Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:4993

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
11-09-2020
Datum publicatie
15-10-2020
Zaaknummer
12-000002-95
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

verlenging TBS

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummer: 12/000002-95

beslissing van de meervoudige kamer d.d. 11 september 2020

op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van

[Terbeschikkinggestelde]

geboren te [Geboorteplaats] op [Geboortedag] 1945,

thans verblijvende te FPC Van der Hoeven Kliniek, Oudlaan 7, 3515 GA Utrecht.

1 Destukken

Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:

- de vordering van de officier van justitie van 26 mei 2020, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna: TBS) met twee jaar;

- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van [Terbeschikkinggestelde] tot en met 7 april 2020;

- het rapport van FPC Van der Hoeven Kliniek (hierna: kliniek) van 6 mei 2020, waarin het advies van de inrichting is vermeld;

- het advies van psychiater J.L.M. Dinjens van 30 april 2020;

- het advies van psycholoog P.A.E.M.T. Cremers van 11 april 2020.

2 Deprocesgang

Bij arrest van het gerechtshof te ’s-Gravenhage d.d. 4 november 1996 is [Terbeschikkinggestelde] wegens doodslag en het meermalen plegen van verkrachting veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en TBS met verpleging van overheidswege.

De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De TBS is op 1 juli 1999 aangevangen. De TBS is bij beslissing van 25 juni 2019 laatstelijk verlengd voor een termijn van één jaar.

Tijdens het onderzoek ter openbare terechtzitting van de rechtbank van 28 augustus 2020 is de officier van justitie mr. M.C. Fimerius gehoord.

Tevens is [Terbeschikkinggestelde] gehoord, bijgestaan door zijn raadsman

mr. J.A.W. Knoester, advocaat te ‘s-Gravenhage.

Voorts is de deskundige [Naam 1] , klinisch psycholoog en hoofd behandeling bij de TBS-instelling gehoord.

3 Het advies van de TBS-instelling

De TBS-instelling heeft geadviseerd de TBS te verlengen met twee jaar en heeft daartoe in haar advies het volgende vermeld. [Terbeschikkinggestelde] is een 74-jarige man, gediagnosticeerd met een persoonlijkheidsstoornis NAO met trekken van een antisociale, histrionische en narcistische persoonlijkheidsstoornis en een lichte stoornis in alcoholgebruik. Er is tevens sprake van psychopathie.

[Terbeschikkinggestelde] verblijft sinds 1999 in verschillende TBS-klinieken. Al sinds zijn verblijf in Veldzicht in 2013 wordt niet meer gekoerst op inzicht, maar op resocialisatie middels extern risicomanagement. Er worden geen veranderingen meer verwacht in de pathologie. Geconcludeerd wordt dat de onveranderde pathologie, de aanwezigheid van kenmerken van psychopathie, het ontbreken van probleem- en zelfinzicht en de langdurige institutionalisering maken dat langdurig toezicht en controle noodzakelijk blijft.
Bepaald is het traject verder vorm te geven via de transmurale woonvoorziening [Naam 2] , een longcare-voorziening in de nabijheid van de kliniek. Op 14 april 2020 ontving de kliniek een machtiging voor transmuraal verlof voor de overgang naar [Naam 2] . De komende periode zal [Terbeschikkinggestelde] de overgang naar [Naam 2] gefaseerd maken. Controle op contacten en vroeg interveniëren door het behandelingsteam worden hierbij als beschermend gezien. Van verdiepende gesprekken met [Terbeschikkinggestelde] over zijn kernproblematiek is geen sprake; hij bagatelliseert zijn delicten nog net als voorheen en toont weinig probleembesef en/of verantwoordelijkheid.

Bij wegvallen van het gedwongen TBS-kader wordt zowel het risico van seksueel delictgedrag als van gewelddadig gedrag als matig ingeschat. Op lange termijn wordt een zo zelfstandig mogelijk verblijf in de samenleving beoogd met, gegeven de beperkingen, voldoende toezicht en ondersteuning. Het verdere traject en de snelheid hiervan zal afhankelijk zijn van de wijze waarop [Terbeschikkinggestelde] omgaat met toegenomen vrijheden. Het ligt in de lijn der verwachting dat een langere transmurale fase aangewezen is.

De kliniek adviseert een verlenging van twee jaar. Op dit moment is er geen basis aanwezig voor een voorwaardelijke beëindiging. Bij uitbreiding van vrijheden wordt verwacht dat [Terbeschikkinggestelde] meer onbetrouwbaar gedrag zal vertonen, zoals het geen inzicht geven aangaande het contact met vrouwen en het niet open zijn over verlofactiviteiten, hetgeen hij ook in het verleden heeft laten zien. De verwachting is niet dat het aangaan van contact met vrouwen op korte termijn tot nieuwe delicten zal leiden. Wel zal op termijn een risicovolle dynamiek kunnen ontstaan.

Ter zitting heeft de deskundige daaraan nog het volgende toegevoegd. [Terbeschikkinggestelde] woont op dit moment in de transmurale woonvoorziening [Naam 2] . In twee jaar tijd zijn er stappen gemaakt. [Terbeschikkinggestelde] heeft laten zien dat hij zich aan afspraken kan houden. In de komende periode wordt bekeken hoe het gaat. Een voorwaardelijke beëindiging is op dit moment te vroeg. In de komende twee jaar zou in eerste instantie naar proefverlof kunnen worden toegewerkt. De volgende stap is het vergroten van de zelfstandigheid van [Terbeschikkinggestelde] . Enerzijds heeft een verlenging van één jaar wellicht een motiverende werking voor [Terbeschikkinggestelde] Er is dan een eind in zicht en hij zal zich mogelijk beter aan de afspraken houden. Anderzijds is een verlenging van twee jaar noodzakelijk om alle nog benodigde stappen te kunnen maken. Gelet op dit laatste blijft de deskundige bij het advies de TBS met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen.

4 Het advies van de externe gedragsdeskundigen

Uit het rapport van de psychiater blijkt dat sprake is van een gemengde persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en histrionische (theatrale) kenmerken, psychopathie en een stoornis in alcoholgebruik, licht-matig in ernst, in langdurige gedwongen remissie. Het klinische recidiverisico wordt onder het huidige kader ingeschat als laag. Bij het plotseling wegvallen van een juridisch kader kan dit risico oplopen naar een matig tot hoog recidiverisico, met name wanneer de externe structuur en begeleiding zou wegvallen en hij opnieuw een intieme relatie zou aangaan. Het betreft dan vooral het risico op seksueel geweld. Het risico op een hernieuwd levensdelict wordt als beduidend lager ingeschat. Dit wordt ondersteund door risicotaxatie-instrumenten. Betrokkene is afhankelijk van externe structuur en begeleiding. Hij is gehospitaliseerd en de coping is chronisch beperkt en kwetsbaar. Er is vrijwel geen probleembesef en -inzicht. Hij is externaliserend of deels ontkennend ten aanzien van delicten en er is geen slachtofferempathie. Relatievorming en intimiteit is de belangrijkste risicoverhogende factor. De problematiek van [Terbeschikkinggestelde] kan als nauwelijks veranderbaar worden beschouwd. Er is al sinds 2011 ingezet op extern risicomanagement en intensief monitoren van de risicofactoren, waarbij er van inzichtgevende benadering weinig mag worden verwacht. Bijkomende complicatie in een verder resocialisatietraject is het ingeslepen communicatiepatroon, dat zich onder meer kenmerkt door een eigen realiteitszin en beperkte transparantie. Enerzijds ligt het in de rede het resocialisatietraject stapsgewijs (transmuraal gevolgd door proefverlof) en gradueel en middels strikte monitoring van een verloftraject te doorlopen, anderzijds heeft het bieden van perspectief, onder meer door forensisch psychiatrisch toezicht vanuit de reclassering, eveneens meerwaarde. Vanuit het oogmerk van het bieden van perspectief en nauwgezette opvolging in het resocialisatietraject, en in ogenschouw nemende de eerdere stappen ingezet na de zorgconferentie in 2018, adviseert onderzoeker de TBS-maatregel met verpleging van overheidswege te verlengen voor de duur van één jaar, waarbij het niet in de verwachting ligt dat de verpleging van overheidswege over een jaar voorwaardelijk beëindigd zou kunnen worden. Onderzoeker adviseert de verpleging van overheidswege te continueren.

Uit het rapport van de psycholoog blijkt dat bij [Terbeschikkinggestelde] sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale kenmerken, alsmede psychopathie. Daarnaast is sprake van een stoornis in alcoholgebruik, matig, in langdurige remissie in een gecontroleerde omgeving. De psycholoog schat in dat betrokkene contacten met vrouwen zal blijven aangaan. Dat blijkt ook wel als hij ook in de huidige situatie sinds kort contact heeft met een vrouw waar hij over spreekt in termen van relationele verwachtingen. Dit maakt dat er ook in de huidige situatie een laag-matige kans op een seksuele recidive is. Een en ander tegen de achtergrond van onveranderde stoornisconfiguratie, waarbij echter de persoonlijkheidsstoornis enigszins is verminderd (maar nog zeker niet is uitgedoofd), en de langdurige remissie van de alcoholstoornis. De risicotaxatie van de kliniek van april 2019 komt nagenoeg geheel overeen met die van rapporteur. Het risicomanagement zal geheel extern vorm gegeven moeten worden, en dient te bestaan uit controle en toezicht op heldere en eenvoudige afspraken.
Omdat de verwachting er niet is dat de TBS-maatregel binnen een jaar zal kunnen worden opgeheven, lijkt een verlenging van twee jaar logisch en adequaat. Maar er kan ook voor gekozen worden om deze met één jaar te verlengen indien de rechtbank eerder geïnformeerd zou willen worden omtrent de voortgang van het resocialisatieproces. Het advies is de verpleging te continueren.

5 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting gepersisteerd bij haar vordering tot verlenging van de TBS-maatregel voor de duur van twee jaar. Zij meent dat is voldaan aan de formele eisen die de wet daaraan stelt en acht een dergelijke verlenging noodzakelijk. Zij heeft voorts, naar aanleiding van het standpunt van de verdediging in repliek verzocht om de beslissing over het al dan niet voorwaardelijk beëindigen van het bevel tot dwangverpleging aan te houden voor de duur van drie maanden, zodat de reclassering kan onderzoeken of een voorwaardelijke beëindiging aan de orde kan zijn.

6 Het standpunt van de verdediging

[Terbeschikkinggestelde] heeft ter zitting verklaard dat hij graag begeleiding van de reclassering wil. Hij werkt en het gaat goed met hem. Hij wil dat de dwangverpleging voorwaardelijk wordt beëindigd.

De verdediging heeft verzocht een verlenging van de TBS-maatregel te beperken tot één jaar. Daarnaast vindt de verdediging dat onderzocht moet worden of de dwangverpleging voorwaardelijk kan worden beëindigd. Zij heeft verzocht de beslissing op dat punt aan te houden zodat de reclassering een dergelijk onderzoek kan verrichten.

7 Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het advies van de TBS-instelling, de externe gedragsdeskundigen en de toelichting die daarop ter terechtzitting is gegeven, dat de ziekelijke stoornis van de geestvermogens die destijds heeft geleid tot oplegging van de TBS met dwangverpleging nog steeds aanwezig is. Ook wordt nog steeds voldaan aan het gevaarscriterium. Vanwege het gebrek aan zelfinzicht van [Terbeschikkinggestelde] en de onveranderde psychopathologie is nog steeds sprake van gevaar voor de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen. De rechtbank zal daarom de TBS-maatregel verlengen.

Ten aanzien van de duur van de verlenging overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank begrijpt dat het resocialisatietraject in de ogen van [Terbeschikkinggestelde] (te) lang duurt. Volgens de deskundige zal het resocialisatietraject immers nog minimaal twee jaar in beslag nemen. In de adviezen van de externe deskundigen ziet de rechtbank echter aanleiding de verlenging tot een jaar te beperken. Daarmee wordt hem een perspectief geboden en kan na een jaar opnieuw worden beoordeeld welke verdere stappen in het resocialisatieproces zijn gezet en waar [Terbeschikkinggestelde] gelet daarop dan staat. Gelet op de ernst van de indexdelicten, de onveranderde psychopathologie, en het daarmee samenhangende recidivegevaar wordt naar het oordeel van de rechtbank met deze beslissing voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, eist dat de TBS met verpleging van overheidswege van [Terbeschikkinggestelde] wordt verlengd met één jaar.

De rechtbank stelt vast dat er de laatste tijd door [Terbeschikkinggestelde] grote stappen zijn gezet. Sinds enkele maanden verblijft hij in een transmurale woonvoorziening. Dat gaat op dit moment goed.

De rechtbank begrijpt uit het advies van de TBS-instelling en de toelichting van de deskundige dat het resocialisatietraject nog te pril is om toe te kunnen werken naar een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Gelet op de noodzaak van externe structuur en strikte controle is de rechtbank, evenals de kliniek, van oordeel dat gedurende langere tijd moet worden gemonitord of het goed blijft gaan. Ook de externe deskundigen adviseren de verpleging van overheidswege te continueren.

De rechtbank ziet derhalve geen aanleiding om op dit onderdeel de beslissing aan te houden om thans een maatregelenrapport door de reclassering te laten opmaken, zoals door de verdediging is verzocht.

8 Het toepasselijke wetsartikel

De beslissing berust op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing.

De rechtbank:

- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [Terbeschikkinggestelde] met één jaar;

- wijst het verzoek tot aanhouding voor het laten onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege af.

Deze beslissing is gegeven door mr. R.J.H. van der Linden, voorzitter, mr. M.A.E. Dekker en mr. W. Anker, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. G.M. Helmich en is uitgesproken ter openbare zitting op 11 september 2020.

Mrs. Van der Linden en Dekker zijn niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.