van [medeverdachte 1] en [naam 1] . De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging en zal de verklaringen van getuigen [medeverdachte 1] en [naam 1] gebruiken voor het bewijs.

Feit 1, tweede en vierde alinea, feit 4, tweede alinea, feit 5 ( [adres 2] )

De rechtbank acht de feiten wettig en overtuigend bewezen op grond van de bewijsmiddelen. De rechtbank overweegt dat zij de verklaring van verdachte, dat hij niet op de hoogte was van de kluis in de loods aan de [adres 2] , ongeloofwaardig acht. Verdachte is huurder van de loods en had een sleutel daarvan tot zijn beschikking. Verder is gebleken dat verdachte een wapenverzamelaar is en het reeds daarom aannemelijk is dat de in de kluis aangetroffen wapens van hem zijn. Bovendien is uit onderzoek van de politie gebleken dat de telefoon, die in gebruik is bij verdachte, op 13 oktober 2020 vanaf de [adres 1] naar de [adres 2] ter hoogte van nummer [nummer] is bewogen en zich daar gedurende ongeveer 35 minuten heeft bevonden. De rechtbank concludeert dat het op grond daarvan zeer waarschijnlijk is dat verdachte zich de dag voor het aantreffen van de kluis nog in de loods aan de [adres 2] heeft bevonden.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1

op 14 oktober 2020 te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland, in

een woning aan de [adres 3] ,

vuurwapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te

weten

- een centraalvuur kogelgeweer, van het type Mauser-Vergueiro, kaliber 6,5x 58mm,

en

- een dubbelloops centraalvuur hagelgeweer, van het merk Miroku, type 7000,

kaliber 12-70, en

- een enkelloops centraalvuur hagelgeweer, van het merk Mossberg, model 835,

kaliber 12, en

- een alarm revolver, van het merk Pietta, model Sheriff's, kaliber 9mm knal, en

- een alarm revolver, van het merk Bruni, model Olympic 38, kaliber .380 knal, en

- een revolver, model bulldog, kaliber .320, en

- twee patroonmagazijnen, en

- een slede, en

in een loods aan de [adres 2]

- een centraalvuur pistool, merk CZ, model Vzor-70, kaliber 7,65mm, en

- een centraalvuur pistool, merk DWM, model Luger P08, kaliber 9x19 mm, en

- een randvuur schietpijp, kaliber .22, en

- een gaspistool, merk Reck, model PK800, kaliber 8mmK, en

in een woning aan de [adres 1]

- twee centraalvuur grendel kogelgeweren, type Mauser Gewehr 98, kaliber 7,92x57

mm, en

- een gasrevolver, merk Gun Toys, model Precise 880, kaliber 6mm knal,

en

in een loods aan de [adres 2]

een wapen van categorie II, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te

weten een schietblok,

zijnde vuurwapens in de vorm van een geweer, revolver, pistool, (schiet)pijp

en schietblok en onderdelen en hulpstukken die specifiek bestemd zijn en van

wezenlijke aard voor voornoemde wapens,

voorhanden heeft gehad.

2

in of omstreeks de periode van 1 juni 2020 tot en met 14 oktober 2020 in Nederland,

een vuurwapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten

een dubbelloops centraalvuur hagelgeweer, merk Miroku, type MK70 sport, kaliber

12-76,

zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer,

heeft overgedragen.

3

op 15 oktober 2020 te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland, in

een woning aan de [adres 3] ,

opzettelijk

aanwezig heeft gehad ongeveer 34,4 gram, amfetamine en ongeveer 12 XTC

pillen, in elk geval 12 pillen bevattende MDMA,

zijnde telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan

wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

4

op 14 oktober 2020 te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland, in

een woning aan de [adres 3] , munitie van categorie III van de Wet wapens en

munitie, te weten

321 centraalvuur hagelpatronen van het kaliber 12-70 en 281 randvuur

kogelpatronen van kaliber .22 Long Riffle en 117 herlaadbare centraalvuur hulzen van het kaliber 9x19

mm en 46 herlaadbare centraalvuur hulzen van het kaliber 9x17 mm en 13

projectielen van het kaliber 9 mm en 200 randvuur knalpatronen van het kaliber 6,8 mm en 50 randvuur

knalpatronen van het kaliber 6 mm en

in een loods aan de [adres 2] te Zierikzee

286 centraalvuur kogelpatronen van het kaliber 9x19 mm en 14 centraalvuur

kogelpatronen van het kaliber .45 auto en 13 centraalvuur kogelpatronen van het

kaliber 9x19 mm, 7,62x25 mm en29 centraalvuur knalpatronen van het kaliber

9mmK en 546 randvuur kogelpatronen van het kaliber .22 Long Rifle en 91

centraalvuur hagelpatronen van het kaliber 20 en 40 centraalvuur hagelpatronen

van het kaliber 12 en 16 centraalvuur kogelpatronen van het kaliber 8x57 mm

en 49 centraalvuur kogelpatronen van het kaliber .44 Mag en 24 centraalvuur

kogelpatronen van het kaliber.32 Wad cutter en 55 centraalvuur kogelpatronen

van het kaliber 7,65 mm en 8 centraalvuur hagelpatronen van het kaliber 12 en

20,

voorhanden heeft gehad.

5

op omstreeks 14 oktober 2020 te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland, in

een loods aan de [adres 2] ,

een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten

een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een

ernstige bedreiging van personen kon vormen en dat zodanig op een wapen

geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een

gasdrukpistool gelijkend op een vuurwapen Smith & Wesson M&P 40

voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1

Het standpunt van de verdediging

De verdediging doet ten aanzien van feit 3 een beroep op het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid. De in de woning van de medeverdachte aangetroffen verdovende middelen waren eigendom van de broer van verdachte en verdachte heeft deze middelen weggehaald bij zijn broer om hem te beschermen tegen verder drugsgebruik. Daarom is sprake van de uitzonderlijke situatie dat de belangen die de Opiumwet tracht te beschermen, namelijk de volksgezondheid, beter zijn gediend door de handelswijze van verdachte dan bij gehoorzaamheid aan de wet. Verdachte dient daarom te worden ontslagen van alle rechtsvervolging voor feit 3.

5.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat er geen beroep kan worden gedaan op het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid, nu verdachte de verdovende middelen niet heeft vernietigd of aan de politie heeft gegeven, maar beschikbaar heeft gehouden door ze bij een ander in bewaring te geven.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

Van het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid kan sprake zijn als met de gedraging de belangen die de overtreden bepaling geacht wordt te beschermen, beter zijn gediend dan bij gehoorzaamheid aan de tekst van de wet. Naar het oordeel van de rechtbank is hiervan in het onderhavige geval geen sprake. Indien verdachte inderdaad de verdovende middelen bij zijn broer heeft weggehaald om hem te beschermen, hadden voor hem andere, doeltreffendere wegen opengestaan dan het in bewaring geven van de verdovende middelen aan een ander. Hij had de verdovende middelen bijvoorbeeld kunnen vernietigen of bij de politie af kunnen geven. Door de verdovende middelen aan een ander in bewaring te geven, blijft er sprake van ongecontroleerde aanwezigheid van de verdovende middelen in de maatschappij, met alle risico’s voor de volksgezondheid die daarbij horen. Bovendien heeft hij ter zitting verklaard dat hij de verdovende middelen bij de medeverdachte in bewaring heeft gegeven omdat hij verwachtte dat de politie bij verdachte zou binnenvallen. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging.

Ook verder zijn er geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met reclasseringstoezicht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt om aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest, een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. In het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis zijn aan verdachte bijzondere voorwaarden opgelegd, waaraan hij zich houdt en waaraan hij bereid is zich te blijven houden. Een gevangenisstraf is niet opportuun en tevens contraproductief, omdat de hulp en begeleiding dan wordt beëindigd. Verzocht wordt om het strafdoel van speciale preventie zwaarder te laten wegen dan het strafdoel van vergelding. Verdachte heeft nimmer kwade intenties gehad met betrekking tot het voorhanden hebben van enige wapens en munitie.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft verschillende vuurwapens, een nabootsing van een vuurwapen, een grote hoeveelheid munitie en wapenonderdelen en -hulpstukken voorhanden gehad in zijn woning, in de door hem gehuurde loods en in de woning van een medeverdachte. Een deel van die wapens kon daadwerkelijk worden gebruikt. Verdachte was zich ervan bewust dat hij verboden wapens voorhanden had en heeft daarom een deel van de wapens in bewaring gegeven aan de medeverdachte. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij de medeverdachte daarvoor heeft gebruikt. Ook heeft verdachte een vuurwapen verkocht aan een ander. Het ongecontroleerde bezit van dergelijke wapens en munitie, alsmede de overdracht daarvan, is onwenselijk in de maatschappij en kan voor gevaarlijke situaties zorgen. Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van XTC-pillen en amfetamine. Dit zijn stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank in strafverzwarende zin rekening met het strafblad van 3 maart 2021 van verdachte, waaruit volgt dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. De rechtbank houdt er in het bijzonder rekening mee dat verdachte eerder een transactie heeft gekregen voor meerdere overtredingen van de Wet Wapens en Munitie en dus eerder soortgelijke feiten heeft gepleegd.

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op de reclasseringsrapporten van Reclassering Nederland en Emergis over verdachte en in het bijzonder op het voortgangsverslag van

6 april 2021 van Emergis. Hieruit volgt dat verdachte ambulant wordt behandeld door Forensische Zorg Zeeland en dat de behandeling conform de afspraken verloopt. Ook de afspraken met de reclassering komt verdachte na. Verder ontvangt verdachte praktische ondersteuning, die er voornamelijk op is gericht om hem meer zelfredzaam te maken om zijn zaken online te regelen. Verder is hij gestart met een COVA-training (cognitieve vaardigheden). De reclassering schat het risico op recidive in als gemiddeld. Factoren die hierop van invloed kunnen zijn hebben te maken met de omstandigheid dat verdachte veel bezoek in huis ontvangt, waarbij sprake is van middelengebruik, en dat er geen sprake is van een zinvolle en structurele dagbesteding.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de ernst van het feit, de straffen die volgens de LOVS-oriëntatiepunten voor dergelijke feiten worden opgelegd en de persoon van verdachte. In strafverzwarende zin houdt de rechtbank rekening met de grote hoeveelheid verboden voorwerpen die verdachte voorhanden heeft gehad. In strafmatigende zin houdt de rechtbank rekening met de persoon van de verdachte en de omstandigheden waaronder hij de feiten heeft gepleegd. Verdachte is geen wapenbezitter die wapens gebruikt voor criminele activiteiten, maar vooral een verzamelaar van (antieke) wapens. Verder houdt de rechtbank er in strafmatigende zin rekening mee dat verdachte na het plegen van de onderhavige feiten is veroordeeld door de politierechter en dat de onderhavige feiten bij die behandeling meegenomen hadden kunnen worden. De rechtbank houdt in zwaarwegendere mate dan de officier van justitie rekening met de hiervoor genoemde strafmatigende factoren en zal een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden noodzakelijk en passend is, met aftrek van het voorarrest. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Wel ziet de rechtbank aanleiding een deel daarvan, te weten zes maanden, voorwaardelijk op te leggen. De in de persoon van verdachte gelegen omstandigheden heeft de rechtbank doen besluiten om een proeftijd van drie jaar op te nemen. Met deze voorwaardelijke straf en langere proeftijd wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarnaast maakt deze voorwaardelijke straf een verplichte behandeling en verplichte begeleiding door de reclassering mogelijk. De rechtbank acht reclasseringstoezicht van belang vanwege het hiervoor omschreven risico op recidive, om zo de kans op herhaling te verminderen.

7 Het beslag

De hierna op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst d.d. 3 maart 2021 genoemde inbeslaggenomen voorwerpen, zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Gebleken is dat de voorwerpen bij het onderzoek naar de ten laste gelegde feiten zijn aangetroffen. De voorwerpen zijn van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan

in strijd is met de wet en het algemeen belang.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 36b, 36d, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 13, 26, 31 en 55 van de Wet wapens en munitie en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd

en

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

feit 2: Handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

feit 3: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 4: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

feit 5: Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 10 (tien) maanden, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie (3) jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich meldt binnen twee werkdagen na het onherroepelijk worden van het vonnis, dan wel na het einde van de detentie, telefonisch bij Reclassering Nederland, 088 8041505. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en

zolang de reclassering dat nodig vindt.

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst d.d.

3 maart 2021 genoemde inbeslaggenomen voorwerpen;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Nomes, voorzitter, mr. E.J. Zuijdweg en

mr. H. Skalonjic, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.J. van der Welle, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 april 2021.

mr. G.H. Nomes en mr. E.J. Zuijdweg zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

10 Bijlage I

De tenlastelegging

1

hij op of omstreeks 14 oktober 2020 te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland, in

een woning aan de [adres 3] ,

(een) vuurwapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te

weten

- een centraalvuur kogelgeweer, van het type Mauser-Vergueiro, kaliber 6,5x 58mm,

en/of

- een dubbelloops centraalvuur hagelgeweer, van het merk Miroku, type 7000,

kaliber 12-70, en/of

- een enkelloops centraalvuur hagelgeweer, van het merk Mossberg, model 835,

kaliber 12, en/of

- een alarm revolver, van het merk Pietta, model Sheriff's, kaliber 9mm knal, en/of

- een alarm revolver, van het merk Bruni, model Olympic 38, kaliber .380 knal, en/of

- een revolver, model bulldog, kaliber .320, en/of

- twee patroonmagazijnen, en/of

- een slede, en/of

in een loods aan de [adres 2]

- een centraalvuur pistool, merk CZ, model Vzor-70, kaliber 7,65mm, en/of

- een centraalvuur pistool, merk DWM, model Luger P08, kaliber 9x19 mm, en/of

- een randvuur schietpijp, kaliber .22, en/of

- een gaspistool, merk Reck, model PK800, kaliber 8mmK, en/of

in een woning aan de [adres 1]

- twee centraalvuur grendel kogelgeweren, type Mauser Gewehr 98, kaliber 7,92x57

mm, en/of

- een gasrevolver, merk Gun Toys, model Precise 880, kaliber 6mm knal,

en/of

in een loods aan de [adres 2]

een wapen van categorie II, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te

weten een schietblok,

zijnde (een) vuurwapens in de vorm van een geweer, revolver, pistool, (schiet)pijp

en schietblok en/of onderdelen en/of hulpstukken die specifiek bestemd zijn en van

wezenlijke aard voor voornoemde wapens,

voorhanden heeft gehad;

( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )

2

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2020 tot en met 14 oktober 2020 te

Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland, in elk geval in Nederland,

een vuurwapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten

een dubbelloops centraalvuur hagelgeweer, merk Miroku, type MK70 sport, kaliber

12-76,

zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer,

heeft overgedragen;

( art 31 lid 1 Wet wapens en munitie )

3

hij op of omstreeks 15 oktober 2020 te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland, in

een woning aan de [adres 3] ,

opzettelijk

aanwezig heeft gehad ongeveer 34,4 gram, amfetamine en/of ongeveer 12 XTC

pillen, in elk geval 12 pillen bevatende MDMA,

zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan

wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek

van Strafrecht )

4

hij op of omstreeks 14 oktober 2020 te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland, in

een woning aan de [adres 3] , munitie van categorie III van de Wet wapens en

munitie, te weten

321 centraalvuur hagelpatronen van het kaliber 12-70 en/of 281 randvuur

kogelpatronen van kaliber .22 Long Riffle en/of 115 centraalvuur kogelpatronen van

het kaliber 9x19 mm en/of 117 herlaadbare centraalvuur hulzen van het kaliber 9x19

mm en/of 46 herlaadbare centraalvuur hulzen van het kaliber 9x17 mm en/of 13

projectielen van het kaliber 9 mm en/of 37 centraalvuur kogelpatronen van

verschillende kalibers en/of 3 randvuur kogelpatronen van verschillende kalibers

en/of 200 randvuur knalpatronen van het kaliber 6,8 mm en/of 50 randvuur

knalpatronen van het kaliber 6 mm en/of

in een loods aan de [adres 2] te Zierikzee

286 centraalvuur kogelpatronen van het kaliber 9x19 mm en/of 14 centraalvuur

kogelpatronen van het kaliber .45 auto en/of 13 centraalvuur kogelpatronen van het

kaliber 9x19 mm, 7,62x25 mm en/of 29 centraalvuur knalpatronen van het kaliber

9mmK en/of 546 randvuur kogelpatronen van het kaliber .22 Long Rifle en/of 91

centraalvuur hagelpatronen van het kaliber 20 en/of 40 centraalvuur hagelpatronen

van het kaliber 12 en/of 16 centraalvuur kogelpatronen van het kaliber 8x57 mm

en/of 49 centraalvuur kogelpatronen van het kliber .44 Mag en/of 24 centraalvuur

kogelpatronen van het kaliber.32 Wad cutter en/of 55 centraalvuur kogelpatronen

van het kaliber 7,65 mm en/of 8 centraalvuur hagelpatronen van het kaliber 12 en

20,

voorhanden heeft gehad;

( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )

5

hij op of omstreeks 14 oktober 2020 te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland, in

een loods aan de [adres 2] ,

een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten

een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een

ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen

geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een

gasdrukpistool gelijkend op een vuurwapen Smith & Wesson M&P 40

voorhanden heeft gehad;

( art 13 lid 1 Wet wapens en munitie )

11 Bijlage II

De bewijsmiddelen

Wanneer in de bewijsmiddelen hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 333.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Verdachte heeft feit 3 en de hierna te noemen onderdelen van de feiten 1 en 4 bekend. Daarom wordt ten aanzien van die (onderdelen van de) feiten volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Feit 1, eerste alinea, en feit 4, eerste alinea ( [adres 3] )

De rechtbank acht feit 1, eerste alinea, en feit 4, eerste alinea, wettig en overtuigend bewezen op grond van:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 8 april 2021;

- het proces-verbaal van bevindingen van 15 oktober 2020, pagina’s 217 tot en met 232 van het eindproces-verbaal;

- de kennisgeving van inbeslagneming d.d. 15 oktober 2020, pagina’s 15a tot en met 25 van het eindproces-verbaal;

- het proces-verbaal van bevindingen van 12 november 2020, pagina’s 233 tot en met 247 van het eindproces-verbaal.

Feit 1, derde alinea ( [adres 1] )

De rechtbank acht feit 1, derde alinea, wettig en overtuigend bewezen op grond van:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 8 april 2021;

- het proces-verbaal van bevindingen van 15 oktober 2020, pagina’s 217 tot en met 232 van het eindproces-verbaal;

- de kennisgeving van inbeslagneming d.d. 14 oktober 2020, pagina’s 31 en 32 van het eindproces-verbaal;

- het proces-verbaal van bevindingen van 12 november 2020, pagina’s 233 tot en met 247 van het eindproces-verbaal.

Feit 3

De rechtbank acht feit 3 wettig en overtuigend bewezen op grond van:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 8 april 2021;

- het proces-verbaal van bevindingen van 15 oktober 2020, pagina’s 217 tot en met 232 van het eindproces-verbaal;

- de kennisgeving van inbeslagneming d.d. 2 november 2020, pagina’s 26 en 27 van het eindproces-verbaal;

- de kennisgeving van inbeslagneming d.d. 15 oktober 2020, pagina’s 28 tot en met 30 van het eindproces-verbaal;

- het proces-verbaal van bevindingen van 2 december 2020, met bijlagen, pagina’s 320 tot en met 330 van het eindproces-verbaal.

Feit 1, tweede en vierde alinea, feit 4, tweede alinea, feit 5 ( [adres 2] )

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 oktober 2020, pagina 279 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op woensdag, 14 oktober 2020, was ik, verbalisant, in gezelschap van 2 collega's, in

een opslag aan de [adres 2] . Wij zochten in dit pand naar wapens.

Een foto van de opslag gaat hierbij. In de opslag lag een grote hoeveelheid van allerlei goederen opgeslagen. Ik zag tegen de linkerwand van de opslag, begraven onder goederen, een zware kluis staan. De kluis was afgesloten en ik en mijn collega's hebben in de opslag geen sleutel van de kluis gevonden. Daarom is de afgesloten kluis inbeslaggenomen en overgebracht naar het politiebureau in Goes.

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 oktober 2020, met bijlage, pagina’s 283 tot en met 288 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 14 oktober 2020 werd in de loods [adres 2] een doorzoeking Wet

Wapens en Munitie gedaan. Dit betreft een loods van [verdachte] . In de loods werd een kluis aangetroffen. Deze kon ter plaatse niet worden geopend. De kluis werd inbeslaggenomen en overgebracht naar het buro in Goes. Op 15 oktober 2020 kon de kluis worden geopend. In de kluis stond een blauwe sporttas, opschrift [naam 3] . In de tas werden een groot aantal patronen en vuurwapens aangetroffen. Een lijst met inbeslaggenomen munitie en wapens is als bijlage bijgevoegd.

De kennisgeving van inbeslagneming d.d. 15 oktober 2020 , pagina’s 39 tot en met 53 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Inbeslagneming

Plaats: : [adres 2] binnen de gemeente Schouwen- Duiveland

Datum en tijd: : 15 oktober 2020 te 18:00 uur

Beslagene

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [verdachte]

Goednummer : PL2000-2020272290-2257147

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257148

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257154

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257155

Object : Munitie (Knalpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257156

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257157

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257162

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257164

Object : Munitie (Hagelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257167

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Aantal/eenheid : 500 stuks

Merk/type : Cci Randvuur

Goednummer : PL2000-2020272290-2257168

Object : Munitie (Hagelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257172

Object : Munitie (Hagelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257174

Object : Munitie (Hagelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257175

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257176

Object : Munitie (Hagelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257177

Object : Munitie (Hagelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257178

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257180

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257181

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257182

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257184

Object : Munitie (Knalpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257186

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257191

Object : Munitie (Kogelpatroon)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257193

Object : Vuurwapen (Pistool)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257195

Object : Vuurwapen (Pistool)

Goednummer : PL2000-2020272290-2258041

Object : Vuurwapen (Schietpijp)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257200

Object : Vuurwapen (Gaspistool)

Goednummer : PL2000-2020272290-2257161

Object : Schietblok

Goednummer : PL2000-2020272290-2257192

Object : Overig wapen (Gasdrukwapen)

Inhoud : Zwart c02 pistool in zwart tasje nr. 148042016 merk smith & wesson

Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 15 oktober 2020, pagina 92 tot en met 96 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Een vriend van mij. Op maandag ga ik bij hem, hij heeft een beamer, hij vind het gezellig als ik een filmpje kom kijken. Hij had een wapenkluis, hij zei tegen mij dat hij er

Wapens in had die nog onklaar gemaakt moesten worden. Deze kluis was al een keer

opengebroken.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 12 oktober 2020, met bijlagen, pagina’s 153 tot en met 181 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

V: Ik toon je de foto van een kluis, wat kun je hierover verklaren (foto bijlage 9)

A: Ja die heb zien staan. Aan de binnenkant links.

V: Ik toon je de foto van Luger, deze komt uit de kluis, wat kun je daar over

verklaren (foto bijlage 11)

O. Verbalisant: verdachte wijst direct twee wapens aan, een Luger (gemerkt 1 op de

foto) en het derde wapen op de foto (gemerkt 2). Verdachte wijst ook het magazijn

erbij.

V: Van wie zijn die wapens?

A: Ik weet 100% dat ze van [verdachte] zijn. Ik heb met die wapens geschoten.

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 november 2020, pagina;s 303 en 304 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

In het onderzoek handel en bezit vuurwapens is door mij van onderstaande verdachte de

veiliggestelde data van de mobiele telefoon onderzocht.

Naam : [verdachte]

Voornamen : [verdachte]

Het betrof hier de inbeslaggenomen telefoon goednummer 2256959 merk Apple l-Phone 8

Uit analyse van de gegevens bleek mij dat door Google de locaties werden weergegeven op basis van coördinaten. Door mij is toen met name gekeken naar de vastgelegde locaties tussen 11 oktober 2020, de aanhouding van verdachte [medeverdachte 1] en 14 oktober 2020, de aanhouding van [verdachte] zelf.

De telefoon bevond zich met name in de avond- en nachturen voornamelijk in de [adres 1] te Zierikzee.

Op 13 oktober 2020 van 15:24 uur beweegt de telefoon zich vanaf de [adres 1] via [straat 1] , [straat 2] naar de [adres 2] . Vanaf omstreeks 15:49 uur tot 16:24 uur bevindt deze zich in de [adres 2] ter hoogte van nummer [nummer] gedurende ongeveer 35 minuten . Hierna verplaatst het toestel zich via [straat 3] en de [adres 4] weer en is daarna weer in de [adres 1] .

De verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van 8 april 2021, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik spaar antieke wapens.

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 november 2020, pagina’s 289 en 296 tot en met 300 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 16 oktober 2020, werden goederen voor nader onderzoek aan mij aangeboden. Deze goederen zijn op 14 oktober 2020 aangetroffen en in beslag genomen.

Uit nader onderzoek bleek mij, verbalisant, het volgende:

- Omschrijving pistool PL2000-2020272290- 2257193
Het inbeslaggenomen voorwerp betreft een centraalvuur pistool van het merk CZ, model Vzor-70, kaliber 7,65mm.
Juridische omschrijving pistool
Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van de Wet Wapens en Munitie, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.
Het vuurwapen valt niet onder de categorie II, sub 2,3 of 6 van de Wet Wapens en Munitie.
Strafbaarstelling:
Het voorhanden hebben van het hiervoor beschreven pistool is een overtreding van artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55, lid 3 onder a van de Wet Wapens en Munitie.
- Omschrijving pistool PL2000-2020272290- 2257195
Het inbeslaggenomen voorwerp betreft een centraalvuur pistool van het merk DWM, model
Luger P08, kaliber 9x19mm.
Juridische omschrijving pistool
Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van de Wet Wapens en Munitie, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.
Het vuurwapen valt niet onder de categorie II, sub 2,3 of 6 van de Wet Wapens en Munitie.
Strafbaarstelling:
Het voorhanden hebben van het hiervoor beschreven pistool is een overtreding van artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55, lid 3 onder a van de Wet Wapens en Munitie.

- Omschrijving schietpijp PL2000-2020272290- 2258041

Het inbeslaggenomen voorwerp is een schietpijp. Het betreft een randvuur vuurwapen, van het kaliber. 22 in de vorm van een pijp. Het wapen heeft een totale lengte van 129,9mm en een gewicht van 100 gram.

Juridische omschrijving schietpijp

De hiervoor beschreven schietpijp is een voorwerp dat bestemd is om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. Derhalve is deze schietpijp een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van de Wet Wapens en Munitie, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.

Het vuurwapen valt niet onder de categorie II, sub 2,3 of 6 van de Wet Wapens en Munitie.

Strafbaarstelling:

Het voorhanden hebben van de hiervoor beschreven schietpijp is een overtreding van artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55, lid 3 onder a van de Wet Wapens en Munitie.

- Omschrijving pistool PL2000- 2020272290- 2257200
Het inbeslaggenomen voorwerp betreffen een gaspistool van het merk Reck, type PK800, kaliber 8mmK.
Juridische omschrijving pistool
Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van de Wet Wapens en Munitie, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.
Het vuurwapen valt niet onder de categorie II, sub 2,3 of 6 van de Wet Wapens en Munitie.
Strafbaarstelling:
Het voorhanden hebben van het hiervoor beschreven pistool is een overtreding van artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55, lid 3 onder a van de Wet Wapens en Munitie.

- Omschrijving schietblok PL2000- 2020272290- 2257161

Het inbeslaggenomen voorwerp betreft een schietblok. Het betreft een rechthoekig stalen blokje welke een lengte heeft van 79 mm, een breedte van 30 mm en een hoogte van 12 mm. Het blokje heeft een gewicht van 169 gram.

Juridische omschrijving schietblok

Het hierboven omschreven schietblok is bestemd om projectielen door een loop af te schieten. De werking van dit schietblok berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. Derhalve is dit een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van de Wet Wapens en Munitie. Het vuurwapen lijkt uiterlijk op een sleutelhanger, zijnde een ander voorwerp dan een wapen. Derhalve betreft het een vuurwapen in de zin van artikel 2, lid 1, categorie II onder 4 van de Wet Wapens en Munitie (een heimelijk vuurwapen).

Strafbaarstelling:

Het voorhanden hebben van het hiervoor beschreven schietblok is een overtreding van artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55, lid 3 onder a van de Wet Wapens en Munitie.

- Omschrijving qasdrukpistool: PL2000- 2020272290- 2256960 (wapen goednummer 2257192)

Dit wapen betreft een gasdruk pistool van een onbekend merk, type M&P 40, kaliber 6 mm. Dit pistool heeft de vorm en afmetingen welke een sprekende gelijkenis vertoont met een bestaand vuurwapen, namelijk een Smith & Wesson M&P 40.

Juridische omschrijving sprekende gelijkenis

Het hiervoor beschreven gasdrukpistool is een voorwerp in de zin van artikel 2 lid 1 categorie I onder ten 7e van de Wet Wapens en Munitie.

Strafbaarstelling:

Het voorhanden hebben van het hiervoor beschreven gasdrukpistool is een overtreding van artikel 13, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie.

- Omschrijving kogelpatronen PL2000- 2020272290- 2257147, 2257157, 2257175, 2257182, 2257184 en 2257186.
De inbeslaggenomen patronen betreffen 286 centraalvuur kogelpatronen van het kaliber 9x19 mm. Deze kogelpatronen zijn gefabriceerd door verschillende fabrikanten.
Juridische omschrijving munitie:
De patronen zijn munitie als bedoeld in artikel 1 onder 4 van de Wet Wapens en Munitie. Het gaat om munitie die niet valt onder categorie II. Derhalve betreft het munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie III, van de Wet Wapens en Munitie.
Strafbaarstelling:
Het voorhanden hebben van deze munitie is een overtreding van artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie
- Omschrijving koqelpatronen PL2000- 2020272290- 2257148
De inbeslaggenomen patronen betreffen 14 centraalvuur kogelpatronen van het merk Sellier & Bellot van het kaliber .45 auto.
Juridische omschrijving munitie:
De patronen zijn munitie als bedoeld in artikel 1 onder 4 van de Wet Wapens en Munitie. Het gaat om munitie die niet valt onder categorie II. Derhalve betreft het munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie III, van de Wet Wapens en Munitie.
Strafbaarstelling:
Het voorhanden hebben van deze munitie is een overtreding van artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie
- Omschrijving koqelpatronen PL2000- 2020272290- 2257154
De inbeslaggenomen patronen betreffen 13 centraalvuur kogelpatronen van verschillende fabrikanten;
zes van het kaliber 9x19 mm, merk Israel Military Industries,
één van het merk Geco kaliber 9x19
twee van het merk Prvi Partizan van het kaliber 7,62x25mm
en vier van een onbekend merk van het kaliber 7,62x25mm
Juridische omschrijving munitie:
De patronen zijn munitie als bedoeld in artikel 1 onder 4 van de Wet Wapens en Munitie. Het gaat om munitie die niet valt onder categorie II. Derhalve betreft het munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie III, van de Wet Wapens en Munitie.
Strafbaarstelling:
Het voorhanden hebben van deze munitie is een overtreding van artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie
- Omschrijving knalpatronen PL2000- 2020272290- 2257155 en 2257184
De inbeslaggenomen patronen betreffen 29 centraalvuur knalpatronen van het kaliber 9mmK.
Juridische omschrijving munitie:
De patronen zijn munitie als bedoeld in artikel 1 onder 4 van de Wet Wapens en Munitie. Het gaat om munitie die niet valt onder categorie II. Derhalve betreft het munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie III, van de Wet Wapens en Munitie.
Strafbaarstelling:
Het voorhanden hebben van deze munitie is een overtreding van artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie
- Omschrijving koqelpatronen PL2000- 2020272290-2257162 en 22571627
De inbeslaggenomen patronen betreffen 546 randvuur kogelpatronen van het kaliber .22 Long Rifle. Het betreffen 42 kogelpatronen van het merk Winchester, twee

kogelpatronen van het merk RWS en 504 kogelpatronen van het merk Cascade Cardridge Co Ine. De omschreven ‘scherpe’’ patronen zijn geschikt voor direct gebruik

Juridische omschrijving munitie:
De patronen zijn munitie als bedoeld in artikel 1 onder 4 van de Wet Wapens en Munitie. Het gaat om munitie die niet valt onder categorie II. Derhalve betreft het munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie III, van de Wet Wapens en Munitie.
Strafbaarstelling:
Het voorhanden hebben van deze munitie is een overtreding van artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie
- Omschrijving hagelpatronen PL2000- 2020272290- 2257164 en 2257172
De inbeslaggenomen patronen betreffen 91 centraalvuur hagelpatronen van het kaliber 20.
Juridische omschrijving:
De patronen is munitie die geschikt is voor vuurwapens van de categorie III en derhalve munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 categorie III, van de Wet Wapens en Munitie.
Strafbaarstelling:
Het voorhanden hebben van de hiervoor beschreven munitie is een overtreding van artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie.
- Omschrijving haqelpatronen PL2000- 2020272290- 2257174, 2257176 en 2257168
De inbeslaggenomen patronen betreffen 40 centraalvuur hagelpatronen van het kaliber 12.
Juridische omschrijving:
De patronen is munitie die geschikt is voor vuurwapens van de categorie III en derhalve
munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 categorie III, van de Wet Wapens en Munitie.
Strafbaarstelling:
Het voorhanden hebben van de hiervoor beschreven munitie is een overtreding van artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie.
- Omschrijving koqelpatronen PL2000- 2020272290- 2257191 en 2257178
De inbeslaggenomen patronen betreffen 16 centraalvuur kogelpatronen van het kaliber 8x57mm.
Juridische omschrijving munitie:
De patronen zijn munitie als bedoeld in artikel 1 onder 4 van de Wet Wapens en Munitie. Het gaat om munitie die niet valt onder categorie II. Derhalve betreft het munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie III, van de Wet Wapens en Munitie.
Strafbaarstelling:
Het voorhanden hebben van deze munitie is een overtreding van artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie.
- Omschrijving koqelpatronen PL2000- 2020272290- 2257156
De inbeslaggenomen patronen betreffen 49 centraalvuur kogelpatronen
van het kaliber .44 Mag.
Juridische omschrijving munitie:
De patronen zijn munitie als bedoeld in artikel 1 onder 4 van de Wet Wapens en Munitie. Het gaat om munitie die niet valt onder categorie II. Derhalve betreft het munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie III, van de Wet Wapens en Munitie.
Strafbaarstelling:
Het voorhanden hebben van deze munitie is een overtreding van artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie
- Omschrijving koqelpatronen PL2000- 2020272290- 2257180
De inbeslaggenomen patronen betreffen 24 centraalvuur kogelpatronen van
het merk Fiocchi, kaliber .32 Wad cutter.
Juridische omschrijving munitie:
De patronen zijn munitie als bedoeld in artikel 1 onder 4 van de Wet Wapens en Munitie. Het gaat om munitie die niet valt onder categorie II. Derhalve betreft het munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie III, van de Wet Wapens en Munitie.

Strafbaarstelling:
Het voorhanden hebben van deze munitie is een overtreding van artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie
- Omschrijving koqelpatronen PL2000- 2020272290- 2257181
De inbeslaggenomen patronen betreffen 40 centraalvuur kogelpatronen van het merk Fiocchi, kaliber 7,65mm.
Juridische omschrijving munitie:
De patronen zijn munitie als bedoeld in artikel 1 onder 4 van de Wet Wapens en Munitie. Het gaat om munitie die niet valt onder categorie II. Derhalve betreft het munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie III, van de Wet Wapens en Munitie.
Strafbaarstelling:
Het voorhanden hebben van deze munitie is een overtreding van artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie
- Omschrijving koqelpatronen PL2000- 2020272290- 2257186
De inbeslaggenomen patronen betreffen 15 centraalvuur kogelpatronen
van het merk Sellier & Bellot, kaliber 7,65mm.
Juridische omschrijving munitie:
De patronen zijn munitie als bedoeld in artikel 1 onder 4 van de Wet Wapens en Munitie. Het gaat om munitie die niet valt onder categorie II. Derhalve betreft het munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie III, van de Wet Wapens en Munitie.
Strafbaarstelling:
Het voorhanden hebben van deze munitie is een overtreding van artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie
- Omschrijving haqelpatronen PL2000- 2020272290- 2257177
De inbeslaggenomen patronen betreffen 8 centraalvuur hagelpatronen. Drie kaliber 12 hagelpatronen zijn van het merk Maionchi, twee kaliber 20 hagelpatronen zijn van het merk Clever, twee kaliber 20 hagelpatronen zijn van het merk Winchester en één kaliber 20 hagelpatroon van het merk Eley.
Juridische omschrijving:
De patronen is munitie die geschikt is voor vuurwapens van de categorie III en derhalve munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 categorie III, van de Wet Wapens en Munitie.
Strafbaarstelling:
Het voorhanden hebben van de hiervoor beschreven munitie is een overtreding van artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie.

Feit 2

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 11 oktober 2020, pagina’s 144 tot en met 149 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

2017305305 / woninginbraak Kerkwerve, 2017

V: het jachtgeweer/shotgun wat in je woning is aangetroffen. Waar komt dat vandaan

A: Het komt van [verdachte] vandaan. Ik heb er 350 euro. Ik zou er nog 2 dozen

patronen bij krijgen. Dat is geen geld. Ik heb gekeken op internet. Dat geweer kost

2000 euro.

V: Het is afkomstig van een woninginbraak in Kerkwerve, wat kun je daar over

vertellen

A: Ik weet niet waar dat geweer vandaan komt. Ik heb dit 3 a 4 maanden geleden van

[verdachte] gekocht. Het kan ook 1 a 2 maanden geleden zijn.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 1] , pagina’s 186 tot en met 189 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

V: Heb je gezien dat [verdachte] het jachtgeweer aan [medeverdachte 1] verkocht?

A: Ja daar was ik bij. Dat is een maand of drie geleden. Volgens mij heeft [verdachte] dat

ding gebracht naar [medeverdachte 1] . Er zat geen munitie bij..

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 oktober 2020, pagina’s 201 tot en met 2015 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Door mij is de inbeslag genomen telefoon , beslagnummer 2254443, in gebruik bij [medeverdachte 1] nader handmatig onderzocht. Ik heb de Whatsapp contacten bekeken en zag dat onder het opgeslagen nummer [telefoonnummer] de naam [verdachte] was vermeld.

Uit dit onderzoek is gebleken dat het nummer [telefoonnummer] in gebruik is bij :

[verdachte] , geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] ,

[adres 1] .

Ik zag dat in 2020 er regelmatig contacten tussen deze twee nummers waren.

Ik zag dat er op 7 oktober 2020 om 01:42 uur een tekst gezonden was van het toestel van [medeverdachte 1] naar het toestel van [verdachte] .

Uit bovenstaande bericht blijkt dat er gevraagd wordt :”Hey [verdachte] waar blijven die twee dozen met minuut the die bij die 12 gauge shotgun horen die hebt verkocht” en wordt een smiley met knipoog meegezonden.

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 oktober 2020, pagina 208 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Tijdens de overdracht van de nachtdienst werd mij medegedeeld dat er een verdachte aangehouden was in verband met de wet wapens en munitie. Bij hem was een vuurwapen van het merk Miroku aangetroffen. Dit vuurwapen was in beslag genomen. [..]
Ik zag dat het serienummer 63159NV betrof.[..] Ik zag dat onder registratienummer
2017-305305 aangifte is gedaan van diefstal van een Miroku vuurwapen met serienummer 63159NV. Kennelijk is het vuurwapen dat bij verdachte aangetroffen werd dus afkomstig van diefstal.

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 oktober 2020, pagina 206 en 207 van voornoemd eind-proces-verbaal, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op maandag 12 oktober 2020, werden een goed voor nader onderzoek aan mij aangeboden. Dit goed is op 11 oktober 2020 aangetroffen en in beslag genomen.

Uit nader onderzoek bleek mij, verbalisant, het volgende:

- Omschrijving haqelqeweer qoednummer PL2000- 2020268013- 2254404

Het in beslag genomen voorwerp betreft een voor de jacht ontwikkeld geweer, van het merk Miroku, type MK70 sport, zijnde een dubbelloops, centraalvuur, hagelgeweer, kaliber 12-76, voorzien van het serienummer 63159NV. Bij de controle van dit wapennummer in de politiesystemen, bleek dit vuurwapen sinds 20 december 2017 geregistreerd te zijn als gestolen.

Juridische omschrijving geweer

Het hiervoor beschreven geweer is een voorwerp dat geschikt is om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing.

Derhalve is dit geweer een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van de Wet Wapens en Munitie, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.

Het vuurwapen valt niet onder de categorie II, sub 2,3 of 6 van de Wet Wapens en Munitie.

Strafbaarstelling:

Het voorhanden hebben van het hiervoor beschreven geweer is een overtreding van artikel 26, lid 1, van de Wet Wapens en Munitie en is strafbaar gesteld in artikel 55, lid 3 onder a Wet Wapens en Munitie.