Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:6540

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22-12-2020
Datum publicatie
22-12-2020
Zaaknummer
02/180280-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het voorhanden hebben van twee vuurwapens en een grote hoeveelheid munitie en het medeplegen van het aanwezig hebben van 257 gram amfetamine. Gevangenisstraf voor de duur van 124 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/180280-20

vonnis van de meervoudige kamer van 22 december 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1966 te [geboorteplaats]

wonende te [adres] , 4651 PD Steenbergen

raadsvrouw mr. C.M. Koole, advocaat te Goes

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 december 2020, waarbij de officier van justitie, mr. Gaillard, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

feit 1: een pistool en een revolver voorhanden heeft gehad;
feit 2: samen met medeverdachte [medeverdachte] opzettelijk 258 gram amfetamine aanwezig heeft gehad;
feit 3: een grote hoeveelheid munitie voorhanden heeft gehad.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de drie tenlastegelegde feiten heeft begaan. Verdachte moet gelet op het feit dat zij feitelijk op hetzelfde adres als [medeverdachte] verbleef, de drugs, wapens en munitie op algemeen toegankelijke plaatsen lagen en zij de woning schoonmaakte, wetenschap hebben gehad van en beschikkingsmacht hebben gehad over de drugs, wapens en munitie. Zij gaat bij feit 2 uit van 257 gram amfetamine.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de tenlastegelegde feiten omdat verdachte geen wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van de drugs en de wapens en munitie, laat staan dat zij daarover de beschikkingsmacht heeft gehad. De drugs, wapens en munitie waren van medeverdachte [medeverdachte] en zijn niet aangetroffen op plekken waar zij samen leefden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

4.3.2

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feiten 1 en 3

Op 10 juli 2020 zijn bij de doorzoeking van de woning van verdachte twee vuurwapens en een grote hoeveelheid munitie aangetroffen. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is, of verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van, en de beschikkingsmacht had over de vuurwapens en munitie.

Volgens een recent arrest van de Hoge Raad1 is voor een bewezenverklaring van het voorhanden hebben van een wapen en/of munitie onder meer vereist dat verdachte zich in meer of mindere mate bewust is geweest van de aanwezigheid van de wapens en de munitie. In dat kader worden doorgaans de volgende aspecten onderkend: een wapen bij of in de directe omgeving van de verdachte, de beschikkingsmacht van de verdachte over dat wapen en de bewustheid van verdachte met betrekking tot dat wapen.

[medeverdachte] heeft over de wapens en munitie bij de politie verklaard dat deze van hem waren en dat verdachte ervan op de hoogte was dat hij dit in zijn bezit had en in de woning had liggen. Verdachte ontkent dit echter. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat zowel de vuurwapens als de munitie zijn aangetroffen in de woning van verdachte waar zij samenwoonde met medeverdachte [medeverdachte] . Een van de vuurwapens is aangetroffen in de TV-kast die zich in de woonkamer bevond. Het andere vuurwapen is aangetroffen tussen de armleuning en een kussen van de bank die zich eveneens in de woonkamer bevond. De munitie, in totaal 294 patronen, zijn aangetroffen op verschillende plaatsen in de woonkamer. De munitie is onder andere aantroffen in de TV-kast, in de ornamenten aan de muur en op de achterkant van de nephaard. De rechtbank gaat ervan uit dat personen die in de woning verblijven in het algemeen wetenschap hebben van de daar aanwezige goederen en dat deze goederen zich ook in hun machtssfeer bevinden. Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden waaruit voortvloeit dat dit anders is. De vuurwapens en munitie lagen weliswaar uit het directe zicht maar niet op een voor haar verborgen plek. De plaatsen waar de vuurwapens en munitie zijn aangetroffen waren vrij toegankelijk voor verdachte. Daar komt bij dat verdachte degene is die de woning schoonmaakte. De rechtbank volgt verdachte dan ook niet in haar verklaring dat zij niet wist dat er vuurwapens en munitie in haar woning aanwezig waren.

Op grond van de hiervoor genoemde omstandigheden is de rechtbank dan ook van oordeel dat verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht had over de vuurwapens en munitie die in haar woning zijn aangetroffen. Medeverdachte [medeverdachte] heeft de vuurwapens en munitie in haar woning gelegd en verdachte heeft dat gedoogd. Van verdachte had mogen worden verwacht dat zij daartegen actief zou optreden wanneer zij het daar niet mee eens was, nu het ook haar woning is waar de vuurwapens en munitie zijn aangetroffen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 10 juli 2020 te Steenbergen twee vuurwapens en grote hoeveelheid munitie voorhanden heeft gehad.

Feit 2

Op 10 juli 2020 is bij de doorzoeking van de woning van verdachte 257 gram amfetamine aangetroffen. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is, of verdachte zich samen met medeverdachte [medeverdachte] hieraan schuldig heeft gemaakt.

De amfetamine is aangetroffen in de woning van verdachte waar zij samenwoonde met medeverdachte [medeverdachte] . Het grootste gedeelte, 241 gram, is aangetroffen in de vriezer en twee kleine hoeveelheden, 6 en 10 gram, zijn aangetroffen in de woonkamer. In het algemeen gaat de rechtbank ervan uit dat personen die in een woning verblijven wetenschap hebben van de daar aanwezige goederen en dat deze goederen zich ook in hun machtssfeer bevinden. Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden waaruit voortvloeit dat dit anders is. Gelet op de plaatsen waar de drugs zijn aangetroffen kan het in dit geval bovendien niet anders zijn dan dat verdachte daarvan wetenschap moet hebben gehad. Zo is de vriezer een vrij toegankelijke plaats met een algemeen en gangbaar gebruik waardoor de rechtbank ervan uitgaat dat ook verdachte hiervan gebruik maakte. Van de in de woonkamer aangetroffen amfetamine is de rechtbank van oordeel dat verdachte daarvan wetenschap moet hebben gehad omdat deze niet waren verborgen en zij ook degene is die de woning schoonmaakte.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft de harddrugs blijkbaar in de woning van verdachte gelegd en zij heeft dat gedoogd. Van verdachte had ook bij de drugs mogen worden verwacht dat zij daartegen actief zou optreden wanneer zij het daar niet mee eens was, nu het ook haar woning is waar deze zijn aangetroffen. Daarmee heeft verdachte minst genomen het voorwaardelijk opzet gehad op de aanwezigheid van drugs in de woning. Dat medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat het zijn drugs waren, maakt dat niet anders.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat verdachte wetenschap had van en daarmee ook beschikkingsmacht had over de harddrugs. Niet alleen verdachte, maar ook medeverdachte [medeverdachte] heeft daarover de beschikkingsmacht gehad. De rechtbank is dan ook van oordeel dat sprake is van medeplegen.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 10 juli 2020 te Steenbergen tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk 257 gram amfetamine aanwezig heeft gehad.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1

op 10 juli 2020 te Steenbergen een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een centraalvuur pistool, van het merk Walther, model 4, kaliber 7,65 browning ofwel 32 auto en een wapen categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een centraalvuur revolver, van een onbekend merk, kaliber 6,35 browning ofwel 25 auto zijnde vuurwapens in de vorm van een revolver en pistool voorhanden heeft gehad;

2

op 10 juli 2020 te Steenbergen tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 257 gram (netto) amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3

op 10 juli 2020 te Steenbergen munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten

- 15 centraalvuur (kogel)patronen van het kaliber 7,65, merk Browning ofwel 32 Auto en

- 42 centraalvuur (kogel)patronen van het kaliber 6,35, merk Browning ofwel 25 Auto en

- 100 randvuur (kogel)patronen van het kaliber .22 short en

- 91 centraalvuur (kogel)patronen van het kaliber 9x19 mm en

- 46 randvuur (hagel)patronen van het kaliber flobert 9 mm

voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De officier van justitie heeft daarbij rekening gehouden met het blanco strafblad van verdachte.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken en voert geen strafmaatverweer.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van 257 gram amfetamine. De rechtbank stelt vast dat het een behoorlijke hoeveelheid betreft, die niet als gebruikershoeveelheid kan worden aangemerkt. Verdovende middelen als amfetamine leveren een gevaar op voor de volksgezondheid, nu deze stoffen sterk verslavend werken. De handel in, het vervoer van en het gebruik van dergelijke verdovende middelen brengen daarnaast vele vormen van (zware) criminaliteit en overlast met zich mee.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van twee vuurwapens en een grote hoeveelheid munitie. Een deel van die munitie is geschikt voor gebruik met de aangetroffen wapens. Daar komt bij dat zich in de vuurwapens reeds patronen bevonden waardoor de vuurwapens schietklaar waren. Een van de wapens werd aangetroffen tussen de armleuning en een zitkussen van de bank met de loop in de richting van de voorzijde van de woning. Het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens en munitie is maatschappelijk onaanvaardbaar vanwege de bedreiging die daarvan voor de veiligheid van anderen uitgaat.

De rechtbank gaat bij de strafoplegging uit van de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS. Voor het voorhanden hebben van een pistool of revolver geldt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden. Voor het bezit van harddrugs, bij een gewicht tussen de 200 en 500 gram, geldt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden.

Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op de aard en ernst van de feiten niet anders worden gereageerd dan met een gevangenisstraf. Strafverlagend weegt de rechtbank echter mee dat het verwijt dat ten aanzien van verdachte wordt gemaakt van andere aard is dan het verwijt dat medeverdachte [medeverdachte] treft. Met name weegt de rechtbank in dit verband mee dat zij door het onderzoek ter terechtzitting de overtuiging heeft gekregen dat de betrokkenheid van de verdachte - in de zin van het gedogen van de aanwezigheid van de wapens en de drugs - met name voortvloeide uit de familierechtelijke relatie tussen de haar en de medeverdachte [medeverdachte] , waarbij van enig rechtstreeks belang van de verdachte bij het voorhanden hebben van die wapens of die drugs niet is gebleken. De rechtbank zal dit verdisconteren in de op te leggen straf. Zij zal verdachte daarom een lagere straf opleggen. De rechtbank neemt het verdachte wel kwalijk dat zij onvoldoende heeft gedaan om te zorgen dat de wapens, munitie en harddrugs niet meer in haar woning aanwezig waren. Verdachte had daartoe actief moeten handelen. Ook neemt de rechtbank in de beoordeling mee dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten en dat de feiten grote invloed hebben gehad op haar leven. Zij is dan ook van oordeel dat voor het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf kan worden volstaan met de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank zal wel een fors voorwaardelijk deel opleggen, zodat verdachte ervan wordt weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 124 dagen met aftrek van de tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren noodzakelijk.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47 en 57, van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

t.a.v. feit 1: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

terwijl het feit is begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III,

meermalen gepleegd;

t.a.v. feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C,

van de Opiumwet gegeven verbod;

t.a.v. feit 3: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 124 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. Collombon, voorzitter, mr. Sterk en mr. Van Riet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Krevel, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 december 2020.

Mr. Van Riet en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

1

zij op of omstreeks 10 juli 2020 te Steenbergen een wapen van categorie III, onder

1. van de Wet wapens en munitie, te weten een centraalvuur pistool, van het merk

Walther, model 4, kaliber 7,65 browning ofwel 32 auto

en/of een wapen categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten

een centraalvuur revolver, van een onbekend merk, kaliber 6,35 browning ofwel 25

auto zijnde (een) vuurwapen(s) in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool

voorhanden heeft gehad;

( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )

2

zij op of omstreeks 10 juli 2020 te Steenbergen tezamen en in vereniging met een

of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad

ongeveer 258 gram (netto) amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een

materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in

de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid

van artikel 3a van die wet;

( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek

van Strafrecht )

3

zij op of omstreeks 10 juli 2020 te Steenbergen

munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten

- 15, in elk geval een of meerdere, centraalvuur (kogel)patro(o)n(en) van het

kaliber 7,65, merk Browning ofwel 32 Auto en/of

- 42, in elk geval een of meerdere, centraalvuur (kogel)patro(o)n(en) van het

kaliber 6,35, merk Browning ofwel 25 Auto en/of

- 100, in elk geval een of meerdere, randvuur (kogel)patronen van het kaliber .22

short en/of

- 91, in elk geval een of meerdere, centraalvuur (kogel)patro(o)n(en) van het

kaliber 9x19 mm en/of

- 46, in elk geval een of meerdere, randvuur (hagel)patronen van het kaliber flobert

9 mm en/of

voorhanden heeft gehad;

( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )

Bijlage II: De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer PL2000-2020180266 van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 88. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.

Feiten 1 en 3

1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juli 2020 (pg. 44), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op vrijdag 10 juli 2020, omstreeks 06.00 uur zag ik de politie ondersteuningsgroep

aankomen rijden bij het woonwagenkamp gelegen aan de [straat] te

Steenbergen. Ik zag op het woonwagenkamp dat de verbalisanten van de ondersteuningsgroep de instap deden bij twee verschillende woonwagens.

Ik zag dat verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] begonnen met zoeken in de woonkamer van de

woonwagen perceel nummer [nummer] . Ik hoorde al snel dat de volgende zaken daar werden

aangetroffen in de woonkamer:

Een pistool wat in het kastje onder de televisie lag in de woonkamer,

patronen 2.2 kaliber in twee doosjes in een hangende vaas aan de muur in de

woonkamer, en in dezelfde vaas nog 9 mm patronen.

Patronen 6.35 kaliber in een andere vaas aan de muur in de woonkamer

Patronen 7.65 kaliber in een derde vaas aan de muur in de woonkamer.

Vervolgens hoorde ik van verbalisant [verbalisant 2] dat hij in de woonkamer achter de nepschouw

een doosje vond met 9mm patronen.

In de woonkamer werd in de zitbank een pistool aangetroffen door een verbalisant van

de ondersteuningsgroep.

2. Inbeslagneming aan de [adres] te Steenbergen op 10 juli 2020 bij [medeverdachte] , aangetroffen in de woning, goednummer PL2000-2020177662-2216456, object vuurwapen Walther Model 4, 7,65 browning oftewel 32 auto.

3. Inbeslagneming aan de [adres] te Steenbergen op 10 juli 2020 bij [medeverdachte] , in de woning van verdachte [medeverdachte] , goednummer PL2000-2020177662-2216464, object vuurwapen Revolver, 6.35.

4. Inbeslagneming aan de [adres] te Steenbergen op 10 juli 2020 bij [medeverdachte] , in het wapen, goednummer PL2000-2020177662-2216467, object munitie (kogelpatroon), 7,65 browning oftewel 32 auto, inclusief munitie in houder.

5. Inbeslagneming aan de [adres] te Steenbergen op 10 juli 2020 bij [medeverdachte] , aangetroffen in de revolver, goednummer PL2000-2020177662-2216476, object munitie, 4 stuks, 6.35 browning ofwel 25 auto, centraalvuur.

6. Inbeslagneming aan de [adres] te Steenbergen op 10 juli 2020 bij [medeverdachte] , in woning aangetroffen, goednummer PL2000-2020177662-2216493, object munitie (kogelpatroon), 46 stuks, Flobert 9mm.

7. Inbeslagneming aan de [adres] te Steenbergen op 10 juli 2020 bij [medeverdachte] , aangetroffen in woning, goednummer PL2000-2020177662-2216488, object munitie (kogelpatroon), 41 stuks, Luger 9mm.

8. Inbeslagneming aan de [adres] te Steenbergen op 10 juli 2020 bij [medeverdachte] , aangetroffen in woning, goednummer PL2000-2020177662-2216484, object munitie (kogelpatroon), 50 stuks, Luger 9mm.

9. Inbeslagneming aan de [adres] te Steenbergen op 10 juli 2020 bij [medeverdachte] , aangetroffen in woning, goednummer PL2000-2020177662-2216492, object munitie, 38 stuks, 6.35 browning.

10. Inbeslagneming aan de [adres] te Steenbergen op 10 juli 2020 bij [medeverdachte] , aangetroffen in woning, goednummer PL2000-2020177662-2216478, object munitie, 7.65 browning ofwel 32 auto.

11. Inbeslagneming aan de [adres] te Steenbergen op 10 juli 2020 bij [medeverdachte] , aangetroffen in woning, goednummer PL2000-2020177662-2216489, object munitie, 8 stuks, 7.65 browning ofwel 32 auto.

12. Inbeslagneming aan de [adres] te Steenbergen op 10 juli 2020 bij [medeverdachte] , aangetroffen in woning, goednummer PL2000-2020177662-2216490, object munitie (kogelpatroon), 100 stuks, Remington .22.

13. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 augustus 2020 (ongenummerd opgenomen tussen p. 53 en pg 57), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4] :

Op zondag 12 juli 2020, werden goederen voor nader onderzoek aan mij aangeboden. Deze
goederen zijn op 10 juli 2020 aangetroffen en in beslag genomen.

Omschrijving pistool goednummer PL2000- 2020177662- 2216456:
Het in beslag genomen voorwerp betreft een centraalvuur pistool van het Duitse merk Walther, model 4, kaliber 7,65 browning ofwel 32 auto.

Juridische omschrijving pistool
Het hiervoor beschreven pistool is een voorwerp dat geschikt is om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing.
Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van de Wet Wapens en Munitie, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.

Omschrijving revolver goednummer PL2000- 2020177662- 2216464:
Het in beslag genomen voorwerp betreft een centraalvuur revolver van de Luikse wapensmid Dieudonné Debouxthay, kaliber 6,35 browning ofwel 25 auto. Ook wel een velodog revolver genoemd.

Juridische omschrijving revolver
De hiervoor beschreven revolver is een voorwerp dat geschikt is om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing.
Derhalve is deze revolver een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van de Wet Wapens en Munitie, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.

Omschrijving munitie goednummers: PL2000- 2020177662- 2216489, 2216478 en 2216467:
De in beslag genomen munitie betreffen in totaal 15 centraalvuur kogelpatronen van het kaliber 7,65 Browning ofwel 32 Auto.
De hierboven omschreven 'scherpe” patronen zijn geschikt voor gebruik in het omschreven pistool met goednummer 2216456.

Omschrijving munitie goednummers: PL2000- 2020177662- 2216476 en 2216492:
De in beslag genomen munitie betreffen in totaal 42 centraalvuur kogelpatronen van het kaliber 6,35 Browning ofwel 25 Auto.
De hierboven omschreven ‘scherpe” patronen zijn geschikt voor gebruik in het omschreven revolver met goednummer 2216464.

Omschrijving munitie goednummer: PL2000- 2020177662- 2216490:
De in beslag genomen munitie betreffen in totaal 100 randvuur kogelpatronen van het kaliber .22 short.
De patronen zijn voor direct gebruik geschikt.

Omschrijving munitie goednummers: PL2000- 2020177662- 2216488 en 2216484:
De in beslag genomen munitie betreffen in totaal 91 centraalvuur kogelpatronen van het kaliber 9x19 mm.
De patronen zijn voor direct gebruik geschikt.

Omschrijving munitie qoednummers: PL2000- 2020177662- 2216493
De in beslag genomen munitie betreffen in totaal 46 randvuur hagelpatronen van het kaliber flobert 9mm.
De patronen zijn voor direct gebruik geschikt.

Juridische omschrijving munitie:
De patronen zijn munitie als bedoeld in artikel 1 onder 4 van de Wet Wapens en Munitie. Het gaat om munitie die niet valt onder categorie II. Derhalve betreft het munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie III, van de Wet Wapens en Munitie.

14. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 juli 2020 (pg. 76), voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [medeverdachte] :

V: Wat is u verblijfsadres?

A: [adres] Steenbergen.

(…)

Ik ben getrouwd met [medeverdachte] en woon daar dus mee samen.

V: Wie was de eigenaar van deze (vuur)wapens en munitie?
A: Dat was ik.
V: Wie heeft nog meer weet van de (vuur)wapens en munitie?
A: Bij het hele woonwagenkamp. Mijn vrouw ook.

Feit 2

15. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juli 2020 (pg. 44), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :

Op vrijdag 10 juli 2020, omstreeks 06.00 uur zag ik de politie ondersteuningsgroep

aankomen rijden bij het woonwagenkamp gelegen aan de [straat] te

Steenbergen. Ik zag op het woonwagenkamp dat de verbalisanten van de ondersteuningsgroep de instap deden bij twee verschillende woonwagens.

Ik zag dat verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] begonnen met zoeken in de woonkamer van de

woonwagen perceel nummer [nummer] . Ik hoorde al snel dat de volgende zaken daar werden

aangetroffen in de woonkamer: Een zakje met wit poeder werd aangetroffen in een vaas aan de muur.

Ik hoorde van een verbalisant dat hij in de diepvries een rol aantrof welke hij vond ruiken naar speed.

16. Inbeslagneming aan de [adres] te Steenbergen op 10 juli 2020 bij [medeverdachte] , goednummer PL2000-2020177662-2216454, object Verdovende mid (Amfetamine), 241 g.

17. Inbeslagneming aan de [adres] te Steenbergen op 10 juli 2020 bij [medeverdachte] , goednummer PL2000-2020177662-2216465, object Verdovende mid, 10 g.

18. Inbeslagneming aan de [adres] te Steenbergen op 10 juli 2020 bij [medeverdachte] , goednummer PL2000-2020177662-2216474, object Verdovende mid, 6 g.

19. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 juli 2020 (pg. 53), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 6] :

OVERZICHT GEWICHTEN AANGETROFFEN DRUGS

Amfetamine

Goednummer 2216454 241 gram

Goednummer 2216465 10 gram

Goednummer 2216474 6 gram

Totaal 258 gram

De rechtbank corrigeert de kennelijke optelfout van 258 gram naar 257 gram.

20. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 juli 2020 (pg. 73), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] :

Op 30 juli 2020 onderzochten wij het navolgende monster met vermoedelijk verdovende middelen:
Monster 1
Goednummer PL2000-2020177662-2216552
Object Verdovende mid (Amfetamine)
Spoor identificatienr. AANK6933NL
Bijzonderheden Monster van bronpartij 245 gram, goednummer 2216454

21. Het NFI-rapport d.d. 30 juli 2020 (pg. 75), voor zover inhoudende als verklaring van rapporteur [naam] :

Onderzoeksmateriaal en conclusie

Kenmerk Omschrijving FO Conclusie
AANK6933NL pasta, wit, uit 245 gram bevat amfetamine

22. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 juli 2020 (pg. 76), voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [medeverdachte] :

V: Wat is u verblijfsadres?

A: [adres] Steenbergen.

(…)

Ik ben getrouwd met [medeverdachte] en woon daar dus mee samen.

V: In de woonkamer, op het adres [adres] in Steenbergen, is drugs aangetroffen. Wat kan u hierover verklaren?
A: Dat lag in het ornament, en her en der een beetje.

V: Lag er ook nog iets in de vriezer?
A: Ook nog een beetje speed volgens mij. Dit zat in een plastic zakje.

1 ECLI:NL:HR:2020:504