Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:5984

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
03-12-2020
Datum publicatie
03-12-2020
Zaaknummer
02-821074-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 62 maanden voor het medeplegen van bereiden van amfetamine en methamfetamine (crystal meth) in een loods in Lage Zwaluwe en het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor die productie, hennepteelt en diefstal van stroom. Geen sprake van vormverzuimen. De rechtbank ziet in de bevindingen van het LFO en het NFI geen reden om te twijfelen dat ter plaatse is geproduceerd. Beroep op psychische overmacht is verworpen omdat een nadere onderbouwing of begin van concretisering dat sprake zou zijn geweest van psychische overmacht, ontbreekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/821074-18

vonnis van de meervoudige kamer van 3 december 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats]

wonende te [adres 1]

raadsman mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden, advocaat te Roosendaal.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 november 2020, waarbij de officier van justitie, mr. Gimbrère, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig de artikelen 313 en 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen amfetamine en methamfetamine heeft geproduceerd danwel aanwezig heeft gehad danwel dat hij daar medeplichtig aan is geweest en dat hij ook voorbereidingshandelingen heeft gepleegd ten behoeve van die productie (feiten 1 en 2). Daarnaast wordt verdachte verweten dat hij samen met anderen hennep heeft geteeld of aanwezig heeft gehad en zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van elektriciteit (feiten 3 en 4).

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Onherstelbare vormverzuimen?

De verdediging stelt dat sprake is van drie vormverzuimen.

Ten eerste dient aan een verzoek van de politie tot het uitvoeren van een blokmeting door een nutsbedrijf een vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 126nd Wetboek van Strafvordering (Sv) (jo artikel 126ne Sv) ten grondslag te liggen. Een dergelijke vordering ontbreekt waardoor sprake is van een onherstelbaar vormverzuim.

Ook is geen sprake geweest van een redelijk vermoeden van schuld in de zin van artikel 9 van de Opiumwet zodat het binnentreden niet gerechtvaardigd was, hetgeen wederom een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv oplevert. Dit onrechtmatig optreden van de verbalisanten levert een zodanig ernstige schending van beginselen van een behoorlijke procesorde op waardoor verdachte in zijn belangen is geschaad, dat dit primair dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Daarnaast hebben verbalisanten de loods aan de [adres 2] doorzocht zonder dat daarvoor een machtiging ex artikel 55a Sv door de officier van justitie is verstrekt.

Ten slotte is sprake van schending van artikel 6 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) omdat verdachte – in strijd met de door de toenmalige raadsman gemaakte afspraak – is gehoord zonder bijstand van de door hemzelf gekozen raadsman, dit terwijl hij verward en kwetsbaar was. Deze schending moet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Bij de beoordeling van het ontvankelijkheidsverweer gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden zoals die uit het dossier blijken.

Aanleiding onderzoek - blokmeting

Op 2 oktober 2018 is er bij de politie een melding binnengekomen dat er door fraude-inspecteur [naam 1] , werkzaam bij [naam 2] , een codam-meting was gezet op de [adres 2] . Een codam-meting betreft een belastingsmeting op het elektriciteitsnet. Door een fraude inspecteur van [naam 2] wordt zo'n meting verricht op een blok met huizen en/of gebouwen. Dit naar aanleiding van bij hen binnengekomen stroomklachten en/of meldingen over een hennepkwekerij in genoemd blok. De codam-meting wordt als positief beschouwd als zij een 12 of 18 uurspatroon meten wat

op een aantal achtereenvolgende dagen en op gezette tijden terug komt. Dit gemeten elektriciteitspatroon noemen de fraude-inspecteurs van [naam 2] een henneppatroon. Er is dan volgens de fraude-inspecteur een zeer sterk vermoeden van een aanwezige hennepkwekerij in genoemd blok. Op de doorgemeten kabel waren de navolgende perceelnummers aangesloten: de [adres 2] en de [adres 2] .

Reeds uit het voorgaande volgt dat de stelling, dat een vordering ten grondslag moet liggen aan een verzoek van de politie tot het uitvoeren van een blokmeting door een nutsbedrijf, is gebaseerd op een onjuiste veronderstelling. In deze zaak is immers van een verzoek van de politie geen sprake en is op initiatief van [naam 2] een meting verricht. [naam 2] is als energieleverancier bevoegd geweest die meting zelfstandig te verrichten, temeer nu er ook stroomklachten waren binnengekomen. Dat [naam 2] de resultaten van die meting deelt met de politie is inherent aan het doel ervan. Van enig vormverzuim is dan ook geen sprake.

Redelijk vermoeden van schuld

Naar aanleiding van de melding van [naam 2] is door de politie onderzoek ingesteld naar de panden gevestigd op de genoemde percelen. Ter plaatse is begonnen met het bezoeken van de panden aan de [adres 2] Deze panden waren negatief. Bij de perceelnummers [adres 2] was niemand aanwezig. Volgens de gemeentelijke basisadministratie stond op de [adres 2] verdachte [verdachte] ingeschreven. Deze persoon kwam één keer voor in de politieregisters voor een Opiumwetdelict.

Uit kadastrale gegevens bleek verder dat de vader van verdachte eigenaar was van de percelen aan de [adres 2] . Ter plaatse werd meerdere malen geprobeerd telefonisch contact met hem op te nemen. Vervolgens is een van de aanwezige politiemensen over de schutting van de woning aan de [adres 2] geklommen. Naast het tuinhuis in de tuin zag een verbalisant verrijkte potgrond, bamboestokken, isolatiepanelen en potgrond van het merk [naam 3] liggen. De verbalisant was bekend dat deze potgrond voornamelijk wordt gebruikt bij hennepkwekerijen. Het tuinhuis was geplaatst op isolatiepanelen welke ook aan de voorzijde van de loods van de [adres 2] lagen, zijnde panelen die vaker aangetroffen worden bij hennepkwekerijen. Vanuit het tuinhuis was een ventilator te horen die in werking was. Naar aanleiding van deze bevindingen is er op 10 oktober 2018 een machtiging tot binnentreden afgegeven door een hulpofficier van justitie voor de woning aan de [adres 2] en het [adres 2] , waarna de woning is binnengetreden ter opsporing en inbeslagneming op grond van artikel 9, lid 1 onder b van de Opiumwet en artikel 96 Sv.

Verbalisanten zijn ook de niet afgesloten garage van het pand aan de [adres 2] binnengegaan. Daar zagen zij 2 grote blauwe vaten en vrijwel direct roken zij de hen ambtshalve bekende lucht van synthetisch drugsafval. Verder zagen zij jerrycans gevuld met vloeistoffen staan. Tevens werd een zogenoemde ‘opticlimate’ en armaturen aangetroffen, zijnde voorwerpen die gebruikt worden bij hennepteelt. Het tuinhuis was geheel verduisterd. Aan de achterzijde van het tuinhuis zat een rolluik dat handmatig opengeduwd kon worden. In de vloer van het tuinhuis werd een luik aangetroffen. Na het openen van het luik werd een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen.

Vanuit de tuin van [adres 2] was er een directe toegang tot de loods, gevestigd op het [adres 2] Vervolgens werd de loods binnengetreden waar een drugslaboratorium werd aangetroffen waarna het pand werd verlaten en de situatie ter plaatse (zowel op de [adres 2] als de [adres 2] ) werd bevroren, waarna op 10 oktober 2020 omstreeks 18.45 uur de woning werd binnengetreden onder leiding van de rechter-commissaris, gevolgd door de doorzoeking ter inbeslagname om 18.58 uur in het bijzijn van de rechter-commissaris.

Op 10 oktober 2018 is door hulpofficier van justitie [hulp officier] een machtiging tot binnentreden gegeven voor de woning gelegen aan de [adres 2] én voor het perceel de [adres 2] .

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden wel degelijk sprake was van een redelijk vermoeden van overtreding van de Opiumwet en dat de machtiging terecht is verleend.

Ten slotte heeft vervolgens in het bijzijn van de rechter-commissaris een doorzoeking ter inbeslagname plaatsgevonden in de woning en de loods. Van enige onregelmatigheid voorafgaande aan de doorzoeking is de rechtbank niet gebleken.

Ook in zoverre treft het verweer dus geen doel.

Verhoor zonder aanwezige gekozen raadsman

De verdediging stelt dat verdachte is gehoord zonder bijstand van zijn gekozen raadsman, wat een ernstige tekortkoming is die de rechten van verdachte heeft beperkt.

De rechtbank stelt vast dat het verweer ziet op het verhoor op vrijdag 19 oktober 2018 om 19.45 uur. Uit het ter zake opgemaakte proces-verbaal van verhoor blijkt dat verdachte voorafgaande aan het verhoor overleg heeft gevoerd met advocaat mr. Kleine. Deze advocaat is ook aanwezig geweest tijdens het verhoor.

Wat er ook zij van gemaakte afspraken omtrent een verhoor die avond in aanwezigheid van de (toenmalig) gekozen raadsman mr. Schouten, niet is nader gesteld en ook niet gebleken dat verdachte op enigerlei wijze in zijn verdediging is geschaad, temeer nu verdachte tijdens latere verklaringen ook niet is teruggekomen op de verklaring die hij op 19 oktober 2018 vanaf 19.45 uur heeft afgelegd.

Concluderend is de rechtbank van oordeel dat hetgeen door de verdediging is aangevoerd niet kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig gemaakt heeft aan het plegen van de feiten zoals tenlastegelegd.

Zij baseert zich daarbij ten aanzien van de feiten 1 en 2 met name op bevindingen van verbalisanten van de politie en de Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO), op deskundigenrapporten van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en op verklaringen van verdachte en zijn medeverdachte en op verklaringen van getuigen.

Op grond hiervan kan worden gesteld dat in de loods op de [adres 2] op grote schaal eerst BMK en vervolgens amfetamine is vervaardigd. De op de locatie aangetroffen handgeschreven teksten passen ook bij deze vervaardigingsprocessen. Daarnaast is op de locatie eindproduct aangetroffen. Ook duidt hetgeen is aangetroffen op kleinschalig kristalliseren van methamfetamine. Er was sprake van een productielocatie en geen opslaglocatie.

Ten aanzien van de hennepkwekerij en de diefstal van elektriciteit baseert zij zich eveneens op bevindingen van verbalisanten en op de bekennende verklaring van verdachte.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen ten aanzien van feit 1. Er kan niet vastgesteld worden dat er daadwerkelijk sprake is geweest van productie, maar hooguit van opslag. Weliswaar zijn er handschoenen van verdachte aangetroffen maar hierover is verklaard dat deze daar zijn achtergelaten toen verdachte de loods aan het opruimen was. Dit zegt dan ook niet dat verdachte zich heeft ingelaten met enige vorm van productie, hetgeen ook geldt voor de zoekresultaten op de laptop van verdachte.

Mocht de rechtbank vaststellen dat ter plaatse wel is geproduceerd, dan kan niet vastgesteld worden dat verdachte dit feit samen met een ander heeft gepleegd. Uit het dossier komt niets naar voren waaruit enige nauwe en bewuste samenwerking blijkt. Niet blijkt van een taakverdeling, een intensieve samenwerking of anderszins. Ten hoogste kan gesteld worden dat verdachte een loods ter beschikking heeft gesteld aan derden hetgeen een gedraging is die met medeplichtigheid in verband kan worden gebracht.

Ten aanzien van feit 2, het plegen van voorbereidingshandelingen, is geen sprake van medeplegen. Ten aanzien van het ter beschikking stellen van de loods refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van de feiten 3 en 4 is geen bewijsverweer gevoerd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

4.3.2

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Naar aanleiding van stroomklachten heeft energieleverancier [naam 2] een blokmeting uitgevoerd in de omgeving van de [adres 2] . De uitslag hiervan was positief. Bij onderzoek is de politie vervolgens uitgekomen op de [adres 2] waar verdachte woonachtig was. Achter in de tuin van de woning van verdachte stond een tuinhuisje. Onder dit tuinhuisje werd een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen waarvan verdachte later heeft bekend dat hij deze heeft opgezet. Bij nader onderzoek aan het perceel van verdachte en aan het aangrenzende perceel van [adres 2] stuitte de politie in een loods op een grote hoeveelheid laboratoriumbenodigdheden, ketels, gasflessen, branders, kolven en (gevulde) jerrycans en vaten. Deze vondst heeft geleid tot een uitgebreid onderzoek door de politie en het NFI.

Is sprake geweest van productie van methamfetamine en amfetamine of van opslag?

Door het LFO is aangegeven dat de grote hoeveelheid aangetroffen chemicaliën, ketels en intermediate bulk containers (IBC’s) met amfetamine en benzylmethylketon (BMK) passen bij een grootschalige productieplaats voor de productie van amfetamine en de grootschalige omzetting van een preprecursor in BMK, de grondstof voor amfetamine. Het aantreffen van het wijnsteenzuur in combinatie met het aantreffen van diverse bakjes met daarin methamfetamine wijst ook op het (kleinschalig) kristalliseren van methamfetamine.

Door het NFI is aangegeven dat uit de resultaten van het laboratoriumonderzoek, de aangetroffen hardware, de van de LFO verkregen informatie en de foto's van het onderzoek ter plaatse volgt dat er op de locatie [adres 2] BMK en amfetamine is vervaardigd. De op de locatie aangetroffen handgeschreven teksten passen ook bij deze vervaardigingsprocessen.

Op verzoek van de verdediging is nog aanvullend gerapporteerd over de vraag of de aangetroffen hoeveelheden chemicaliën passen bij een opslagplaats van afval welke voortkomt uit de productie van amfetamine dan wel uit omzetting van een preprecursor en over de vraag of er daadwerkelijk is geproduceerd op de locatie de [adres 2] . Ondubbelzinnig is daarop geantwoord dat op de genoemde locatie grondstoffen (APAA, MAPA en het zout van BMK-glycidezuur) en de benodigde chemicaliën om dit om te zetten in BMK zijn aangetroffen. Ook de vaten waarin deze omzetting uitgevoerd wordt, zijn aangetroffen. Daarnaast was de productieapparatuur aanwezig om de verkregen BMK om te zetten in het tussenproduct N-formylamfetamine. In het productieproces wordt tot slot N-formylamfetamine gekookt met zoutzuur of caustische soda om zodoende ruwe amfetamineolie te verkrijgen. De ruwe amfetamineolie is eveneens aangetroffen in een aanwezige productieketel. Een deel van de productieapparatuur was nog actief opgesteld. Het aangetroffen beeld past niet bij een opslagplaats. Het NFI concludeert dat er op deze locatie daadwerkelijk – op grote schaal – is geproduceerd.

De rechtbank ziet in de bevindingen van het LFO en het NFI geen reden om te twijfelen dat ter plaatse is geproduceerd. De rechtbank is daarom van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden dat methamfetamine en amfetamine is bereid.

Is verdachte hierbij betrokken? Zo ja, is sprake van medeplegen of van medeplichtigheid?

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard als is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte.

Verdachte is woonachtig geweest op het adres de [adres 2] . Terwijl hij daar woonde huurde hij de loods aan het aangrenzende perceel de [adres 2] van zijn vader. Hij had een sleutel van de loods, hij gebruikte de loods als opslag voor zijn spullen en verder kon hij als heer en meester beschikken over het gebruik van de loods. Verdachte was dus huurder van de loods waarin het laboratorium is aangetroffen. Hij moet de ruimte ter beschikking hebben gesteld aan derden, door wie (mede) het laboratorium is opgezet.

In de grote productieruimte op de bovenverdieping van de loods, waar veel vaten, tonnen, metalen ketels, jerrycans en andere goederen stonden, werden op een groot vat drie latex handschoenen aangetroffen. Op deze handschoenen is DNA-materiaal van verdachte aangetroffen. Ook werd in de productieruimte een houten plank aangetroffen waarop onder meer geschreven staat: “altijd masker dragen”. Verdachte heeft aangegeven dat, toen hij alles ging opruimen, hij dit geschreven heeft en dat hij de handschoenen ter plaatse heeft achtergelaten. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat verdachte op een van de meest gevaarlijke plekken, bovenin de loods in de productieruimte, de tijd zou hebben genomen om aanwijzingen op een bord te schrijven; bovendien duidt niets erop dat ook daadwerkelijk is opgeruimd. De rechtbank schuift de verklaring van verdachte dan ook terzijde.

Verder zijn in de garage die behoorde tot de woning waar verdachte verbleef goederen en stoffen, zoals grote vaten, caustische soda, formamide en zwalvelzuur, aangetroffen die overeenkomen met de in de loods op het [adres 2] aangetroffen goederen. De rechtbank merkt op dat in het dossier (en het bewijsmiddelenoverzicht) de termen ‘garage’ en ‘schuur’ afwisselend zijn gebruikt maar dat daarmee telkens dezelfde ruimte wordt bedoeld.

Op de bij verdachte in gebruik zijnde laptop, op welke laptop ook foto’s van verdachte zelf stonden, zijn zoektermen aangetroffen die passen bij een drugslaboratorium. Uit de zoekhistorie van die laptop blijkt dat er gezocht is naar voorwerpen die ook daadwerkelijk zijn aangetroffen in de loods, zoals IBC’s, warmtepomp en Bravilor Filter. Hoewel dat vraagt om een reactie van de zijde van verdachte heeft hij hierover niet meer kunnen of willen aangeven dan dat ook anderen van die laptop gebruik maakten. Zonder nadere onderbouwing van de kant van verdachte acht de rechtbank die verklaring onaannemelijk.

Verder blijkt uit de bewijsmiddelen dat ook de medeverdachte [medeverdachte 1] in de woning van verdachte heeft verbleven en dat [medeverdachte 1] ook in de garage kwam. Uit het dossier valt niet af te leiden dat er nog meer geïdentificeerde verdachten betrokken zijn bij dit omvangrijke laboratorium. De rechtbank is evenwel van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte en zijn medeverdachte dit feit met meerdere personen hebben gepleegd. Het is een feit van algemene bekendheid dat een productie van deze omvang gepleegd moet zijn door meerdere personen.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en derden is komen vast te staan. De betrokkenheid van verdachte bij de productie van methamfetamine en amfetamine gaat dan ook verder dan het enkel ter beschikking stellen van de loods.

Concluderend leidt de rechtbank dan ook uit de aangehechte bewijsmiddelen af dat verdachte als medepleger betrokken is geweest bij de productie van methamfetamine en amfetamine en dat hij tevens voorbereidingshandelingen daarvoor heeft medegepleegd.

Met betrekking tot de feiten 3 en 4 overweegt de rechtbank ten slotte dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt dat verdachte deze feiten samen met een ander of anderen heeft gepleegd.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1. primair

in de periode van 1 april 2018 tot en met 10 oktober 2018 te Lage Zwaluwe, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft bereid en vervaardigd, (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine en methamfetamine, zijnde amfetamine en methamfetamine middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2

in de periode van 1 april 2018 tot en met 10 oktober 2018 te Lage Zwaluwe, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het telkens opzettelijk vervaardigen van amfetamine en methamfetamine, zijnde middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen:

- voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden, dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten,

hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s):

- een deel van een loods, gelegen aan [adres 2] (als opslagruimte voor de benodigde chemicaliën en als productieruimte) ter beschikking gesteld, en

- meerdere onderdelen van een productieopstelling en grote hoeveelheden (laboratorium)benodigdheden voorhanden gehad, waaronder ketels en gasflessen en gasbranders en kolven en een grote hoeveelheid jerrycans en vaten, en

- grote hoeveelheden chemicaliën/grondstoffen voorhanden gehad,

waarbij de feiten 1 en 2 in eendaadse samenloop zijn begaan.

3

in de periode van 1 november 2017 tot en met 10 oktober 2018 te Lage Zwaluwe, gemeente Drimmelen, opzettelijk heeft geteeld onder het tuinhuis van het pand aan [adres 2] een hoeveelheid van 275 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

4

in de periode van 1 november 2017 tot en met 10 oktober 2018 te Lage Zwaluwe, gemeente Drimmelen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

hoeveelheid stroom, toebehorende aan [naam 2] waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Psychische overmacht?

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is geweest van een van buiten komende drang waaraan verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden. Samengevat is aangevoerd dat verdachte werd bedreigd. Hij is onder andere mishandeld, bedreigd met een vuurwapen en er is ook daadwerkelijk op hem geschoten. Meerdere malen zijn er personen bij hem aan de deur geweest. Ook is hij door personen meegenomen in een auto. Dat verdachte werd bedreigd en bang was, wordt naar de opvatting van de verdediging bevestigd door onder meer verklaringen van getuigen. Bij forensisch onderzoek kon de politie niet uitsluiten dat de verklaring van verdachte dat hij in zijn woning is beschoten, waar zou zijn. Verdachte heeft gesteld dat hij letsels heeft opgelopen. Bij onderzoek zijn ook contactmomenten met medici vastgesteld.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat niet uitgesloten kan worden dat het er voor verdachte niet altijd prettig aan toe is gegaan. Het mag als een feit van algemene bekendheid worden verondersteld dat de personen die veel geld investeren in een drugslab zich dwingend kunnen opstellen als de samenwerking op enig moment wat minder soepel verloopt. Verdachte heeft zichzelf in de situatie gebracht dat hij strafbare feiten ging plegen. Voor zover er bedreigingen hebben plaatsgevonden, dan geldt dat verdachte dit aan zichzelf te wijten heeft gehad.

De rechtbank volgt hierin het standpunt van het Openbaar Ministerie en overweegt daarbij het volgende.

Van psychische overmacht is sprake bij een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kan en ook niet behoeft te bieden. De rechtbank is van oordeel dat de stelling van de verdediging dat verdachte werd bedreigd onvoldoende concreet is. Zowel bij de politie als ter zitting is verdachte in de gelegenheid gesteld te concretiseren waaruit de bedreigingen hebben bestaan. Verdachte is daarbij niet verder gekomen dan enkel te stellen dat daarvan sprake is geweest. Namen van personen, tijdstippen, concrete situaties, elke nadere onderbouwing of een begin van concretisering van zijn stelling ontbreekt, terwijl zijn verklaring zonder nadere toelichting op essentiële onderdelen onbegrijpelijk is. Onder deze omstandigheden kan de rechtbank dan ook niet beoordelen of sprake is van een van buiten komende drang waaraan verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon bieden zodat de rechtbank niet anders kan dan het beroep op psychische overmacht verwerpen.

Verdachte is strafbaar, omdat ook verder niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 62 maanden met aftrek van het voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte al lange tijd in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Verder is gesteld dat verdachte 5 kinderen en een partner heeft en dat hij druk doende is met solliciteren. Daarnaast is sprake geweest van forse media-aandacht hetgeen geleid heeft tot spanning omtrent de veiligheid van zijn thuisfront.

Op basis van de door gedragskundigen uitgebrachte rapporten wordt door de verdediging gesteld dat sprake is van de diagnose angststoornis die zich mogelijk heeft ontwikkeld naar een PTSS (post traumatisch stress stoornis).

Ten slotte is aangevoerd dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen de strafzaak van verdachte afgedaan zou moeten worden. Deze overschrijding dient verdisconteerd te worden in een eventueel op te leggen straf.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich, samen met zijn mededaders, schuldig gemaakt aan de productie van methamfetamine en amfetamine en de voorbereiding daarvan. Daarnaast heeft verdachte hennep geteeld en illegaal stroom afgenomen.

Uit een berekening die gemaakt is door het NFI blijkt dat sprake is geweest van een zeer groot drugslaboratorium. Berekend is dat uit de aangetroffen amfetamineolie ongeveer 1683-2262 kg onversneden amfetaminepasta kon worden verkregen. Daarnaast is ook 580 gram methamfetamine aangetroffen, ook bekend onder de naam crystal meth.

Amfetamine en met name methamfetamine zijn uiterst gevaarlijke harddrugs. Het gebruik van deze drugs is buitengewoon verslavend en de uitwerking ervan kan een verwoestende werking hebben op het lichaam. Door de loods ter beschikking te stellen voor de productie van deze stoffen en door mee te werken aan de productie ervan heeft verdachte meegewerkt aan het op ernstige wijze in gevaar brengen van de volksgezondheid.

Uit de bevindingen van de politie blijkt verder dat sprake is geweest van een zeer vervuild laboratorium hetgeen er op duidt dat niet zorgvuldig is gewerkt. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat het productieproces van amfetamine en methamfetamine een ingewikkeld en gevaarlijk chemisch proces is. Dat sprake is van een gevaarlijk chemisch proces blijkt ook uit ongelukken die de laatste jaren hebben plaatsgevonden in dergelijke laboratoria waarbij zelfs doden te betreuren zijn geweest.

Het laboratorium was gelegen in een wijk waar, naast bedrijven, ook huizen stonden.

Naast het gevaar voor de volksgezondheid schuilt in de productie van amfetamine en methamfetamine nog ander gevaar. De rechtbank wijst op de schade aan het milieu, veroorzaakt door dumpingen van vrijkomende chemische afvalstoffen en op het ontploffingsgevaar dat bij de productie aanwezig is. In dit laboratorium is een enorme hoeveelheid (meer dan 22.000 liter amfetamine en/of BMK gerelateerd-) afval aangetroffen. De rechtbank vreest dat, wanneer het laboratorium onontdekt was gebleven, deze hoeveelheid chemische afvalstoffen, gewoon ergens in het milieu terecht was gekomen. Op geen enkele wijze blijkt dat verdachte zich heeft bekommerd om de enorme schade aan de volksgezondheid en het milieu.

De productie van en handel in synthetische drugs is inmiddels een groot probleem in Nederland. Het brengt veel ondermijnende neveneffecten met zich mee. De officier van justitie heeft dan ook terecht gesteld dat paal en perk gesteld moet worden aan de afwijkende moraal ‘dat er maar niet te veel vragen gesteld moeten worden’, ‘dat het allemaal niet zo erg is’ en dat er een graantje meegepikt kan worden. Dergelijk crimineel gedrag vraagt om een stevige reactie.

Verder gaat de rechtbank, gelijk de officier van justitie, ervan uit dat verdachte niet degene is geweest die aan de touwtjes heeft getrokken. Het vermoeden bestaat dat er een grotere groepering achter zit. Echter, verdachte en zijn medeverdachte zijn wel de personen geweest die door hun actieve betrokkenheid aan de productie van synthetische drugs hebben bijgedragen.

Op grond van dit alles is de rechtbank van oordeel dat, rekening houdend met de straffen die in soortgelijke gevallen doorgaans worden opgelegd, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden is. De landelijk vastgestelde oriëntatiepunten gaan bij een hoeveelheid harddrugs van meer dan 20 kilogram standaard uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf vanaf 50 maanden, indien sprake is van een organisatie vanaf 72 maanden. De rechtbank heeft hierbij aansluiting gezocht.

Bij de bepaling van de duur van de op te leggen gevangenisstraf heeft de rechtbank verder rekening gehouden met de persoon van verdachte, in die zin dat uit de opgemaakte psychologische rapportages volgt dat er geen aanwijzingen zijn om het tenlastegelegde verdachte in verminderde mate toe te rekenen.

Met de verdediging is de rechtbank ten slotte van oordeel dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM. Verdachte is immers op 19 oktober 2018 in verzekering gesteld. Op die dag is de redelijke termijn gaan lopen. De rechtbank is van oordeel dat de redelijke termijn met ongeveer anderhalve maand is overschreden. De rechtbank laat het - gelet op de geringe mate van overschrijding - bij de enkele constatering daarvan.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie geëiste straf op zich passend en geboden is.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47, 55, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen de artikelen 2, 3, 10, 10a en 11 van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Voorvragen

- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 2: medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen door voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit,

waarbij de feiten 1 primair en 2 zijn begaan in eendaadse samenloop;

feit 3: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 4: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 62 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Voorlopige hechtenis

- heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. Tempelaar, voorzitter, mr. Veldhuizen en mr. Diepenhorst, rechters, in tegenwoordigheid van Van den Goorbergh, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 3 december 2020.

9 Bijlage I

De tenlastelegging

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 10 oktober 2018 te Lage Zwaluwe, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervaardigd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een)

(grote) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of methamfetamine, zijnde amfetamine en/of methamfetamine (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

een of meerdere tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en) in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 10 oktober 2018 te Lage Zwaluwe, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft/hebben bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervaardigd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal

bevattende amfetamine en/of methamfetamine, zijnde amfetamine en/of methamfetamine (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, bij/tot het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 10 oktober 2018 te Lage Zwaluwe, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of (telkens) opzettelijk

gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door:

- een (deel van een) loods (de opslagruimte voor de benodigde chemicaliën en/of productieruimte) te laten huren en/of ter beschikking te stellen;

art 2 ahf/ond D Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 10 lid 1 ahf/ond a alinea Opiumwet

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 10 oktober 2018 te Lage Zwaluwe, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het (telkens) opzettelijk vervaardigen van amfetamine en/of methamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of methamfetamine, zijnde (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen:

- ( telkens) zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- ( telkens) voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s):

- een (deel van een) loods, gelegen aan [adres 2] (als opslagruimte voor de benodigde chemicaliën en/of als productieruimte) verhuurd en/of ter beschikking gesteld, en/of

- meerdere, althans een, onderde(e)l(en) van een productieopstelling en/of (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) (laboratorium)benodigdheden voorhanden gehad, waaronder een of meerdere ketel(s) en/of gasfles(sen) en/of (gas)brander(s) en/of kol(f)(ven) en/of (een grote hoeveelheid) jerrycans en/of vaten, en/of

- ( een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) chemicaliën/grondstoffen voorhanden gehad.

art 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

art 10 lid 5 Opiumwet

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2017 tot en met 10 oktober 2018 te Lage Zwaluwe, gemeente Drimmelen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (onder het tuinhuis van het pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid van (telkens) (in totaal) ongeveer 275 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 11 lid 2 Opiumwet

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2017 tot en met 10 oktober 2018 te Lage Zwaluwe, gemeente Drimmelen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

hoeveelheid stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) het weg te nemen goed onder

zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

10 Bijlage II

De bewijsmiddelen

Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer ZB3R018091 (onderzoek Solitaire) van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 2199 (hierna te noemen proces-verbaal 1) of een pagina van de eerste aanvulling op het eindproces-verbaal met dossiernummer ZB3R018091 (onderzoek Solitaire) van de regionale politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 293 (hierna te noemen proces-verbaal 2).

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Feiten 3 en 4

Aangezien verdachte ten aanzien van deze feiten een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank die feiten wettig en overtuigend bewezen.

De bekennende verklaringen van verdachte afgelegd bij de politie op 19 oktober 2018, pagina 1520 van proces-verbaal 1, en op 21 oktober 2018, pagina 1526 van proces-verbaal 1;

Het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het aantreffen van de hennepkwekerij, pagina 1423 van proces-verbaal 1.

Het geschrift, inhoudende de aangifte van [naam 2] , pagina 1479 van proces-verbaal 1.

Feiten 1 en 2

Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 11 van proces-verbaal 2, inhoudende:

Op woensdag 10 oktober 2018 heb ik onderzoek ingesteld op het perceel gelegen aan [adres 2] . In de loods werd een productieplaats aangetroffen voor de productie van synthetische drugs en/of precursoren.

Het perceel gelegen aan [adres 2] bestond uit een omheind terrein met daarop een loods. Bij binnenkomst via de deur aan de voorzijde, werd toegang verkregen tot een keukenshowroom. Via een deur aan de rechterzijde werd toegang verkregen tot de loods. In de loods zag ik een aantal 1000 liter intermediate bulk containers (IBC’s) staan, welke gevuld waren met vloeistof. Ook zag ik achter de IBC’s blauwe vaten staan. Achterin het pand waren twee kamers afgetimmerd die voorzien waren van geluiddempende isolatie.

Na het verkennen van de benedenverdieping ben ik samen met mijn collega naar boven gelopen. Ik zag daar tientallen jerrycans en gascilinders staan. Via een deur links achter een wand kwam ik in een ruimte die ingericht was voor de omzetting van zogenaamde pre-precursoren (ruimte L). Ik zag tientallen zwarte vaten staan en de vloer was verontreinigd met sterk zure vloeistof. Naast de deur die toegang gaf tot deze ruimte was een tweede deur die toegang gaf tot een badkamer (ruimte Bk). Ik zag in de badkamer een zak met wit poeder staan en lege verpakkingen liggen waar vermoedelijk pre-precursoren in hebben gezeten.

Vanuit de badkamer kon ik doorlopen naar een ruimte met vier IBC’s van 1000 liter per stuk. Deze IBC’s waren deels opengesneden en erboven lag een koolstoffilter. Deze ruimte was in zijn geheel in gebruik als gaswasser om de lucht te zuiveren en af te voeren. Vanuit deze ruimte liepen, achter het plafond, buizen naar de loog/omzettingsruimte (ruimte L) en naar de productieruimte (ruimte P). Hier werd achter de plafonplaten, via de dakgoot, ook lucht naar buiten geblazen. Via een derde afzuigbuis werd lucht uitgeblazen achter een airconditioning unit op de begane grond, aan de linker buitenzijde van het pand.

Via een tweede deur was vanuit de ‘gaswasser’ toegang te verkrijgen tot de productieruimte (ruimte P). In deze ruimte zag ik twee zeer grote kookketels staan, diverse destillatieketels en stoomgeneratoren en ik zag hier jerrycans en vaten staan. Rechts achterin de hoek was nog een deur naar een kleine ruimte (ruimte S). In deze ruimte zag ik een tafel staan met diverse gaten erin. In één van deze gaten was een glazen scheitrechter geplaatst. Ook stonden er plastic scheitrechters die bedoeld zijn voor het brouwen van bier. Het is mij ambtshalve bekend dat soortgelijke opstellingen gebruikt worden voor het scheiden van de olieachtige amfetamine, BMK of het tussenproduct N-formylamfetamine van het waterige afval.

Vanuit de opslag boven aan de trap kon ik ook rechtdoor lopen naar de productieruimte (ruimte P). Hierbij lag aan de rechterhand een werkruimte (ruimte W). In deze ruimte stond een werkbank met gereedschappen, vaten van diverse afmetingen, jerrycans en een zeer sterk verontreinigde weegschaal. In de werkruimte zag ik een openstaande deur die toegang gaf tot een kamer die vol lag met bouwafval en er was nog een tweede deur. Deze gaf toegang tot een kleine overloop met trap naar beneden. Onder aan de trap waren twee deuren. De rechterdeur (van bovenaf gezien) was niet te openen, omdat deze geblokkeerd werd door 1000L IBC’s op de begane grond van de loods (ruimte B).

Door mij werd een nader technisch en forensisch chemisch onderzoek ingesteld. Hierbij zijn diverse monsters genomen. De monsters van de bemonsterde goederen en stoffen zijn door mij verpakt en met een uniek Sporen Identificatie Nummer (SIN) gewaarmerkt. De genomen monsters staan in de onderstaande tabel vermeld. De monsters zijn door de afdeling Verdovende Middelen van het Nederlands Forensisch Instituut geanalyseerd.

Hieronder wordt per ruimte een overzicht gegeven van de aangetroffen goederen en

chemicaliën. Indien er een monster genomen is, staat het SIN in de eerste kolom vermeld. In de laatste kolom staan de hoofdcomponenten van de NFI resultaten vermeld.

Ruimte B - Beneden

Sin

Omschrijving

NFI uitslag

A AACA4672NL

B AACA4673NL

C AACA4674NL

D AACA4675NL

E AACA4676NL

Witte vuilniszak met daarin 4 doosjes, een tas van het merk 'Xenos' met een maatbeker en een scheitrechter en brokken los in de vuilniszak ca. 397 gram bruto

Doosje 1 wit poeder ca. 51,9 gram netto

Doosje 2 crèmekleurig poeder ca. 14 gram netto

Doosje 3 geel poeder ca. 117,3 gram netto

Doosje 4 oranje brokjes ca. 50 gram netto

Monster A t/m D

Bevat metamfetamine hydrocloride

Monster E: bevat amfetaminesulfaat

AACA4667NL

1000L IBC geheel gevuld met waterige basische vloeistof met bruine drijflaag

Bevat amfetamine N-formylamfetamine

AACA4668NL

1000L IBC met ca. 940L waterige zure vloeistof met bruine drijflaag

Bevat BMK

AACA4665NL

1000L IBC geheel gevuld met waterige basische vloeistof met geringe bruine drijflaag

Bevat amfetamine

AACA4666NL

1000L IBC geheel gevuld met waterige zure vloeistof met zeer geringe bruine drijflaag

Bevat amfetamine en BMK

AACA4695NL

2 witte 500 L vaten met zure waterige vloeistof, 1 x groene vloeistof ca. 20L met kristallen en 1x bruine vloeistof met bruine drijflaag ca 30L hiervan een monster genomen

Bevat BMK

AAIY5400NL

19 lege vezelversterkte zakken FD: APAA

Bevat APAA

AA1Y5401NL

10 witte 25L jerrycans waarvan 9 met opschrift 'M' en 1 met etiket ‘Kwas Mrowkowy 85%’ (Pools voor mierenzuur). Allen geheel gevuld

met een kleurloze zure vloeistof, verm.

mierenzuur.

Bevat mierenzuur

AAIY5402NL

16 witte 25L jerrycans allen geheel gevuld met een kleurloze vloeistof vermoedelijk zwavelzuur

Bevat zwavelzuur

AAIY5403NL

6 zakken van 25kg met opdruk 'Tartaric acid', met 2 zakken met het originele etiket, waarvan 1 zak open met een schaaltje erin

Bevat wijnsteenzuur

S - Showroom

Sin

Omschrijving

NFI uitslag

AAIY5414NL

Witte 30L jerrycan met ca. 20L donkerbruine/rode vloeistof

Bevat grotendeels BMK

O – Opslag 1e verdieping

Sin

Omschrijving

NFI uitslag

AAIY5408NL

Afval met o.a. dompelpompen, slangen, 18 vezelversterkte zakken met etiket 'Cellulose Fiber', vervuilde doeken, weegschaal, vervormde schroefdeksel, overalls, handschoenen, een AH tas met gele poederresten FD: APAA en een zak met wit poeder FD: PRE8 (MAPA) deze is bemonsterd.

Bevat MAPA

L - Loog en omzettingslab

Sin

Omschrijving

NFI uitslag

A AAIY5409NL

B AAIY5410NL

25 zwarte 220L schroefdekselvaten met donkerbruine olieachtige vloeistof op een zure waterige vloeistof, waarvan 11x leeg, 10x vol (twee bemonsterd), 4x halfvol en 1 zwart 220L klemdekselvat ½ vol met wit poeder (loog)

Monster A en B: Bevatten BMK

A AAIY5411NL

B AAIY5412NL

43 blauwe 60L klemdekselvaten, waarvan 29x leeg, 1x vol met vloeistof (monster L3a), 2x kwart gevuld, 1x vast materiaal, 1x kwart gevuld met drab, 2x 1/3 gevuld met vloeistof, lx halfvol met vloeistof, 3x halfvol met drab, 2x 1/3 gevuld met drab en 1x 1/3 met wit poeder.

Monster A: bevat BMK

Monster B: bevat amfetamine en amfetamine gerelateerde verontreinigingen

W - Werkruimte

Sin

Omschrijving

NFI uitslag

Hoek met afval met daarin:

- 4x zwart 220L klemdekselvat waarvan 1 halfvol met kristallen (FD:

amoniumformiaat) en de andere gevuld

met basisch afval

-10x blauw 60L klemdekselvat, gevuld

met destillatieafval en loogafval

-Trechter

-2x maatbeker, zwaar vervuild

-2x speciekuip, 30 en 60L, gevuld met

destillatie afval

-16 emmers, deels gevuld met

destillatieafval

-4x witte teil

-Slangen

-2x lege 5L jerrycan

AAIY5415NL

Blauwe 20L jerrycan, geheel gevuld met zure rokende vloeistof

Bevat zoutzuur

Weegschaal

Dompelpomp

P - productieruimte

Sin

Omschrijving

NFI uitslag

AAIY5412NL

9x zwarte schroefdekselvaten, gemodificeerd als gaswasser, allen gevuld met basische vloeistof

Bevat BMK

AAIY5417NL

RVS reactievat zonder branders en reflux, gedeeltelijk ingedeukt alsof het geïmplodeerd is, met 240L basische bruine vloeistof

Bevat amfetamine (als base)

AAIY5418NL

RVS vat met reflux met ongeveer 40L vloeistof

Bevat lage concentraties amfetamine en BMK

In totaal zijn de volgende hoeveelheden aangetroffen:

- 580,2 gram metamfetamine

- 50 gram amfetamine sulfaat

- 3 RVS reactieketels, waarvan 2 met een inhoudsmaat van 850 liter. Eén van de ketels was voor 240 liter gevuld met basische amfetamine olie.

- Meer dan 22.000 liter amfetamine en/of BMK gerelateerd afval.

- 68 lege vezelversterkte zakken zonder etiket met restanten APAA, inhoud

vermoedelijk 20 kilogram en 20 lege kartonnen dozen met 20 verm. bijbehorende vezelversterkte zakken met etiket Cellulose Fiber 20kg met restanten APAA

- 4 kg MAPA en een tas met restanten

- 5 kg zout van BMK-glycidezuur

- 485 liter mierenzuur

- 6 liter formamide

- 20 liter zoutzuur

- 613,5 liter zwavelzuur

- 150 kg wijnsteenzuur

In de schuur van deze woning is door mij onderzoek verricht, naar aanleiding van

aangetroffen chemicaliën en vaten. In onderstaande tabel staat een overzicht van de

aangetroffen stoffen vermeld.

LZ - Schuur behorende bij de naastgelegen woning met huisnummer 6

Sin

Omschrijving

NFI uitslag

AAIY5407NL

Vervuilde trechter met de geur van amfetamine

Bevat N-formylamfetamine en amfetamine

AAIU5405NL

2 blauwe 220L dopvaten waarvan 1 leeg en 1 voor 2/3 gevuld met kleurloze vloeistof PH neutraal FD: Formamide

Bevat formamide

AAIY5406NL

6 witte 25L jerrycans allen geheel gevuld met kleurloze vloeistof vermoedelijk zwavelzuur

Bevat zwavelzuur

3 witte 30L jerrycans met etiket ‘Atech’ waarvan 2 leef en 1 vol met heldere kleurloze vloeistof, vermoedelijk formamide

Aanvullend onderzoek

Op vrijdag 18 januari 2019 omstreeks 9.00 uur en later heb ik papieren snippers (LFO code B47) onderzocht, die ik had aangetroffen in de voorste ruimte die was voorzien van geluiddempende isolatie, op de begane grond. Ik zag dat op een deel van deze snippers handgeschreven teksten stonden. Ik heb gekeken hoe de snippers in elkaar pasten en heb de verkregen papieren ingescand. Op een deel van de papieren stonden aantekeningen geschreven. De aantekeningen passen bij het aangetroffen productieproces en de aangetroffen chemicaliën.

Interpretatie LFO

In de loods op het perceel gelegen aan [adres 2] , zag ik een grote hoeveelheid chemicaliën, ketels en IBC's met amfetamine en BMK (benzylmethylketon) gerelateerd afval staan, die passen bij een grootschalige productieplaats voor de productie van amfetamine en de grootschalige omzetting van een preprecursor in BMK, de grondstof voor amfetamine.

Het aan treffen van het wijnsteenzuur (tartaric acid, B37) in combinatie met het aan treffen van diverse bakjes met daarin methamfetamine (BI) wijst ook op het (kleinschalig) kristalliseren van methamfetamine.

In de schuur naast de woning zijn twee dopvaten met in totaal ongeveer 133 liter formamide (LZ3), zes jerrycans met in totaal 150 liter zwavelzuur (LZ4), 50kg caustic soda (LZ1) en een vervuilde trechter (LZ2) met daarin druppels die door het NFI geanalyseerd zijn met als uitslag ‘bevat N-formylamfetamine en amfetamine' aangetroffen. Deze stoffen passen bij de productie van amfetamine en de omzetting van een preprecursor in BMK, zoals dat is aangetroffen in de naastgelegen loods.

Als bijlage bij dit proces-verbaal is een fotomap gevoegd. Foto 37 (pagina 45 van proces-verbaal 2) toont een afbeelding van de productieruimte, gezien vanuit de werkruimte. Op de schroefdekselvaten linksvoor ligt een stuk hout met opschrift. Foto 38 toont het opschrift met onder meer de tekst: “altijd masker dragen”.

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut van 24 oktober 2018, pagina 53 van proces-verbaal 2, inhoudende:

Resultaten en conclusie

Kenmerk Omschrijving Conclusie onderwerp

AACA4673NL monster crèmekleurig poeder

en brokjes bevat metamfetamine

AAIY5420NL monster gele olieachtige

vloeistof bevat een lage

concentratie amfetamine

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut van 8 april 2019, pagina 54 van proces-verbaal 2, inhoudende:

Conclusie

Vraagstelling 1

In het onderzoeksmateriaal zijn amfetamine en metamfetamine aangetoond.

Amfetamine en metamfetamine zijn vermeld op lijst I van de Opiumwet.

Vraagstelling 2

Uit de resultaten van het laboratoriumonderzoek, de aangetroffen hardware, de van

de LFO verkregen informatie en de foto's van het onderzoek ter plaatse volgt dat er

op de locatie [adres 2] BMK en amfetamine is vervaardigd. De op de locatie aangetroffen handgeschreven teksten passen ook bij deze

vervaardigingsprocessen.

Daarnaast is er op de locatie metamfetamine en wijnsteenzuur aangetroffen.

Aanvullende informatie

In relatie tot de vervaardiging van synthetische drugs zijn APAA (alfa-

fenylacetoacetamide, 3-oxo-2-fenylbutanamide), MAPA (methyl 3-oxo-2-

fenylbutanoaat) en zouten en esters van 'BMK-glycidezuur' (3-fenyl-2-

methylglycidezuur) grondstoffen voor BMK.

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut van 1 juli 2019, pagina 129 van proces-verbaal 2, inhoudende:

Conclusie

Op basis van de onderzochte materialen, de foto's van het onderzoek ter plaatse en

het proces-verbaal van bevindingen kan er op de locatie [adres 2] circa 1.148 liter ruwe (niet-gezuiverde) BMK vervaardigd zijn. Na correctie voor de nog op de locatie aanwezige geschatte hoeveelheid ruwe amfetamineolie is de geschatte opbrengst aan gedestilleerde amfetamineolie circa 853-944 liter; hieruit kan circa 1683-2262 kg onversneden amfetaminepasta worden verkregen.

Het aanvullend proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam 4] d.d. 8 oktober 2019, naar aanleiding van vragen van de verdediging, inhoudende:

De vragen

1. In het proces-verbaal 1e aanvulling einddossier staat onder de kop “Interpretatie LFO”: “In de loods op het perceel gelegen aan [adres 2] , zag ik een grote hoeveelheid chemicaliën, ketels en IBC’s met amfetamine en BMK (benzylmethylketon) gerelateerd afval staan, die passen bij een grootschalige productieplaats voor de productie van amfetamine en de grootschalige omzetting van een preprecursor in BMK, de grondstof voor amfetamine.”

De vraag die hierbij wordt gesteld, is of een dergelijke hoeveelheid chemicaliën eveneens kunnen passen bij een opslagplaats van afval welke voortkomt uit de productie van amfetamine dan wel uit omzetting van een preprecursor?

Antwoord:

Een opslagplaats van afval betreft een locatie waar geen productiemiddelen, zoals kook- en destillatieketels, aanwezig zijn. Daar is in deze zaak geen sprake van, er was immers een productielocatie aanwezig op de bovenverdieping.

3. Is in deze zaak vastgesteld dat er daadwerkelijk is geproduceerd aan [adres 2] ?

Antwoord:

Op de genoemde locatie zijn grondstoffen (APAA, MAPA en het zout van BMK-glycidezuur) aangetroffen en de benodigde chemicaliën om dit om te zetten in BMK (benzylmethylketon). Ook de vaten waarin deze omzetting uitgevoerd wordt zijn aangetroffen (LFO-code L2 en L3). Daarnaast was de productieapparatuur aanwezig (LFO-code P14, P15 en P16) om de verkregen BMK om te zetten in het tussenproduct N-formylamfetamine. Tot slot wordt de N-formylamfetamine gekookt met zoutzuur of caustische soda om ruwe amfetamine olie te verkrijgen. De ruwe amfetamineolie is aangetroffen in de productieketel P14 en P16. Op basis hiervan kan worden gesteld dat er op deze locatie daadwerkelijk is geproduceerd.

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut van 11 november 2019, naar aanleiding van door de verdediging gestelde vragen, inhoudende:

Vraagstelling 1

"Op pagina 63 van het proces-verbaal le aanvulling eind dossier, pagina 10 van 14,

staat onder de kop "Vraagstelling 1", dat uit onderzoek vastgesteld is dat er BMK en

amfetamine is vervaardigd. De vraag die hierbij wordt gesteld, is of een dergelijke

hoeveelheid chemicaliën eveneens kunnen passen bij een opslagplaats van afval

welke voortkomt uit de productie van amfetamine dan wel uit omzetting van een

preprecursor?"

De hoeveelheid chemicaliën en/of afval is niet van belang om onderscheid te maken

tussen een opslaglocatie en een productielocatie. Dat onderscheid wordt gemaakt op

basis van welke materialen er op een locatie worden aangetroffen en hoe deze zijn

opgesteld. Zoals genoemd in de aanvullende interpretatie zijn op de locatie [adres 2]

zowel alle chemicaliën die nodig zijn voor de

vervaardiging van amfetamine en BMK aangetroffen als eindproducten van de

vervaardigingsprocessen en alle bijbehorende productieapparatuur. Dit beeld past

niet bij een opslagplaats voor afval.

Vraagstelling 2

Is door het NFI vastgesteld dat al het aangetroffen afval afkomstig is uit één

productielocatie, zijnde de loods aan [adres 2] ?

Het is voor het NFI niet mogelijk om vast te stellen of al het aangetroffen afval

afkomstig is uit één productielocatie. Wel is vastgesteld dat de samenstelling van al

het onderzochte afval past bij de op de locatie aangetroffen processen, namelijk de

vervaardiging van BMK en amfetamine. Daarnaast zijn er volgens opgave een groot

aantal vezelversterkte zakken aangetroffen die restanten van een grondstof voor

BMK bevatten. Dit past bij de grootschalige vervaardiging van BMK en amfetamine

met de daarbij horende grootschalige productie van afval van deze processen.

Vraagstelling 3 en 4

Is door het NFI vastgesteld dat er daadwerkelijk is geproduceerd aan [adres 2]

?

Heeft het NFI het productieproces gereconstrueerd met de aangetroffen goederen en

materialen?

Voor een uitgebreide beantwoording van deze vraagstellingen wordt verwezen naar

de aanvullende interpretatie in hoofdstuk 2 van dit rapport, inhoudende:

Uit het chemisch onderzoek en de van het LFO verkregen foto's en inventarislijst

blijkt dat er niet alleen afval van de vervaardiging van amfetamine en BMK is

aangetroffen op de locatie [adres 2] , maar ook chemicaliën

voor de vervaardiging van amfetamine en BMK (zwavelzuur, zoutzuur, mierenzuur,

formamide en natriumhydroxide), eindproducten van de vervaardigingsprocessen

(BMK, gedestilleerde amfetamineolie), restanten/verpakkingsmateriaal van

verschillende grondstoffen voor BMK (APAA, MAPA en een zout van 'BMK-

glycidezuur'). Daarnaast is het tussenproduct W-formylamfetamine aangetoond en

was er voor alle stappen in het vervaardigingsproces van BMK en amfetamine de

bijbehorende productieapparatuur aanwezig op de locatie.

Het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot een sporenonderzoek, pagina 139 van proces-verbaal 2, inhoudende:

Op donderdag 11 oktober 2018 werd door ons, verbalisanten, een forensisch onderzoek naar sporen verricht in het pand [adres 2] . De grote productieruimte, achter in het pand, was zeer vervuild. Er lagen stukken karton die zich geheel gevuld hadden met vervuiling. In deze ruimte stonden veel vaten, tonnen, metalen ketels, jerrycans en andere goederen. Links vooraan in deze ruimte stond een groot vat met daarop een houten plank. Op deze plank lagen een drietal latex handschoenen. Deze werden veiliggesteld [SIN: AALP6590NL, SIN: AALP6574NL en SIN: AALP6575NL].

Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 10 april 2019, pagina 147 van proces-verbaal 2, inhoudende:

Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant heeft verzocht om:

- zeven door hen aangeleverde bemonsteringen en referentiemateriaal van [medeverdachte 2] te onderwerpen aan een DNA-onderzoek;

- de DNA-profielen van de bemonsteringen te vergelijken met de DNA-profielen van verdachten [medeverdachte 2] en [verdachte] ;

Het doel van dit onderzoek is om vast te stellen van wie het DNA in de bemonsteringen afkomstig kan zijn.

Aanvraag 1

AALF8820NL#01 een bemonstering (aangetroffen zijde hs; AALP6590NL)

AALF8821NL#01 een bemonstering (andere zijde hs; AALP6590NL)

AALF8822NL#01 een bemonstering (aangetroffen binnenzijde hs ALP6574NL)

AALF8823NL#01 een bemonstering (aangetroffen zijde hs; AALP6575NL)

AALF8824NL#01 een bemonstering (andere zijde hs; AALP6575NL)

In tabel 1 staan de DNA-profielen die zijn betrokken bij het vergelijkend DNA-onderzoek:

Tabel 1

SIN naam geboortedatum

RAAM1801NL [verdachte] 6 maart 1984

In tabel 2 staat vermeld van wie het DNA op grond van het vergelijkend DNA-onderzoek afkomstig kan zijn.

Tabel 2

SIN kan afkomstig zijn van: matchkans DNA-profiel

AALF8820NL#01 verdachte [verdachte] kleiner dan 1 op 1 miljard

AALF8821NL#01 verdachte [verdachte] niet berekend

AALF8822NL#01 verdachte [verdachte] niet berekend

AALF8823NL#01 verdachte [verdachte] kleiner dan 1 op 1 miljard

AALF8824NL#01 verdachte [verdachte] niet berekend

Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1770 van proces-verbaal 1, inhoudende:

Op vrijdag 12 oktober 2018 is tijdens de doorzoeking aan de Loods gelegens aan [adres 2] een handgeschreven document in beslag genomen. Op dit document staan diverse termen waaronder apaan en zwavel. Feit van algemene bekendheid is dat dergelijke stoffen gebruikt worden bij de productie van drugs.

Als bijlage bij dit proces-verbaal foto gevoegd (pagina 1771) van een notitie met daarop de tekst: “NORM ZWAVEL 15 kg apaan, 15 l water, 27l zwavel, 40l water nablus, roeren 150 tellen met stok dat B er van afdrijft”

Het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot de aangetroffen laptop, pagina 1848 van proces-verbaal 1, inhoudende:

Op 10 oktober 2018 werd in de woning van verdachte [verdachte] aan [adres 2] een onderzoek ter inbeslagname verricht. Tijdens de doorzoeking werd een laptop, merk Acer, kleur zwart, in beslag genomen. Hierna

is de laptop door het onderzoeksteam overgedragen aan de Unit Digitale Opsporing, die de gegevens van de laptop veilig hebben gesteld.

OMSCHRIJVING RELEVANTE ITEMS

Zoekwoorden in browsers

IBC container 1000 liter stapelbaar

Op 07 juni 2018 is middels de zoekmachine Google gezocht op de woorden IBC container 1000 liter stapelbaar.

Warmtepomp

Op 27 juni en 29 juni 2018 is middels de zoekmachine Google gezocht op de term warmtepomp en/of warmtepomp lucht.

Drugs

Op diverse websites zijn nieuwsberichten over drugs geraadpleegd. Dit betroffen websites van de Telegraaf, crimesite, Algemeen Dagblad en BN de Stem.

Bravilor Filter

Op 09 en 10 juni 2018 zijn meerdere websites bezocht inzake Bravilor Filter, namelijk:

[website 1] , gezocht naar Bravilor Filters;

[website 2] , met de url [website 2] bravilor-korffilter-standaard-250stuks;

[website 3] , met de url [website 3] /pl2311937/koffiefilter-bravilor - 245mm.html?

is middels de zoekmachine Google gezocht op de term Bravilor 85/245.

Tijdens de doorzoeking in de loods [adres 2] zijn er foto’s gemaakt. Op een aantal foto’s zijn koffiefilters te zien.

Opmerking verbalisant: Navraag Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (LFO) heeft geleerd dat dit soort koffiefilters in methamfetamine-laboratoria en cocaïnelaboratoria gebruikt kunnen worden voor het scheiden van een product middels indirecte (vacuüm)filtratie met een vacuümfles.

Bouwmarkten - Bedrijven

[naam 5]

Op 10 mei 2018 is middels de zoekmachine Google gezocht op de term [naam 5] Breda en daarbij is ook gezocht op de openingstijden van de [naam 5] . In de loods aan [adres 2] zijn 2 witte 1L flessen demi water van het merk “ [naam 5] ” aangetroffen.

[naam 6]

Op 10 mei 2018 gezocht is middels de zoekmachine Google gezocht op de term [naam 6] Breda. In de loods aan [adres 2] zijn 5 lege witte jerrycans met etiket demi water “ [naam 6] ” aangetroffen.

[naam 7]

Op 10 mei 2018 gezocht is middels de zoekmachine Google gezocht op de term [naam 7] Breda en daarbij ook gezocht is op de openingstijden van de [naam 7] , Breda.

[website 9]

Op 07 juni 2018 is de website [website 9] ibc-container-zwart-op-metalen-of- kunststof-pallet-proffessioneel-gecleaned.html bezocht.

[website 4]

Op 07 juni 2018 is de website [website 4] bezocht. Waaronder de url

[website 4] Met daarbij omschrijving: IBC Container vloeistofcontainer 1000 ltr un-gekeurd vanaf €159,- incl levering | [website 4]

[website 5]

Op 07 juni 2018 is de website https: [website 5] ibc-vat-en-container-1000-liter-op- stalen-pallet-met-aftapkraan.html bezocht.

[naam 8] tent 6x3 los doek

Op 06 juni en 22 juni 2018 is middels de zoekmachine Google gezocht op de termen [naam 8] tent 6x3 en [naam 8] tent 6x3 los doeken.

Opmerking verbalisant: [naam 8] betreft mogelijk Van [naam 8] , [website 6] . [naam 8] is een middelgrote handelsonderneming die al meer dan 50 jaar gespecialiseerd is in tuinmachines, tuinmeubelen met accessoires, gereedschappen, heaters, generatoren, doe-het-zelf-producten, enz.

[naam 9] Partytent + Losse doeken

Op 06 juni 2018 is middels de zoekmachine Google [website 7] bezocht. Gezocht is op partytent danwel partytent losse doeken.

[website 8]

Op 07 juni 2018 is middels de zoekmachine Google website [website 8] bezocht. Op deze website is gezocht naar 1000 liter IBC, met daarbij de volledige url: [website 8] /1000-liter-lbc-kunststof-pallet-en-un-keurmerk.html

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 19 oktober 2018, pagina 1520 van proces-verbaal 1, inhoudende:

Ik woon in de woning aan [adres 2] . Bij dit pand hoort een garage en een tuinhuis. Vanuit mijn tuin kan ik zo bij de loods komen. Die loods heeft als [adres 2] .

Ik heb een pomp gekocht om die troep uit vaten over te pompen. Ik had al twee of drie dagen niks meer van ze gehoord. Normaal kwam er iedere dag wel iemand langs, iedere dag.

Gasflessen waren van mij.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 21 oktober 2018, pagina 1520 van proces-verbaal 1, inhoudende:

Ik maakt gebruik van de loods aan [adres 2] Mijn Pa had wat spullen beneden staan, boven was van mij.

Ik huurde een gedeelte van de loods. Ik had de sleutel.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 20 november 2018 (abusievelijk is in de aanheft van het proces-verbaal vermeld 19 oktober 2018), pagina 1571 van proces-verbaal 1, inhoudende:

We beginnen met je een aantal foto’s te laten zien. Per foto willen we graag weten waar en wat dit is.

Foto 7: Flessen gas. En troep op de achtergrond. Jerrycans.

V: Dat is de voorste ruimte van de vide. Daar kom je als je de trap bij de roldeur op gaat. Ja dat zijn mijn gasflessen.

Foto 20/21: Dat is mijn dingen. Dat heb ik opgeschreven wat daar staat.

(foto 21 bevat een afbeelding met daarop hetzelfde stuk hout als foto 38)

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 4 juni 2019, pagina 176 van proces-verbaal 2, inhoudende:

[verdachte] ken ik. [verdachte] heet hij geloof ik. Ik ken hem zo’n 2 jaar.

Hij heeft tegen mij gezegd dat hij werk zou hebben, rond juni/juli 2018.

Toen kwam ik aan in Lage Zwaluwe, hij haalde mij op met een blauwe Peugeot.

Ik denk dat ik een dag of 9 daar geweest was.

Ik ging met [verdachte] naar die doe het zelf zaak. Het had een Duitse naam, [naam 6] bedoel ik.