Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:1443

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
25-03-2021
Datum publicatie
06-04-2021
Zaaknummer
AWB- 19_3716
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over lichthinder. Omwonende ervaart hinder van verlichting van tennispark en heeft het college gevraagd daar handhavend tegen op te treden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 19/3716 GEMWT

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2021 in de zaak tussen

[eiser1] en [eiser2] , te [plaatsnaam] , eisers,

gemachtigde: mr. G.H. Blom,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk, verweerder.

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:

Tennisclub “Teco”, te Oisterwijk ,

gemachtigde: [gemachtigde] .

Procesverloop

In het besluit van 18 oktober 2018 (primaire besluit) heeft het college het verzoek van eisers om handhavend op te treden tegen door tennisclub Teco veroorzaakte lichthinder afgewezen voor zover het verzoek ziet op lichthinder in de dag- en avonduren tot 23.00 uur.

In het besluit van 12 juni 2019 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eisers tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank op 19 november 2020.

Hierbij waren aanwezig eisers, hun gemachtigde, mr. I. Boujamid namens het college en de gemachtigde namens Teco .

De rechtbank heeft de uitspraaktermijn ter zitting verlengd met zes weken. Vervolgens heeft de rechtbank de uitspraaktermijn op verzoek van partijen nogmaals verlengd met zes weken.

Overwegingen

1. De vereniging Tennisclub “Teco” exploiteert op het perceel plaatselijk bekend Zwart Wegje 9 te Oisterwijk een tenniscomplex met meerdere tennisbanen. Voor het oprichten en het in werking hebben van dit tenniscomplex heeft het college in 1992 aan Teco een Hinderwet-vergunning verleend. Sinds de inwerkingtreding van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) op 1 januari 2008 is het tenniscomplex niet langer vergunningplichtig.

In februari 2017 heeft Teco een nieuwe lichtinstallatie in gebruik genomen, bestaande uit LED-lampen.

Eisers wonen in de woning aan de [adres] te [plaatsnaam] . Hun perceel grenst aan het tenniscomplex. Eisers hebben het college bij brief van 27 februari 2017 en 24 januari 2018 verzocht handhavend op te treden tegen Teco in verband met lichtoverlast van de LED-lampen, bestaande uit lichtinval in de woning en tuin van eisers, uitzicht op een verlichte omgeving en inkijk in felle lichtbronnen.

Bij brief, verzonden op 8 juni 2018, heeft het college aan Teco medegedeeld voornemens te zijn een last onder dwangsom op te leggen wegens overtreding van artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit, waarin is bepaald dat de verlichting bij een gelegenheid voor sportbeoefening in de buitenlucht uitgeschakeld is tussen 23.00 uur en 07.00 uur.

Bij brief van 20 juni 2018 heeft Teco een zienswijze op dit voornemen naar voren gebracht.

Bij besluit van 3 juli 2018 heeft het college Teco een last onder dwangsom opgelegd inhoudende dat Teco bij overtreding van artikel 3.148, eerste lid van het Activiteitenbesluit

€ 500,- per geconstateerde overtreding verbeurt, met een maximum van € 4.000,-. Dit besluit is inmiddels onherroepelijk.

Bij het primaire besluit heeft het college het handhavingsverzoek van eisers afgewezen voor zover het verzoek ziet op lichthinder in de dag- en avonduren tot 23.00 uur. Het college heeft daaraan ten grondslag gelegd dat niet gebleken is dat Teco de grenswaarden voor verlichtingssterkte en lichtsterkte in de dag- en avonduren tot 23.00 uur overschrijdt.

Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Zij hebben hun bezwaar toegelicht tijdens de hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie van 14 maart 2019.

Bij het bestreden besluit heeft het college het bezwaar van eisers onder verwijzing naar en met overneming van het advies van de bezwaarschriftencommissie ongegrond verklaard.

2. Artikel 5:4, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een bestuurlijke sanctie slechts wordt opgelegd indien de overtreding en de sanctie bij of krachtens een aan de gedraging voorafgaand wettelijk voorschrift zijn omschreven.

Artikel 2.1, eerste lid, van het Activiteitenbesluit bepaalt dat degene die een inrichting drijft en weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door het in werking zijn dan wel het al dan niet tijdelijk buiten werking stellen van de inrichting nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, die gevolgen voorkomt of beperkt voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.

Het tweede lid, aanhef en onder h bepaalt dat onder het voorkomen of beperken van het ontstaan van nadelige gevolgen voor het milieu als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is het tot een aanvaardbaar niveau beperken van lichthinder.

4. Tussen partijen is niet in geschil dat in het Activiteitenbesluit geen waarden voor de lichtsterkte en verlichtingssterkte ter plaatse van sportvelden zijn opgenomen. Omdat er daarvoor geen uitputtende regeling is, kan handhavend optreden naar het oordeel van de rechtbank in beginsel worden gebaseerd op overtreding van de zorgplicht van artikel 2.1, eerste lid, van het Activiteitenbesluit.

Het college heeft bij de beantwoording van de vraag of lichthinder optreedt toepassing gegeven aan de Algemene Richtlijn betreffende lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV, hierna: de Richtlijn). Op grond van de Richtlijn geldt voor gebieden met een lage omgevingshelderheid voor de periode van 7.00 uur – 23.00 uur voor verlichtingssterkte een grenswaarde van 5 lux (lx) op de gevel en voor lichtsterkte een grenswaarde van 7.500 candela (cd).

De omgevingsdienst heeft zowel bij de woning van eisers, als bij de buurwoning op nummer 32 metingen uitgevoerd. De resultaten daarvan zijn neergelegd in een rapport van 26 maart 2018. In het rapport is geconcludeerd dat de verlichtingssterkte ter plaatse van de woning van eisers ten hoogste 0,6 lx bedraagt. Wanneer de lampen, wanneer nu in het praktijk het geval is, voorzien zijn van roosters bedraagt de lichtsterkte ten hoogste 951cd. Zonder afschermende kappen of roosters bedraagt de lichtsterkte 1011cd.

Het college heeft het handhavingsverzoek vervolgens afgewezen, omdat de gemeten waarden de grenswaarden uit de Richtlijn niet overschrijden.

Eisers hebben de meetresultaten niet bestreden en evenmin betwist dat bij de beantwoording van de vraag of lichthinder optreedt toepassing kan worden gegeven aan de Richtlijn. Zij hebben aangevoerd dat ondanks het feit dat de grenswaarden uit de Richtlijn niet worden overschreden, er wel degelijk sprake is van lichthinder in de zin van de Richtlijn. Lichthinder is daarin omschreven als “ten gevolge van een verlichtingsinstallatie ontstaan van ongewenste visuele neveneffecten bij meer dan een nader bepaald percentage van de personen buiten de groep van personen waarvoor de verlichtingsinstallatie oorspronkelijk bestemd is” en eisers ervaren daadwerkelijk hinder.

Naar het oordeel van de rechtbank betekent het enkele feit dat eisers hinder ervaren niet dat het college op grond daarvan zonder meer handhavend kon optreden wegens overtreding van de zorgplicht. Van het overtreden van de zorgplicht van artikel 2.1 van het Activiteitenbesluit is pas sprake als het handelen of nalaten onmiskenbaar in strijd is met de zorgplicht (zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR4631). Naar het oordeel van de rechtbank mocht het college zich gelet op de door de Omgevingsdienst gemeten waarden, afgezet tegen de grenswaarden uit de Richtlijn op het standpunt stellen dat de door omgevingsdienst gemeten waarden dusdanig laag zijn dat Teco niet onmiskenbaar in strijd met de zorgplicht handelt.

Nu artikel 2.1, tweede lid, aanhef en onder h, van het Activiteitenbesluit niet is overtreden, was het college niet bevoegd handhavend op te treden. Het college heeft het handhavingsverzoek van eisers naar het oordeel van de rechtbank voor zover dat ziet op de dag- en avondperiode tot 23.00 uur dan ook terecht afgewezen.

5. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep ongegrond verklaren.

6. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, rechter, in aanwezigheid van

mr. W.J.C. Goorden, griffier, op 25 maart 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak te ondertekenen.

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.