Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2021:1019

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
04-03-2021
Datum publicatie
13-03-2021
Zaaknummer
AWB- 20_10414
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

WET

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/10414 WET

uitspraak ter zitting van donderdag 4 maart 2021 van de meervoudige kamer

in de zaken van

FYTA Company B.V., te Waalwijk, eiseres,

gemachtigde mr. H.M.J. Later-Nijland

en

de minister van Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en/of de Minister voor Medische Zorg, verweerder.

Zitting hebben:

mr. L.P. Hertsig, voorzitter,

en mr. G.M.J. Kok

mr. S.A.M.L. van de Sande, leden,

en

mr. C.F.E.M. Mes, griffier.

Aanwezigen:

Eiseres laat zich vertegenwoordigen door haar gemachtigde en [naam directeur-eigenaar] (directeur-eigenaar).

Voor verweerder zijn verschenen:

- Mw. mr. [naam beroepsjurist1] (behandelend beroepsjurist/woordvoerder vanuit de directie Wetgeving en Juridische zaken van het ministerie)

- Mw. mr. [naam beroepsjurist2] (behandelend beroepsjurist/woordvoerder vanuit de directie Wetgeving en Juridische zaken van het ministerie)

- Mw. mr. [naam jurist CIBG1] (betrokken jurist van het CIBG, BMC)

- Mw. mr. [naam jurist CIBG2] (betrokken jurist van het CIBG, BMC)

Overwegingen

Hangende het beroep tegen het besluit van 24 november 2020 is ter zitting van 4 maart 2021 een voorlopige voorziening gevraagd, omdat in opdracht van de officier van justitie vanochtend om zes uur de politie bij FYTA is binnengevallen met het oogmerk om hennep(planten) te ruimen. In de onderhavige procedure gaat de vraag beantwoord worden of het aanwezig hebben van de hennepplanten en voorraad rechtmatig is. Gelet op de grote financiƫle belangen van FYTA treft de rechtbank de volgende voorlopige voorziening.

De rechtbank

- treft als ordemaatregel dat de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dan wel de Minister voor Medische Zorg niet handhavend mag optreden tot de rechtbank uitspraak heeft gedaan in onderhavige zaak.

- gebiedt de minister deze ordemaatregel per omgaande ter kennis te brengen aan behandelend officier van justitie mr. Oosterveld.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, voorzitter, en mr. G.M.J. Kok en mr. S.A.M.L. van de Sande, leden, in aanwezigheid van mr. C.F.E.M. Mes, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2021.

C.F.E.M. Mes, griffier L.P. Hertsig, voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.