Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:6136

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
04-12-2020
Datum publicatie
03-06-2021
Zaaknummer
AWB- 20_942
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

PW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/942 PW

uitspraak van 4 december 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , wonende te [plaatsnaam] , eiser,

gemachtigde: mr. J. Wouters, advocaat te [plaatsnaam] ,

en

het Dagelijks Bestuur van Orionis Walcheren (Orionis), verweerder.

Procesverloop

In een besluit van 24 oktober 2019 (primair besluit) heeft Orionis eisers verzoek om terug te komen op een besluit van 12 maart 2015 afgewezen.

In een besluit van 21 januari 2020 (bestreden besluit) heeft Orionis het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Orionis heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank in Middelburg op 23 oktober 2020.

Eiser was daarbij aanwezig, bijgestaan door mr. R. Wouters, kantoorgenoot van zijn gemachtigde. Orionis werd vertegenwoordigd door mr. N.M. Feijtel.

Overwegingen

1. Feiten

In het besluit van 12 maart 2015 heeft Orionis eisers bijstandsuitkering over de periode van
13 juli 2014 tot en met 18 december 2014 ingetrokken en de betaalde uitkering over deze periode, zijnde € 6.364,32, van hem teruggevorderd. De aanleiding voor de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering was een hennepkwekerij die aangetroffen werd in de caravan van eiser. Eiser kon geen administratie overleggen van deze hennepteelt, waardoor Orionis niet heeft kunnen vaststellen of eiser recht had op bijstand. Eiser heeft tegen dat besluit van 12 maart 2015 geen bezwaar ingediend.

Bij brief van 17 juli 2019 heeft eiser Orionis verzocht om terug te komen op het besluit van 12 maart 2015 (herzieningsverzoek).

2. Geschil

In geschil is de vraag of Orionis het herzieningsverzoek van eiser terecht heeft afgewezen. Orionis heeft aan deze afwijzing, samengevat, ten grondslag gelegd dat er geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.

3. Beroepsgronden

In beroep heeft eiser zijn bezwaargronden herhaald. Op deze gronden zal de rechtbank onder het kopje ‘Beoordeling’ nader ingaan.

4. Beoordeling

4.1

Bij de beantwoording van de vraag of Orionis het herzieningsverzoek van eiser terecht heeft afgewezen, gaat het erom of eiser nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden naar voren heeft gebracht die Orionis aanleiding hadden moeten geven om op zijn besluit van 12 maart 2015 terug te komen. Volgens vaste rechtspraak wordt onder nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden verstaan feiten of omstandigheden die ná het eerdere besluit zijn voorgevallen, dan wel feiten of omstandigheden die weliswaar vóór het eerdere besluit zijn voorgevallen, maar die niet vóór dat besluit konden worden aangevoerd. Nieuw gebleken feiten zijn ook bewijsstukken van al eerder gestelde feiten of omstandigheden als deze bewijsstukken niet eerder konden worden overgelegd (zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 18 februari 2020, ECLI:NL: CRVB:2020:325).

4.2

In het bezwaarschift heeft eiser aangevoerd dat hij niet eerder in staat is geweest om aan de hand van concrete en verifieerbare gegevens aannemelijk te maken dat hij in de periode van 13 juli 2014 tot en met 18 december 2014 recht had op bijstandsuitkering.
Aan de hand van twee strafvonnissen is eiser daartoe nu wel in staat, zo stelt hij.
De politierechter heeft de ontnemingsvordering afgewezen en heeft op geen enkele wijze overwogen dat eiser inkomsten zou hebben ontvangen. Eiser verwijst daarbij naar de vonnissen van de politierechter van 8 februari 2016 en van 14 maart 2018.

4.3

De rechtbank stelt echter vast, zoals ook al ter zitting is opgemerkt, dat de betreffende strafvonnissen waarop een beroep wordt gedaan, niet zijn overgelegd. Dit terwijl in het beroepschrift van 2 maart 2020 was aangekondigd dat eiser het gehele strafdossier, waaronder ook het vonnis van de politierechter, aan de rechtbank zou overleggen.
Het nalaten daarvan heeft tot gevolg dat de rechtbank niet kan beoordelen of wat de politierechter in de strafvonnissen heeft overwogen, tegen de achtergrond van het toetsingskader van de CRvB (uitspraak van 3 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:525) aangemerkt moet worden als een nieuw feit of veranderde omstandigheid. Alleen al hierom slaagt de beroepsgrond dus niet, wat betekent dat Orionis het herzieningsverzoek terecht heeft mogen afwijzen.

4.4

Eiser heeft ter zitting nog verzocht om aanhouding van de zaak, zodat hij het strafdossier alsnog zou kunnen overleggen aan de rechtbank. De rechtbank ziet voor een dergelijke aanhouding echter geen reden nu eiser vanaf 2 maart 2020 alle gelegenheid heeft gehad om het strafdossier voorafgaand aan de zitting te overleggen.

4.5

Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Sierkstra, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.M. Pasmans, griffier, op 4 december 2020en is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Als u het niet eens bent met deze uitspraak

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.