Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:5036

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16-10-2020
Datum publicatie
23-10-2020
Zaaknummer
AWB- 20_8055 VV + 20_8056 PKV
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummers: BRE 20/8055 WMO15 VV en 20/8056 WMO15

uitspraak van 16 oktober 2020 van de voorzieningenrechter op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoeker] , wonende te [woonplaats verzoeker] , verzoeker,

gemachtigde: mr. C.J. van der Have, advocaat te Den Haag,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom (ISD Brabantse Wal), verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om onverwijld een maatwerkvoorziening te treffen en hem toegang te verschaffen tot de maatschappelijke opvang. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Voordat een zitting heeft plaatsgevonden, heeft verzoeker de rechtbank bij brief van

3 september 2020 geïnformeerd dat verweerder hem alsnog heeft toegelaten tot de maatschappelijke opvang. Daarom heeft verzoeker het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken, met het verzoek verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft op 22 september 2020 gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.

De voorzieningenrechter heeft, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in samenhang bezien met artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb, kan de voorzieningenrechter een bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen.

2. Nu gebleken is dat verweerder aan verzoeker is tegemoetgekomen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Die kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 525,- en wegingsfactor 0,5). De voorzieningenrechter acht het gewicht van deze zaak licht omdat het uitsluitend ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

3. Er is geen griffierecht betaald, zodat een veroordeling tot vergoeding daarvan niet nodig is.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt het college in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 525,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Sierkstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier op 16 oktober 2020 en is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Als u het niet eens bent met deze uitspraak

Tegen deze uitspraak is geen (hoger) beroep mogelijk.