Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:6125

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
04-12-2020
Datum publicatie
03-06-2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 4734
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

PW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/4734 PW

uitspraak van 4 december 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , wonende te [plaatsnaam] , eiser,

gemachtigde: mr. W.R. Aerts, advocaat te [plaatsnaam] ,

en

het Dagelijks Bestuur van Orionis Walcheren (Orionis), verweerder.

Procesverloop

In een besluit van 29 oktober 2019 (primair besluit) heeft Orionis eisers aanvraag om bijstand op grond van de Participatiewet afgewezen.

In een besluit van 3 januari 2020 (bestreden besluit) heeft Orionis het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank in Middelburg op 23 oktober 2020.

Hierbij waren aanwezig eiser, zijn gemachtigde en namens Orionis [naam verweerder] .

Overwegingen

1. Feiten

Eiser heeft zich op 19 augustus 2019 gemeld bij Orionis voor het aanvragen van een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, waarna hij op 18 september 2019 de aanvraag om bijstand heeft ingediend.

Op het moment van de aanvraag volgde eiser twee deeltijdopleidingen, te weten “Pedagogisch Prof Kind en Educatie” alsmede “Milieu-Natuurwetenschappen”.

2. Geschil

In geschil is de vraag of Orionis eisers aanvraag om bijstand van 18 september 2019 heeft mogen afwijzen.


3. Beoordeling

Orionis heeft in het bestreden besluit een drietal afwijzingsgronden voor eisers aanvraag naar voren gebracht.

3.1

Primair heeft Orionis eisers aanvraag afgewezen op grond van artikel 13, tweede lid, aanhef en onder c, van de Participatiewet. Orionis is van mening dat aan eiser de verplichting kan worden opgelegd om onderwijs met recht op studiefinanciering te gaan volgen. Volgens Orionis heeft eiser geen stukken overgelegd dan wel voor Orionis acceptabele argumenten naar voren gebracht waarom hij een dergelijke opleiding niet zou kunnen volgen.

3.2

De rechtbank deelt de mening van Orionis. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat hij geen voltijdopleiding met recht op studiefinanciering kan gaan volgen, omdat hij dan geen tijd meer heeft voor vrijwilligerswerk. Bovendien is hij naast zijn deeltijdopleiding beschikbaar voor arbeid en betaalt hij zijn deeltijdopleiding zelf met inkomsten uit arbeid.
Deze argumenten zijn echter, gelet op de vaste rechtspraak op dat artikel (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 4 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2335), volstrekt onvoldoende om artikel 13, tweede lid, aanhef en onder c, van de Participatiewet opzij te kunnen zetten. Tijdens de zitting heeft eiser ook nog opgemerkt dat hij met zijn deeltijdopleidingen een goede weg heeft gekozen voor toekomstig werk en dat hij zich dit niet wilde laten afnemen omdat hij studiefinanciering met voltijdopleiding zou moeten aanvaarden. Die keuze mag eiser uiteraard maken, maar leidt er wel toe dat hij ook daarom geen recht heeft op bijstand.

3.3

Nu de eerste afwijzingsgrond van Orionis het bestreden besluit al kan dragen, hoeven de tweede en derde afwijzingsgrond niet meer besproken te worden.

4. Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Er is geen reden voor een proceskosten-veroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Sierkstra, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.M. Pasmans, griffier, op 4 december 2020en is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Als u het niet eens bent met deze uitspraak

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.