Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:5986

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
03-12-2020
Datum publicatie
03-12-2020
Zaaknummer
02-135000-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar voor het medeplegen van bereiden van amfetamine en methamfetamine (crystal meth) in een loods in Lage Zwaluwe en het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor die productie. Geen sprake van vormverzuimen. De rechtbank ziet in de bevindingen van het LFO en het NFI geen reden om te twijfelen dat ter plaatse is geproduceerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/135000-19

vonnis van de meervoudige kamer van 3 december 2020

in de strafzaak tegen

[Verdachte]

geboren op [Geboortedag verdachte] 1959 te [Geboorteplaats verdachte]

gedetineerd in het Justitieel Complex Zaanstad

raadsvrouw mr. S. Klootwijk, advocaat te Breda.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 november 2020, waarbij de officier van justitie, mr. Gimbrère, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering met dien verstande dat enkel telkens is gewijzigd het woord “(meth)amfetamine” in de woorden “amfetamine en/of methamfetamine”. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen amfetamine en methamfetamine heeft geproduceerd danwel aanwezig heeft gehad en dat hij ook voorbereidingshandelingen heeft gepleegd ten behoeve van die productie.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Onherstelbare vormverzuimen?

De verdediging stelt dat sprake is van drie vormverzuimen.

Ten eerste dient aan een verzoek van de politie tot het uitvoeren van een blokmeting door een nutsbedrijf een vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 126nd Wetboek van Strafvordering (Sv) (jo artikel 126ne Sv) ten grondslag te liggen. Een dergelijke vordering ontbreekt waardoor sprake is van een onherstelbaar vormverzuim.

Ook is geen sprake geweest van een redelijk vermoeden van schuld in de zin van artikel 9 van de Opiumwet zodat het binnentreden niet gerechtvaardigd was, hetgeen wederom een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv oplevert. Dit onrechtmatig optreden van de verbalisanten levert een zodanig ernstige schending van beginselen van een behoorlijke procesorde op waardoor verdachte in zijn belangen is geschaad, dat dit primair dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Daarnaast hebben verbalisanten de loods aan [Straatnaam 1] doorzocht zonder dat daarvoor een machtiging ex artikel 55a Sv door de officier van justitie is verstrekt.

Bij de beoordeling van het ontvankelijkheidsverweer gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden zoals die uit het dossier blijken.

Aanleiding onderzoek - blokmeting

Op 2 oktober 2018 is er bij de politie een melding binnengekomen dat er door [Naam 1] werkzaam bij [Naam bedrijf] , een codam-meting was gezet op de [Straatnaam 1] . Een codam-meting betreft een belastingsmeting op het elektriciteitsnet. Door een fraude inspecteur van [Naam bedrijf] wordt zo'n meting verricht op een blok met huizen en/of gebouwen. Dit naar aanleiding van bij hen binnengekomen stroomklachten en/of meldingen over een hennepkwekerij in genoemd blok. De codam-meting wordt als positief beschouwd als zij een 12 of 18 uurspatroon meten wat

op een aantal achtereenvolgende dagen en op gezette tijden terug komt. Dit gemeten elektriciteitspatroon noemen de fraude-inspecteurs van [Naam bedrijf] een henneppatroon. Er is dan volgens de fraude-inspecteur een zeer sterk vermoeden van een aanwezige hennepkwekerij in genoemd blok. Op de doorgemeten kabel waren de navolgende perceelnummers aangesloten: [Percelen] en de [Percelen]

Reeds uit het voorgaande volgt dat de stelling, dat een vordering ten grondslag moet liggen aan een verzoek van de politie tot het uitvoeren van een blokmeting door een nutsbedrijf, is gebaseerd op een onjuiste veronderstelling. In deze zaak is immers van een verzoek van de politie geen sprake en is op initiatief van [Naam bedrijf] een meting verricht. [Naam bedrijf] is als energieleverancier bevoegd geweest die meting zelfstandig te verrichten, temeer nu er ook stroomklachten waren binnengekomen. Dat [Naam bedrijf] de resultaten van die meting deelt met de politie is inherent aan het doel ervan. Van enig vormverzuim is dan ook geen sprake.

Redelijk vermoeden van schuld

Naar aanleiding van de melding van [Naam bedrijf] is door de politie onderzoek ingesteld naar de panden gevestigd op de genoemde percelen. Ter plaatse is begonnen met het bezoeken van de panden aan [Percelen] Deze panden waren negatief. Bij de perceelnummers [Percelen] was niemand aanwezig. Volgens de gemeentelijke basisadministratie stond op [Straatnaam 2] medeverdachte [Medeverdachte] ingeschreven. Deze persoon kwam één keer voor in de politieregisters voor een Opiumwetdelict.

Uit kadastrale gegevens bleek verder dat de vader van deze medeverdachte eigenaar was van de percelen aan de [Percelen] Ter plaatse werd meerdere malen geprobeerd telefonisch contact met hem op te nemen. Vervolgens is een van de aanwezige politiemensen over de schutting van de woning aan [Straatnaam 2] geklommen. Naast het tuinhuis in de tuin zag een verbalisant verrijkte potgrond, bamboestokken, isolatiepanelen en potgrond van het merk Plagron liggen. De verbalisant was bekend dat deze potgrond voornamelijk wordt gebruikt bij hennepkwekerijen. Het tuinhuis was geplaatst op isolatiepanelen welke ook aan de voorzijde van de loods van de [Straatnaam 1] lagen, zijnde panelen die vaker aangetroffen worden bij hennepkwekerijen. Vanuit het tuinhuis was een ventilator te horen die in werking was. Naar aanleiding van deze bevindingen is er op 10 oktober 2018 een machtiging tot binnentreden afgegeven door een hulpofficier van justitie voor de woning aan [Straatnaam 2] en het bedrijfspand aan [Straatnaam 1] , waarna de woning is binnengetreden ter opsporing en inbeslagneming op grond van artikel 9, lid 1 onder b van de Opiumwet en artikel 96 Sv.

Verbalisanten zijn ook de niet afgesloten garage van het pand aan [Straatnaam 2] binnengegaan. Daar zagen zij 2 grote blauwe vaten en vrijwel direct roken zij de hen ambtshalve bekende lucht van synthetisch drugsafval. Verder zagen zij jerrycans gevuld met vloeistoffen staan. Tevens werd een zogenoemde ‘opticlimate’ en armaturen aangetroffen, zijnde voorwerpen die gebruikt worden bij hennepteelt. Het tuinhuis was geheel verduisterd. Aan de achterzijde van het tuinhuis zat een rolluik dat handmatig opengeduwd kon worden. In de vloer van het tuinhuis werd een luik aangetroffen. Na het openen van het luik werd een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen.

Vanuit de tuin van perceel [Straatnaam 2] was er een directe toegang tot de loods, gevestigd op het perceel [Straatnaam 1] . Vervolgens werd de loods binnengetreden waar een drugslaboratorium werd aangetroffen waarna het pand werd verlaten en de situatie ter plaatse (zowel op [Straatnaam 1] als [Straatnaam 2] ) werd bevroren, waarna op 10 oktober 2020 omstreeks 18.45 uur de woning werd binnengetreden onder leiding van de rechter-commissaris, gevolgd door de doorzoeking ter inbeslagname om 18.58 uur in het bijzijn van de rechter-commissaris.

Op 10 oktober 2018 is door [Naam 2] een machtiging tot binnentreden gegeven voor de woning gelegen aan [Straatnaam 2] én voor het perceel [Straatnaam 1]

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden wel degelijk sprake was van een redelijk vermoeden van overtreding van de Opiumwet en dat de machtiging terecht is verleend.

Ten slotte heeft vervolgens in het bijzijn van de rechter-commissaris een doorzoeking ter inbeslagname plaatsgevonden in de woning en de loods. Van enige onregelmatigheid voorafgaande aan de doorzoeking is de rechtbank niet gebleken.

Ook in zoverre treft het verweer dus geen doel.

Concluderend is de rechtbank van oordeel dat hetgeen door de verdediging is aangevoerd niet kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig gemaakt heeft aan het plegen van de feiten zoals tenlastegelegd.

Zij baseert zich daarbij met name op bevindingen van verbalisanten van de politie en de Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO), op deskundigenrapporten van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en op verklaringen van verdachte en zijn medeverdachte en op verklaringen van getuigen.

Op grond hiervan kan worden gesteld dat in de loods op [Straatnaam 1] op grote schaal eerst BMK en vervolgens amfetamine is vervaardigd. De op de locatie aangetroffen handgeschreven teksten passen ook bij deze vervaardigingsprocessen. Daarnaast is op de locatie eindproduct aangetroffen. Ook duidt hetgeen is aangetroffen op kleinschalig kristalliseren van methamfetamine. Er was sprake van een productielocatie en geen opslaglocatie.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. De rol die verdachte zou hebben gehad, is veel te groot gemaakt.

Uit het dossier blijkt niet dat verdachte in de tenlastegelegde periode in de loods is geweest, laat staan in welke stand van het productieproces hij daar aanwezig zou zijn geweest. In het gehele dossier wordt de naam van verdachte geen enkele keer genoemd. Geen enkele getuige noemt de naam van verdachte. Medeverdachte [Medeverdachte] heeft verklaard dat alleen zijn vader, moeder en hijzelf een sleutel van de loods hadden zodat het voor verdachte derhalve feitelijk onmogelijk was om de loods binnen te gaan.

In de loods zijn twee voorwerpen aangetroffen waarop het DNA van verdachte zou zijn aangetroffen; een snuitje van een volgelaatsmasker en een in een [Naam 4] aangetroffen masker. De vraag is of deze voorwerpen voor het bewijs gebruikt mogen worden. De herkomst van de maskers blijkt niet uit het rapport van het NFI. Het betreffen voorwerpen die verplaatsbaar zijn. Volgens vaste rechtspraak moet behoedzaam worden omgegaan met sporen op verplaatsbare goederen. Uit de DNA-sporen op deze voorwerpen kan ook niet worden opgemaakt dat verdachte in de tenlastegelegde periode in de loods zou zijn geweest. Andere sporen van verdachte zijn in de loods niet aangetroffen. Als verdachte al zo intensief mee heeft geholpen met het vervaardigen van amfetamine, dan zou zijn DNA op meerdere plaatsen in de loods te vinden moeten zijn. Dit is niet het geval.

Voor wat betreft de briefjes met beschrijvingen uit het dossier blijkt niet onomstotelijk dat deze briefjes zien op het productieproces in de loods. Verder is ook niet onomstotelijk vastgesteld dat het handschrift op de briefjes van verdachte is.

De kans bestaat dat de briefjes en de maskers door een andere persoon in de loods zijn neergelegd om verdachte voor de strafbare feiten te laten opdraaien.

Ten slotte wordt gewezen op de verklaring van verdachte dat hij wel eens heeft schoongemaakt in de woning van medeverdachte [Medeverdachte] . Verdachte kan hierbij gebruik hebben gemaakt van de maskers die later verplaatst kunnen zijn naar de loods.

Verder is aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt van een langdurig en gestructureerd samenwerkingsverband. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte de amfetamine daadwerkelijk heeft vervaardigd of verhandeld. Van een nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met medeverdachte [Medeverdachte] , dan wel met een ander, is niet gebleken.

Ten slotte is aangevoerd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op de tenlastegelegde gronddelicten, te weten het voorbereiden van en het aanwezig hebben en vervaardigen van amfetamine en methamfetamine.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

4.3.2

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Naar aanleiding van stroomklachten heeft energieleverancier [Naam bedrijf] een blokmeting uitgevoerd in de omgeving van [Straatnaam 1] De uitslag hiervan was positief. Bij onderzoek is de politie vervolgens uitgekomen op [Straatnaam 2] waar medeverdachte [Medeverdachte] woonachtig was. Bij nader onderzoek aan dit perceel en aan het aangrenzende perceel van nr. [Straatnaam 1] stuitte de politie in een loods op een grote hoeveelheid laboratoriumbenodigdheden, ketels, gasflessen, branders, kolven en (gevulde) jerrycans en vaten. Deze vondst heeft geleid tot een uitgebreid onderzoek door de politie en het NFI.

Is sprake geweest van productie van methamfetamine en amfetamine of van opslag?

Door het LFO is aangegeven dat de grote hoeveelheid aangetroffen chemicaliën, ketels en intermediate bulk containers (IBC’s) met amfetamine en benzylmethylketon (BMK) passen bij een grootschalige productieplaats voor de productie van amfetamine en de grootschalige omzetting van een preprecursor in BMK, de grondstof voor amfetamine. Het aantreffen van het wijnsteenzuur in combinatie met het aantreffen van diverse bakjes met daarin methamfetamine wijst ook op het (kleinschalig) kristalliseren van methamfetamine.

Door het NFI is aangegeven dat uit de resultaten van het laboratoriumonderzoek, de aangetroffen hardware, de van de LFO verkregen informatie en de foto's van het onderzoek ter plaatse volgt dat er op de locatie [Straatnaam 1] BMK en amfetamine is vervaardigd. De op de locatie aangetroffen handgeschreven teksten passen ook bij deze vervaardigingsprocessen.

Bij aanvullend proces-verbaal is de vraag beantwoord of de aangetroffen hoeveelheden chemicaliën passen bij een opslagplaats van afval welke voortkomt uit de productie van amfetamine dan wel uit omzetting van een preprecursor en de vraag of er daadwerkelijk is geproduceerd op de locatie [Straatnaam 1] Ondubbelzinnig is daarop geantwoord dat op de genoemde locatie grondstoffen (APAA, MAPA en het zout van BMK-glycidezuur) en de benodigde chemicaliën om dit om te zetten in BMK zijn aangetroffen. Ook de vaten waarin deze omzetting uitgevoerd wordt, zijn aangetroffen. Daarnaast was de productieapparatuur aanwezig om de verkregen BMK om te zetten in het tussenproduct N-formylamfetamine. In het productieproces wordt tot slot N-formylamfetamine gekookt met zoutzuur of caustische soda om zodoende ruwe amfetamineolie te verkrijgen. De ruwe amfetamineolie is eveneens aangetroffen in een aanwezige productieketel. Een deel van de productieapparatuur was nog actief opgesteld. Het aangetroffen beeld past niet bij een opslagplaats. Het NFI concludeert dat er op deze locatie daadwerkelijk – op grote schaal – is geproduceerd.

De rechtbank ziet in de bevindingen van het LFO en het NFI geen reden om te twijfelen dat ter plaatse is geproduceerd. De rechtbank is daarom van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden dat methamfetamine en amfetamine is bereid.

Is verdachte hierbij betrokken? Zo ja, is sprake van medeplegen?

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard als is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte.

Het laboratorium is aangetroffen in de loods aan [Straatnaam 1] welke op dat moment gehuurd werd door medeverdachte [Medeverdachte] . Verdachte en [Medeverdachte] kennen elkaar. Door [Medeverdachte] is tegen verdachte gezegd dat hij werk zou hebben, rond juni/juli 2018. Hierop is verdachte naar Lage Zwaluwe gegaan en heeft hij vervolgens 9 dagen in de woning van [Medeverdachte] verbleven.

Op twee verschillende plaatsen in de loods is DNA-materiaal van verdachte [Verdachte] aangetroffen, te weten in een opslagruimte en in een geluidsarme ruimte. Het DNA-materiaal zat in (een snuitje van) volgelaatmaskers welke maskers onder meer gebruikt worden bij de productie van synthetische drugs in verband met de vrijkomende chemische lucht. Ook zijn in de loods notities aangetroffen. De inhoud van die notities kan gerelateerd worden aan vervaardigingsprocessen van harddrugs, zoals hiervoor al aangegeven. Op grond van de conclusies van het door een deskundige verrichte handschriftvergelijkend onderzoek staat voor de rechtbank vast dat deze notities afkomstig zijn van verdachte [Verdachte] .

De aangetroffen maskers met daarin DNA-materiaal van verdachte en de notities die gerelateerd kunnen worden aan vervaardigingsprocessen vragen om een reactie van verdachte. Zowel bij de politie als ter zitting is verdachte hierover bevraagd, maar hij heeft niet willen verklaren. De enkele opvatting van de raadsvrouw dat de maskers en aantekeningen verplaatsbare objecten zijn, volstaat niet. Zonder een nadere onderbouwing van de zijde van verdachte acht de rechtbank die stelling onaannemelijk.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en derden is komen vast te staan. Dat ieders rol niet exact te duiden is kan niet leiden tot een ander oordeel. Het is in ieder geval verdachte geweest die actief betrokken is geweest bij de productie en ook van hem is de beschrijving en de opstelling van het productieproces afkomstig, een wezenlijk onderdeel van het geheel. Vast staat verder dat gedurende een periode van een half jaar een grote hoeveelheid amfetamine en methamfetamine is geproduceerd.

Uit het dossier valt niet af te leiden dat er nog meer geïdentificeerde verdachten betrokken zijn bij dit omvangrijke laboratorium. De rechtbank is evenwel van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte en zijn medeverdachte [Medeverdachte] dit feit met meerdere personen hebben gepleegd. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat een productie van deze omvang gepleegd moet zijn door meerdere personen.

Concluderend leidt de rechtbank dan ook uit de aangehechte bewijsmiddelen af dat verdachte als medepleger betrokken is geweest bij de productie van methamfetamine en amfetamine en dat hij tevens voorbereidingshandelingen daarvoor heeft medegepleegd.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1

in de periode van 1 april 2018 tot en met 10 oktober 2018 te Lage Zwaluwe, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft bereid en vervaardigd,

(grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine en methamfetamine, zijnde amfetamine en methamfetamine middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2

in de periode van 1 april 2018 tot en met 10 oktober 2018 te Lage Zwaluwe, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het telkens opzettelijk vervaardigen van amfetamine en methamfetamine, zijnde middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen:

- voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden, dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten,

hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s):

- onderdelen van een productieopstelling en grote hoeveelheden (laboratorium)benodigdheden voorhanden gehad, waaronder ketels en gasflessen en gasbranders en kolven en een grote hoeveelheid jerrycans en vaten, en

- grote hoeveelheden chemicaliën/grondstoffen voorhanden gehad,

welke feiten in eendaadse samenloop zijn begaan.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 60 maanden.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht, mocht de rechtbank tot een veroordeling komen, verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van de voorlopige hechtenis, al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Daarnaast is gewezen op de omstandigheid dat verdachte alleen maar oude feiten op zijn strafblad heeft staan. Verdachte was op de goede weg, hij was werkzaam bij de gemeente Maastricht en van zijn uitkering had hij gespaard om zodoende in aanmerking te kunnen komen voor een sociale huurwoning. Zodra er een woning vrijkomt kan verdachte daar intrekken.

Er is geen sprake van een verhoogd recidiverisico. Verdachte heeft het voornemen om iets van zijn leven te maken en om zijn leven anders in te richten. Op dit moment is het belangrijk dat verdachte weer een inkomen gaat ontvangen en een eigen woning kan betrekken. Hiervoor wil hij zich ook inzetten.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich, samen met zijn mededaders, schuldig gemaakt aan de productie van methamfetamine en amfetamine en de voorbereiding daarvan.

Uit een berekening die gemaakt is door het NFI blijkt dat sprake is geweest van een zeer groot drugslaboratorium. Berekend is dat uit de aangetroffen amfetamineolie ongeveer 1683-2262 kg onversneden amfetaminepasta kon worden verkregen. Daarnaast is ook 580 gram methamfetamine aangetroffen, ook bekend onder de naam crystal meth.

Amfetamine en met name methamfetamine zijn uiterst gevaarlijke harddrugs. Het gebruik van deze drugs is buitengewoon verslavend en de uitwerking ervan kan een verwoestende werking hebben op het lichaam. Door actief mee te werken aan de productie ervan heeft verdachte meegewerkt aan het op ernstige wijze in gevaar brengen van de volksgezondheid.

Uit de bevindingen van de politie blijkt verder dat sprake is geweest van een ontzettend vervuild laboratorium hetgeen er op duidt dat niet zorgvuldig is gewerkt. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat het productieproces van amfetamine en methamfetamine een ingewikkeld en gevaarlijk chemisch proces is. Dat sprake is van een gevaarlijk chemisch proces blijkt ook uit ongelukken die de laatste jaren hebben plaatsgevonden in dergelijke laboratoria waarbij zelfs doden te betreuren zijn geweest.

Het laboratorium was gelegen in een wijk waar, naast bedrijven, ook huizen stonden.

Naast het gevaar voor de volksgezondheid schuilt in de productie van amfetamine en methamfetamine nog ander gevaar. De rechtbank wijst op de schade aan het milieu, veroorzaakt door dumpingen van vrijkomende chemische afvalstoffen en op het ontploffingsgevaar dat bij de productie aanwezig is. In dit laboratorium is een enorme hoeveelheid (meer dan 22.000 liter amfetamine en/of BMK gerelateerd-) afval aangetroffen. De rechtbank vreest dat, wanneer het laboratorium onontdekt was gebleven, deze hoeveelheid chemische afvalstoffen, gewoon ergens in het milieu terecht was gekomen. Op geen enkele wijze blijkt dat verdachte zich heeft bekommerd om de enorme schade aan de volksgezondheid en het milieu.

De productie van en handel in synthetische drugs is inmiddels een groot probleem in Nederland. Het brengt veel ondermijnende neveneffecten met zich mee. Meer dan terecht dat de officier van justitie dan ook gesteld heeft dat paal en perk gesteld moet worden aan de afwijkende moraal ‘dat er maar niet te veel vragen gesteld moeten worden’, ‘dat het allemaal niet zo erg is’ en dat er een graantje meegepikt kan worden. Dergelijk crimineel gedraagt vraagt om een stevige reactie.

Verder gaat de rechtbank, gelijk de officier van justitie, ervan uit dat verdachte niet degene is geweest die aan de touwtjes heeft getrokken. Het vermoeden bestaat dat er een grotere groepering achter zit. Echter, verdachte en zijn medeverdachte zijn wel de personen geweest die door hun actieve betrokkenheid aan de productie van synthetische drugs hebben bijgedragen.

Op grond van dit alles is de rechtbank van oordeel dat, rekening houdend met de straffen die in soortgelijke gevallen doorgaans worden opgelegd, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden is. De landelijk vastgestelde oriëntatiepunten gaan bij een hoeveelheid harddrugs van meer dan 20 kilogram standaard uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf vanaf 50 maanden, indien sprake is van een organisatie vanaf 72 maanden. De rechtbank heeft hierbij aansluiting gezocht.

Bij de bepaling van de duur van de op te leggen gevangenisstraf heeft de rechtbank verder de persoonlijke omstandigheden van verdachte betrokken.

Verdachte is geen onbekende van justitie. Al eerder is hij veroordeeld tot een forse gevangenisstraf (4 jaar en 11 maanden) ter zake een soortgelijk feit. Het leek er lange tijd op dat het de goede kant op was gegaan met verdachte, immers hij kwam niet meer in aanraking met justitie. Toch is het weer misgegaan.

Wat verdachte ertoe gebracht heeft zich opnieuw in te laten met dergelijke criminele activiteiten is de rechtbank niet duidelijk. Het lijkt er op dat verdachte enkel heeft gehandeld uit financieel gewin.

Over verdachte is een rapport opgesteld door een psycholoog. Uit dit rapport volgt dat verdachte tot zijn veertigste goed gefunctioneerd lijkt te hebben. Een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens is niet vastgesteld. Ook tijdens het plegen van de feiten is hiervan geen sprake geweest.

Met de verdediging is de rechtbank ten slotte van oordeel dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM. Verdachte is immers op 4 juni 2019 in verzekering gesteld. Op die dag is de redelijke termijn gaan lopen. De redelijke termijn is met ongeveer 2 maanden overschreden. De rechtbank laat het - gelet op de geringe mate van overschrijding - bij de enkele constatering daarvan.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden is.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Voorvragen

- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 2: medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen door voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit,

begaan in eendaadse samenloop;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. Tempelaar, voorzitter, mr. Veldhuizen en mr. Diepenhorst, rechters, in tegenwoordigheid van Van den Goorbergh, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 3 december 2020.

9 Bijlage I

De tenlastelegging

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 10 oktober 2018 te Lage Zwaluwe, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervaardigd, in elk geval(telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een)

(grote) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of methamfetamine, zijnde amfetamine en/of methamfetamine (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 10 oktober 2018 te Lage Zwaluwe, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het (telkens) opzettelijk vervaardigen van amfetamine en/of methamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of methamfetamine, zijnde (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen:

- ( telkens) zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- ( telkens) voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s):

- meerdere, althans een, onderde(e)l(en) van een productieopstelling en/of (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) (laboratorium)benodigdheden voorhanden gehad, waaronder een of meerdere ketel(s) en/of gasfles(sen) en/of (gas)brander(s) en/of kol(f)(ven) en/of (een grote

hoeveelheid) jerrycans en/of vaten, en/of

- ( een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) chemicaliën/grondstoffen voorhanden

gehad.

(art 10 lid 4 Opiumwet, art 10 lid 5 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 alinea Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

10 Bijlage II

De bewijsmiddelen

Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZB3R018091 (onderzoek Solitaire) van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 2199 (hierna te noemen proces-verbaal 1) of een pagina van de eerste aanvulling op het eindproces-verbaal met dossiernummer ZB3R018091 (onderzoek Solitaire) van de regionale politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 293 (hierna te noemen proces-verbaal 2).

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Feiten 1 en 2

Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 11 van proces-verbaal 2, inhoudende:

Op woensdag 10 oktober 2018 heb ik onderzoek ingesteld op het perceel gelegen aan [Straatnaam 1] In de loods werd een productieplaats aangetroffen voor de productie van synthetische drugs en/of precursoren.

Het perceel gelegen aan [Straatnaam 1] bestond uit een omheind terrein met daarop een loods. Bij binnenkomst via de deur aan de voorzijde, werd toegang verkregen tot een keukenshowroom. Via een deur aan de rechterzijde werd toegang verkregen tot de loods. In de loods zag ik een aantal 1000 liter intermediate bulk containers (IBC’s) staan, welke gevuld waren met vloeistof. Ook zag ik achter de IBC’s blauwe vaten staan. Achterin het pand waren twee kamers afgetimmerd die voorzien waren van geluiddempende isolatie.

Na het verkennen van de benedenverdieping ben ik samen met mijn collega naar boven gelopen. Ik zag daar tientallen jerrycans en gascilinders staan. Via een deur links achter een wand kwam ik in een ruimte die ingericht was voor de omzetting van zogenaamde pre-precursoren (ruimte L). Ik zag tientallen zwarte vaten staan en de vloer was verontreinigd met sterk zure vloeistof. Naast de deur die toegang gaf tot deze ruimte was een tweede deur die toegang gaf tot een badkamer (ruimte Bk). Ik zag in de badkamer een zak met wit poeder staan en lege verpakkingen liggen waar vermoedelijk pre-precursoren in hebben gezeten.

Vanuit de badkamer kon ik doorlopen naar een ruimte met vier IBC’s van 1000 liter per stuk. Deze IBC’s waren deels opengesneden en erboven lag een koolstoffilter. Deze ruimte was in zijn geheel in gebruik als gaswasser om de lucht te zuiveren en af te voeren. Vanuit deze ruimte liepen, achter het plafond, buizen naar de loog/omzettingsruimte (ruimte L) en naar de productieruimte (ruimte P). Hier werd achter de plafonplaten, via de dakgoot, ook lucht naar buiten geblazen. Via een derde afzuigbuis werd lucht uitgeblazen achter een airconditioning unit op de begane grond, aan de linker buitenzijde van het pand.

Via een tweede deur was vanuit de ‘gaswasser’ toegang te verkrijgen tot de productieruimte (ruimte P). In deze ruimte zag ik twee zeer grote kookketels staan, diverse destillatieketels en stoomgeneratoren en ik zag hier jerrycans en vaten staan. Rechts achterin de hoek was nog een deur naar een kleine ruimte (ruimte S). In deze ruimte zag ik een tafel staan met diverse gaten erin. In één van deze gaten was een glazen scheitrechter geplaatst. Ook stonden er plastic scheitrechters die bedoeld zijn voor het brouwen van bier. Het is mij ambtshalve bekend dat soortgelijke opstellingen gebruikt worden voor het scheiden van de olieachtige amfetamine, BMK of het tussenproduct N-formylamfetamine van het waterige afval.

Vanuit de opslag boven aan de trap kon ik ook rechtdoor lopen naar de productieruimte (ruimte P). Hierbij lag aan de rechterhand een werkruimte (ruimte W). In deze ruimte stond een werkbank met gereedschappen, vaten van diverse afmetingen, jerrycans en een zeer sterk verontreinigde weegschaal. In de werkruimte zag ik een openstaande deur die toegang gaf tot een kamer die vol lag met bouwafval en er was nog een tweede deur. Deze gaf toegang tot een kleine overloop met trap naar beneden. Onder aan de trap waren twee deuren. De rechterdeur (van bovenaf gezien) was niet te openen, omdat deze geblokkeerd werd door 1000L IBC’s op de begane grond van de loods (ruimte B).

Door mij werd een nader technisch en forensisch chemisch onderzoek ingesteld. Hierbij zijn diverse monsters genomen. De monsters van de bemonsterde goederen en stoffen zijn door mij verpakt en met een uniek Sporen Identificatie Nummer (SIN) gewaarmerkt. De genomen monsters staan in de onderstaande tabel vermeld. De monsters zijn door de afdeling Verdovende Middelen van het Nederlands Forensisch Instituut geanalyseerd.

Hieronder wordt per ruimte een overzicht gegeven van de aangetroffen goederen en

chemicaliën. Indien er een monster genomen is, staat het SIN in de eerste kolom vermeld. In de laatste kolom staan de hoofdcomponenten van de NFI resultaten vermeld.

Ruimte B - Beneden

Sin

Omschrijving

NFI uitslag

A AACA4672NL

B AACA4673NL

C AACA4674NL

D AACA4675NL

E AACA4676NL

Witte vuilniszak met daarin 4 doosjes, een tas [Naam 8] met een maatbeker en een scheitrechter en brokken los in de vuilniszak ca. 397 gram bruto

Doosje 1 wit poeder ca. 51,9 gram netto

Doosje 2 crèmekleurig poeder ca. 14 gram netto

Doosje 3 geel poeder ca. 117,3 gram netto

Doosje 4 oranje brokjes ca. 50 gram netto

Monster A t/m D

Bevat metamfetamine hydrocloride

Monster E: bevat amfetaminesulfaat

AACA4667NL

1000L IBC geheel gevuld met waterige basische vloeistof met bruine drijflaag

Bevat amfetamine N-formylamfetamine

AACA4668NL

1000L IBC met ca. 940L waterige zure vloeistof met bruine drijflaag

Bevat BMK

AACA4665NL

1000L IBC geheel gevuld met waterige basische vloeistof met geringe bruine drijflaag

Bevat amfetamine

AACA4666NL

1000L IBC geheel gevuld met waterige zure vloeistof met zeer geringe bruine drijflaag

Bevat amfetamine en BMK

AACA4695NL

2 witte 500 L vaten met zure waterige vloeistof, 1 x groene vloeistof ca. 20L met kristallen en 1x bruine vloeistof met bruine drijflaag ca 30L hiervan een monster genomen

Bevat BMK

AAIY5400NL

19 lege vezelversterkte zakken FD: APAA

Bevat APAA

AA1Y5401NL

10 witte 25L jerrycans waarvan 9 met opschrift 'M' en 1 met etiket ‘Kwas Mrowkowy 85%’ (Pools voor mierenzuur). Allen geheel gevuld

met een kleurloze zure vloeistof, verm.

mierenzuur.

Bevat mierenzuur

AAIY5402NL

16 witte 25L jerrycans allen geheel gevuld met een kleurloze vloeistof vermoedelijk zwavelzuur

Bevat zwavelzuur

AAIY5403NL

6 zakken van 25kg met opdruk 'Tartaric acid', met 2 zakken met het originele etiket, waarvan 1 zak open met een schaaltje erin

Bevat wijnsteenzuur

(LFO code B47) papiersnippers met aantekeningen uit geluidstudio.

S - Showroom

Sin

Omschrijving

NFI uitslag

AAIY5414NL

Witte 30L jerrycan met ca. 20L donkerbruine/rode vloeistof

Bevat grotendeels BMK

O – Opslag 1e verdieping

Sin

Omschrijving

NFI uitslag

AAIY5408NL

Afval met o.a. dompelpompen, slangen, 18 vezelversterkte zakken met etiket 'Cellulose Fiber', vervuilde doeken, weegschaal, vervormde schroefdeksel, overalls, handschoenen, een AH tas met gele poederresten FD: APAA en een zak met wit poeder FD: PRE8 (MAPA) deze is bemonsterd.

Bevat MAPA

L - Loog en omzettingslab

Sin

Omschrijving

NFI uitslag

A AAIY5409NL

B AAIY5410NL

25 zwarte 220L schroefdekselvaten met donkerbruine olieachtige vloeistof op een zure waterige vloeistof, waarvan 11x leeg, 10x vol (twee bemonsterd), 4x halfvol en 1 zwart 220L klemdekselvat ½ vol met wit poeder (loog)

Monster A en B: Bevatten BMK

A AAIY5411NL

B AAIY5412NL

43 blauwe 60L klemdekselvaten, waarvan 29x leeg, 1x vol met vloeistof (monster L3a), 2x kwart gevuld, 1x vast materiaal, 1x kwart gevuld met drab, 2x 1/3 gevuld met vloeistof, lx halfvol met vloeistof, 3x halfvol met drab, 2x 1/3 gevuld met drab en 1x 1/3 met wit poeder.

Monster A: bevat BMK

Monster B: bevat amfetamine en amfetamine gerelateerde verontreinigingen

W - Werkruimte

Sin

Omschrijving

NFI uitslag

Hoek met afval met daarin:

- 4x zwart 220L klemdekselvat waarvan 1 halfvol met kristallen (FD:

amoniumformiaat) en de andere gevuld

met basisch afval

-10x blauw 60L klemdekselvat, gevuld

met destillatieafval en loogafval

-Trechter

-2x maatbeker, zwaar vervuild

-2x speciekuip, 30 en 60L, gevuld met

destillatie afval

-16 emmers, deels gevuld met

destillatieafval

-4x witte teil

-Slangen

-2x lege 5L jerrycan

AAIY5415NL

Blauwe 20L jerrycan, geheel gevuld met zure rokende vloeistof

Bevat zoutzuur

Weegschaal

Dompelpomp

P - productieruimte

Sin

Omschrijving

NFI uitslag

AAIY5412NL

9x zwarte schroefdekselvaten, gemodificeerd als gaswasser, allen gevuld met basische vloeistof

Bevat BMK

AAIY5417NL

RVS reactievat zonder branders en reflux, gedeeltelijk ingedeukt alsof het geïmplodeerd is, met 240L basische bruine vloeistof

Bevat amfetamine (als base)

AAIY5418NL

RVS vat met reflux met ongeveer 40L vloeistof

Bevat lage concentraties amfetamine en BMK

In totaal zijn de volgende hoeveelheden aangetroffen:

- 580,2 gram metamfetamine

- 50 gram amfetamine sulfaat

- 3 RVS reactieketels, waarvan 2 met een inhoudsmaat van 850 liter. Eén van de ketels was voor 240 liter gevuld met basische amfetamine olie.

- Meer dan 22.000 liter amfetamine en/of BMK gerelateerd afval.

- 68 lege vezelversterkte zakken zonder etiket met restanten APAA, inhoud

vermoedelijk 20 kilogram en 20 lege kartonnen dozen met 20 verm. bijbehorende vezelversterkte zakken met etiket Cellulose Fiber 20kg met restanten APAA

- 4 kg MAPA en een tas met restanten

- 5 kg zout van BMK-glycidezuur

- 485 liter mierenzuur

- 6 liter formamide

- 20 liter zoutzuur

- 613,5 liter zwavelzuur

- 150 kg wijnsteenzuur

In de schuur van deze woning is door mij onderzoek verricht, naar aanleiding van

aangetroffen chemicaliën en vaten. In onderstaande tabel staat een overzicht van de

aangetroffen stoffen vermeld.

LZ - Schuur behorende bij de naastgelegen woning met [Straatnaam 2]

Sin

Omschrijving

NFI uitslag

AAIY5407NL

Vervuilde trechter met de geur van amfetamine

Bevat N-formylamfetamine en amfetamine

AAIU5405NL

2 blauwe 220L dopvaten waarvan 1 leeg en 1 voor 2/3 gevuld met kleurloze vloeistof PH neutraal FD: Formamide

Bevat formamide

AAIY5406NL

6 witte 25L jerrycans allen geheel gevuld met kleurloze vloeistof vermoedelijk zwavelzuur

Bevat zwavelzuur

3 witte 30L jerrycans met etiket ‘Atech’ waarvan 2 leef en 1 vol met heldere kleurloze vloeistof, vermoedelijk formamide

Aanvullend onderzoek

Op vrijdag 18 januari 2019 omstreeks 9.00 uur en later heb ik papieren snippers (LFO code B47) onderzocht, die ik had aangetroffen in de voorste ruimte die was voorzien van geluiddempende isolatie, op de begane grond. Ik zag dat op een deel van deze snippers handgeschreven teksten stonden. Ik heb gekeken hoe de snippers in elkaar pasten en heb de verkregen papieren ingescand. Op een deel van de papieren stonden aantekeningen geschreven. De aantekeningen passen bij het aangetroffen productieproces en de aangetroffen chemicaliën.

Interpretatie LFO

In de loods op het perceel gelegen aan [Straatnaam 1] , zag ik een grote hoeveelheid chemicaliën, ketels en IBC's met amfetamine en BMK (benzylmethylketon) gerelateerd afval staan, die passen bij een grootschalige productieplaats voor de productie van amfetamine en de grootschalige omzetting van een preprecursor in BMK, de grondstof voor amfetamine.

Het aan treffen van het wijnsteenzuur (tartaric acid, B37) in combinatie met het aan treffen van diverse bakjes met daarin methamfetamine (BI) wijst ook op het (kleinschalig) kristalliseren van methamfetamine.

In de schuur naast de woning zijn twee dopvaten met in totaal ongeveer 133 liter formamide (LZ3), zes jerrycans met in totaal 150 liter zwavelzuur (LZ4), 50kg caustic soda (LZ1) en een vervuilde trechter (LZ2) met daarin druppels die door het NFI geanalyseerd zijn met als uitslag ‘bevat N-formylamfetamine en amfetamine' aangetroffen. Deze stoffen passen bij de productie van amfetamine en de omzetting van een preprecursor in BMK, zoals dat is aangetroffen in de naastgelegen loods.

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut van 24 oktober 2018, pagina 53 van proces-verbaal 2, inhoudende:

Resultaten en conclusie

Kenmerk Omschrijving Conclusie onderwerp

AACA4673NL monster crèmekleurig poeder

en brokjes bevat metamfetamine

AAIY5420NL monster gele olieachtige

vloeistof bevat een lage

concentratie amfetamine

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut van 8 april 2019, pagina 54 van proces-verbaal 2, inhoudende:

Conclusie

Vraagstelling 1

In het onderzoeksmateriaal zijn amfetamine en metamfetamine aangetoond.

Amfetamine en metamfetamine zijn vermeld op lijst I van de Opiumwet.

Vraagstelling 2

Uit de resultaten van het laboratoriumonderzoek, de aangetroffen hardware, de van

de LFO verkregen informatie en de foto's van het onderzoek ter plaatse volgt dat er

op de locatie [Straatnaam 1] BMK en amfetamine is vervaardigd. De op de locatie aangetroffen handgeschreven teksten passen ook bij deze

vervaardigingsprocessen.

Daarnaast is er op de locatie metamfetamine en wijnsteenzuur aangetroffen.

Aanvullende informatie

In relatie tot de vervaardiging van synthetische drugs zijn APAA (alfa-

fenylacetoacetamide, 3-oxo-2-fenylbutanamide), MAPA (methyl 3-oxo-2-

fenylbutanoaat) en zouten en esters van 'BMK-glycidezuur' (3-fenyl-2-

methylglycidezuur) grondstoffen voor BMK.

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut van 1 juli 2019, pagina 129 van proces-verbaal 2, inhoudende:

Conclusie

Op basis van de onderzochte materialen, de foto's van het onderzoek ter plaatse en

het proces-verbaal van bevindingen kan er op de locatie [Straatnaam 1] circa 1.148 liter ruwe (niet-gezuiverde) BMK vervaardigd zijn. Na correctie voor de nog op de locatie aanwezige geschatte hoeveelheid ruwe amfetamineolie is de geschatte opbrengst aan gedestilleerde amfetamineolie circa 853-944 liter; hieruit kan circa 1683-2262 kg onversneden amfetaminepasta worden verkregen.

Het aanvullend proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [Naam 3] d.d. 8 oktober 2019, naar aanleiding van vragen van de verdediging, inhoudende:

De vragen

1. In het proces-verbaal 1e aanvulling einddossier staat onder de kop “Interpretatie LFO”: “In de loods op het perceel gelegen aan [Straatnaam 1] , zag ik een grote hoeveelheid chemicaliën, ketels en IBC’s met amfetamine en BMK (benzylmethylketon) gerelateerd afval staan, die passen bij een grootschalige productieplaats voor de productie van amfetamine en de grootschalige omzetting van een preprecursor in BMK, de grondstof voor amfetamine.”

De vraag die hierbij wordt gesteld, is of een dergelijke hoeveelheid chemicaliën eveneens kunnen passen bij een opslagplaats van afval welke voortkomt uit de productie van amfetamine dan wel uit omzetting van een preprecursor?

Antwoord:

Een opslagplaats van afval betreft een locatie waar geen productiemiddelen, zoals kook- en destillatieketels, aanwezig zijn. Daar is in deze zaak geen sprake van, er was immers een productielocatie aanwezig op de bovenverdieping.

3. Is in deze zaak vastgesteld dat er daadwerkelijk is geproduceerd aan [Straatnaam 1]

Antwoord:

Op de genoemde locatie zijn grondstoffen (APAA, MAPA en het zout van BMK-glycidezuur) aangetroffen en de benodigde chemicaliën om dit om te zetten in BMK (benzylmethylketon). Ook de vaten waarin deze omzetting uitgevoerd wordt zijn aangetroffen (LFO-code L2 en L3). Daarnaast was de productieapparatuur aanwezig (LFO-code P14, P15 en P16) om de verkregen BMK om te zetten in het tussenproduct N-formylamfetamine. Tot slot wordt de N-formylamfetamine gekookt met zoutzuur of caustische soda om ruwe amfetamine olie te verkrijgen. De ruwe amfetamineolie is aangetroffen in de productieketel P14 en P16. Op basis hiervan kan worden gesteld dat er op deze locatie daadwerkelijk is geproduceerd.

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut van 11 november 2019, naar aanleiding van door de verdediging gestelde vragen, inhoudende:

Vraagstelling 1

"Op pagina 63 van het proces-verbaal le aanvulling eind dossier, pagina 10 van 14,

staat onder de kop "Vraagstelling 1", dat uit onderzoek vastgesteld is dat er BMK en

amfetamine is vervaardigd. De vraag die hierbij wordt gesteld, is of een dergelijke

hoeveelheid chemicaliën eveneens kunnen passen bij een opslagplaats van afval

welke voortkomt uit de productie van amfetamine dan wel uit omzetting van een

preprecursor?"

De hoeveelheid chemicaliën en/of afval is niet van belang om onderscheid te maken

tussen een opslaglocatie en een productielocatie. Dat onderscheid wordt gemaakt op

basis van welke materialen er op een locatie worden aangetroffen en hoe deze zijn

opgesteld. Zoals genoemd in de aanvullende interpretatie zijn op de locatie [Straatnaam 1]

zowel alle chemicaliën die nodig zijn voor de

vervaardiging van amfetamine en BMK aangetroffen als eindproducten van de

vervaardigingsprocessen en alle bijbehorende productieapparatuur. Dit beeld past

niet bij een opslagplaats voor afval.

Vraagstelling 2

Is door het NFI vastgesteld dat al het aangetroffen afval afkomstig is uit één

productielocatie, zijnde de loods aan [Straatnaam 1]

Het is voor het NFI niet mogelijk om vast te stellen of al het aangetroffen afval

afkomstig is uit één productielocatie. Wel is vastgesteld dat de samenstelling van al

het onderzochte afval past bij de op de locatie aangetroffen processen, namelijk de

vervaardiging van BMK en amfetamine. Daarnaast zijn er volgens opgave een groot

aantal vezelversterkte zakken aangetroffen die restanten van een grondstof voor

BMK bevatten. Dit past bij de grootschalige vervaardiging van BMK en amfetamine

met de daarbij horende grootschalige productie van afval van deze processen.

Vraagstelling 3 en 4

Is door het NFI vastgesteld dat er daadwerkelijk is geproduceerd aan [Straatnaam 1]

Heeft het NFI het productieproces gereconstrueerd met de aangetroffen goederen en

materialen?

Voor een uitgebreide beantwoording van deze vraagstellingen wordt verwezen naar

de aanvullende interpretatie in hoofdstuk 2 van dit rapport, inhoudende:

Uit het chemisch onderzoek en de van het LFO verkregen foto's en inventarislijst

blijkt dat er niet alleen afval van de vervaardiging van amfetamine en BMK is

aangetroffen op de locatie [Straatnaam 1] , maar ook chemicaliën

voor de vervaardiging van amfetamine en BMK (zwavelzuur, zoutzuur, mierenzuur,

formamide en natriumhydroxide), eindproducten van de vervaardigingsprocessen

(BMK, gedestilleerde amfetamineolie), restanten/verpakkingsmateriaal van

verschillende grondstoffen voor BMK (APAA, MAPA en een zout van 'BMK-

glycidezuur'). Daarnaast is het tussenproduct W-formylamfetamine aangetoond en

was er voor alle stappen in het vervaardigingsproces van BMK en amfetamine de

bijbehorende productieapparatuur aanwezig op de locatie.

Het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot een sporenonderzoek, pagina 139 van proces-verbaal 2, inhoudende:

Op donderdag 11 oktober 2018 werd door ons, verbalisanten, een forensisch onderzoek naar sporen verricht in het pand [Straatnaam 1] . Dit onderzoek werd verlangd in verband met het vervaardigen van harddrugs.

Begane grond

In de grote opslagruimte met de derde keukenopstelling stonden diversen goederen opgestapeld. In deze ruimte lag op de vloer bij de keukenopstelling een doos van een volgelaatsmasker. Er zat geen volgelaatsmasker in. In het tweede kastje linksboven van het keukenblok lag op de onderste plank een volgelaatsmasker. De binnenzijde van het "snuitje" en de verstelelastieken van dat volgelaatsmasker werden [SIN: AALP6569NL en SIN: AALP657INL].

In de geluidsarme ruimte lagen onder andere diverse fietsen. Rechts naast de toegangsdeur zagen wij een paar groene laarzen staan. Bij deze laarzen lagen een stapel kleding, twee big shoppers met opdruk " [Naam 4] " en een gele plastic tas. In de gele plastic tas troffen wij een masker met filters aan. De binnenzijde van het "snuitje" werd bemonsterd [SIN: AALP6591NL]. In één van de big shoppers troffen wij een vel papier aan met daarop aantekeningen die mogelijk in verband konden staan met het amfetamine laboratorium.

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 10 april 2019, pagina 147 van proces-verbaal 2, inhoudende:

Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant heeft verzocht om aangeleverde bemonsteringen te onderwerpen aan een DNA-onderzoek.

Het doel van dit onderzoek is om vast te stellen van wie het DNA in de bemonsteringen afkomstig kan zijn.

Aanvraag 003

AALP6569NL#01 een bemonstering (snuitje volgelaatsmasker keukenkastje) AALP6591NL#01 een bemonstering (snuitje van masker uit [Naam 4]

geluidsd. kamer)

Resultaten, interpretatie en conclusie

In Tabel 1 staan de DNA-profielen die zijn betrokken bij het vergelijkend DNA-onderzoek.

SIN naam geboortedatum

RDL490 [Verdachte] [Geboortedag verdachte] 1959

In Tabel 2 staat vermeld van wie het DNA op grond van het vergelijkend DNA-onderzoek afkomstig kan zijn.

SIN DNA kan afkomstig zijn van Matchkans DNA-profiel

AALP6569NL#01 [Verdachte] kleiner dan 1 op 1 miljard

AALP6591NL#01 [Verdachte] kleiner dan 1 op 1 miljard

Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1770 van proces-verbaal 1, inhoudende:

Op vrijdag 12 oktober 2018 is tijdens de doorzoeking aan de Loods gelegens aan [Straatnaam 1] een handgeschreven document in beslag genomen. Op dit document staan diverse termen waaronder apaan en zwavel. Feit van algemene bekendheid is dat dergelijke stoffen gebruikt worden bij de productie van drugs.

Als bijlage bij dit proces-verbaal foto gevoegd (pagina 1771) van een notitie met daarop de tekst: “NORM ZWAVEL, 15 kg apaan, 15 l water, 27l zwavel, 40l water nablus, roeren 150 tellen met stok dat B er van afdrijft”

Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 233 van proces-verbaal 2, inhoudende:

Op donderdag 06 juni 2019 heb ik, verbalisant, de fouillering van verdachte [Verdachte] bekeken. In zijn fouillering zat een notitieblok met daarin diverse notities. Van deze notities heb ik, [Naam 5] , foto’s gemaakt. Deze foto’s worden als bijlagen bij dit proces-verbaal van bevindingen gevoegd. In deze notities staat onder andere:

termen “cannabis en harddrugs”

Een deskundigenrapport van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, inhoudende een vergelijkend handschriftonderzoek d.d. 13 december 2019, inhoudende:

In deze zaak werden via [Naam 6] (Forensische Opsporing) op 17 juli 2019 de volgende stukken van overtuiging ontvangen.

Nummer Omschrijving

MEL0060NL Geprinte digitale opname van een vel gelinieerd papier met daarop handgeschreven tekst. Een afdruk van een foto waarop een beschreven velletje te zien is. De tekst begint bovenaan met de notitie "NORM ZWAVEL"

MEL0061NL Diverse vellen en snippers gelinieerd papier met daarop handgeschreven tekst, gewaarmerkt "B47 Lage Zwaluwe". Dit stuk van overtuiging betreft een verzameling van "snippers" van gelinieerd papier die zijn beschreven en onbeschreven. De beschreven snippers waren bij ontvangst reeds aan elkaar geplakt zodat leesbare teksten zichtbaar waren.

MEL0062NL Schrijfblok gelinieerd papier met daarin diverse met handschrift beschreven vellen, afkomstig uit de fouillering van verdachte [Verdachte] .

MEL0063NL Eén vel ongelinieerd papier met daarop handgeschreven tekst en tekening, geproduceerd door verdachte [Verdachte] tijdens zijn verhoor op 4 juni 2019 te Breda.

Gevraagd werd het volgende te onderzoeken:

1. Is het aangeleverde handschrift op de SVO's voorzien van de SIN-nummers MEL0060NL, MEL0061NL, AAEL0062NL en MEL0063NL geschikt voor handschrift vergelijkend onderzoek.

2. Indien dit zo is, komt het handschrift op de SVO's voorzien van de SIN-Nummers MEL0060NL en MEL0061NL overeen met het handschrift op de SVO's voorzien van SIN-Nummers MEL0062NL en MEL0063NL.

Conclusie

Bij het onderzoek waren de volgende twee elkaar uitsluitende hypothesen beschouwd:

H1. Het betwiste handschrift is geproduceerd door [Verdachte] .

H2. Het betwiste handschrift is geproduceerd door een willekeurige andere persoon dan [Verdachte] .

De bevindingen van het vergelijkend handschriftonderzoek zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer hypothese H1 juist is. (Het betwiste handschrift is geproduceerd door [Verdachte] ) dan wanneer hypothese H2 juist is.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [Verdachte] d.d. 4 juni 2019, pagina 176 van proces-verbaal 2, inhoudende:

[Medeverdachte] ken ik. [Medeverdachte] heet hij geloof ik. Ik ken hem zo’n 2 jaar.

Hij heeft tegen mij gezegd dat hij werk zou hebben, rond juni/juli 2018.

Toen kwam ik aan in Lage Zwaluwe, hij haalde mij op met een blauwe Peugeot.

Ik denk dat ik een dag of 9 daar geweest was.

Ik ging met [Medeverdachte] naar die doe het zelf zaak. Het had een Duitse naam, [Naam 7] bedoel ik.