Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2020:4644

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
24-09-2020
Datum publicatie
02-10-2020
Zaaknummer
02/376836 HA RK 20-196
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wraking

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Wrakingskamer

Locatie: Breda

Procedurenummer: 02/376836 HA RK 20-196

Beslissing van 24 september 2020 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:

[verzoeker] ,

wonende aan de [adres] ,

verzoeker,

advocaat: mr. J.J. Bronsveld te Bergen op Zoom.

1 Procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:

  • -

    het wrakingsverzoek, dat is ingediend per e-mail van 4 september 2020;

  • -

    de beschikking van de rechtbank, team familie- en jeugdrecht, van 4 september 2020, welke op 11 september 2020 schriftelijk is uitgewerkt en ondertekend en op 17 september 2020 door de wrakingskamer ontvangen;

  • -

    de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank in de hoofdzaak.

2 Het verzoek

2.1.

Het verzoek strekt tot wraking van mr. [voorl.] de Beer (hierna: de rechter), optredend als rechter van het team familie- en jeugdrecht van deze rechtbank in de zaak met zaaknummer [nummer] (hierna: de hoofdzaak) op de gronden die verzoeker heeft uiteengezet in zijn wrakingsverzoek.

2.2.

De rechter berust niet in het verzoek tot wraking.

3 Feiten

In de hoofdzaak heeft de officier van justitie een verzoek ingediend tot het verlenen van een zorgmachtiging aan verzoeker. De behandeling van het verzoek heeft op 4 september 2020 plaatsgevonden en op 4 september is mondeling een beschikking gegeven. Na de uitspraak heeft verzoeker een wrakingsverzoek gedaan.

4 Het standpunt van verzoeker

Verzoeker heeft aangevoerd, kort weergegeven, dat de rechter de schijn van vooringenomenheid heeft gewekt doordat:

  • -

    de rechter meningen toelaat van mensen die zich niet kunnen legitimeren als erkend hulpverlener;

  • -

    de medische dossiers ten aanzien van verzoeker wettelijk gezien niet geldig zijn te verklaren;

  • -

    de toezegging van ambulante zorg van een half jaar verreweg van acceptabel is te noemen.

  • -

    de hoorzitting niet in alle eerlijkheid is verlopen.

5 De beoordeling

5.1.

Op grond van artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

5.2.

Voorop moet worden gesteld, dat bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter als uitgangspunt geldt, dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat een rechter ten aanzien van een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.

5.3.

De wrakingskamer overweegt dat een rechterlijke beslissing als zodanig geen grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Ook de motivering van de beslissing, of het ontbreken daarvan, kan geen grond voor wraking vormen. Dit is uitsluitend anders indien de motivering van de beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven (vgl. Hoge Raad 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413). Van deze laatste omstandigheden is de wrakingskamer niet gebleken.

5.4.

De beschikking van 4 september 2020 is een eindbeslissing en kan naar het oordeel van de wrakingskamer geen grond voor wraking vormen. Immers, nadat een eindbeslissing is genomen, kan verzoeker het doel waarvoor een wraking dient niet langer bereiken. Omdat de behandeling van het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging is beëindigd, kan niet meer worden bereikt dat de rechter – die volgens verzoeker vooringenomen is jegens hem, dan wel ten aanzien waarvan hij vreest dat hij vooringenomen is – geen bemoeienis met de beslissing op die vordering zal hebben.

5.5.

Op grond van het voorgaande is het verzoek naar het oordeel van de wrakingskamer te laat ingediend. Dit leidt ertoe dat verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn wrakingsverzoek.

6 Beslissing

De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.

Deze beslissing is gegeven op 24 september 2020, door mr. Peters, voorzitter, mr. Van de Sande en mr. Scheffers , leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. Van Wijk, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De griffier, De voorzitter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.