Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:6063

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
03-12-2020
Datum publicatie
02-06-2021
Zaaknummer
AWB- 20_8589
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

PW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/8589 PW

uitspraak van 3 december 2020 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoekster] , te [plaatsnaam] , verzoekster,

gemachtigde: mr. V.M.C. Verhaegen,

en

het dagelijks bestuur van Orionis Walcheren, verweerder.

Procesverloop

De gemachtigde van verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 10 augustus 2020 (bestreden besluit) van Orionis inzake het opleggen van een boete van € 1.668,- op grond van de Participatiewet.

Bij besluit van 22 oktober 2020 heeft Orionis het bestreden besluit herzien en de boete verlaagd naar € 635,-.

Vervolgens heeft de gemachtigde van verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek Orionis te veroordelen in de proceskosten. Orionis heeft bij brief van 17 november 2020 aangegeven bereid te zijn de proceskosten te vergoeden.

De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.

2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 22 oktober 2020 dat Orionis, in ieder geval gedeeltelijk, aan verzoekster is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding Orionis te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten.

Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 525, en wegingsfactor 1).

3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat Orionis op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 48,- aan verzoekster dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt Orionis in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 525,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 december 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.