Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:1174

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
04-03-2021
Datum publicatie
15-03-2021
Zaaknummer
c/02/382753 JE RK 21-390
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Betreft: Verlening machtiging gesloten jeugdhulp op grond van art. 6.1.2. lid 4 Jeugdwet, nu het gaat om een jongen van inmiddels 18 jaar.

De jongere heeft een licht verstandelijke beperking, autisme en vertoont sterk acting out gedrag. Daarnaast is er sprake van hechtingsproblematiek. De jongere is reeds enkele jaren gesloten geplaatst. Hij heeft de afgelopen periode een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Zijn behandeling is echter nog niet afgerond en daarom is een verlenging van de machtiging noodzakelijk. De jongere is inmiddels bij meer dan 20 instellingen aangemeld voor een vervolgplek, maar er is nergens – binnen afzienbare tijd – een passende plek beschikbaar. In geval de kinderrechter de machtiging zou afwijzen komt de jongere (voormalig voogdij pupil) op straat te staan. Dit kan leiden tot een tenietdoening van de bereikte positieve ontwikkelingen en een terugval in oud gedrag met bijbehorende grote risico’s voor zichzelf en anderen. Bovendien zal al hetgeen in de jongere is geïnvesteerd teniet worden gedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Breda

zaakgegevens : C/02/382753 / JE RK 21-390

datum uitspraak: 4 maart 2021

nadere beschikking (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI),

gevestigd te Tilburg,

betreffende

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [roepnaam] ,

advocaat: mr. A.M.C.J. Dekkers-de Jong te Goirle.

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[roepnaam] , voornoemd.

De kinderrechter merkt als informant aan:

[moeder] , hierna te noemen: de moeder,

wonende te Tilburg.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda,

hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

Het (verdere) procesverloop


Het verdere procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 25 februari 2021 en alle daarin

genoemde stukken;

- de verklaring d.d. 23 februari 2021 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp;

- de instemmende verklaring d.d. 19 februari 2021 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper;

- het faxbericht van de GI met als bijlagen het rapport van Pactum, ingekomen ter griffie op 2 maart 2021.

Op 4 maart 2021 heeft de kinderrechter de zaak mondeling behandeld met gesloten deuren.

Gehoord zijn:

- [roepnaam] en zijn advocaat,

- een vertegenwoordiger van de GI.

Opgeroepen en niet verschenen is:

- de moeder.

Tevens is niet verschenen, hoewel daartoe correct opgeroepen, een vertegenwoordiger namens de Raad. Volledigheidshalve merkt de kinderrechter op dat zij besloten heeft de mondelinge behandeling voort te zetten bij afwezigheid van de Raad. De vertegenwoordiger van de GI alsook mr. Dekkers-de Jong hebben hiertegen geen bezwaar.

De feiten

Bij beschikking van 30 mei 2007 is [roepnaam] onder voogdij gesteld van de GI.

[roepnaam] verblijft bij de [OGH] (OGH) te [verblijfplaats] .

Bij voormelde beschikking heeft de kinderrechter een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 25 februari 2021 voor de duur van twee weken, zijnde tot 13 maart 2021.

Op 28 februari 2021 is [roepnaam] 18 jaar en dus meerderjarig geworden.

Het verzoek


De GI heeft een spoedmachtiging verzocht om [roepnaam] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van 4 weken. Daarnaast is verzocht om aansluitend een machtiging te verlenen voor verblijf in een gesloten accommodatie voor de duur van vijf maanden.

Bij de mondelinge behandeling wijzigt de GI haar verzoek, in die zin dat moet worden begrepen dat wordt verzocht om de machtiging te verlenen voor verblijf in een gesloten accommodatie voor de (resterende) duur van in totaal zes maanden.

Het standpunt van de GI

Namens de GI wordt, samengevat, het volgende aangevoerd. [roepnaam] is een jongen van inmiddels 18 jaar met een licht verstandelijke beperking en daarnaast is er autisme gediagnosticeerd. Afgelopen jaren heeft [roepnaam] in gesloten voorzieningen gezeten. Momenteel verblijft hij op een behandelgroep van het OGH. Gezien wordt dat [roepnaam] fors acting out gedrag kan hebben, waarbij hij spullen vernielt en in geval van separatie ook fysiek naar personeel kan worden. Daarnaast hebben er in 1,5 jaar drie incidenten voorgedaan waarbij sprake was van een overdosis drugs en als gevolg daarvan twee ziekenhuisopnames. De afgelopen periode maakt [roepnaam] een positieve ontwikkeling door en heeft hij meer vrijheden gekregen. Zo mag hij een dagdeel per week naar het dorp zonder begeleiding. Inmiddels zijn een Wajonguitkering geregeld en is curatorschap aangevraagd.

In september 2020 is er een WLZ-beschikking afgegeven door het CIZ, waarna er sindsdien gezocht is naar een vervolgplaatsing. [roepnaam] is bij meer dan 20 instellingen aangemeld voor een vervolgplek. Daarbij is zowel regionaal als buiten de regio naar een plek gezocht. Er hebben meerdere overlegmomenten plaatsgevonden tussen de zorgaanbieders en de gemeente, echter zonder resultaat. Ook een cliëntondersteuner en een tweetal zorgkantoren zijn betrokken. De wachtlijsten die de instellingen aangeven lopen op tot vaak enkele jaren. Voor [roepnaam] dreigt het gevaar dat hij uitstroomt naar een niet passende voorziening of een tussenvoorziening. Als er geen plek is, zal hij terechtkomen bij de daklozenopvang van Traverse. Dat is echt geen goede optie. Het zou kunnen leiden tot forse incidenten en gevaarlijke situaties. Het thuis wonen bij de moeder is voor [roepnaam] geen mogelijkheid, omdat zij de zorg voor [roepnaam] niet aankan. Het hoofddossier van [roepnaam] ligt bij Amarant. De GI hoopt dat zij, in het ergste geval dat [roepnaam] geen andere plek heeft, [roepnaam] opnemen. Het zou niet acceptabel zijn als voor [roepnaam] geen passende vervolgplek beschikbaar is. De GI blijft zich inzetten voor het vinden van een vervolgplek.

Het standpunt van belanghebbende

[roepnaam] geeft bij de mondelinge behandeling aangegeven dat het niet nodig is dat hij apart wordt gehoord. Hij kan zich vinden in het verzoek.

Mr. Dekkers-de Jong voert bij de mondelinge behandeling, samengevat, het volgende aan. [roepnaam] kan zich vinden in het verzoek en dat is positief. Eerder was hij het nooit eens met dergelijke verzoeken, maar het gaat goed met [roepnaam] waar hij nu is.

Wat frustrerend is, is dat niet duidelijk is wat er hierna gaat gebeuren. De doorlooptijden zijn lang en in feite gebeurt er nu niets. [roepnaam] is in zijn leven al veel van plek gewisseld en juist de afgelopen maanden heeft hij een positieve ontwikkeling doorgemaakt. [roepnaam] heeft de hoop dat er een passende vervolgplek voor hem wordt gevonden. Het is te treurig voor woorden als hij terecht zou komen bij een daklozenopvang. Dit zal bij [roepnaam] zorgen voor een vrije val en dat moet niet kunnen in een land als Nederland. Wellicht dat ook moet gekeken worden naar de indicatie van [roepnaam] , zodat dit mogelijk ook andere deuren kan openen.

De beoordeling

De kinderrechter dient de vraag te beantwoorden of een aansluitende machtiging gesloten jeugdhulp verleend moet worden. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet, kan een machtiging slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de hulp die de jeugdige nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken.

Nu [roepnaam] op 28 februari 2021 18 jaar is geworden, dient rekening te worden gehouden met het bepaalde in artikel 6.1.2 lid 4 Jeugdwet.

Op grond van art. 6.1.2. lid 4 Jeugdwet kan een (spoed)machtiging slecht worden verleend indien:

- sprake is van een behandeling die reeds aangevangen is voordat de leeftijd van 18 jaar is bereikt;

- voor het bereiken van de leeftijd van achttien jaar een hulpverleningsplan is vastgesteld;

- toegewerkt wordt naar een andere vorm van jeugdhulp dan gesloten jeugdhulp en dit ook blijkt uit het hulpverleningsplan, en;

- gesloten jeugdhulp niet langer duurt dan zes maanden na het bereiken van de leeftijd van achttien jaar.

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp

Bij voornoemde beschikking van 25 februari 2021 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van twee weken zonder verhoor van de betrokkenen en iedere verdere beslissing aangehouden.

Het resterende deel van het spoedverzoek zal worden afgewezen aangezien de kinderrechter thans zal beslissen op het reguliere verzoek gesloten plaatsing ten aanzien van [roepnaam] .

Reguliere machtiging gesloten jeugdhulp

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [roepnaam] de afgelopen jaren in gesloten voorzieningen heeft doorgebracht. Sinds december 2019 verblijft hij bij OGH.

[roepnaam] heeft een licht verstandelijke beperking, autisme en vertoont sterk acting out gedrag. Er is sprake van hechtingsproblematiek. Hij is zeer beperkt leerbaar. Tevens was sprake van problematisch drugsgebruik en agressieve incidenten, waarbij fors geweld is gebruikt naar personeel.

Met behulp van een wetenschappelijk onderbouwd risicotaxatie-instrument zijn voor [roepnaam] de risico’s op negatieve gebeurtenissen ingeschat voor de komende periode. Hieruit komen zorgen naar voren rondom geweld, niet gewelddadige delicten, middelengebruik, ongeoorloofde afwezigheden, suïcide, niet suïcidale zelfbeschadiging en zelfverwaarlozing. [roepnaam] is erg beïnvloedbaar, wil graag bij een groep horen en vindt het moeilijk om nee te zeggen. Hierdoor kan hij in situaties komen waar hij achteraf spijt van krijgt. [roepnaam] heeft onvoldoende geleerd om zijn emoties bespreekbaar te maken. Uit de verklaring van de gedragswetenschapper volgt het advies voor een langdurige behandeling waarbij er een duidelijke en gestructureerde aanpak wordt gehanteerd op LVB niveau waarbij aandacht is voor traumaverwerking, behandeling ten aanzien van middelengebruik en waarbij er rekening wordt gehouden met de ASS problematiek van [roepnaam] .

Bij OGH heeft [roepnaam] in de afgelopen periode een positieve ontwikkeling doorgemaakt.

Uit het trajectbehandelplan blijkt dat hij enorme stappen heeft gezet wat betreft zijn behandeldoelen. De fysieke incidenten en drugsgebruik nemen af, waarbij in de maanden januari en februari 2021 hooguit 1 boos fysiek incident heeft plaatsgevonden en nauwelijks sprake was van drugsgebruik. Sinds december 2020 zijn er geen nachtmerries meer en er is geen sprake van suïcidaliteit of doodswens(-uitingen). [roepnaam] wordt minder snel getriggerd, heeft minder spanningen en kan zich beter uiten. Het contact met zijn moeder loopt de laatste tijd beter.

[roepnaam] trauma’s worden behandeld en merkbaar is dat hij zijn emoties beter kan reguleren.

Gezien wordt dat [roepnaam] tot bloei komt.

De behandeling is echter nog niet volledig afgerond, reden waarom een verlenging van de gesloten plaatsing wordt verzocht. Daarbij is belangrijk dat de prille geleerde vaardigheden worden vastgehouden en [roepnaam] voldoende weerbaarheid ontwikkelt zodat alle positieve ontwikkelingen bij een overstap naar een nieuwe woonomgeving niet verloren gaan.

Gelet op het feit dat hij inmiddels meerderjarig is, moet voor [roepnaam] een passende vervolgplek worden gevonden, omdat hij na de verzochte verlenging van zes maanden niet langer in aanmerking komt voor deze vorm van jeugdzorg.

Inmiddels is [roepnaam] bij meer dan 20 instellingen aangemeld voor een vervolgplek, maar er is nergens binnen afzienbare termijn een passende plek voor [roepnaam] beschikbaar. [roepnaam] heeft dan ook voor zijn achttiende verjaardag niet de overstap kunnen maken naar een voor hem passende voorziening. In het geval dat de kinderrechter de verzochte machtiging afwijst, komt [roepnaam] op straat te staan. Er is nu geen enkele plek voor hem beschikbaar. In dat geval kan hij enkel verblijven bij een daklozenopvang of terugkeren naar zijn moeder. Beide plekken zijn niet geschikt voor [roepnaam] en zullen op korte termijn leiden tot een tenietdoening van de bereikte positieve ontwikkelingen en een terugval van [roepnaam] in zijn oude gedrag met bijbehorende grote risico’s voor zichzelf en anderen.

Naar het oordeel van de kinderrechter volgt uit het voorgaande dat een gesloten plaatsing nog langer noodzakelijk is om de veiligheid van [roepnaam] te kunnen waarborgen. Aan de vereisten genoemd in artikel 6.1.2, lid 4 Jeugdwet wordt voldaan. De kinderrechter zal, gelet op alle feiten en omstandigheden, de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de resterende verzochte periode, te weten tot uiterlijk 25 augustus 2021.

De kinderrechter betrekt in haar oordeel dat [roepnaam] zelf aangeeft zich in het verzoek te kunnen vinden. [roepnaam] heeft een duidelijke en gestructureerde leefomgeving nodig. De behandelgroep bij OGH kan hem dit bieden. [roepnaam] moet de kans worden geboden om aan zichzelf te kunnen blijven werken, terwijl in de komende periode gezocht moet blijven worden naar een vervolgplaatsing in een hoogspecialistische beschermende woonvoorziening met intensieve begeleiding waar [roepnaam] langdurig kan blijven, bij voorkeur in de regio Tilburg.

[roepnaam] zal de overstap naar voornoemde vervolgplek voor 25 augustus 2021 moeten maken.

De kinderrechter stelt in deze zaak vast dat [roepnaam] en degenen die bij hem betrokken zijn geconfronteerd worden met de schrijnende problematiek van zeer lange wachtlijsten in de (jeugd)zorg. Dit terwijl [roepnaam] onmiskenbaar nood heeft aan begeleiding en behandeling die in het verlengde ligt van de behandeling die OGH biedt. Er is reeds een WLZ-indicatie afgegeven. De overheid, dus óók de gemeente, dient alle mogelijke maatregelen te treffen om deze benodigde begeleiding en behandeling te realiseren. Het kan niet zo zijn dat er voor [roepnaam] , zijnde een voormalig voogdij-pupil, geen passende vervolgplek is. Niet valt te verantwoorden dat [roepnaam] , na jarenlang in gesloten voorzieningen te hebben verbleven, op straat komt te staan. Nog meer dan ten aanzien van andere burgers rust op de overheid ten aanzien van [roepnaam] een verantwoordelijkheid en zorgplicht, die niet eindigt door het enkele feit dat er door dezelfde overheid voor zijn achttiende verjaardag geen geschikte plek is gevonden.

In het geval dat [roepnaam] nergens geplaatst kan worden, zal hij na zijn verblijf bij OGH noodgedwongen terechtkomen bij de daklozenopvang. Buiten het gegeven dat dit in het geval van [roepnaam] kan leiden tot gevaarlijke situaties en forse (gewelds)incidenten, betekent dit ook dat al hetgeen in en door [roepnaam] is geïnvesteerd teniet worden gedaan. Op het moment dat hem niet geboden wordt wat hij nodig heeft, is de kans op stagnatie op alle vlakken zeer groot. Dit zal niet alleen gevolgen hebben voor zijn persoonlijk functioneren, maar ook voor de maatschappij. Het werk dat door en voor [roepnaam] in de afgelopen jaren is verricht, verdient dan ook een vervolg. De kinderrechter hoopt dat in de periode waarvoor de onderhavige machtiging wordt verleend een passende vervolgplek kan worden gevonden en verwacht van alle betrokkenen, waaronder de GI, OGH, de cliëntondersteuner, de zorgkantoren en de overheid, hiertoe volledige inzet en bereidwilligheid, waarbij alle mogelijke oplossingsrichtingen, waaronder de mogelijkheden op basis van de WvGGZ en de WZD worden onderzocht.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

De beslissing


De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp voor [roepnaam] met ingang van 13 maart 2021 tot uiterlijk 25 augustus 2021;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2021 door mr. Combee, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. Vos als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 12 maart 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
's-Hertogenbosch