Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:5557

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10-11-2020
Datum publicatie
31-12-2020
Zaaknummer
AWB- 20_8371 VV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/8371 PW VV

uitspraak van 10 november 2020 van de voorzieningenrechter op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoeker], wonende te [woonplaats verzoeker], verzoeker,

gemachtigde: mr. L.H.E.M. Berendse-de Gruijl, advocaat te Rotterdam,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen (het college), verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 13 augustus 2020 (bestreden besluit) van het college inzake de beëindiging van zijn uitkering op grond van de Participatiewet. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Bij besluit van 21 september 2020 heeft het college het bestreden besluit ingetrokken. Vervolgens heeft verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken, met het verzoek het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft bij brief van 1 oktober 2020 gebruik gemaakt van de gelegenheid om hierop te reageren.

De voorzieningenrechter heeft, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in samenhang bezien met artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb, kan de voorzieningenrechter een bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift tegemoet is gekomen.

In zijn brief van 1 oktober 2020 erkent het college dat daarvan sprake is.
De voorzieningenrechter zal het college daarom veroordelen in verzoekers proceskosten. Die kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 525, en wegingsfactor 1). De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om een lagere wegingsfactor dan 1 toe te passen, zoals het college heeft aangevoerd. Tevens zal de voorzieningenrechter het college opdragen het door verzoeker betaalde griffierecht aan hem te vergoeden.

.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • -

    veroordeelt het college in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 525,-;

  • -

    draagt het college op het betaalde griffierecht van € 48,- aan verzoeker te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Sierkstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.I.P. Buteijn, griffier, op 10 november 2020 en is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Als u het niet eens bent met deze uitspraak

Tegen deze uitspraak is geen (hoger) beroep mogelijk.