Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:5548

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10-11-2020
Datum publicatie
30-04-2021
Zaaknummer
AWB- 19_4959 & 19_3678
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

KINDER

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummers: BRE 19/4959 en 19/3678

uitspraak van 10 november 2020 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaken tussen

[verzoeker], te [plaatsnaam] verzoeker,

gemachtigde: [gemachtigde],

en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de besluiten van 22 juni 2019 (bestreden besluit 1) en 19 augustus 2019 (bestreden besluit 2) van de Belastingdienst/Toeslagen inzake zijn aanspraken op kinderopvangtoeslag over de jaren 2013 en 2015.

Met de besluiten van 27 november 2019 en 20 januari 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de bezwaren van verzoeker alsnog gegrond verklaard.

Vervolgens heeft verzoeker de beroepen ingetrokken, met het verzoek om de Belastingdienst/Toeslagen te veroordelen in de proceskosten. De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij brief van 20 oktober 2020 opgemerkt zich te kunnen vinden in een proceskostenvergoeding van € 525,-- (1 punt voor het schrijven van het beroepschrift).

De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.

2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de besluiten van 27 november 2019 en 20 januari 2020 dat de Belastingdienst/Toeslagen aan verzoeker is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding om Belastingdienst/Toeslagen te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten.

Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 525,-- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 525,- en wegingsfactor 1). Omdat het hier om samenhangende zaken gaat, zoals bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht, worden de beroepschriften in beide zaken als één geteld.

3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat de Belastingdienst/Toeslagen op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 94,-- (twee maal € 47,--) aan verzoeker dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst/Toeslagen in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 525,--.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.J.M. van Hees, griffier op 10 november 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.