Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:6166

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
09-12-2020
Datum publicatie
10-12-2020
Zaaknummer
02/175505-20, 02/048162-19 (tul), 02/143227-19 (tul) en 02/257281-20 (gevoegd ttz.)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Internationaal publiekrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

rijspraak poging ripdeal. Medeplegen voorbereiding diefstal met geweld en afpersing. Vernieling. Diefstal. Mishandeling. (Voorwaardelijke) gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummers: 02/175505-20, 02/048162-19 (tul), 02/143227-19 (tul) en 02/257281-20 (gevoegd ttz.)

vonnis van de meervoudige kamer van 9 december 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats]

zonder vaste woon-of verblijfplaats

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Torentijd te Middelburg

raadsman mr. A.M.J. Comans, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 november 2020, waarbij de officier van justitie, mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter zitting zijn ook de vorderingen tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermelde parketnummers.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Parketnummer 02/175505-20

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1

samen met anderen door middel van het gebruik van vuurwapens heeft geprobeerd om een hoeveelheid wiet van [slachtoffer] (‘ [slachtoffer] ’) te stelen, waarbij die [slachtoffer] doorgeladen vuurwapens zijn getoond, onder schot is gehouden en in de richting van [slachtoffer] is geschoten.

Feit 2

samen met andereneen misdrijf, te weten diefstal met geweld en/of afpersing in vereniging, heeft voorbereid door een personenauto, pepperspray, vuurwapens of op vuurwapens gelijkende voorwerpen te verwerven of voorhanden te hebben, bestemd tot het begaan van dat misdrijf.

Parketnummer 02/257281-20

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: op 15 maart 2020 een deur, de deurpost, het beslag op de deur en een tafel van [naam 2] heeft vernield of beschadigd.
Feit 2: op 15 maart 2020 de woning van [naam 2] wederrechtelijk is binnengedrongen.

Feit 3: op 19 mei 2020 de telefoon en de airpods (oordopjes) van [naam 2] heeft weggenomen;

Feit 4: op 21 juni 2020 een deur, de deurpost en het beslag op de deur van [naam 2] heeft vernield of beschadigd.

Feit 5: op 29 juni 2020 [naam 2] heeft mishandeld.

Feit 6: op 29 juni 2020 de woning van [naam 2] wederrechtelijk is binnengedrongen.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

Parketnummer 02/175502-20

De officier van justitie vordert vrijspraak voor feit 1. Uit het dossier blijkt onvoldoende dat sprake is geweest van uitvoeringshandelingen om een voltooide poging tot diefstal met geweld te kunnen bewijzen. De officier van justitie acht feit 2 primair wel wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie stelt dat uit de WhatsApp gesprekken volgt dat verdachte samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft gesproken over de voorbereiding van een nog te plegen misdrijf: het beroven van ‘ [slachtoffer] ’, waarbij het gebruik van geweld nadrukkelijk het onderwerp van gesprek was. Ook wordt in deze WhatsApp gesprekken gesproken over het maken van een afspraak met het beoogde slachtoffer, het maken van een plan, een rolverdeling en de verdeling van de opbrengst. Verdachten hebben voor dat doel een auto, pepperspray en twee (nep)vuurwapens voorhanden gehad om te gebruiken bij de uitvoering van het te plegen delict.

Parketnummer 02/257281-20

De officier van justitie acht de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd met betrekking tot het bewijs.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

4.3.2

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Parketnummer 02/175502-20

Vaststelling van de feiten

Op grond van de bewijsmiddelen is naar het oordeel van de rechtbank het volgende vast komen te staan. In de periode van 8 januari 2020 tot 12 januari 2020 heeft WhatsAppcontact tussen enerzijds [geboorteplaats] , en anderzijds [naam 3] , respectievelijk [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] plaatsgevonden.

In deze gesprekken gaat het over mogelijke doelwitten die [geboorteplaats] samen met anderen kon beroven (‘racen’). [naam 3] heeft aan [geboorteplaats] voorgesteld om [slachtoffer] (bijnaam: ‘ [slachtoffer] ’) te beroven. [naam 3] heeft vervolgens met [geboorteplaats] afgesproken dat hij ten opzichte van ‘ [slachtoffer] ’ zou doen alsof [geboorteplaats] een halve kilo wiet van ‘ [slachtoffer] ’ wilde kopen en [naam 3] regelde daartoe, in opdracht van [geboorteplaats] , tussen hen een ontmoeting. [geboorteplaats] zou dan op de afgesproken plek in Terneuzen staan en ‘ [slachtoffer] ’ met twee vuurwapens dwingen zijn wiet af te geven.

In een WhatsApp gesprek op 12 januari 2020 tussen [geboorteplaats] en [medeverdachte 2] geeft [geboorteplaats] aan dat hij het plan heeft om ‘ [slachtoffer] ’ te beroven van een halve kilo wiet. [geboorteplaats] vraagt aan [medeverdachte 2] of hij mee wil doen, waarop [medeverdachte 2] zich bereid verklaart om deel te nemen.

Uit WhatsAppcontact tussen [geboorteplaats] en [medeverdachte 1] op 12 januari 2020 blijkt dat in eerste instantie twee ripdeals waren gepland, eerst in Terneuzen en de volgende dag in Zierikzee. [medeverdachte 1] heeft [geboorteplaats] gevraagd om een dergelijk klusje, omdat hij geld nodig had. [medeverdachte 1] zou chauffeuren en zijn pepperspray meenemen. Verder zou hij nagaan of er die avond geen politiecontroles waren. Diezelfde avond heeft [medeverdachte 1] [geboorteplaats] met zijn auto opgehaald. Vervolgens hebben zij samen [medeverdachte 2] in Terneuzen opgehaald. [medeverdachte 2] zou als bewaker fungeren, omdat hij groot is. [geboorteplaats] heeft twee op vuurwapens (gas-alarmpistolen) gelijkende voorwerpen meegenomen. Op basis van het dossier kan onvoldoende worden vastgesteld dat sprake was van echte vuurwapens.

In de auto wordt de rolverdeling nader geconcretiseerd. [medeverdachte 1] zou zogenaamd de wiet van ‘ [slachtoffer] ’ kopen en [geboorteplaats] en [medeverdachte 2] zouden de beroving doen, waarbij [geboorteplaats] aan ‘ [slachtoffer] ’ de twee wapens dreigend zou tonen en [medeverdachte 2] de wiet van ‘ [slachtoffer] ’ zou afpakken. [medeverdachte 2] zou hiervoor als beloning 50 gram wiet krijgen. [geboorteplaats] zou het overige deel houden en [medeverdachte 1] zou minimaal € 200,= voor zijn aandeel krijgen.

[geboorteplaats] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben in de auto op de afgesproken plek in Terneuzen gewacht. [medeverdachte 1] is op een gegeven moment uitgestapt om te kijken of ‘ [slachtoffer] ’ er al was. Vervolgens is er op [geboorteplaats] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] geschoten, terwijl zij zich in de geparkeerde auto bevonden. Hierbij heeft [geboorteplaats] schotwonden opgelopen.

Hierop zijn [geboorteplaats] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in de auto weggereden. Onderweg heeft [medeverdachte 1] de pepperspray weggegooid. [medeverdachte 2] is bij tankstation [tankstation] uit de auto gestapt en heeft de twee nepwapens weggegooid dan wel verstopt in de bosjes. [geboorteplaats] en [medeverdachte 1] hebben in de auto gewacht op de ambulance.

Ten aanzien van de feit 1

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat sprake is geweest van uitvoeringshandelingen gericht op het met geweld beroven van ‘ [slachtoffer] ’. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van de primair ten laste gelegde poging tot diefstal met geweld, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 2

Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend dat sprake is van voorbereidingshandelingen gericht op diefstal met geweld en/of afpersing, nu verdachte en zijn medeverdachten twee op vuurwapens gelijkende voorwerpen, pepperspray en een personenauto voorhanden hebben gehad en zij het voornemen hadden daarmee [slachtoffer] ( in Terneuzen van een halve kilo wiet te beroven. De rechtbank is van oordeel dat daarmee voldoende vast staat welk concreet misdrijf verdachte en zijn medeverdachten voor ogen hadden en waartoe voornoemde voorwerpen bestemd waren.

De rechtbank is van oordeel dat uit de hierboven vastgestelde feiten, waarbij de verdachten vooraf een gezamenlijke plan hadden, ze samen op weg zijn gegaan om het plan uit te voeren, ze samen zijn vertrokken toen de ripdeal mislukte, de rolverdeling en de verdeling van de opbrengst, genoegzaam blijkt dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .

De rechtbank acht feit 2 dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Parketnummer 02/257281-20

De rechtbank acht de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. De bewezenverklaring is gegrond op de aangiften en bekennende verklaring van verdachte ter zitting. Daarom zal worden volstaan met deze opgave van deze bewijsmiddelen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Parketnummer 02/175502-20

Feit 2
op 12 januari 2020 te Terneuzen tezamen en in vereniging met anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld in vereniging of afpersing in vereniging (artikel 312 en/of 317 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk een personenauto (Audi) en pepperspray en op vuurwapens gelijkende voorwerpen, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad.

Parketnummer 02/257281-20

Feit 1
op 15 maart 2020 te Vlissingen opzettelijk en wederrechtelijk een deur en de deurpost en het beslag op de deur en een tafel dat aan [naam 2] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd;

Feit 2
op 15 maart 2020 te Vlissingen in de woning, gelegen aan de [adres 1] , bij een ander, te weten bij [naam 2] , in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen;

Feit 3
op 19 mei 2020 te Vlissingen een telefoon en airpods (oordopjes) die toebehoorden, aan [naam 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Feit 4
op 21 juni 2020 te Vlissingen opzettelijk en wederrechtelijk het beslag op de deur dat aan [naam 2] toebehoorde, heeft vernield;

Feit 5
op 29 juni 2020 te Vlissingen [naam 2] heeft mishandeld door die [naam 2] een kopstoot te geven;

Feit 6
op 29 juni 2020 te Vlissingen, in de voor de nachtrust bestemde tijd, wederrechtelijk is binnengedrongen in de woning, gelegen aan de [adres 1] , bij een ander, te weten bij [naam 2] , in gebruik, waarbij verdachte zich de toegang tot die woning heeft verschaft middels braak.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en de verplichting zich de houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dit zou inhouden het volgen van een forensische psychologische behandeling.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt in de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte is als persoon gegroeid en hij neemt, ook ten overstaan van zijn medeverdachten, zijn verantwoordelijkheid. De verdediging vindt de strafeis van de officier van justitie niet onredelijk, maar verzoekt om aan verdachte een groter voorwaardelijk strafdeel op te leggen. Verdachte is bereid en gemotiveerd om zich aan de bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering, te houden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorbereiden van een diefstal met geweld en/of afpersing. Verdachte heeft samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] een plan beraamd om een zogenoemde ripdeal te plegen op [slachtoffer] en hem met geweld of bedreiging met geweld te beroven van een halve kilo wiet. De verdachten hebben ter uitvoering van dit plan een auto, pepperspray en twee nepvuurwapens voorhanden gehad. Het is echter nooit tot de beoogde diefstal gekomen, nu verdachten, terwijl zij in de auto op de afgesproken plek zaten, zijn beschoten, waarbij medeverdachte [geboorteplaats] is geraakt en verwondingen heeft opgelopen.

De rechtbank acht deze voorgenomen ripdeal zeer ernstig, omdat uitvoering van het door verdachte en zijn medeverdachten beoogde plan niet alleen angst bij het beoogde slachtoffer veroorzaakt, maar ook omdat het bij omstanders en omwonenden in de woonwijk tot veel angst kan leiden. Het voorgenomen feit maakt een grote inbreuk op de rechtsorde en het vergroot het gevoel van onveiligheid in de maatschappij. Bovendien zorgen ripdeals voor een spiraal aan geweld, wat in dit geval ook tot uiting is gekomen. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij bij het beramen en uitvoeren van dit feit enkel oog heeft gehad voor de mogelijke financiële winst en niet voor de gevolgen van het delict voor anderen.

De rechtbank is van oordeel dat op een dergelijk feit niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank heeft voor wat betreft de hoogte van de gevangenisstraf aansluiting gezocht bij straffen die in gevallen vergelijkbaar met onderhavige worden opgelegd.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan huisvredebreuk, vernielingen en mishandeling van zijn toenmalige partner door haar een kopstoot te geven. Verdachte heeft niet alleen materiële schade veroorzaakt, maar heeft ook inbreuk gemaakt op de privacy en het gevoel van veiligheid van het slachtoffer. Deze feiten vonden bovendien plaats in de woning van het slachtoffer, de plaats waar zij zich bij uitstek veilig moet kunnen voelen.

Verdachte heeft voorts op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk.

De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van verdachte van 14 oktober 2020. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor vermogens- en geweldsdelicten.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van psycholoog mr. drs. R.A. Sterk van 8 oktober 2020 over verdachte. Psycholoog Sterk concludeert dat bij verdachte sprake is van

een posttraumatische stressstoornis, die vooral na het tenlastegelegde is ontstaan, van een matige stoornis in cannabisgebruik en van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Sterk komt tot de conclusie dat de stoornissen van verdachte hebben doorgewerkt in zijn keuzes en gedragingen, maar dat deze doorwerking niet dwingend is. Volgens Sterk had verdachte ook van het plegen van de strafbare feiten af kunnen zien. Hij adviseert dan ook om de tenlastegelegde feiten verdachte volledig toe te rekenen. Verder schat Sterk het risico op herhaling op agressief gedrag in als matig tot hoog. Sterk stelt dat verdachte kan profiteren van behandeling, maar gezien zijn behandelgeschiedenis moet de kans van slagen niet al te rooskleurig worden ingeschat. Sterk ziet mogelijkheden voor verdachte tot behandeling in een forensisch psychiatrische polikliniek, waarbij in eerste instantie het delictgedrag van verdachte het uitgangspunt vormt voor de behandeling, waarna vervolgens kan worden gewerkt aan de geconstateerde PTSS, hechtingsproblematiek en het verhoogde wantrouwen van verdachte. Verder acht Sterk het van belang dat verdachte komt te wonen in een setting waarin hij begeleiding krijgt. Om verdachte optimaal te motiveren, adviseert Sterk om voornoemde behandeling en begeleiding als bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen.

Ook door verslavingsreclassering Emergis is over verdachte een advies uitgebracht. Uit dit advies van 23 november 2020 blijkt dat verdachte zich in het verleden veelvuldig heeft onttrokken aan begeleiding en zorg, maar dat hij zich nu gemotiveerd toont om zijn leven een andere wending te geven. Ondanks de risico’s (op onder andere het onttrekken aan de voorwaarden) is Stichting Door bereid verdachte een kans te geven, zodat hij kan laten zien dat zijn intenties oprecht zijn. Ondanks de positieve omslag die de reclassering in de detentiesetting ziet, ziet zij ook risico's op onttrekking wanneer verdachte deze houding moet volhouden buiten de muren van de gecontroleerde setting. Bij tegenslagen is verdachte geneigd impulsief te handelen en consequenties van zijn gedrag overziet hij niet.

De reclassering is daarom voornemens de forensische behandeling reeds op te starten binnen deze detentiesetting. De reclassering adviseert in navolging van psycholoog Sterk aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, ambulante behandeling en begeleid wonen of maatschappelijke opvang.

De rechtbank houdt verder bij de bepaling van de hoogte van de gevangenisstraf rekening met de strafverzwarende omstandigheid verdachte met het plan tot het plegen van de ripdeal is gekomen en vervolgens bewust [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft benaderd. De buit zou weliswaar worden verdeeld, maar het overgrote merendeel van de opbrengst was bestemd voor verdachte. Verder werkt het strafverzwarend dat verdachte ten behoeve van de uitvoering van het beoogde plan de twee (nep)vuurwapens heeft meegenomen.

Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat gelet op de ernst en het aantal feiten dat bewezen wordt verklaard de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf voldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van verdachte. Zij zal dan ook aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Het voorwaardelijk strafdeel dient de door de reclassering geadviseerde voorwaarden, een meldplicht, ambulante behandeling en begeleid wonen, mogelijk te maken.

7 De vordering tot tenuitvoerlegging

Parketnummer 02/143227-19

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van één week die aan verdachte is opgelegd bij onherroepelijk vonnis van de politierechter te Middelburg van 4 december 2019 ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

Parketnummer 02/048162-19

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke werkstraf van 40 uur die aan verdachte is opgelegd bij onherroepelijk vonnis van de kinderrechter te Middelburg van 19 augustus 2019 niet ten uitvoer zal worden gelegd, maar dat de proeftijd met één jaar wordt verlengd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. De rechtbank ziet echter aanleiding om te volstaan met verlenging van de proeftijd met één jaar.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 46, 47, 57, 138, 300, 310, 312, 317 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van feit 1 onder parketnummer 02/175505-20.

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Parketnummer 02/175505-20

feit 2: medeplegen van voorbereiding van diefstal met geweld en/of afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

en

medeplegen van voorbereiding van afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Parketnummer 02/257281-20

feit 1: Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen of beschadigen, meermalen gepleegd

feit 2: In de woning, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen;

feit 3: Diefstal;

feit 4: Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen of beschadigen;

feit 5: Mishandeling;

feit 6: In de woning, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden, waarvan 3 (drie) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich binnen 2 dagen na het ingaan van de proeftijd bij Emergis

Verslavingsreclassering op het adres Vrijlandstraat 33, 4337 EA te Middelburg meldt. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

* dat verdachte zich zal laten behandelen door Forensische Zorg Zeeland of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start per december 2020 en de behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.

* dat verdachte zal verblijven in Stichting Door of een soortgelijke instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend aan zijn detentieperiode en het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Daarbij houdt verdachte zich aan de huisregels en het dagprogramma dat deze instelling in overleg met de reclassering voor hem/haar heeft opgesteld.

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Vordering tenuitvoerlegging parketnummer 02/143227-19

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 4 december 2019 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 02/143227-19 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf van 1 (één) week;

Vordering tenuitvoerlegging parketnummer 02/048162-19

- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af, maar verlengt de proeftijd met 1 (één) jaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Gillesse, voorzitter, mr. I.M. Josten en mr. H. Skalonjic, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. de Koster, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 december 2020.

Mr. Skalonjic en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

10 Bijlage I

De tenlastelegging

Parketnummer 02/175502-20

Feit 1

hij op of omstreeks 12 januari 2020 te Terneuzen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een hoeveelheid geld en/of wiet, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] en/of een of meer onbekend gebleven anderen, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] en/of een of meer anderen, te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, die [slachtoffer] en/of een of meer anderen een of meer doorgeladen vuurwapens heeft/hebben getoond, en/of die [slachtoffer] en/of een of meer anderen onder schot heeft/hebben gehouden en/of vervolgens met die vuurwapen(s) op/in de richting van die [slachtoffer] en/of een of meer anderen heeft/hebben geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2
hij op of omstreeks 12 januari 2020 te Vlissingen en/of Terneuzen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenis van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld in vereniging en/of afpersing in vereniging (artikel 312 en/of 317 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk een personenauto (Audi) en/of pepperspray en/of (vuur)wapens en/of op vuurwapens gelijkende voorwerpen, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad.

Parketnummer 02/257281-20


Feit 1
hij op of omstreeks 15 maart 2020 te Vlissingen opzettelijk en wederrechtelijk een deur en/of de deurpost en/of het beslag op de deur en/of de deurpost en/of een tafel, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [naam 2] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

Feit 2
hij op of omstreeks 15 maart 2020 te Vlissingen in de woning, gelegen aan de [adres 1] , bij een ander, te weten bij [naam 2] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen;

Feit 3
hij op of omstreeks 19 mei 2020 te Vlissingen een telefoon en/of airpods (oordopjes), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Feit 4
hij op of omstreeks 21 juni 2020 te Vlissingen opzettelijk en wederrechtelijk een deur en/of de deurpost en/of het beslag op de deur en/of de deurpost, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [naam 2] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

Feit 5
hij op of omstreeks 29 juni 2020 te Vlissingen [naam 2] heeft mishandeld door die [naam 2] een kopstoot te geven;

Feit 6
hij op of omstreeks 29 juni 2020 te Vlissingen, in de voor de nachtrust bestemde tijd,
wederrechtelijk is binnengedrongen in de woning, gelegen aan de [adres 1] ,
bij een ander, te weten bij [naam 2] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in
gebruik, waarbij verdachte zich de toegang tot die woning heeft verschaft middels braak.

11 Bijlage II

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Parketnummer 02/175505-20

Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZB1R020004 (onderzoek Ryoliet) van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 2067.

Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, betreft onderzoek Samsung J4 [geboorteplaats] , van 19 januari 2020, opgenomen op pagina’s 197, 203, 204 en 205 van voornoemd eindproces-verbaal, inhoudende – zakelijk weergegeven – :

De telefoon van verdachte [geboorteplaats] is onderzocht. Uit de veiliggestelde gegevens bleek het volgende.

Het WhatsApp-gesprek was met een contact [naam 1] met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] .

Op 12 januari 2020 om 16:44 uur vroeg [geboorteplaats] aan [naam 1] of hij vandaag met hem kon komen praten. [geboorteplaats] vroeg of [naam 1] hem kon helpen om personen te racen. [geboorteplaats] was op zoek naar zuen (wiet). [naam 1] vroeg of er nog plek was in de auto. [geboorteplaats] gaf aan dat [naam 1] mee mocht, maar dat dit niet hoefde. [naam 1] kreeg toch 30% en moest iedereen connecten van [geboorteplaats] . [naam 1] moest halve liters regelen voor [geboorteplaats] . [naam 1] had er eentje in Zierikzee, maar [geboorteplaats] mocht niet zeggen dat hij [naam 1] kende. Dan zou die persoon niet meer komen. Die man deed moeilijk, waarna [geboorteplaats] zei dat hij het kwam halen. [naam 1] zei dat hij deze man ook al een keer had geraced. [geboorteplaats] schreef “wie [slachtoffer] ” [naam 1] bevestigde dat. [naam 1] wilde eerst zijn lean hebben in Goes. Lean is een drankje van hoestdrank met de stoffen codeïne en prometazhine erin. [geboorteplaats] zei dat hij met [naam 1] wilde werken en dat zodra hij de buit had, dan zou [naam 1] zijn lean krijgen. [geboorteplaats] kende iemand waar je 10 liter kon nakken (stelen). [naam 1] snapte dit, maar voor het geval het fout ging. [naam 1] moest nog wel wat dingen regelen. [geboorteplaats] vroeg om 17:48 uur wat die [slachtoffer] had gezegd. [naam 1] . schreef dat die niet meer verkocht en iets moest regelen. [naam 1] vroeg waar “die guy” vandaan kwam, waarop [geboorteplaats] antwoordde uit Vlissingen. [naam 1] moest aangeven dat die man gelijk betaalde, maar eerst die zuen (wiet) wilde zien. [naam 1] vroeg of hij die man toch niet ging racen, waarop [geboorteplaats] schreef dat hij dit wel ging doen. [naam 1] schreef dat het vandaag nog wel ging lukken. [naam 1] vroeg om het telefoonnummer van die persoon met die 10 liter. [geboorteplaats] zei dat ze die samen konden nakken. Om 18:24 uur vroeg [geboorteplaats] of die Dave gek was. [naam 1] schreef “hij komt sws ook met naku denk ik voor halve liter”. [geboorteplaats] schreef “dus AI’s ik 2 steps Op ze hoofd zet hij lan niks ik pa allees ban hem”. Met streps worden vermoedelijk in straattaal pistolen bedoeld. [naam 1] antwoordde “ja dan poept die”. [geboorteplaats] schreef toen “pepperspray hem nog”. [naam 1] schreef “Die pepperspray is kk zuur wollah”. [geboorteplaats] antwoordde “ewa moet hij maar afgeven”. [naam 1] schreef “ik ga echt lagge als die man gekanteld word. Hij praatte zo groot vorige keer. Dat die je helemaal kapot maakt als die je ziet.” [geboorteplaats] schreef dat hij die man al drie keer gekanteld had. Laatst nog 5 liter lean. [naam 1] vroeg of [geboorteplaats] het wilde filmen. [geboorteplaats] vroeg of die man naar Goes kon komen, waarop [naam 1] schreef dat de man zijn “ribba” (rijbewijs) in beslag was genomen. [geboorteplaats] vroeg of die man een foto kon sturen van die wieri (wiet) en of die man ook molly pillen had. [geboorteplaats] wilde er “1K”(1000) of 500.
Om 20:05 uur vroeg [geboorteplaats] hoe het ervoor stond. [naam 1] antwoordde dat het pas de volgende dag werd. Om 20:41 uur schreef [naam 1] “Je kan terry ”. [geboorteplaats] vroeg om een foto. [naam 1] schreef dat [geboorteplaats] nu kon komen en vroeg of hij opgehaald kon worden in Zierikzee. [geboorteplaats] zei dat hij nu ging., waarna [naam 1] een foto stuurde met daarop hennep afgebeeld. [geboorteplaats] vroeg om een locatie en vroeg of die man naar Zuidpolder kon komen op de parkeerplaats bij de [winkel] . Om 20:52 uur vroeg [geboorteplaats] aan [naam 1] of hij hem niet ging nakken, waarop [naam 1] antwoordde dat hij dat natuurlijk niet zou doen. [naam 1] had ook problemen met die [slachtoffer] . [geboorteplaats] vroeg of die man met de wieri (wiet) komt, waarop [naam 1] antwoordde dat die man dacht dat hij zelf kwam.

[naam 1] gaf als locatie door [adres 2] , waarbij er voor de flat geparkeerd moest worden. [naam 1] moest van [geboorteplaats] zeggen dat die het niet kon vinden. [naam 1] antwoordde “kzeg je eerlijk daar heeft hij schijt aan altijd man kan het nooit vinden in terneuzen”.
[geboorteplaats] dacht dat die man niet alleen naar buiten zou komen. [naam 1] zei dat hij dat ook niet zou doen voor een halve liter (kilo). De man had aan [naam 1] aangegeven dat hij met nog iemand kwam. [geboorteplaats] vroeg of ze konden afspreken bij de parkeerplaats bij de [winkel] . [naam 1] antwoordde dat de man niet met een zak wiet op die parkeerplaats wilde staan in verband met camera’s. Voor die flat was een parkeerplaats. [geboorteplaats] moest niet stressen, want wat kon er gebeuren. Die man ziet het nooit aankomen. [naam 1] moest doorgeven dat het een uur later werd. [naam 1] gaf aan dat [geboorteplaats] op die parkeerplaats moest doorrijden tot achter en dan staat die man daar misschien al voor die tijd. [naam 1] vroeg in wat voor een auto [geboorteplaats] reed, die aangaf in een grijze Audi te rijden. [naam 1] zei dat de man in een rode golf 3 kwam. [naam 1] had die man nog nooit uit die man zijn buurt gezien. Ze spraken altijd daar af. Om 22:14 uur gaf [geboorteplaats] aan dat [naam 1] er over 10 minuten zou zijn. [naam 1] moest zeggen dat [naam 1] met iemand anders was die reed. En als hij vraagt waarom je iemand anders had gestuurd, moest [naam 1] zeggen dat het zijn neef was. Want [geboorteplaats] wilde zeker weten dat die man de wiet bij zich had. [naam 1] vroeg waarom, waarop [geboorteplaats] zei dat hij eerst iemand die wiet liet bekijken. [naam 1] zei dat [geboorteplaats] niet zo moest stressen, omdat die man dacht dat [naam 1] kwam, dus die had sowieso de wiet bij zich. Om 22:22 uur gaf [geboorteplaats] aan dat hij er stond en dat hij er heen zou lopen. Om 22:26 uur schreef [geboorteplaats] dat die man er niet stond. Hij had de auto geparkeerd en was er lopend heen gegaan. Hij zag geen Golf. [geboorteplaats] vroeg waar die man stond. [naam 1] schreef dat de man helemaal achterin de parking stond in zijn auto. Het was de laatste auto, een rode Golf. [geboorteplaats] zei dat er geen rode Golf stond. [naam 1] schreef dat die man reageerde dat het een rode Swift was. [naam 1] vroeg of [geboorteplaats] daar nog was, waarop [geboorteplaats] antwoordde dat hij was weg gereden. Om 22:33 uur schreef [geboorteplaats] dat hij weer terug ging. [geboorteplaats] zei dat die man naar de busstation moest komen, want misschien stond die man daar wel met zijn bradda (broer). [naam 1] schreef “ja en dan ze hebben dan toch wellou guns bij. Er is niks om te stressen die man denkt dat ik kom". [geboorteplaats] zei dat hij die man niet zag. [naam 1] zei dat hij toch mee had moeten gaan en vroeg om een foto waar [geboorteplaats] stond. [geboorteplaats] stuurde een foto van de garageboxen en zei dat hij bij die garages was. [naam 1] zei dat de man gewoon achter op die parkeerplaats staat. “Maar faka man hij staat daar gwn je hebt kaulo 2 straps gek. Wat kan er mis gaan”. Kaulo strap betekend in straattaal tering geweren. [naam 1] moest doorgeven dat die man naar [geboorteplaats] moest komen, omdat hij hem wilde verrassen. Om 22:43 uur stuurde [geboorteplaats] nog een foto van de garageboxen waar hij stond. [naam 1] gaf aan dat de man wilde dat er opgeschoten moest worden,, anders ging die man zo weg. [geboorteplaats] moest bij die man komen anders geen wiet. Om 22:49 uur stuurde [geboorteplaats] een en vroeg of het deze flat was. [naam 1] zou wel een foto sturen van de locatie. [geboorteplaats] moest de [adres 2] op en dan op de parkeerplaats helemaal naar achteren rijden. Zo simpel was het. Om 22:54 uur schreef [naam 1] als laatste “Kil”.

Het WhatsApp gesprek was met een contact [medeverdachte 2] met het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Op 8 januari 2020 om 06:27 uur stuurde [geboorteplaats] een bericht dat hij een optie had, maar dat [medeverdachte 2] zijn facebook nodig had. Bij hem kon niet, want ze kenden hem al. [geboorteplaats] wilde een paar Hulst boys kantelen (beroven), ene yaniek. [medeverdachte 2] vroeg of hij een nieuwe account moest maken. [geboorteplaats] zei dat een nieuwe geen zin had, omdat die persoon dat ziet. Het liefst had [geboorteplaats] een account van een tanga (meisje) uit Hulst. [medeverdachte 2] zei dat dit lastig was, maar dat zijn account wel kon. [geboorteplaats] schreef dat hij Sven gekanteld had, maar dat dit verkeerd gelopen was. [medeverdachte 2] vroeg wat er was gebeurd. [geboorteplaats] antwoordde dat hij in plaats van ene halve kilo maar 250gram had gepakt, omdat die fliker maar 1 tas had mee genomen. [medeverdachte 2] zei dat dit beter was dan niks. [geboorteplaats] schreef dat die persoon wel rende. [geboorteplaats] wilde dadelijk richting Hulst gaan, omdat daar veel te halen was. [medeverdachte 2] schreef “met die ganoe". Met Gan(n)oe wordt in de straattaal vermoedelijk een geweer bedoeld. [geboorteplaats] antwoordde daarom ja. En vroeg of [medeverdachte 2] nog iemand wist. [medeverdachte 2] schreef dat hij niemand wist, omdat hij daar al lang niet was geweest. Hij wist nog wel een Turk, waarop [geboorteplaats] schreef “welke voerkan". [medeverdachte 2] noemde de naam [naam 4] . [geboorteplaats] vroeg wat [medeverdachte 2] van deze persoon wist, want dan zou hij hem die dag nog kantelen. [medeverdachte 2] stuurde een foto, waarna [geboorteplaats] aangaf dat deze persoon een tester wilde die [geboorteplaats] zo gaan brengen. Wieri (wiet) gaat ze maar van iemand anders die geeft hem die tester. [geboorteplaats] zou hem kantelen en dit aan [medeverdachte 2] laten weten. [medeverdachte 2] kwam nog met de naam [naam 5] , maar deze persoon deed [geboorteplaats] niet, omdat [naam 5] een klant van hem was.
Op 12 januari 2020 om 21:18 uur schreef [geboorteplaats] dat er in Hulst mensen zijn met zuen (wiet) en dat hij ze wilde rippen. [geboorteplaats] vroeg “Ben je aan”, waarop [medeverdachte 2] reageerde “Ja tog maar Ben hoofdplaat. [geboorteplaats] kwam hem halen en [medeverdachte 2] moest [naam 6] contacten. [medeverdachte 2] moest aan [naam 6] vragen of die een halve liter (kilo) kon fiksen. [medeverdachte 2] wilde het telefoonnummer hebben. [geboorteplaats] schreef “ik neem je nu mee OP. Een ganga.” [medeverdachte 2] wist dit. [geboorteplaats] schreef dat hij “ [slachtoffer] ga ik nakken van halbe liter zuen”. [geboorteplaats] kwam naar hem toe, waarop [medeverdachte 2] vroeg hoe laat [geboorteplaats] er zou zijn. [geboorteplaats] stuurde zijn locatie naar [medeverdachte 2] (zie punt 1 bij GPS). [geboorteplaats] zei dat [medeverdachte 2] zich warm moest aankleden, omdat ze ergens gingen wachten tot ze die persoon konden pakken. [medeverdachte 2] vroeg of dat ding zeker was. Om 21:26 uur stuurde [geboorteplaats] het bericht dat hij bij de tol stond en schreef dat [medeverdachte 2] die [naam 6] moest connecten. [medeverdachte 2] moest paraat staan. Om 21:50 uur schreef [geboorteplaats] dat [medeverdachte 2] moest komen.

Het WhatsApp gesprek was met een contact [medeverdachte 1] met het telefoonnummer [telefoonnummer 3] .

Op 9 januari 2020 om 18:01 uur schreef [geboorteplaats] dat hij wat aan het fiksen was, een race van 3 a 4 liter. [medeverdachte 1] schreef dat hij ook met iets bezig was, iets van 1-2 maar probeerde meer te regelen. [geboorteplaats] schreef dat hij de dag ervoor een halve had gepakt, waarop [medeverdachte 1] antwoordde met “lekker man”. [medeverdachte 1] schreef dat hij die man probeerde over te halen voor 10, maar hij moest niet te hongerig doen. Anders zou die man dat merken. [medeverdachte 1] zei dat het beter was om in een keer wat meer te doen, anders konden ze vier keer in de week mensen gaan racen. Mogelijk werd met racen bedoeld het rippen/beroven van leveranciers van hennep. Op 11 januari 2020 om 14:48 uur schreef [geboorteplaats] “je moet dadelijk ook al neem je die halve. Zeggen dat je moet pinnen. Pakken en longen Kan ook. We kunenen ook deze boy bedijn”. Vervolgens stuurde [geboorteplaats] een foto van een enveloppe met geld.
Op 12 januari 2020 om 13:09 uur stuurde [medeverdachte 1] dat hij dadelijk een mannetje ging voegen op
snapchat en dat hij met die man ging praten. Misschien dat deze man wel te lokken was. Maar deze man accepteerde het nog niet in ieder geval. [medeverdachte 1] had er twee gevoegd. [geboorteplaats] schreef dat hij er ook eentje had via wikr. Om 15:43 uur vroeg [geboorteplaats] waar [medeverdachte 1] was, die aangaf bij zijn oma te zijn. Hij bleef daar eten. Om 17:12 uur schreef [geboorteplaats] “ik heb paar opties. We gaan 2mans ff aanpakken”. [geboorteplaats] stuurde een schermafbeelding van een WhatsApp gesprek dat [geboorteplaats] tussen 17:07 uur en 17:10 uur gehad heeft met het contact J. J schreef in dat gesprek dat hij genoeg mensen kende die zij konden racen. [medeverdachte 1] vroeg “Waar”, waarbij [geboorteplaats] schreef “overkant”. [medeverdachte 1] schreef dat hij [geboorteplaats] na het eten zou komen ophalen. Om 17:49 uur vroeg [medeverdachte 1] of het nog door ging. [geboorteplaats] schreef om 18:04 uur “miss 2 races. 1 in zzee. 2de in terri. Allebei halve liter. Dus liter intotaal”. [medeverdachte 1] ging kijken of er geen politiecontroles waren. [geboorteplaats] zei dat ze met zijn tweeën gingen. Om 18:25 uur schreef [geboorteplaats] “neem spray mee”. [medeverdachte 1] vroeg “Balharen of gwn normale g?" [geboorteplaats] antwoordde “ene dave”. [geboorteplaats] stuurde een foto van een zakje met hennep. Om 18:34 schreef [geboorteplaats] “ik Ben echte nak aan het regelen.” [medeverdachte 1] zei dat hij er honger van kreeg. Om 18:45 uur stuurde [geboorteplaats] en audio bericht over zijn handschoenen die nog in de auto van [medeverdachte 1] lagen. Om 19:09 uur schreef [geboorteplaats] dat hij de man zijn nummer naar [medeverdachte 1] stuurde, omdat de man het niet vertrouwde. Om 19:15 uur stuurde [medeverdachte 1] een bericht dat hij bijna klaar was en dan het ding pakken en daar wat weg zetten. [geboorteplaats] vroeg welk ding, waarop [medeverdachte 1] antwoordde met “spray”. [geboorteplaats] schreef dat zze (Zierikzee) morgen was en dat Terneuzen zo dadelijk was. Om 19:56 uur schreef [medeverdachte 1] dat hij er was, waarop [geboorteplaats] antwoordde dat hij erana kwam. Om 22:24 uur schreef [geboorteplaats] “en??”.

Het ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] van 18 juni 2020, opgenomen op pagina’s 1644, 1647, 1649, 1653 en 1654 van voornoemd eindproces-verbaal, inhoudende – zakelijk weergegeven – :

p. 1644

V= Zeg het maar?

A= Dat over 12 januari. Toen [geboorteplaats] mij heeft opgehaald. Het zou een drugsdeal zijn. Waar ik, omdat ik groot ben, mee zou gaan als bewaker. [geboorteplaats] heeft afgesproken met een jongen in Terneuzen. Ik weet zijn naam niet, maar wel zijn bijnaam. Dat is [slachtoffer] . [geboorteplaats] heeft met die jongen af te spreken om een kilo wiet te halen, als het goed is. Maar het is niet gelukt, zeg maar. Toen zijn we beschoten door die jongens. Ik denk dat het die jongens waren, waarvan wij die wiet zouden gaan halen.

V= Je zegt net dat je voor wiet ging. Wat was de bedoeling van die wiet?

A= [geboorteplaats] zou het kopen en ik zou een deel krijgen. Zoals jullie weten, heb ik schulden. Om deze af te betalen was ik mee gegaan.

V= Waarom zou jij geld krijgen bij deze drugsdeal?

A= [geboorteplaats] zou die kilo wiet kopen. Ik zou dan ook een deel kunnen verkopen, waardoor ik ook verdiende eraan. Ik zou dan ook een deel aan [geboorteplaats] geven.

p. 1647

V= Wat bedoelde [geboorteplaats] met “driver koopt ze3ma"?

A= Dat de chauffeur het zogenaamd zou gaan kopen.

p. 1649

V= Wij denken dat jij dat pistool al eerder had gezien, want jullie gingen met zijn drieën naar een ripdeal. Dus wanneer zag jij dat pistool voor het eerst?
A= Toen [geboorteplaats] aan kwam rijden bij mijn woning. Toen zag ik dat ding voor het eerst.

V= Wat was de rolverdeling onderling?
A= Ik zou de bewaker zijn. Ik ben een grote jongen. De chauffeur zou zogenaamd gaan kopen. Wij zouden dan in actie gaan komen.

V= Wat bedoel jij met in actie komen?
A= [geboorteplaats] zou met die geweer komen en ik zou die zak wiet pakken.

p. 1653

V= Dus jij bent bij dat tankstation uitgestapt en hebt dat pistool van [geboorteplaats] daar weg gegooid. Dat klopt?

V= Van wie moest jij dat weggooien?

A= Van die chauffeur en van [geboorteplaats] .

V= Wij denken dat er een tweede pistool was. Wat is daar mee gebeurd?

A= Mag ik die andere kaart. Die andere ligt bij de bosjes bij dat tankstation

0= Verdachte tekent een cirkel op bijlage 9 onderste foto waarop het tankstation te zien was.

V= Wat was dat voor een pistool?

A= Dat was zo een kleintje. Volgens mij was dat een alarmpistool.

V= Want die andere gooide jij ergens anders dan weg. Waarom niet allebei op dezelfde plek?

A= Weet ik niet.

p. 1654

V= Wanneer zag ij dat twee vuurwapen?

A= [geboorteplaats] zei dat hij een alarmpistool bij zich had. Die grotere had ik bij mijn huis gezien. Dat alarmpistool zag ik pas bij dat tankstation.

V= Heeft die bestuurder die wapens ook gezien?

A= Ja, dat denk ik wel. Want ik moest die wapens weg werken.

V= Wat zou jij krijgen voor jouw hulp?

A= Volgens mij 50 gram wiet. Die moest ik dan zelf verkopen.

De verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 25 november 2020 – zakelijk weergegeven – :

Ik heb voorafgaand aan het incident via WhatsApp contact gehad met [naam 3] en hem gevraagd of hij personen kende die ik kon beroven. [naam 3] kwam met het voorstel om [slachtoffer] (‘ [slachtoffer] ’) te beroven. Ik zou doen alsof ik halve kilo wiet van ‘ [slachtoffer] ’ wilde kopen. [naam 3] heeft de ontmoeting geregeld. Ik heb aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gevraagd om mee te gaan, omdat ik dacht dat zij misschien wel wat geld wilde verdienen. [medeverdachte 1] had zijn pepperspray meegenomen en was de chauffeur. Hij heeft mij en [medeverdachte 2] opgehaald. Ik had (een) nepwapen(s) meegenomen. Vervolgens zijn we naar de afgesproken plek gereden. In de auto hebben we het plan besproken. [medeverdachte 1] zou zogenaamd de wiet kopen. Ik zou ‘ [slachtoffer] ’ bedreigen door twee wapens tegen zijn hoofd te zetten en [medeverdachte 2] zou de wiet afpakken. [medeverdachte 1] zou hiervoor minimaal

€ 200,= krijgen en [medeverdachte 2] zou 50 gram wiet krijgen, die hij daarna kon verkopen. Nadat we zijn beschoten, zijn we samen weggereden in de richting van het tankstation. Ik heb ‘ [slachtoffer] ’ al drie keer eerder geript.

Parketnummer 02/257281-20

Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer PL2000-2020206437 van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, district Zeeland, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 66. Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd en door de verdediging is geen vrijspraak bepleit. Daarom kan op grond van de wet worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, inhoudende:

Feiten 1 en 2

Het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van [naam 2] d.d. 15 maart 2020, opgenomen op pagina’s 14 en 15 van voornoemd eindproces-verbaal.

De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 25 november 2020.

Feit 3

Het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van [naam 2] d.d. 23 mei 2020, opgenomen op pagina 36 van voornoemd eindproces-verbaal.

De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 25 november 2020.

Feit 4

Het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van [naam 2] d.d. 21 juni 2020, opgenomen op pagina’s 39 en 40 van voornoemd eindproces-verbaal.

De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 25 november 2020.

Feiten 5 en 6

Het ambtsedig proces-verbaal van aangifte van [naam 2] d.d. 29 juni 2020, opgenomen op pagina 45 van voornoemd eindproces-verbaal.

De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 25 november 2020.