Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:6299

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10-12-2020
Datum publicatie
03-06-2021
Zaaknummer
AWB - 20 _5531
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WIA

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/5531 WIA

uitspraak van 10 december 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres,

gemachtigde: mr. J.W. van de Wege,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Eindhoven), verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 17 februari 2020 (bestreden besluit) van het UWV inzake de weigering een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 26 november 2020.

Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Het UWV is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

Overwegingen

1. Feiten en omstandigheden

Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Eiseres is werkzaam geweest als verzorgende. Voor dat werk is zij op 11 juli 2017 uitgevallen vanwege psychische klachten.

Bij besluit van 14 juni 2019 (primair besluit) heeft het UWV geweigerd per 9 juli 2019 aan eiseres een WIA-uitkering toe te kennen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

2. Omvang geschil

In geschil is of het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd per 9 juli 2019.

3. Wettelijk kader

In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is bepaald dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.

Volgens artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat pas recht op uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.

Van belang is dan ook:

- of eiser medische beperkingen heeft en

- of hij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.

4. Medische beoordeling

Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd op rapportages van een arts - getoetst en akkoord bevonden door een verzekeringsarts - en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) van het UWV.

4.1

De primaire arts heeft eiseres op het spreekuur van 29 mei 2019 gezien en haar psychisch onderzocht. Er is geen medische informatie van derden opgevraagd omdat voldoende informatie aanwezig was. De arts rapporteert dat eiseres mentale belemmeringen ervaart ten aanzien van omgaan met hectiek en veranderingen, het aangaan van sociale contacten en omgaan met stress en druk. Dit baseert de arts op bevindingen bij eigen onderzoek en informatie in het dossier. De belemmeringen die eiseres ervaart, zijn deels passend bij de onderliggende problematiek. Er is bij eiseres sprake van medische problematiek waardoor zij beperkingen heeft in het functioneren. Eiseres heeft beperkingen op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren. Eiseres ondergaat een adequate behandeling vanwege de medische problematiek. De verwachting is dat de behandeling een positieve invloed zal hebben op de medische situatie en belastbaarheid van eiseres. Gezien de aard van de problematiek en het beloop in de afgelopen jaren, is de verwachting dat enige beperkingen op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren zullen blijven bestaan.

De beperkingen en de belastbaarheid van eiseres zijn neergelegd in de FML van 29 mei 2019.

De verzekeringsarts b&b heeft eiseres gezien op de hoorzitting van 18 december 2019 en dossieronderzoek verricht. De verzekeringsarts b&b heeft eiseres psychisch onderzocht. Verder heeft de verzekeringsarts b&b medische informatie van de huisarts van 16 augustus 2019 en van de psycholoog van 4 november 2019 in zijn onderzoek betrokken. Op basis van de beschikbare gegevens ziet de verzekeringsarts b&b aanleiding de door de verzekeringsarts beschreven medische belastbaarheid te wijzigen. De verzekeringsarts heeft in de FML uitgebreide beperkingen aangegeven voor mentale belasting die conform bevindingen zijn te achten, maar is op enkele aspecten onvoldoende tegemoet komen aan de medische problematiek.

Vanuit de in bezwaar ingebrachte informatie van medische behandelaars is verder geen nieuw inzicht ontstaan met betrekking tot de onderliggende problematiek bij eiseres. De verzekeringsarts b&b rapporteert dat in de beoordeling van het bezwaar voldoende nieuwe feiten of medische bevindingen naar voren zijn gekomen met betrekking tot de datum in geding, die de visie ten aanzien van de medische belastbaarheid beïnvloeden. De beoordeling van het bezwaar vormt aanleiding om de primair vastgestelde belastbaarheid te wijzigen. Op basis van de diagnostiek en het dagverhaal is er bij volledig passend werk onvoldoende reden om een medische rustnoodzaak van 4 uur per dag aan te nemen. Gelet op het feit dat er sprake is van medicatiegebruik en een kwetsbaar evenwicht, acht de verzekeringsarts b&b wel plausibel dat eiseres in een werksituatie makkelijker overbelast wordt, reden waarom zij beperkt wordt geacht ten aanzien van nachtwerk en onregelmatige diensten, alsook voor bovennormale belasting. Er wordt een urenbeperking gesteld van gemiddeld ongeveer 8 uur per dag.

De verzekeringsarts b&b heeft de gewijzigde FML op 24 december 2019 vastgesteld.

4.2

Beroepsgronden

Eiseres kan zich niet verenigen met de afwijzing van haar WIA-aanvraag. Zij heeft tegen het medisch oordeel en de medische belastbaarheid van het UWV aangevoerd dat zij het niet eens is met de mate van arbeidsongeschiktheid. Zoals de psycholoog in haar brief van 4 november 2019 aangeeft, liggen de problemen voor eiseres vooral in het intermenselijke contact en gevoelens van sociale onveiligheid. Eiseres stelt dat zij is beperkt met name op het gebied van werktijden en concentratie. Eiseres voert aan dat er ten onrechte geen beperking is opgenomen op het gebied van samenwerken. Zij voert voorts aan dat er bij de functie archiefmedewerker een opleiding gevolgd moet worden die 12 uur per week aan studiebelasting kent. Dit zou, gelet op de beperking in de FML dat eiseres gemiddeld 40 uur per week kan werken, een overschrijding opleveren. Eiseres voert ten slotte aan dat zij, gezien haar psychische problemen, niet in staat is de werkzaamheden uit te oefenen die het UWV van haar verlangt en de geduide functies niet passend zijn te achten.

4.3

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Uit de rapportages van de primaire arts (getoetst en goedgekeurd door een verzekeringsarts) evenals van de verzekeringsarts b&b, blijkt dat zij op de hoogte waren van de door eiseres gestelde klachten, waaronder de psychische klachten van eiseres. De verzekeringsartsen hebben naar die klachten onderzoek verricht. De verzekeringsartsen hebben eiseres gezien en dossieronderzoek verricht. De verzekeringsartsen hebben eiseres psychisch onderzocht. Ook heeft de verzekeringsarts b&b de informatie van de behandelend sector (psycholoog) in de heroverweging betrokken. Daarmee acht de rechtbank het medisch onderzoek zorgvuldig.

Bij de opstelling van de FML van 24 december 2019 is met het geobjectiveerde deel van de klachten voldoende rekening gehouden.

Eiseres heeft in beroep ook geen medische informatie overgelegd die aanleiding kan geven om te twijfelen aan de bevindingen van de verzekeringsarts b&b.

De rechtbank is niet gebleken dat in de FML van 24 december 2019 de beperkingen van eiseres zijn onderschat. Voor een verdergaande beperking op de items in de FML zoals door eiseres bepleit, bestaat geen grond. Voor de verdere beoordeling gaat de rechtbank dan ook uit van de belastbaarheid die is neergelegd in die FML.

5. Geschiktheid voor de functies

5.1

Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) van het UWV heeft geconcludeerd dat eiseres als gevolg van de aangepaste FML niet alle door de primaire arbeidsdeskundige geduide functies kan uitoefenen. De arbeidsdeskundige b&b acht eiseres voor de door de primaire arbeidsdeskundige geduide functie van commercieel-administratief medewerker (SBC-code 516110) en inkoper (SBC-code 516150) niet geschikt, omdat eiseres deze functie gezien haar beperkingen niet kan uitoefenen.

Een arbeidsdeskundige b&b van het UWV heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid: archiefmedewerker (SBC-code 553020), wikkelaar (SBC-code 267053) en assemblage medewerker elektrotechnische producten (SBC-code 267041).

5.2

De rechtbank ziet geen reden om te oordelen dat de voor eiseres geselecteerde functies in medisch opzicht niet passend zijn. De rechtbank verwijst naar het rapport van de arbeidsdeskundige b&b van 14 februari 2020. Daarin is inzichtelijk gemotiveerd dat, uitgaande van de vastgestelde beperkingen, eiseres de werkzaamheden kan verrichten die verbonden zijn aan deze functies.

De rechtbank merkt daarbij op dat er op het gebied van samenwerken wel een beperking is opgenomen in die zin dat eiseres met anderen kan werken maar met een eigen, van tevoren, afgebakende deeltaak. De opleiding wordt als onderdeel gezien van de functie van archiefmedewerker, zo heeft het UWV nader toegelicht. Deze studie zal dan ook niet naast de genoemde werktijden verricht hoeven te worden, maar tijdens de werktijden gevolgd kunnen worden. Het standpunt van eiseres dat zij niet in staat is de geduide functies te verrichten, vloeit voort uit haar opvatting dat haar medische beperkingen zijn onderschat. Zoals de rechtbank in overweging 4.3 heeft geconcludeerd, is die opvatting niet juist.

6. Voor zover eiseres ter zitting nog heeft willen betogen dat het onderzoek onzorgvuldig is omdat het UWV de aanvullende beroepsgronden niet (opnieuw) heeft voorgelegd aan de verzekeringsarts b&b en/of de arbeidsdeskundige, faalt deze grief. Daarbij overweegt de rechtbank dat de in het aanvullend beroepschrift opgeworpen gronden goeddeels reeds bekend waren bij het UWV en bovendien niet met nadere (medische) informatie zijn onderbouwd.

7. Mate van arbeidsongeschiktheid

Op basis van de inkomsten die eiseres met de geduide functies zou kunnen verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot de conclusie dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Omdat eiseres tegen deze berekening geen gronden naar voren heeft gebracht, gaat de rechtbank uit van deze mate van arbeidsongeschiktheid.

Omdat pas recht bestaat op een WIA-uitkering bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer, heeft het UWV de WIA-uitkering terecht geweigerd per 9 juli 2019.

Het beroep zal dan ook ongegrond worden verklaard.

8. Proceskosten en griffierecht

Er is geen reden een proceskostenveroordeling uit te spreken.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M. Schotanus, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Azmi, griffier, op 10 december 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.