Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:1634

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
02-04-2021
Datum publicatie
20-05-2021
Zaaknummer
AWB- 21_563 PKV
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Afwijzen verzoek om proceskostenveroordeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 21/563 PW VV

uitspraak van 2 april 2021 van de voorzieningenrechter op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoeker] , te [woonplaats verzoeker] , verzoeker,

gemachtigde: mr. R. Wouters

en

Het Dagelijks Bestuur van Orionis Walcheren, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 8 juli 2020 (bestreden besluit) van verweerder inzake de herziening, intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering.

Hangende beroep heeft Orionis bij besluit van 20 januari 2021 een dwangbevel uitgevaardigd, waarbij verzoeker is meegedeeld dat hij binnen vijf dagen het nog openstaande terugvorderingsbedrag van € 70.994,13 aan Orionis dient te betalen. Verzoeker is meegedeeld dat het dwangbevel een executoriale titel oplevert, inhoudende dat Orionis zonder vonnis van een rechter beslag kan leggen op zijn inkomen of zijn bezittingen.

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Bij brief van 4 februari 2021 heeft Orionis meegedeeld dat er niet tot executieverkoop van de woning en andere goederen van verzoeker zal worden overgegaan totdat de rechtbank in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan in de beroepszaak over de terugvordering (zaaknummer 20/8002 PW). Om te voorkomen dat er goederen worden vervreemd in afwachting van de behandeling van de beroepszaak, houdt Orionis het recht voor bewarend beslag te leggen.

Vervolgens heeft verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken, met het verzoek Orionis te veroordelen in de proceskosten.

In reactie heeft Orionis meegedeeld geen aanleiding of noodzaak te zien voor een proceskostenveroordeling.

De voorzieningenrechter heeft, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in samenhang bezien met artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb, kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.

2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit de brief van 4 februari 2021 dat Orionis in ieder geval gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen, door hangende de beroepsprocedure in de zaak 20/8002 PW af te zien van executieverkoop van de woning en andere goederen van verzoeker. Vast staat echter ook dat verzoeker, voordat een verzoek om voorlopige voorziening werd ingediend, geen contact heeft gezocht met Orionis om te bekijken wat de mogelijkheden waren om de uitvoering van het dwangbevel op te schorten. Ook staat vast dat verzoeker bij het opkomen tegen het dwangbevel, niet de daartoe geëigende weg heeft gevolgd. Zoals onder het dwangbevel staat vermeld, had hij in verzet kunnen gaan bij de kantonrechter. Gelet op deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter onvoldoende aanleiding om Orionis te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Het verzoek daartoe zal dan ook worden afgewezen.

3. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter evenmin aanleiding om Orionis te veroordelen tot vergoeding van het door verzoeker betaalde griffierecht.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E.M. Marsé, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.M. van Sambeek, griffier op 2 april 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.