Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:6554

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16-12-2020
Datum publicatie
28-12-2020
Zaaknummer
02/192957-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Kinderstrafrecht. AMV. Intervence. De kinderrechter stelt vast dat de GI ten aanzien van deze verdachte nog een actieve rol te spelen heeft op basis van de reeds over hem opgebouwde kennis. Hij merkt in dit verband op dat recente berichtgeving over het staken van de financiering van de GI door de betrokken gemeenten en het ontbreken van toereikende vervolgplannen daarin, aanleiding geeft tot zorg over de daadwerkelijke beschikbaarheid van de tot heden betrokken jeugdreclasseerder. Standpunten minister Dekker, staatssecretaris Blokhuis, Inspecties.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

H. Holtgrefe

aantekening mondeling vonnis

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Locatie Middelburg

Parketnummer: 02-192994-20

Volgnummer: 3

Uitspraak van de kinderrechter, mr. B.J. Duinhof, van woensdag 16 december 2020, in de zaak tegen verdachte

[verdachte] , geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats]

adres [adres] Tegenspraak

KWALIFICATIE:

T.a.v. feit 1 primair: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

GEPLEEGD:

T.a.v. feit 1 primair: 23 juli 2020

TOEGEPASTE ARTIKELEN:

36f, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg, 141 Wetboek van Strafrecht

BESLISSING:

T.a.v. feit 2:

Vrijspraak

T.a.v. feit 1:

Een werkstraf voor de duur van 85 uren subsidiair 42 dagen jeugddetentie met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 50 uren subsidiair 25 dagen jeugddetentie voorwaardelijk en een proeftijd van 1 jaar

Voorwaarde is, dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan

1) 16 dec 2020 J

Vrijheidsstraf gaat in op met aftrek sedert

en eindigt

De (rest.) verv. vrijheidsstraf bedraagt dagen hecht /a rr.

Gezien voor uitvoering, de officier van justitie, Verificatiecode: 8313

02-l92994-20/90440571-UV0201

IIIIll 1111111111111111111111111111111111111111111

6149050473891

een strafbaar feit.

t.a.v. feit 1:

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] :

Wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde partij 1] , van een bedrag van 100,00 euro, bestaande uit immateriële schade. De immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde partij 1] , van een bedrag vanl00,00 euro, waarbij de maatregel van gijzeling zal worden bepaald op nul dagen. Voormeld bedrag bestaat immateriële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Opheffing van het tegen verdachte verleende geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

De kinderrechter stelt vast dat Stichting Intervence, de gecertificeerde instelling (hierna: de GI) als voogd betrokken is bij verdachte. De GI heeft ten aanzien van deze verdachte dus nog een actieve rol te spelen op basis van de reeds over hem opgebouwde kennis. Hij merkt in dit verband op dat recente berichtgeving over het staken van de financiering van de GI door de betrokken gemeenten en het ontbreken van toereikende vervolgplannen daarin, aanleiding geeft tot zorg over de daadwerkelijke beschikbaarheid van de tot heden betrokken jeugdreclasseerder. In de brief van 3 december 2020 aan de Tweede Kamer schrijven minister Dekker en staatssecretaris Blokhuis dat het van belang is dat de minderjarigen bij dezelfde jeugdbeschermer of -reclasseerder kunnen blijven en dat als de continuïteit van de zorg niet geborgd is, er zo nodig maatregelen worden getroffen. Ook de Inspectie Gezondheidszorg & Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid hebben bij brief van 7 december 2020 aangegeven zorgen te hebben over de situatie. De minister en staatssecretaris hebben zich achter dit standpunt geschaard.

De kinderrechter benadrukt dat, gelet op de benodigde voortgang in het dossier en de op korte termijn te nemen beslissingen, de onverkorte inzet van de thans betrokken medewerker, en daarmee van lntervence van groot belang is.

De Kinderrechter,

02-192994-20 /90440571-UV0201

IIIIll llllllllllllllllllllllllllllllllllllllIl lll

6149050473891