Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:6650

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
24-12-2020
Datum publicatie
03-06-2021
Zaaknummer
AWB- 19_5970
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

AW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 19/5970 AW

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 december 2020 in de zaak tussen

[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres

gemachtigde: mr. P.G. Mulder,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 2 juli 2019 (primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres om haar met terugwerkende kracht salarisschaal 10 toe te kennen met bijbehorende nabetaling, afgewezen.

In het besluit van 15 oktober 2019 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank op 16 december 2020. Eiseres en haar gemachtigde hebben de zitting bijgewoond via videobellen. Voor verweerder waren via videobellen aanwezig mr. A.G. Kerkhof en C.H.A. Laming (P&O adviseur).

Overwegingen

1. Eiseres is met ingang van 1 november 2015 met een tijdelijke aanstelling bij verweerder in dienst getreden in de functie van consulent/adviseur/beleidsontwikkeling A in schaal 9. Zij was daarin werkzaam als beleidsmedewerker sociaal domein, op het terrein van onderwijs en onderwijshuisvesting. Per 1 november 2016 is zij, onder toekenning van de jaarlijkse periodieke verhoging, aangesteld in vaste dienst.

Met ingang van 1 mei 2019 is aan eiseres op haar eigen verzoek eervol ontslag verleend.

Op 4 juni 2019 heeft eiseres verweerder verzocht om herwaardering van haar functie met terugwerkende kracht, in die zin dat haar schaal 10 wordt toegekend en het bijbehorende salaris wordt nabetaald. Verweerder is hier ook met betrekking tot haar twee voormalig directe collega’s toe overgegaan, en eiseres heeft dezelfde werkzaamheden en taken in dezelfde functie verricht. Ook deze collega’s waren werkzaam als beleidsmedewerker sociaal domein. Bovendien heeft zij tijdens haar dienstverband bij verweerder meerdere keren gevraagd om herwaardering van haar functie, zodat het opmerkelijk is dat verweerder daar uitgerekend een paar dagen na haar vertrek toe overgaat. Verder is het eiseres gebleken dat verweerder vlak na haar vertrek een vacature heeft opengesteld voor een nieuwe beleidsmedewerker in schaal 10, terwijl het takenpakket juist is versmald. Het intensieve en zware pakket van onderwijshuisvesting zit niet meer in de nieuwe functie.

Bij besluit van 2 juli 2019 (primair besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres afgewezen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel – in verband met de twee voormalig directe collega’s van wie de functies wel met terugwerkende kracht zijn herwaardeerd naar schaal 10 – gaat niet op. Anders dan bij hen is er bij eiseres geen sprake geweest van een verzwaring van haar rol in de praktijk. Uit de gespreksverslagen van de (voortgangs)gesprekken die met eiseres zijn gevoerd van mei, juni, juli en oktober 2018 blijkt dat eiseres niet in dezelfde mate toekwam aan het zelfstandig vormgeven van het beleid. Er was nog onvoldoende sprake van tactische planning en prioritering in haar werk en er waren ontwikkelpunten op belangrijke vaardigheden zoals het schrijven van beleid en het vormgeven aan het beleidsproces. Het met terugwerkende kracht toekennen van schaal 10 sluit niet aan bij de feitelijke zwaarte en rol van beleidsmedewerker Onderwijs in de periode dat eiseres deze functie vervulde. Na het vertrek van eiseres heeft verweerder gebruik gemaakt van de mogelijkheid een nieuwe invulling te geven aan de functie en is de functie zwaarder gepositioneerd met een zwaardere inschaling.

Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.

Op 26 september 2019 vond de bezwaarhoorzitting plaats. Vervolgens heeft verweerder stukken aan de gemachtigde van eiseres nagezonden (waaronder de vertrouwelijke adviesnota over de functiewaardering van haar twee directe collega’s).

In een aanvullend bezwaarschrift heeft de gemachtigde van eiseres gereageerd.

Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiseres, onder verwijzing naar het advies van de bezwaaradviescommissie, ongegrond verklaard.

2. In geschil is of de weigering van verweerder om de schaal 9-functie van eiseres van consulent/adviseur/beleidsontwikkeling A met terugwerkende kracht tot 1 januari 2018 te herwaarderen naar de schaal 10-functie van consulent/adviseur/beleidsontwikkeling B en in verband daarmee aan eiseres een nabetaling van salaris te doen, op voldoende gronden berust.

3.1

Eiseres voert, in de kern en kort samengevat, aan dat verweerder heeft gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel door haar twee voormalig directe collega’s wél met terugwerkende kracht per 1 januari 2018 in schaal 10 te plaatsen en een nabetaling te doen, en eiseres niet. Dit terwijl, zo stelt eiseres, zij alle drie een vergelijkbare functie uitoefenden, en er ook in haar geval sprake is geweest van een verzwaring van de functie en dat zij die verzwarende elementen ook feitelijk heeft verricht. Net als haar twee collega’s, heeft ook eiseres achteraf bezien voldaan aan alle elementen van schaal 10. Eiseres voelt zich gesterkt in haar standpunt door het feit dat verweerder vlak na haar vertrek een vacature heeft opengesteld op schaal 10-niveau terwijl de functie naar haar mening juist is versmald. Eiseres werkte namelijk als Beleidsmedewerker onderwijs en onderwijshuisvesting, terwijl de vacature na haar vertrek is opengesteld voor een Beleidsmedewerker onderwijs. Verweerder heeft ook gehandeld in strijd met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, omdat eiseres gedurende haar dienstverband was toegezegd dat functieherwaardering plaats zou vinden. Het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd, omdat niet is ingegaan op het aanvullende bezwaarschrift dat eiseres heeft nagezonden na afloop van de hoorzitting.

3.2

In verweer stelt het college zich op het standpunt dat het hem vrij staat een vrijgekomen functie en de daaruit voortvloeiende vacature in te vullen op een wijze zoals hem goeddunkt. Bij het openstellen van de vacature Beleidsmedewerker onderwijs en onderwijshuisvesting, ontstaan door het vertrek van eiseres, heeft verweerder ervoor gekozen een opwaardering van de functie in te voeren zodat de functie een kwaliteitsimpuls zou krijgen. Deze opwaardering heeft geen verband met het functioneren van eiseres. Eiseres heeft – kort gezegd – tijdens haar dienstverband gefunctioneerd op het niveau van schaal 9 en is in overeenstemming daarmee beloond. Dit blijkt uit de functionerings- en beoordelingsverslagen. Verweerder heeft dit standpunt aanvullend onderbouwd door het overleggen van een tweetal adviesnotities die eiseres tijdens haar dienstverband heeft geschreven en waaruit volgens verweerder blijkt dat eiseres niet op het tactisch niveau van een schaal 10 medewerker opereerde. In wat eiseres heeft aangevoerd en de concrete voorbeelden die zij daarbij heeft genoemd, ziet verweerder geen reden voor een herwaardering van de functie naar schaal 10 met terugwerkende kracht.

Beoordeling door de rechtbank

4. Met ingang van 1 januari 2020 is de Ambtenarenwet 2017 (AW 2017) in werking getreden. Op grond van artikel 16, eerste lid, van de AW 2017 behouden krachtens deze wet genomen besluiten die zijn genomen vóór 1 januari 2020 hun geldigheid. Ingevolge artikel 16, tweede lid, van de AW 2017 blijft ten aanzien van de mogelijkheid om bezwaar te maken of beroep in te stellen alsmede de behandeling van zodanig bezwaar of beroep tegen een op grond van deze wet genomen besluit of handeling dat voor 1 januari 2020 is bekendgemaakt, het recht van toepassing zoals dat gold voor 1 januari 2020. Dit betekent dat de rechtbank bevoegd is over het besluit te oordelen.

4.1

Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 13 augustus 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2732) is de rechterlijke toetsing bij functiewaardering terughoudend. De rechter moet beoordelen of de waardering op voldoende gronden berust. Dit betekent dat de bestreden waardering niet in stand kan blijven als deze onhoudbaar is. Daarvoor is ontoereikend dat een andere waardering op zichzelf verdedigbaar is.

4.2

Zoals de Centrale Raad van Beroep (CRvB) eerder heeft overwogen (uitspraak van 18 mei 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AX6497) heeft het bestuursorgaan bij het waarderen van functies een ruime mate van vrijheid. Dit neemt niet weg dat het bestuursorgaan de waardering moet motiveren. Het moet concreet ingaan op argumenten waarmee de ambtenaar de waardering bestrijdt en zo nodig de oorspronkelijk gegeven motivering aanvullen of wijzigen.

4.3

Ter zitting is bevestigd dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel, zoals hiervoor weergegeven onder overweging 3.1, de kern van de discussie vormt. Eiseres stelt dat verweerder het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden door haar niet met terugwerkende kracht in schaal 10 te plaatsen. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar situatie zodanig vergelijkbaar is met die van haar twee voormalige directe collega’s, dat verweerder op grond van het gelijkheidsbeginsel ook in haar geval per 1 januari 2018 had moeten overgaan tot functieherwaardering (en ‘opwaardering’) naar schaal 10.

4.4

Ten eerste volgt de rechtbank eiseres niet in haar stelling dat er sprake was van gelijke, ‘uitwisselbare’ functies. Weliswaar hadden eiseres en haar twee collega’s hetzelfde algemene, generieke functieprofiel van ‘Beleidsmedewerker A’ en waren zij werkzaam binnen het sociaal domein, maar de afzonderlijke takenpakketten van de drie medewerkers waren anders. Zo lag de focus in de functie van eiseres op het formuleren van (operationeel) beleid op het gebied van onderwijs en onderwijshuisvesting. Bij de beleidsmedewerker subsidies was de essentie van de functie echter niet zozeer het formuleren van beleid als wel het nemen van beslissingen om middelen en samenwerking met partners doelmatig in te zetten, zo staat te lezen in de vertrouwelijke adviesnota van 6 mei 2019. Het nemen van beslissingen over middelen, hetgeen aanleiding heeft gegeven tot herwaardering van de functie van de beleidsmedewerker subsidies, behoorde niet tot het takenpakket van eiseres, zodat haar situatie in zoverre al niet vergelijkbaar is met die van haar collega. De beleidsmedewerker inkoop, contractmanagement en innovatie levert inhoudelijke input voor aanbestedingen, implementeert de gemaakte afspraken, bewaakt naleving van contracten en prestatielevering en zet innovatieve processen en projecten in gang, zo staat in de adviesnota. Ook dit zijn geen werkzaamheden die eiseres verrichtte. De functies zijn inhoudelijk in zoverre dus niet vergelijkbaar, zodat het niet vanzelfsprekend is dat eiseres eveneens in schaal 10 geplaatst diende te worden, omdat dit bij haar collega’s is gebeurd.

4.5

Maar zelfs indien de rechtbank ervan uit zou gaan dat de takenpakketten gelijk of uitwisselbaar waren, dan betekent dit niet zonder meer dat eiseres, net als haar twee collega’s, óók per 1 januari 2018 diende te worden geherwaardeerd naar schaal 10. Verweerder is, zo blijkt uit de vertrouwelijke notitie van 6 mei 2019, voor wat betreft de twee voormalig directe collega’s van eiseres overgegaan tot herwaardering van de functies van schaal 9 naar schaal 10, omdat in het geval van deze collega’s met ingang van 1 januari 2018 sprake was van (1) een verzwaring van de betreffende functies in de praktijk, met name waar het ging om tactische advisering, regievoering en het bijbehorende zelfstandige handelen en (2) deze twee collega’s de verzwarende elementen in de praktijk ook daadwerkelijk hebben uitgevoerd. Verweerder stelt, kort gezegd, dat deze conclusies voor eiseres niet opgaan.

4.6

De rechtbank kan verweerder hierin volgen en overweegt als volgt. Uit de verslagen die zijn opgemaakt van de met eiseres gevoerde voortgangs- en functioneringsgesprekken blijkt niet van een verzwaring van de functie in de praktijk of van een functioneren dat is uitgestegen boven het niveau dat van eiseres in haar schaal-9 functie werd verwacht. Uit deze verslagen komt juist het beeld naar voren dat eiseres nog het nodige moest leren binnen de schaal 9- functie waarin zij was geplaatst. Zo staat in het beoordelingsformulier van 29 juni 2016: “Doordat [naam eiseres] zonder gemeentelijke ervaring en zonder kennis van het vakgebied is begonnen aan deze functie moet de beoordeling ook in dat licht gezien worden. Het inwerken van [naam eiseres] verloopt zeer goed. Ze pakt dingen snel op maar 1 jaar is niet genoeg om alle gemeentelijke processen en regels in de vingers te krijgen. De verwachting is dat [naam eiseres] nog zeer veel groei potentieel heeft.”

Zij is op 26 september 2016 beoordeeld met een ‘3’ op een schaal van 1 tot 5, onder de mededeling: “[naam eiseres] heeft in deze periode bij wijze van proef laten zien dat zij de functie op niveau kan vervullen.” In het beoordelingsverslag van 30 mei 2018 leest de rechtbank dat er kritiek is op haar planningsvaardigheden, waardoor het voor het afdelingshoofd moeilijk is eiseres te sturen op werkzaamheden. Ook staat er: “Om tot een allround beleidsmedewerker uit te groeien met [naam eiseres] leren om ‘teruguit’ te plannen. Dat is een ontwikkelpunt voor [naam eiseres] . Er worden haar op dit moment tools geboden om dit te leren.” Verder zou eiseres niet de nodige input leveren die noodzakelijk is om haar ontwikkeling te ondersteunen (leerdoelen, planning, verslaglegging) en schuift zij afspraken met betrekking tot coaching voor zich uit. In het verslag van de voortgangsgesprekken van 9 juli 2018 en 2 oktober 2018 staat vermeld: “ [naam betrokkenen] geeft aan dat ik nog aan het begin van mijn carrière sta en mij als een junior ziet. De leerpunten die [naam betrokkenen] ziet zijn benoemd in dit gesprek en in de gesprekken met [naam betrokkenen2] en [naam betrokkenen3] , denk aan het opzetten van een strategische planning. In beeld krijgen van je werkzaamheden en de bijbehorende financiën. Het op deze terreinen goed adviseren van afd. hoofd en bestuurders. Hoe en wanneer praat ik wie bij. Daarnaast het goed opstellen van documenten in de gehele beleidscyclus. [naam eiseres] is goed op weg en heeft afgelopen jaar al veel geleerd en zich goed staande gehouden in een aantal lastige dossiers. [naam eiseres] is leergierig en staat open voor feedback. Dit zijn mooie vaardigheden waarmee we de ontwikkeling voor 2019 in kunnen.”

4.7

De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom er, anders dan in het geval van de twee voormalig directe collega’s van eiseres, in het geval van eiseres niet is overgegaan tot functieherwaardering (en opwaardering naar schaal 10) per 1 januari 2018. Haar ontwikkeling bleef binnen haar eigen functie op schaal 9 niveau. Van schending van het gelijkheidsbeginsel is dan ook geen sprake. De rechtbank ziet in wat eiseres aan concrete voorbeelden heeft genoemd, geen aanleiding de ongewijzigde waardering op schaal 9 onhoudbaar te achten.

4.8

Dat verweerder na het vertrek van eiseres heeft besloten de vrijgekomen functie opnieuw te waarderen en heeft besloten tot het openstellen van een vacature met een zwaarder functieprofiel dan voorheen door eiseres werd vervuld, behoort tot de vrijheid van de werkgever. Hieruit kan niet direct de conclusie worden getrokken dat de functie voorheen ook dat zwaardere profiel had.

4.9

Dat er sprake zou zijn van een gerechtvaardigd vertrouwen dat alle functies, waaronder die van eiseres, opnieuw gewaardeerd zouden worden, blijkt niet uit de stukken. Eiseres heeft dat niet aannemelijk gemaakt. Bovendien betekent een herwaardering niet zonder meer de door eiseres gewenste ‘opwaardering’. Het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel zijn dus niet geschonden.

4.10

De rechtbank is tot slot met verweerder van oordeel dat de bezwarenadviescommissie wel rekening heeft gehouden met het door eiseres ingebrachte aanvullende bezwaarschrift. Zo staat in het commissieadvies dat de commissie van mening is dat de aanvullende reactie op beide nagezonden collegebesluiten geen nieuwe argumenten bevatten. Dit levert geen motiverings- of zorgvuldigheidsgebrek op.

Conclusie

5. Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden en het beroep ongegrond is.

6. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.H.J. Vermariën, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M. van Sambeek, griffier, op 24 december 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.