Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:1117

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
11-03-2021
Datum publicatie
11-03-2021
Zaaknummer
02-222319-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft een bericht over aangever met een foto geplaatst op een Facebookpagina, waarin de goede naam van aangever is aangerand. Hij heeft WhatsApp-berichten naar aangever gestuurd over het betalen van geldbedragen; voorts dat na betaling het bericht en de foto van Facebook wordt afgehaald. Aangever heeft hieraan geen gehoor gegeven. Het is bij een poging tot dwang gebleven.

Verdachte heeft voorts een wapen van categorie III met vijf patronen in de patroonhouder voorhanden gehad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/222319-20

vonnis van de meervoudige kamer van 11 maart 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats]

wonende te [adres 1]

raadsman mr. M. Broere, advocaat te Roosendaal

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 februari 2021, waarbij de officier van justitie, mr. Gudde, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig zou hebben gemaakt aan verboden wapenbezit en munitie, poging tot dwang en smaadschrift.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de drie feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op de bekennende verklaring van verdachte. Anders dan de verdediging, acht de officier van justitie ten aanzien van feit 2 de WhatsApp-berichten, in onderlinge samenhang bezien, wel bedreigend.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 1, gelet op de bekennende verklaring van verdachte, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat onvoldoende vast is komen te staan dat verdachte gedreigd heeft met geweld. Er is geen sprake van afpersing, hoogstens afdreiging. Ten aanzien van feit 3 wist verdachte volgens de verdediging niet dat het bericht in strijd was met de waarheid. Op het moment dat hij dit wel wist, heeft hij het bericht aangepast. Verdachte dient van feit 3 te worden vrijgesproken.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

4.3.2

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

feit 1

Gelet op de bewijsmiddelen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een wapen van categorie III en munitie van categorie III voorhanden heeft gehad.

feit 2

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte WhatsApp-berichten heeft gestuurd naar [slachtoffer] over het betalen van bedragen aan hem. Volgens de verdediging hadden deze berichten betrekking op het door [slachtoffer] verschuldigde bedrag van € 500,-- na het verlaten van de club “ [naam] ” en een bedrag van € 375,-- aan verdachte in privé.

De rechtbank stelt vast dat verdachte aan [slachtoffer] berichten heeft gestuurd dat hij geldbedragen moest betalen. Voorts dat na betaling, het bericht - waarin staat dat [slachtoffer] iemand verkracht heeft - en de foto van [slachtoffer] , van Facebook wordt afgehaald. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte daarmee geprobeerd [slachtoffer] met enige andere feitelijkheid te dwingen geld te betalen. Nu [slachtoffer] weerstand heeft geboden aan deze psychische druk, is het bij een poging gebleven.

De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot dwang.

feit 3

Verdachte heeft een bericht over [slachtoffer] met een foto van [slachtoffer] op een Facebookpagina geplaatst. Een bericht op Facebook is openbaar en kan door iedereen worden bekeken. Door het plaatsen van het bericht op Facebook heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank het kennelijke doel gehad om ruchtbaarheid te geven aan de inhoud van het Facebookbericht. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de inhoud van het Facebookbericht zodanig krenkend is dat verdachte daarmee opzettelijk de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand. Het verweer van de verdediging dat verdachte niet wist dat het bericht in strijd met de waarheid was, behoeft geen verdere bespreking, nu dit geen bestanddeel is van het ten laste gelegde feit smaadschrift.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan smaadschrift.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

feit 1

op 1 september 2020 te Roosendaal een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een centraalvuurpistool (type GT 28), kaliber 6,35 mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, en munitie van categorie III, te weten 5 kogelpatronen, kaliber 6,35 mm, voorhanden heeft gehad.

feit 2

in de periode van 9 augustus 2020 tot en met 26 augustus 2020 in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] door enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer] wederrechtelijk te dwingen iets te doen, te weten het overmaken/betalen van een geldbedrag, door voornoemde [slachtoffer] via whats-app te benaderen en daarbij die [slachtoffer] berichten te sturen inhoudende (onder meer) de navolgende teksten: 'Geen smoesjes betaal 375 euro dan haal ik het bericht van de facebookpagina af waarin staat dat jij iemand verkracht hebt en ook haal ik dan de foto er af', en 'Je moet ook de club 5000 euro betalen anders staat de frontline klaar om je te bezoeken', althans woorden van gelijke aard en strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.


feit 3

op 13 augustus 2020 in Nederland opzettelijk de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft hij met voormeld doel op een Facebookpagina
een bericht geplaatst met de tekst:
[slachtoffer] aka [alias] is OUT of [naam] !
No contact!
This guy is a convicted rapist. And he is a swindler of single mothers. He plays like
he is helping the single mothers with their problems, but in the meanwhile he
lets them pay serious money witch they can't afford. Then he threatens them with
motorcycle clubs.
We have no place in [naam] for such guys.
All brothers delete this guy from Facebook
For more info and official evidence you are welcome to contact us via private
message.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie heeft daarbij rekening gehouden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou de positieve ontwikkelingen van verdachte kunnen doorkruisen. De verdediging heeft een taakstraf bepleit.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een wapen met vijf patronen in de patroonhouder. Vuurwapens worden gebruikt bij het plegen van strafbare feiten en vormen een groot gevaar en een aanzienlijke bedreiging voor de samenleving. Het onbevoegd voorhanden hebben daarvan maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde en leidt tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Daarnaast heeft verdachte berichten naar [slachtoffer] gestuurd dat hij een geldbedrag moest betalen en dat dan het bericht, waarin de goede naam van [slachtoffer] werd aangetast, van de Facebookpagina gehaald zou worden. [slachtoffer] heeft hieraan geen gehoorgegeven, waardoor het bij een poging tot dwang is gebleven.

Door het plaatsen van het bericht met foto van [slachtoffer] , heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan smaadschrift. De uitlatingen over [slachtoffer] op de Facebookpagina zijn krenkend voor [slachtoffer] . Verdachte heeft daarmee opzettelijk de goede naam van [slachtoffer] aangerand. Het naderhand aanpassen van het Facebookbericht door verdachte doet daaraan niet af omdat het bericht al openbaar was gemaakt. [slachtoffer] heeft in zijn aangifte ook verklaard dat hij door het Facebookbericht vervelende berichten heeft ontvangen en dat ook zijn vrouw en dochter er op zijn aangesproken.

Poging tot dwang en smaadschrift zijn ernstige feiten. Het gaat om misdrijven die in ernstige mate ingrijpen in het welbevinden en de privacy van het slachtoffer en daardoor negatieve gevolgen hebben voor diens persoonlijke vrijheid.

De rechtbank heeft bij de strafbepaling rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze blijken uit het reclasseringsadvies van

10 november 2020 en zoals deze ter terechtzitting naar voren zijn gebracht. Uit het reclasseringsadvies blijkt dat sprake is van een beginnend delictpatroon van geweldsdelicten. Aan de andere kant blijkt dat verdachte gedurende de schorsing van zijn voorlopige hechtenis zelfstandig begeleiding heeft gezocht om de problemen op diverse leefgebieden aan te pakken om zijn leven weer op de rit te krijgen.

De rechtbank heeft voorts rekening gehouden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, nu verdachte, nadat hem een straf is opgelegd, schuldig wordt verklaard aan een misdrijf of een overtreding die voor die strafoplegging is gepleegd.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten en dan met name het verboden wapenbezit, en rekening houdend met de straffen die voor soortgelijke delicten worden opgelegd, het opleggen van een gevangenisstraf noodzakelijk is. De rechtbank ziet in de genoemde persoonlijke omstandigheden echter aanleiding om af te wijken van de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf. De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 152 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, en daarnaast een taakstraf van 120 uur passend en geboden is. Met het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 14.500,-- voor de feiten 2 en 3.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en dat verdere behandeling van deze civiele vordering, wat heropening van de strafzaak zou betekenen, in dit geval een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63, 261 en 284 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

feit 2: poging tot een ander door een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen;

feit 3: smaadschrift

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 152 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. Sterk, voorzitter, mr. Veldhuizen en mr. A. Ides Peeters, rechters, in tegenwoordigheid van Van der Gaag, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 11 maart 2021.

De voorzitter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

De tenlastelegging

1
hij op of omstreeks 1 september 2020 te Roosendaal
een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te
weten een centraalvuurpistool (type GT 28), kaliber 6,35 mm, zijnde een
vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of munitie van
categorie III, te weten 5 kogelpatronen, kaliber 6,35 mm, voorhanden heeft gehad;
( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )

2
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 augustus 2020 tot
en met 26 augustus 2020 te Bergen op Zoom, althans in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer]
door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of
enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer] wederrechtelijk te dwingen
iets te doen, te weten het overmaken/betalen van een geldbedrag van 375 euro
en/of 5000 euro, door voornoemde [slachtoffer] via whats-app te benaderen en/of
(daarbij) die [slachtoffer] één of meerdere bericht(en) te sturen inhoudende (onder
meer) de navolgende teksten: 'Geen smoesjes betaal 375 euro dan haal ik het
bericht van de facebookpagina af waarin staat dat jij iemand verkracht hebt en
ook haal ik dan de foto er af', en/of 'Je moet ook de club 5000 euro betalen anders
staat de frontline klaar om je te bezoeken', althans telkens woorden van gelijke
aarde en/of strekking,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
( art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van
Strafrecht )

3
hij op of omstreeks 13 augustus 2020 te Roosendaal of elders in Nederland
opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [slachtoffer] heeft aangerand,
door tenlastelegging van een bepaald feit,
met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft hij met
voormeld doel op zijn, verdachtes, Facebookpagina, althans een Facebookpagina,
eem bericht geplaatst met de tekst:
aka [alias] is OUT of [naam] !
No contact!
This guy is a convicted rapist. And he is a swindler of single mothers. He plays like
he is helping the single mothers with their problems, but in the meanwhile he
lets them pay serious money witch they can't afford. Then he threatens them with
motorcycle clubs.
We have no place in [naam] for such guys.
All brothers delete this guy from Facebook
For more info and official evidence you are welcome to contact us via private
message,
terwijl verdachte wist dat dit/deze tenlastegelegde feit(en) in strijd met de
waarheid was/waren.
( art 261 lid 2 Wetboek van Strafrecht )

Bijlage II

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Wanneer in de bewijsmiddelen hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt

- tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal van de districtsrecherche De Markiezaten, onderzoeksnummer ZB2R020081 Paddy, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van pagina 1 tot en met 217.

feit 1

1.1

het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] op pagina 79

1.2

het proces-verbaal van bevindingen onderzoek wapen en munitie op pagina 82

1.3

de bekennende verklaring van verdachte bij de politie op pagina 213

feit 2

2.1

het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] op pagina 7, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben door [verdachte] via Whats-App benaderd met de volgende tekst "geen smoesjes betaal 375,= euro dan haal ik het bericht van de Facebookpagina af waarin staat dat jij iemand verkracht hebt en ook haal ik dan de foto eraf". Later appte hij mij dat ik de club ( [naam] ) ook nog eens 5000,= euro moet betalen. Als ik dit niet zou doen dan zou "de frontline klaarstaan en mij komen bezoeken".

2.2

een stuk, inhoudende de bij de aangifte van [slachtoffer] gevoegde berichten, vanaf pagina 11 tot en met 37.

2.3

de bekennende verklaring van verdachte op de zitting van 25 februari 2021, inhoudende zakelijk weergegeven:

Ik heb de WhatsApp-berichten gestuurd naar [slachtoffer] .

2.4

het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] op pagina 112, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 1 september vond er een doorzoeking plaats in de woning [adres 2] te Roosendaal. Aldaar werd onder andere een mobiele telefoon van de aangehouden verdachte [verdachte] aangetroffen en in beslag genomen. Door mij zijn op 14 oktober 2020 de veiliggestelde gegevens doorzocht op aanwijzingen in relatie tot de strafbare feiten waarvan verdachte [verdachte] wordt verdacht.

2.5

een stuk, inhoudende de bij het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] gevoegde berichten, vanaf pagina 117 tot en met pagina 189, meer specifiek:

- het bericht op pagina 117 in combinatie met het bericht op pagina 118, inhoudende: “[slachtoffer] .. bij deze is besloten dat jij BS uit [naam] gaat. Sanctie wat daarop staat is binnen 24u € 5500 betalen en alles wat met de club te maken heeft verwijderen. Facebook, contacten uit je telefoon enz. Ook je clubkleding dient ingeleverd te worden binnen 24u. zo niet wordt dit door frontline geïncasseerd. Wacht correctie. 500 binnen 24u”;

- het bericht op pagina 132, inhoudende: “Niet met allemaal smoesjes komen.. volgende week €375..”;

- het bericht op pagina 134, inhoudende: “Heb overlegd… als al het geld er is.. dus 500 voor de club en 375 voor mij.. gaat het per direct eraf”;

- het bericht op pagina 136, inhoudende: “Eerst over de brug komen… ligt aan jezelf nu hoe snel het eraf is”;

- het bericht op pagina 151, inhoudende: “Voor alle duidelijkheid: Als die €500 betaald is wat je exit geld is voor de club, gaat dat verkrachting stukje van Facebook af.”.

feit 3

3.1

het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] op pagina 7, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Mijn naam en foto worden gedeeld op een Facebookpagina. Mijn goede naam wordt beschadigd door het plaatsen van dat bericht, waarin staat dat ik iemand verkracht heb, dat ik een oplichter ben en mensen voor mij uit moeten kijken.

3.2

het proces-verbaal ontvangst klacht door [slachtoffer] op pagina 9

3.3.

de bekennende verklaring van verdachte op de zitting van 25 februari 2021, inhoudende zakelijk weergegeven:

Ik heb het Facebookbericht geplaatst.

3.4.

een stuk, inhoudende de bij het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] gevoegde berichten, meer specifiek:

- het bericht en de daarbij gevoegde foto op pagina 165, inhoudende:

[slachtoffer] aka [alias] is OUT of [naam]

!

No contact!

This guy is a convicted rapist. And he is a swindler of

single mothers. He plays like he is helping the single

mothers with their problems, but in the meanwhile he

lets them pay serious money witch they can't afford.

Then he threatens them with motorcycle clubs.

We have no place in [naam] for such guys.

All brothers delete this guy from Facebook

For more info and official evidence you are welcome

to contact us via private message.